De straat zonder Willy

Afscheid van een dakloze

De nacht van zondag op maandag overleed mijn neef Willy Goeyvaerts. Willy leefde bijna twintig jaar op straat. Dakloos. Thuisloos. Zonder huis. Zonder verbinding. Hij werd 56 jaar. Keelkanker werd hem fataal.

daklozenPlatonisch verliefd

Willy kwam een paar keer op TV. Onlangs nog in ‘Op straat’, de reportagereeks over daklozen in Antwerpen van Wannes Deleu.  Sinds enige tijd had hij wat houvast gevonden in De Plataan, een dienst begeleid wonen van CAW Antwerpen.

Typerend voor zijn relativerende humor was zijn uitspraak een beetje “platonisch” verliefd te zijn op zijn begeleidster Isabelle, die zo goed voor hem was. Dan toch nog een klein beetje verbinding. In extremis.

“Willy wilde opnieuw contact met zijn familie.”

Willy vertelde in de reportage ook dat hij eens terug contact zou zoeken met zijn familie in Schoten. Ik voelde me aangesproken en ging hem opzoeken. Willy was niet meer in De Plataan maar bleek opgenomen in het Sint-Vincentiusziekenhuis. Hij was ernstig ziek. Een gesprek was niet meer mogelijk.

Isabelle is hem blijven begeleiden tot het einde. Ook zijn zus Erna, was aan het ziekbed. Zij bleek Willy wel eens op te zoeken op de Groenplaats in Antwerpen. Ze wandelden veel, hij liet haar de stad zien en ze deden terrasjes. Hij wou altijd ne saté.

Lange baard

Willy was het type dakloze dat de mensen graag zien. Lange baard. Sympathiek. Humoristisch gelaten over het leven. Zo’n dakloze waarvan de mensen graag denken dat hij ervoor kiest. Maar hoe anders dan hij het misschien liet uitschijnen, Willy koos niet uit vrije wil voor de straat. Hij werd ze wel gewoon.

“Willy koos niet uit vrije wil voor de straat.”

Dakloosheid is een eindstadium. Het leven van Willy was nooit gemakkelijk en droeg van kinds af alle kiemen van thuisloosheid in zich. Het ouderlijk gezin was slecht gehuisvest. Er was armoede, huiselijk geweld, drankmisbruik… Als vader het te bont maakte gebeurde het dat het hele gezin bij ons thuis aanbelandde voor een nacht onderdak. Mijn slaapkamer was dan ineens iets té gevuld.

Ergens heeft die miserie bijgedragen tot mijn studiekeuze en professionele bezigheden. Armoede heeft me nooit losgelaten. Willy en ik, dakloosheid was ons deel. Hij beleefde het. Ik keek ernaar, vanop veilige afstand. Ik kreeg kansen. Hij niet. Een kwestie van geluk…

Daklozen

Dat Willy weer even in mijn leven was, doet me besluiten dat we onze verantwoordelijkheid moeten opnemen voor medemensen in armoede en thuisloosheid. En dat we dat al te makkelijk niet doen. Individueel, in onze eigen omgeving maar ook maatschappelijk.

“Een samenleving die armoede duldt, is die naam niet waardig.”

Een samenleving die armoede en dakloosheid duldt, is die naam niet waardig. Dakloosheid komt pas op het einde van een aaneenrijging van problemen en tegenslagen. Als alle verbindingen verbroken zijn. Er geen sociaal netwerk meer is om op terug te vallen. Daarom moet in problematische gezinssituaties zo vlug mogelijk hulp geboden worden.

Maar er mag niet te vlug gedacht worden aan dwingende maatregelen en uithuiszettingen, wel aan bijtijdse hulpverlening en woonbegeleiding.

Eigen schuld

Als er dan toch armoede en dakloosheid ontstaan, wordt de maatschappelijke verantwoordelijkheid alleen maar groter. Ze mag geen plaats maken voor een eigen-schuld-denken. Hoe ver zijn we gekomen als een repressieve aanpak opnieuw de kop op steekt? Zonder veel contestatie.

Het welzijnswerk moet zich niet aan de kant laten zetten. Het moet resoluut de kant blijven kiezen van personen in nood. Welzijnswerk moet zorgen voor verbinding met de samenleving.

Het beleid moet die hulpverlening mogelijk blijven maken, sociale rechten handhaven en niet zwichten voor individualisering noch voor commercialisering van de opvang. En een stad mag zijn daklozen best tegen de borst drukken in plaats van burgers te sussen met foute signalen zoals het bewarend beslag leggen op de inkomsten  van ‘agressieve’ bedelaars.

Willy krijgt een OCMW-begrafenis met asverstrooiing op het Schoonselhof. Of hoe arm en rijk uiteindelijk toch samenkomen.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen