Verhaal

Tijs Vanneste van De Kemping: ‘Eigenlijk ben ik een hele simpele’

Peter Jan Bogaert

In het tweede seizoen van de TV-reeks ‘De Kemping’ bouwen negen langdurig werkzoekenden een tijdelijke camping op in Dessel. Ze worden begeleid door Tijs Vanneste, tattoo-artiest, muzikant, vroeger leerkracht in het buitengewoon onderwijs en begeleider in de gevangenis van Merksplas: “Iedereen verdient zijn plaatsje.”

Tijs Vanneste

© VRT / De chinezen

De Kempen

Dat het wel ‘travakken’ was, erkent Tijs Vanneste. In hart, ziel en woorden een rasechte Kempenaar. “Iedereen heeft overuren geklopt.”

‘De Kemping is veel meer dan een TV-programma, het is een project van het hart.’

De opnames van De Kemping dateren van vorige zomer, zowat de natste ooit. Toch slaagde zijn team – met naast jongeren dit jaar ook twee vijftigplussers – om zeshonderd gasten te ontvangen. Een rollercoaster met niet alleen veel regen en felle zon, maar ook spanningen en intense groepsmomenten.

“Iedereen is nog altijd heel blij dat hij heeft meegedaan. Er is iets echts gebeurd gedurende die twee maanden zonder dat het zo was voorzien. Dat is zo fantastisch om te zien. Het is veel meer dan een TV-programma, het is een project van het hart.”

Deelnemers met een rugzak

De deelnemers kregen een tijdelijk contract. Ze werden ook intensief en persoonlijk begeleid met het oog op een (vaste) job. Dat is het finale doel van De Kemping vzw, die mee is opgericht door productiehuis ‘De chinezen’, dat eerder al Radio Gaga en Taxi Joris maakte. De vzw zet realistische werkervaringstrajecten op poten om mensen met een moeilijk arbeidsverleden aan een job te helpen.

De deelnemers hebben allemaal een rugzak mee, zoals een moeilijke thuissituatie, een diagnose van autisme, een spierziekte, hun afkomst of verslavingsproblematiek. “Het zijn stuk voor stuk schone mensen”, zegt Vanneste. “Het zijn mensen zoals jij en ik, het zouden onze buren kunnen zijn. Alleen zie je niet aan de buitenkant wat er soms van binnen speelt. Dat zorgt, hopelijk, voor herkenning bij de kijker.”

Nieuw dit jaar zijn de twee vijftigplussers, Carina en Sam.

“Ja, twee keer hetzelfde doen is niet aan mij besteed. (lacht) Ik wou niet alleen de focus leggen bij de jongvolwassenen.”

‘Of het nu gaat om een betaalde job, vrijwilligerswerk of een statuut op maat: het is belangrijk dat iedereen kan meedoen.’

“Ik hoor in mijn omgeving ook verhalen van mensen die rond hun vijftigste plots ontslagen worden omwille van een of andere herstructurering, omdat ze duur te zijn of zogezegd niet meer mee kunnen met nieuwe technologie. Het kan iedereen overkomen dat je dan even niet meer weet wat en hoe. En jezelf moet heruitvinden.”

Het verhaal van Carina is wel heel bijzonder. Misbruikt op jonge leeftijd, tienermoeder geworden, van alles meegemaakt in haar leven en nu op haar vijftigste actrice bij theatergroep Het Gevolg in Turnhout.

“Het is een straffe madam, absoluut. Een onwaarschijnlijk talent. Als je recht in haar ogen kijkt, dan zie je gewoon dat ze een superverstandige vrouw is. Je maakt haar niets wijs. Toch laat ze zich niet zomaar vastgrijpen. Ook dit jaar heb ik voor iedereen een aparte song op maat gemaakt. Haar lied vertelt het verhaal dat ze een vogeltje is. Iedere keer dat je denkt dat je haar beet hebt, vliegt ze weg.”

De Kemping

Tijs Vanneste: “Carina is een straffe madam. Een onwaarschijnlijk talent. Als je recht in haar ogen kijkt, dan zie je gewoon dat ze een superverstandige vrouw is.”

© VRT / De chinezen

Ook Sam heeft al een bewogen leven achter de rug.

“Een moeilijke thuis, opgegroeid in de jeugdhulp. Later een zwaar ongeval gehad, zijn zoontje verloren. In de horeca en als dakwerker gewerkt, maar dat om gezondheidsredenen moeten stoppen. Als je dat allemaal hoort, dan denk je toch spontaan: dat is te veel miserie voor een mensenleven. En toch geeft hij de hoop niet op en blijft hij zoeken naar werk.”

Werken is wel dé norm in onze samenleving.

“Als je niet werkt, dan hoor je er niet bij. Dat krijgen werkzoekenden vaak naar hun hoofd geslingerd. En als werken niet meteen lukt, dreigt een beetje de stilstand en de uitsluiting.”

‘Wie wil werken, kan werken? Dat is een compleet van de pot gerukte stelling.’

“Ik bekijk het zelf ook breder. Het gaat niet enkel om het geldgewin, maar vooral om actief te kunnen bijdragen aan de samenleving. Of het nu gaat om een betaalde job, vrijwilligerswerk of een speciaal statuut op maat: het is belangrijk dat iedereen kan meedoen. Iedereen verdient zijn plaatsje.”

Wie wil werken, kan werken hoor je soms in bepaalde kringen. Vacatures genoeg.

(windt zich op) “Dat is een compleet van de pot gerukte stelling. Dat gaat misschien op voor mensen die geen zorgen hebben. Als je dat zegt, kan je je echt niet inleven in situaties die je misschien zelf nog gaat tegen komen. Je weet nooit hoe het loopt in het leven.”

“Ieder verhaal is anders. Een moeilijke thuissituatie die blijft doorwegen, een verslaving, gezondheidsproblemen, een gebroken relatie… Iedereen zit ook anders in elkaar, niet iedereen is altijd even weerbaar. Als je al een paar serieuze klappen van het leven hebt gekregen, dan kan een volgende tegenslag je compleet onderuithalen. Iedereen heeft een onzichtbare ketting die hij meesleept en die ketting kan soms lang zijn en zwaar doorwegen.”

Heb je nog contact met de groep van vorig jaar?

(knikt) “Dat was ook de bedoeling, ons engagement loopt verder dan enkel het TV-programma.”

‘Iedereen zit anders in elkaar, niet iedereen is altijd even weerbaar.’

“De een hoor ik al meer dan de ander. Jelle (die het meest populariteit genoot, nvdr) had ik daarnet nog aan de telefoon. Ze hebben allemaal dankzij het programma serieuze stappen vooruitgezet. Of vast werk, of iets dat telkens uitvloeit in iets anders. Pas op, nog met ups-and-downs, hé. Je kan niet verwachten dat iedereen meteen vertrokken is voor de rest van zijn dagen.”

De Kemping was voor hen wel de hefboom?

“Ja, die werkervaring van een paar weken was de eerste aanzet. En wat je niet zag in het TV-programma: ik heb daarna volle bak mijn netwerk ingezet om voor iedereen ergens een plaatsje te vinden.”

‘Ik heb gelobbyd, volle bak mijn netwerk ingezet om voor iedereen een plaatsje te vinden.’

“Ik heb kennissen aangesproken, verteld over de deelnemers, over hun verhaal en sterktes, introducties gedaan. Kortom, gelobbyd. Dat gaf wel een enorme druk en verantwoordelijkheid. Voor de tweede editie heb ik dat nog eens gedaan, maar kreeg ik hulp van bassist Dirk Cant, die zelf als professional ervaring heeft met loopbaanbegeleiding. Die heeft achter de schermen wonderen verricht: intense gesprekken gevoerd met iedereen, alles in kaart gebracht, connecties gemaakt. En straf: iedereen is ondertussen aan de slag.”

Wat zegt dat over de samenleving met al zijn openstaande vacatures, loopbaanplanners en trajectbegeleiders?

“Er is nog altijd veel te weinig ruimte voor echt persoonlijke begeleiding. Tegenwoordig loopt het allemaal via formele vacatures en internet, en veel minder via via zoals het vroeger soms ging. In kleinere dorpsgemeenschappen kon je de directeur stappen met de vraag om iemand een kans te geven.”

‘Er is veel te weinig ruimte voor echt persoonlijke begeleiding.’

“Dat heb ik gedaan voor Jelle: gebeld naar een maat met een grote transportfirma. Ik heb gevraagd om hem een kans te geven. Dat hij er uit ziet als een beer, maar werkt gelijkt een paard! Was het een papieren sollicitatie: negen op tien was Jelle nooit aangeworven.”

Het verschil zit hem in die persoonlijke connectie.

“Ja, als je de mens in zijn kern kent, weet je hoe hij functioneert, wat letterlijk werkt voor hem en wat niet. Nu krijgen mensen soms te weinig kansen omdat niemand de moeite neemt om mee op pad te gaan.”

De groep telt nu negen mensen. Er waren wellicht meer kandidaten?

“Klopt. Dat was lastig. We hebben zo’n dertig mensen geïnterviewd en daaruit hebben we helaas een selectie moeten maken. We maken natuurlijk een TV-programma en dan moet je kijken naar evenwichten en haalbaarheid.”

‘Directeurs stapten naar ons toe om te zeggen dat ze hun aanpak willen veranderen: meer op maat en menselijker.’

“We hopen natuurlijk dat door onze manier van werken en de vzw achter het project anderen te inspireren. Na de eerste reeks zijn mensen en directeurs van allerlei organisaties naar ons gestapt om te zeggen dat ze hun aanpak willen veranderen. Meer op maat. En menselijker willen werken. Als we daarin slagen, hebben we toch een steen verlegd.”

Je spreekt de deelnemers soms streng toe en wijst hen op hun verantwoordelijkheid. Wie te lang langs de kant blijft staan, wordt aangesproken.

“Ik ben even vriendelijk als ik streng ben. Altijd zo geweest. Ik wil de mensen niet een watten doosje steken, niet met compassie overladen. Ik pak mensen serieus, zoals ik zelf ook serieus wil genomen worden. Er gaat niet snel iemand met mijn voeten rammelen, of die zal het geweten hebben.” (lacht)

Al vrijgevochten in je jonge jaren?

“Ja, ik kom uit een warm nest, mijn ouders werkten allebei in de chemiesector in de streek. Ik kreeg veel vrijheid. Ze hebben mijn zus en mij altijd geleerd om voor ons zelf te denken, niet in de pas te lopen. Wat voor mij geen probleem was. Ik was mild rebellerend, om het zo te zeggen. (lacht hartelijk).”

‘Ik was een plantrekker, hing veel rond op straat met mijn maten.’

“Leerkrachten zette ik graag op hun plaats. Ik was een plantrekker, hing veel rond op straat met mijn maten. Ik kwam al eens in contact met de politie voor kleinere dingen, jointjes smoren enzo. Al ben ik nooit echt ‘scheef’ gegaan met dealen, stelen of wat dan ook.”

En niemand in de familie met artistieke talenten?

“Neen, dat ik dat wel heb is eerder chance. Mijn ouders hebben me van pure miserie naar het kunstonderwijs gestuurd. Het is daar dat ik leerde tekenen en muziek maken. En ontdekte dat ik dat echt wel graag deed. Later heb ik mijn regentaat plastische opvoeding behaald.”

En die tattoos…

“Je had in die tijd ofwel Johnny en Marina’s, ofwel de alternatievelingen. Ik zat bij de laatste groep. We gingen uit in een stoer bikercafé vol met ruige gasten. Maar hoe ruiger die gasten er uitzagen, hoe liever ze waren. Die zorgden echt voor ons. Ze stonden vol met van de lelijke schipperskwartiertattoos waar ik wel door gefascineerd raakte. Zo is dat zaadje geplant. Op den duur mocht ik een eigen ontwerp eens uitproberen bij hen. Van het een kwam het ander.”

Je hebt ook in Merksplas gezeten…

“Ja, dat was de mop die mijn moeder altijd maakte als dorpelingen – die altijd al hadden gedacht dat het met Tijs Vanneste niet goed zou aflopen – vroegen hoe het met mij ging. Dat ik in Merksplas zat – het gevang.” (lacht)

‘Ik probeer altijd iets te vertellen waar mensen iets aan hebben.’

“Ik heb daar eerst als vrijwilliger en later als een soort van creatief therapeut gewerkt. Samen muziek maken, tekenen maar ook de actualiteit bespreken en dat soort dingen. Nadien heb ik nog lesgegeven in het buitengewoon onderwijs.”

Is dat het telkens iets anders wat je doet, of toch altijd hetzelfde: sociaal werker?

“Eigenlijk altijd hetzelfde. Of ik nu les geef, met gedetineerden werk, een TV-programma maak of tatoeëer: ik probeer altijd iets te vertellen waar mensen iets aan hebben. Het is nooit vrijblijvend.”

“Ik wil zo lang mogelijk – zo niet altijd – de niet-programmamaker zijn die TV-programma’s maakt. Je gaat me ook niet zien in een quiz of panelshow met andere bekende Vlamingen. Ik word tegenwoordig voor veel gevraagd, maar meestal weten ze op voorhand al het antwoord: neen.”

Tijs Vanneste

Tijs Vanneste: “Ik kan er absoluut niet tegen als er openlijk gespot wordt met kwetsbare mensen. Dan neem ik het meteen voor hen op en ga ik in discussie. Dat is mijn streetwise kant die meteen naar boven komt.”

© VRT / De chinezen

Wat is voor jou een goede sociaal werker?

“Iemand die zonder paternalisme kan meegaan in de gedachtegang van de persoon waarmee hij werkt. En dan die persoon, al dan niet op een subtiele manier, mee kan optillen naar een verdere ontwikkeling. Iemand die niet oordeelt, empathie heeft en vooral ook mededogen. Dat laatste vind ik echt belangrijk.”

‘Een goede sociaal werker is iemand die niet oordeelt, empathie en mededogen heeft.’

“Persoonlijk contact is cruciaal, maar in een groep moet je ook laten gebeuren dat er op elkaar gesteund en geleund wordt. Dat is wat er in De Kemping gebeurt. De deelnemers hebben elkaar op een fantastische manier aangevuld en beter gemaakt.”

In het programma kom je over als vaderfiguur. Je ontfermt je graag over anderen?

“Het is zo simpel dat het onnozel is: als je kan helpen, dan moet je dat gewoon doen. Ik word daar ook het meest gelukkig van. Ik kan er absoluut niet tegen als er openlijk gespot wordt met kwetsbare mensen. Dan neem ik het meteen voor hen op en ga ik in discussie. Ik kan gewoon niet anders, dat is mijn streetwise kant die meteen naar boven komt.”

Je bent ook een echte familieman, horen we.

“Absoluut. Mijn weekends zijn heilig en ik probeer zoveel mogelijk mijn avonden vrij te houden voor mijn gezin. Ik beschouw mijn gezin als een team: ik praat veel door. Ik ga ook zelden op stap zonder mijn vrouw. Het is gewoon altijd veel plezanter met haar erbij.” (lacht)

‘Ik beschouw mijn gezin als een team: ik praat veel door.’

“Vandaar dat ik nu al zeg dat er geen derde reeks zal komen van De Kemping. Deze zomer is volledig voorbehouden voor mijn vrouw en mijn twee klein mannen. Ik heb ook iets zelfdestructiefs in mij. Ik moet ook een project kunnen opblazen, ook al loopt het goed. Het moet spannend blijven.”

Voor TV ga je wel opnieuw voor de klas staan?

“Ja, de opnames voor ‘Meester Tijs’ lopen nog tot Pasen. Ik kan er nog niet te veel over vertellen. Ik heb in een humanioraschool gestaan en gaf meer dan enkel plastische opvoeding. Ik ga een aantal dingen op tafel leggen over ons onderwijs, maar zelf heb ik ook de waarheid niet in pacht. Eigenlijk ben ik maar een simpele mens.”

Nu je het zegt: de namen van je twee zonen zijn ook kort en simpel: Cis en Cas.

“Mijn oudste is genoemd naar Ciske De Rat, de Nederlandse film uit mijn jeugd die ik tientallen keren heb gezien. En voor mijn tweede zoon vonden we het gewoon leuk dat het één letter verschil was en toch een totaal andere naam.”

“Net als Ciske was ik zelf ook een halve straatjongen. Ik heb wel mijn moeder niet vermoord. Het nuttigste wat je kan doen met straathonden – en sorry voor de uitdrukking – is dat je ze kansen blijft geven. Als je ze laat vallen is het voor niemand goed. Niet voor de honden en niet voor de straat. Lees: mensen verdienen echt tweede, derde en vierde kansen. Alleen zo wordt de wereld beter.”

Reacties [4]

  • Caroline

    Wij van GTB geloven gretig dat we samen kunnen…
    Krachtgericht ondersteunen en begeleiden we mensen met een iets grotere afstand tot de arbeidsmarkt.
    https://www.gtb.be/

  • Maddy Claes

    Tijs toont zeer goed aan dat het niet de mensen zijn die ver staan van de arbeidsmarkt maar integendeel dat de arbeidsmarkt zeer ver af staat van mensen in moeilijkheden. En zijn wij allen zo af en toe of dikwijls geen mensen in moeilijkheden ?

  • Leen Rombouts

    Bij het horen van de schrijnende verhalen van de deelnemers rollen de tranen over mijn wangen… zo puur en waarheidsgetrouw, alle deelnemers zijn mensen die veel waard zijn, want door hun rugzak staan ze bewuster in het leven dan wie ook! Eerste seizoen ook gezien en was meteen fan! Veel succes aan de deelnemers en dikke proficiat aan de organisatoren!

  • Sofie Bluekens

    Met Talentoscoop ondersteunen wij kosteloos bedrijven in hun HR diensten met de focus op inclusie en diversiteit. http://www.talentoscoop.be

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.