Verhaal

TV-maker Joris Hessels: ‘Ik ben jaloers op mensen die vlot antwoorden op de grote levensvragen’

Peter Jan Bogaert

Taxi Joris is het nieuwe TV-programma van Joris Hessels. Na Radio Gaga en De Weekenden vertelt hij opnieuw kleine verhalen uit het grote leven van gewone mensen. Hessels is populair in Vlaanderen. Hij wordt in de wereld van zorg en welzijn op handen gedragen: “Sinds een paar jaar komen meer mensen tegen wil en dank in de marge terecht.”

Taxi Joris

-

© De Chinezen

Joris Hessels

Na Radio Gaga, De Weekenden en Gentbrugge heeft Joris Hessels opnieuw een warm en mild TV- programma gemaakt waarin hij kleine verhalen vertelt uit het grote leven van gewone mensen.

‘Dat sociale heb ik van mijn moeder. Dat speelse en de lichte vrolijkheid van vader.’

In Taxi Joris pikt de acteur en TV-maker zijn gasten op en brengt hij hen naar hun bestemming. En terug. Onderweg praat hij met hen over keuzes, verlangens en spijt. Soms lichtvoetig van toon, dan weer plots heel intens. Tijdens het wachten belt Joris met zijn dierbaren en mijmert hij over wat er net is gezegd. “Ik stel vragen waar ik voor mezelf ook wel graag een antwoord zou op willen.”

Het gaat hem eigenlijk wel goed af, gedienstig zijn. Zijn gasten verwelkomen met een brede lach, helpen bij het in- en uitstappen, oprecht nieuwsgierig zijn naar die ander. Aandacht geven zonder dat zijn eigen ego in de weg zit. “Dat sociale heb ik van mijn moeder”, erkent hij, “ze was psychiatrisch verpleegkundige. Vandaar ook mijn fascinatie voor die wereld waaruit het idee van Radio Gaga is gegroeid.”

Joris Hessels groeide op als jongste in een gezin met vijf kinderen. Zijn vader was onderwijzer, later schooldirecteur. In zijn vrije tijd was hij regisseur bij een amateurgezelschap. “Dat speelse en de lichte vrolijkheid heb ik van hem.”

De acteur ontmoette in de eerste aflevering van Taxi Joris een toneelspeler in spe, Sander. Hij zit sinds zijn geboorte in een rolstoel. De taxirit brengt hem naar het Conservatorium in Antwerpen. Sander zien we ook opduiken in aflevering drie.

Terwijl Sander les volgt, bel je met je maatje Dompi (acteur Dominique Van Malder) en mijmer je of de samenleving er wel klaar voor is: een acteur in een rolstoel.

“Ja, ik ben er nog niet uit. Ik hoor het graag dat we zo veel mogelijk diversiteit nodig hebben, dat we inclusie moeten omarmen. Tegelijkertijd weet ik dat in deze Instagram-tijden Sander niet dezelfde kansen gaat krijgen als ik. Dat is heftig, he. Ondanks het innemend talent en de tonnen energie die hij heeft.”

Wat zou kunnen helpen om Sander zijn droom te laten uitkomen?

“Een aantal mensen die het gewoon doen, pioniers. Zoals bijvoorbeeld acteur Stefan Perceval die met Het Gevolg in Turnhout geweldig theater maakt samen met kwetsbare mensen. Hij heeft gelijk als hij zegt dat theater niet anders dan sociaal kan zijn.”

“Voor Sander is het de eerste stap dat hij de opleiding kan volgen. Hopelijk zijn er gezelschappen die hem rollen te geven. Terecht wil hij niet gecast worden omdat hij een rolstoel zit, maar wel omdat hij een goede acteur is met veel talent. Maar die rolstoel is er wel natuurlijk. Ik heb daar ook geen pasklaar antwoord op, ook al willen we met z’n allen dat we daar meteen een oplossing voor vinden. Dat vind ik ook zo interessant aan dit programma, dat je blijft zitten met een aantal vragen.”

Een andere getuige uit Taxi Joris die blijft hangen is Rudy, wiens levenspartner Annick veroordeeld is tot veertien jaar cel wegens een moordpoging.

“Ja, ik neem hem ook drie keer mee in mijn taxi. Zijn loyaliteit naar Annick is enorm, dat heeft me enorm getroffen. Terwijl zijn leven eigenlijk on hold staat door de situatie en hij niets met de zaak te maken had.”

‘Vanaf het moment dat mijn gasten in de taxi stappen, lijken ze de camera’s te zijn vergeten.’

“Hij woont samen met zijn moeder in een rijhuis met wat koterijen achteraan. Hij neemt iedere dag een foto van een van zijn vogels die hij dan opstuurt naar Annick in de gevangenis van Brugge. Dat is zo ongelofelijk ontroerend, terwijl ook de allenigheid ervan afdruipt. Rudy heeft zo’n nood om zijn verhaal te delen, hij was me ontzettend dankbaar dat ik wou luisteren en heeft me een paar keer een vriend genoemd. Wat zegt dat dan, he.” (stil)

Je zit ook in je taxi terwijl een Leif-arts bij een patiënt binnengaat die voor levensbeëindiging koos. Terwijl je wacht, weet je dat er een leven stopt.

“Ja, heftig. Maar ook ergens mooi. Dat verhaal wou ik absoluut vertellen. Ik vind het recht op euthanasie een goede zaak. We doen er alles aan om iemand zo goed mogelijk op het leven zetten en dan is het ook goed dat we iemand laten sterven op een goede manier, als de voorwaarden zijn vervuld natuurlijk.”

‘De dood is deel van het leven.’

“De dood is deel van het leven. Euthanasie maakt er de rouw niet minder groot op, integendeel soms. Het heeft ook het voordeel van de duidelijkheid waardoor je misschien bewuster afscheid kan nemen, minder onbestemd. Iedereen gaat daar ook anders mee om. Ik probeer met een soort van mildheid te kijken naar hoe iedereen het voor zichzelf probeert duidelijk te krijgen. Er zijn niet altijd antwoorden. Die kwetsbaarheid wou ik ook in het programma laten zien.”

De intimiteit van een taxirit helpt wel voor zo’n gesprekken.

“Vanaf het moment dat mijn gasten in de taxi stappen, lijken ze de camera’s te zijn vergeten. De setting zorgt ervoor dat er snel een vertrouwelijke sfeer ontstaat, net ook omdat het een tijdelijk  gegeven is. Je kijkt ook allebei rechtdoor, dat is minder confronterend dan recht tegenover elkaar zitten. Samen naar muziek en de tekst luisteren, is ook iets dat verbindend werkt. En ik geef toe: af en toe hebben we een rondje extra gereden om het gesprek nog wat te laten duren.” (lacht)

Je hebt wel de spontane neiging om oogcontact te zoeken met je gesprekspartners, een brede smile, af en toe een lichte aanraking…

“Of het nu een man of een vrouw is, een goed gesprek heeft wel iets van verleiden, ja. Het is mij om die authentieke connectie te doen, ik ben ook altijd oprecht geïnteresseerd in die ander. Als ik iemand heel boeiend vind, ga je dat ook wel merken.”

Heeft dit programma je iets bijgebracht?

“Het heeft er minder diep ingehakt dan pakweg Radio Gaga of De Weekenden – ik wou nu ook een iets vrolijker en minder zwaar programma maken – maar de eenzaamheid van sommige verhalen heeft me wel erg getroffen. Ondanks een druk leven en veel aan het hoofd kan iemand echt eenzaam zijn. Soms zijn we alleen maar ronddrijvende eilandjes. Als er dan een connectie is, kan dat wel een boost voor je eigenwaarde en zelfvertrouwen geven.”

Je mijmert vaak, ook in de gesprekken achteraf. En je vraagt je moeder expliciet wat zij er van vindt.

“Nu mijn moeder wat ouder aan het worden is, probeer ik met haar een soort van ultiem gesprek te hebben over het leven en de keuzes die ze gemaakt heeft. Die gesprekjes in de taxi zijn daar hopelijk een aanloop naar.”

Over wat wil je dan met haar praten?

“Over van alles. Op het lichtere niveau is wat ze nu echt van een luxe-callgirl vindt, maar ook of ze euthanasie zou overwegen als het eropaan komt. Of ze spijt heeft van bepaalde keuzes? Wat haar troost biedt.”

‘Nu mijn moeder wat ouder wordt, probeer ik met haar een soort van ultiem gesprek te hebben over het leven.’

“In ons aller levens is al veel gebeurd, maar nog weinig echt over gepraat. Het zou je misschien verwonderen omdat ik veel babbelprogramma’s maak. Ik zit met veel vragen. De vragen die ik stel in het programma zijn eigenlijk ook de vragen waar ik zelf een antwoord op wil. Ik ben vaak jaloers op mensen die heel vlot kunnen antwoorden op zo’n levensvragen over keuzes, spijt en geluk. Ik heb altijd veel tekst nodig en dan nog kom ik niet toe met de letters die ik gebruik om te zeggen wat ik wil. Zoals nu.” (lacht)

Je bent zelf in therapie gegaan na je echtscheiding.

“Ja, zoals je om de zes maanden naar de tandarts gaat, is het soms zinvol om je eigen gedrag en gedachten onder de loep te nemen.”

‘Was ik na mijn scheiding niet in therapie gegaan, was ik zeker gecrasht.’

“Ik ben zelf mijn grootste criticaster. Ondanks die grote vrolijkheid in mijn leven, geef ik mezelf weinig krediet. Doorheen de jaren heb ik de spot altijd op de ander gezet, waardoor ik mezelf onderbelicht. Ik kwam thuis zelden tot luisteren omdat ik ook maar aan het ploeteren was. Ik koester torenhoge verwachtingen voor mezelf. Als acteur, als vader, als vriend… dat is dodelijk vermoeiend.”

“Was ik na mijn scheiding niet in therapie gegaan, was ik zeker gecrasht. Het wordt stilletjes aan beter met die donkerte, maar soms kan ik me nog altijd zo klein maken. Tegelijkertijd: het feit dat ik mezelf niet zo belangrijk vind, is ook wel een pluspunt voor de programma’s die ik maak.”

Joris Hessels

Joris Hessels: “Ik hoor het graag dat we zo veel mogelijk inclusie moeten omarmen. Tegelijkertijd weet ik dat in deze Instagram-tijden Sander niet dezelfde kansen gaat krijgen als ik.”

© De Chinezen

Wat zeggen je programma’s eigenlijk over de samenleving?

“Dat er een grote nood is om te delen. En dat er sinds een paar jaar meer mensen uit de boot vallen, excentrieker worden genoemd of in de marge terecht komen tegen wil en dank. En dat er een grote nood is om op televisie naar toe te kijken.”

“Je zag dat ook bij ‘Down the Road’, dat met mildheid en liefde is omgegeven. In een gepolariseerde samenleving doet zo’n programma deugd, het is geen zwart-wit gegeven en niet op alles is er een antwoord. En ja, er is altijd wel perspectief, er is altijd wel een zilveren randje. Als je erkenning en herkenning geeft, dan lichten mensen vanzelf op.”

Heb je achteraf nog vaak contact met je getuigen?

“Ik probeer dat wel, ik ben een slechte afscheidsnemer. (lacht) Je volgt die mensen, ze delen een stuk van hun leven, ik deel ook wat van mijn leven: dat schept een band. Na iedere aflevering van Radio Gaga viel ik zelf ook wat een zwart gat. Leegte. Bij De Weekenden wou ik daarom de mensen wat langer bij mij houden, maar die zijn heel hard onder mijn eigen vel gekropen. Dat was niet meer houdbaar. Ik ben soms thuisgekomen als een dweil.”

‘Tijdens de opnames van De Weekenden ben ik soms thuisgekomen als een dweil.’

“Nu probeer ik een gezonde afstand te bewaren, zonder dat ik meteen alle contact verbreek. Als ik tegen Sander zeg dat ik graag naar een toneelstuk kom kijken als hij afgestudeerd is, dan meen ik dat ook. Ik ga dat ook echt doen.”

Is er nazorg voor je getuigen? Er worden wel vaak hele intense momenten gedeeld.

“We zorgen daarvoor. Bij De Weekenden werkten we met een psycholoog waar zowel de crew als de getuigen terecht konden. Dat is nuttig en nodig. Er zijn veel verhalen die ons allen naar de keel grijpen. Ik voel me geen journalist die enkel zijn vragen stelt en dan snel naar een volgende afspraak moet. We hebben ook een grote verantwoordelijkheid om goed om te gaan met wat gedeeld wordt.”

Je hebt veel krediet, zeker in de wereld van zorg en welzijn. Merk je dat?

“Ja, eigenlijk wel. We doen er ook alles aan om dat vertrouwen te verdienen en niet te beschamen. Alles wat we tonen op televisie is op voorhand gecheckt met de mensen zelf. We gaan daar heel rigoureus mee om. Het is nog nooit gebeurd dat iemand zich achteraf bekocht of verkeerd begrepen voelde.”

‘Alles wat we tonen op televisie is op voorhand gecheckt met de mensen zelf.’

“We horen dat sommige fragmenten gebruikt worden in lessen sociaal werk en andere. Dat doet ons niet alleen plezier, maar het bewijst dat we dit goed aanpakken. Het publiek leeft ook mee met de getuigen. Ze krijgen veel steunbetuigingen via sociale media, soms ook heel concreet en onverwacht. Zo stak er twee keer een enveloppe met geld in de bus voor Helga, een alleenstaande moeder die in De Weekenden zat en het niet breed had.”

Joris Hessels

Joris Hessels: “Het feit dat ik mezelf niet zo belangrijk vind, is ook wel een pluspunt voor de programma’s die ik maak.”

© De Chinezen

Je bent zelf wel een keer echt boos geworden op een deelnemer.

“Dat was op Anouar in het tweede seizoen van De Weekenden. Een lieve gast, super veel talenten. Maar een verstoorde jeugd en verslaafd aan aandacht, drugs en drank.”

“Ik ben daar heel ver in gegaan, hem toch kansen blijven geven ondanks dat hij zich niets aan trok van afspraken en de boel manipuleerde. Op een bepaald moment heb ik hem zelfs geld gegeven. En toen hij plots weer opdook na dagen niets van zich te laten horen, moest het er wel even uit. Dat moment zal ik nooit vergeten. Nu, het pleit wel voor hem dat we ook dat mochten laten tonen op televisie.”

Joris, het einde van het interview nadert. Je bent een slechte afscheidsnemer, je hebt er zelfs een boekje over gemaakt: ‘Een klein afscheid’.

“Ja, ik ben daar echt verschrikkelijk in. Afscheid nemen op een vakantiekamp, van jeugdvrienden, van een relatie, van een programma… Ik zeg ook altijd op het einde van een zin: ‘of zo’, omdat ik een zin niet wil stopzetten. Wat dat betreft ben ik echt een driepuntjesmens… (waarna dit gesprek nog tien minuten doorliep).

Reacties [3]

  • mia Goelen

    Weet ik vind het een goed programma.
    Met deze stel ik de vraag kan dit ook voor de gewone mens ?

  • Johan Roels

    Proficiat (1/2)

    Een mooi authentiek verhaal! Zoals zovelen volg ik zowat alle uitzendingen die Joris, al dan niet met Dompi, maakte. Zo is dezer dagen de woensdagavond een ‘Joris Taxi’-avond.

    Het dient gezegd, Joris is één van de weinige mensen die ik ken die het proces, waar ik al zo’n vijfentwintig jaar mee doende ben, van binnenuit ten volle beleeft. Het zou mij verbazen indien Joris zelf ooit van het proces gehoord heeft. Dat hij er mee geboren is, is wel zeker. We zijn er namelijk allen mee geboren. De ontdekker ervan, Henry Nelson Wieman, had zo’n vijftig jaar nodig om een ‘juiste’ naam voor dit natuurlijk leer- en transformatieproces te vinden: “Creative Interchange’ (wat ik vertaal als Creatieve wisselwerking).

    En Joris beleeft Creatieve wisselwerking van binnenuit en dit consistent en consequent in al de afleveringen die ik van z’n programma’s (Radio Gaga, De Weekenden, Gentbrugge en nu taxi Joris) gezien heb.

  • Johan Roels

    Proficiat (2/2)

    Joris is eigenlijk als volwassene grotendeels kind gebleven: hij gaat met iedereen in Authentieke Interactie (waarbij hij de vragen durft stellen die natuurlijk bij hem opkomen, naar de mening van de ander vraagt en ook soms zijn eigen mening daarnaast legt, enorm gebruik maakt van het ontcijferen van de non-verbale communicatie en van het bevestigend parafraseren). Daarnaast begrijpt hij ook z’n gesprekspartners waarderend en integreert, zoals ik in dit verhaal ook lees, wat hij van de Ander leert in z’n eigen denkkader.

    Dat afleveringen van z’n tv-programma’s ondermeer in opleidingen Sociaal Werk worden gebruikt is verre van verwonderlijk. Het zijn prachtige voorbeelden van wat ik het correct voeren van Cruciale dialogen noem: Authentiek, empatisch en daarbij z’n eigen ego (lees denkader) on hold zettend. Een grote buiging is hier op z’n plaats. En nooit komt Joris belerend over en huldigt wat Etienne Vermeersch ooit zei: “Geloof mij niet, denk zelf na!”

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Een klein afscheid

Veertien ontmoetingen over afscheid nemen van mensen die er nog zijn

Joris Hessels en Uus Knops

Borgerhoff & Lamberigts | 2021Meer info