Verhaal

Brussel, stad der straatdoden

Lyne Uytterhoeven

Op oudejaarsnacht overleed in Brussel een dakloze man. Dat was de laatste ‘straatdode’ van 2018. Brussel herdacht vorig jaar 62 overleden daklozen. De jongste was 16, de oudste 78. Sociaal werker Lyne Uytterhoeven stelt zich vragen bij deze ‘stad der straatdoden’.

Straatdoden

© ID / Tim Dirven

Brussel

Drie januari. Een nieuwe werkdag. Ik kom in Brussel nog maar het station buiten en zie al meteen een gezin onder de dekens rillen. De vrouw knikt me goeiedag, de man steekt zijn hand uit. Zoals gewoonlijk probeer ik hen een bemoedigende glimlach te schenken, vergezeld van een leeghandige sorry.

‘Wij zijn één van de weinige plekken waar hij  welkom is.’

“De wereld is niet meer dezelfde als vroeger”, besluit D. Het is late namiddag, het begint te schemeren. D. staart voor zich uit. Hij zit zich al een halfuur te warmen in onze onthaalruimte. Wij zijn één van de weinige plekken waar hij nog welkom is.

Hij heeft een bivak in het park. Ik maak me zorgen over zijn welzijn tijdens deze koude winternachten. Zijn zak met spullen en papieren werd de afgelopen maanden vier keer gestolen. Gelukkig is hij Belg. Nieuwe papieren kan hij redelijk gemakkelijk krijgen.

Vrijplaats

“Ik ga nog twee à drie biertjes drinken, dan voel ik niets meer.” Hij is al halfbezopen en wankelt terwijl hij het vele onrecht aanklaagt, zowel tegen zichzelf als tegen de wereld. Ik zwijg en luister. Dit is zijn vrijplaats.

Oordelen is het laatste waaraan ik denk. Integendeel, hij doet me beseffen in wat voor bevoorrechte positie ik me bevind. En hij heeft gelijk. We moesten met zijn allen maar eens onder een plastic zeil gaan wonen in dit barre seizoen.

Straatdoden

Een paar uur eerder, op het middaguur, kreeg ik telefoon. Iemand van het Brussels Collectief Straatdoden.

Elk jaar organiseren ze een herdenking voor de straatdoden van het afgelopen jaar, in het chique stadhuis op de Grote Markt. Het contrast kan niet groter zijn. De mengeling van mensen ook niet. Vrienden, al dan niet dakloos, compagnons de route, sociaal werkers en politici.

Vorig jaar was elk van de 62 namen in een kleien boomblaadje gekerfd. De drie dozen met blaadjes passeerden langs elke aanwezige, om nadien in de herdenkingsboom te worden gehangen. Onder zachte muziek werd voor iedere straatdode een gedichtje over zijn leven of persoonlijkheid voorgedragen. Verzameld door het collectief. Voldoende om aan mij tranen te ontlokken.

Zachtaardige beer

Vandaag is een gedicht niet nodig. Gewoon zijn naam aan de telefoon. Of ik meer informatie heb over zijn netwerk? Of een foto? Ik antwoord met vragen: Hoe is het gebeurd? Wanneer?

‘Hij is het nieuwe jaar al stervend ingegaan.’

Tijdens de nacht van 31 december… M. is het nieuwe jaar al stervend ingegaan.

Ik vind een foto, beloof hem door te sturen. Pas als ik de telefoon neerleg, sla ik een hand voor mijn mond, ontsnapt een snik uit mijn keel.

Het leven op straat is bikkelhard. Ik heb M. misschien drie keer gezien. Een zachtaardige beer van een kerel. Gevlucht uit Afrika. Geen papieren. Ernstig ziek. Moest elke twee weken op dokterscontrole. Wat is er misgelopen? Hij sliep toch in Samusocial?

We hebben hem nog geholpen aan een paspoort bij de ambassade, zodat hij een medische regularisatie kon aanvragen. Niet meer nodig. Toen ik mijn Afrikaanse collega over M. vertelde, vroeg ze: “Waar is de solidariteit naartoe?”

Hardvochtig

“62 straatdoden op een jaar tijd… Dat zijn er 62 te veel”, zei de eerste schepen op de herdenking ergens midden vorig jaar.

Het zullen er komend jaar meer zijn, vrees ik. Denk aan die eerste verrassende vriesnachten in oktober. “Nu al doden door koude in Brussel”, blokletterde Het Laatste Nieuws. De winteropvang voor alleenstaande mannen was deze winter al vanaf week één volzet.

Tijdens dezelfde periode beperkte de Dienst Vreemdelingenzaken de aanmeldingen voor asielaanvragen tot vijftig per dag. Vrouwen en families eerst. En geen aanmelding, geen opvang… Gelukkig is dit hardvochtige beleid ondertussen bijgesteld.

Wanneer ik ’s avonds de sociale dienst waar ik werk achter mij laat, herken ik ze zo. Vooral in het parkje bij de ingang van het centraal station. Kleine groepjes mannen, sigaret in de ene hand, blik bier in de andere. “Vriendschap bestaat niet op straat,” vertrouwde P. me ooit toe. “Hooguit kameraadschap en wie weet hoelang die duurt.”

Reacties [2]

  • Kaat

    Tranen in de ogen. Spijtig genoeg herkenbaar. Blijven hopen, blijven strijden, blijven vrijplaatsen.

    • Buyck Ruben

      Snoeihard artikel en helaas dagdagelijkse realiteit of het nu in een arm of rijk land is. Onverschilligheid en gebrek aan mededogen (want het is hun schuld) zijn de belangrijkste factoren voor deze ellende.

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.