Uithuiszettingen zitten nog steeds in het verborgene

Vijfentwintig jaar later en geen stap verder

Vijfentwintig jaar geleden stelden armoedebewegingen en -onderzoekers vast dat we weinig wisten over uithuiszettingen. Bij gebrek aan kennis is het dan moeilijk om een antwoord te formuleren op dit traumatiserend gebeuren. Vandaag staan we geen stap verder. 

uithuiszetting
©Flickr / Mark Danielson

Dagelijkse kost

Gezin van acht komt op straat te staan” kopt Het Nieuwsblad. Het huurhuis waarin het gezin woonde, werd onbewoonbaar verklaard. De huisbaas had de noodzakelijke herstellingen niet uitgevoerd. Maar na een door het gezin gewonnen procedure, zet de huisbaas hen op straat. Het gezin is intussen al twee jaar op zoek naar een geschikte woning. Zonder resultaat.

“Veel uithuiszettingen gebeuren in alle stilte.”

Enkele weken eerder ontstond er commotie toen een 27-jarige man in Roeselare stierf tijdens een uithuiszetting. De deurwaarder die de man uit zijn woning moest zetten, kon de woedende bewoner niet tot rede brengen. De politie werd erbij gehaald. De man werd in de boeien geslagen en overleed ter plaatse.

Twee feiten kort na mekaar. In dezelfde provincie. Spectaculair genoeg om de pers te halen. Maar nog veel meer uithuiszettingen gebeuren in alle stilte, dagelijks.

1994

In of uit het oog van de camera, een uithuiszetting is voor de betrokkenen altijd een dramatische gebeurtenis. Soms gaat die gepaard met het uit elkaar halen van een gezin. Vader naar een opvangcentrum voor mannen, moeder met jonge kinderen naar een opvangcentrum voor gezinnen en de grote kinderen naar een jeugdhulpvoorziening.

“De uithuiszetting betekent een schending van de mensenrechten, van de menselijke waardigheid en van het recht op wonen. Het is een openbare vernedering, als gevolg van de wijze waarop de samenleving dit bekijkt en erop reageert. Het brengt diepgaand menselijk en familiaal leed mee, het wordt door de mensen als een trauma ervaren.”

Dit citaat komt uit het Algemeen Verslag van de Armoede, gepubliceerd in 1994.Koning Boudewijnstichting (1994), Algemeen Verslag van de Armoede, in opdracht van de minister van Maatschappelijke Integratie samen met de afdeling OCMW van de Vereniging van Belgische Steden en Gemeenten en ATD Vierde Wereld, p. 251.

Cijfers en statistieken

Dit Algemeen Verslag van de Armoede ging uitgebreid in op de problematiek van uithuiszettingen. Er werden niet alleen schrijnende situaties vastgesteld, maar ook oplossingen geformuleerd. Er moest meer geïnvesteerd worden in middelen die ervoor zorgen dat een gezin nooit meer op straat terechtkomt, zo stelde dit verslag vijfentwintig jaar geleden.

Dit komt in de eerste plaats neer op ‘de wil om te kennen’: “Waarom worden er geen statistieken opgesteld van de uithuiszettingen en de plaats waar deze mensen terechtkomen? Men weet dat er een probleem is, maar neemt geen maatregelen. Om de draagwijdte van dit sociaal drama te kennen, volstaat het de deurwaarders te verplichten een aangepast formulier in te vullen wanneer ze tot een huisuitzetting overgaan, met de vermelding over de plaats waar de gezinnen worden opgevangen en dit formulier over te maken aan de overheden.”

“Waarom worden er geen statistieken opgesteld?”

Tien jaar later stelde een discussienota over het recht op wonen dat er nog steeds geen precieze cijfers beschikbaar waren om het probleem grondig in kaart te brengen.Steunpunt ter bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting (2005), Discussienota. Recht op wonen. 10 jaar na het Algemeen Verslag over de Armoede, Brussel, Steunpunt ter bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting.

Weten we anno 2018 al meer?

Wij zochten het uit in het kader van een Europees onderzoek.Verstraete, J. and De Decker, P. (2014), National Eviction Profiles: Belgium, EU Pilot project – Promoting protection of the right to housing – Homelessness prevention in the context of evictions, Brussels, VT/2013/058; Verstraete, J. en De Decker, P (2015). ‘De gerechtelijke uithuiszetting nog steeds in het duister’, in De Decker, P. e.a. (red.), Woonnood in Vlaanderen. Feiten/Mythen/Voorstellen, Antwerpen, Garant.In het voorjaar van 2014 ondernamen we een poging om het aantal uithuiszettingen in België en dus ook in Vlaanderen in kaart te brengen. Hoewel we meer dan zestig betrokken organisaties contacteerden, werden we weinig wijzer.

“We werden weinig wijzer.”

De piste die overblijft, is om de beperkt beschikbare gegevens te bundelen.Het gaat over gegevens die verzameld werden door de Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeenten (VVSG), de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW) het Vlaams Overleg Bewonersbelangen (VOB) en een onderzoeksproject (Mallants, B. (2016), ‘Uithuiszettingen door sociale huisvestingsmaatschappijen: focus op preventie’, De Gids op maatschappelijk Gebied, 107, 7).Op die manier krijg je toch een ruw zicht op het probleem.

Hoe pakten we dat aan? Uithuiszettingen zijn het resultaat van een gerechtelijke procedure. Eerst wordt de procedure opgestart, dan volgt de vordering tot uithuiszetting door de vrederechter. Die kan uitmonden in een effectieve uithuiszetting.

Om een goed zicht te krijgen op het probleem, zou je op al deze momenten over de nodige gegevens moeten beschikken. Maar hoe verder in dit proces, hoe minder gegevens beschikbaar zijn.

We weten bitter weinig

De onderstaande tabellen tonen aan dat we op Vlaams niveau nog steeds bitter weinig weten. Op basis van de beschikbare data moeten we in tabellen meer cellen leeg laten dan we er kunnen invullen.

Wordt er een procedure tot uithuiszetting opgestart, dan moet dat ook gemeld worden. Daardoor hebben we een zicht op het aantal procedures dat werd opgestart tegen huurders. Met uitzondering van een piek in 2012, situeert dit aantal zich sinds 2009 tussen de 12.000 en 13.000 gezinnen per jaar. De meerderheid van deze huishoudens bevindt zich op de private huurmarkt.

“Over het aantal vorderingen tot uithuiszetting weten we niets.”

Over het aantal vorderingen tot uithuiszetting weten we niets. Daarover geen tabel dus.

Over het aantal effectieve uitzettingen weten we ‘iets’. Op basis van de beschikbare gegevens schatten we dat in de sociale huursector ongeveer een derde van de opgestarte procedures tot een effectieve uithuiszetting leidt. Extrapoleren we deze verhouding, dan schatten we dat er in Vlaanderen jaarlijks ongeveer 4.000 effectieve uithuiszettingen zijn.

Waar deze mensen na uithuiszetting terechtkomen, daarover weten we… niets.

1994 -2018

In 1994 riep het Algemeen Verslag van de Armoede op om via cijfers een beter zicht te krijgen op de problematiek van uithuiszetting. Maar die oproep kwam in dovemansoren terecht. Vijfentwintig jaar later staan we geen stap verder. De informatie waarover we vandaag beschikken, is beschamend schraal.

“De informatie waarover we beschikken is beschamend schraal.”

De in dit Algemeen Verslag geciteerde scherpe zinsnede van de Franse socioloog Pierre Bourdieu lijkt nog steeds relevant: “Niemand heeft er groot belang bij de waarheid over het maatschappelijk gebeuren te kennen. En vooral zij niet die overheersen, dat spreekt vanzelf.”

 

 

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen