Opinie

Label ‘Kindvriendelijke gemeente’ heeft allerlei valkuilen

Wedstrijd vervangt structurele subsidies

Sven De Visscher

Het label ‘Kindvriendelijke gemeente’ is een belangrijke hefboom geworden voor lokaal jeugdbeleid. De vraag is of zo’n label hiervoor het meest geschikte instrument is.

© Unsplash / Andrew Seaman

© Unsplash / Andrew Seaman

De kind(on)vriendelijke gemeente

Op 17 juni 2018 reikt de minister van Jeugd Sven Gatz (OpenVLD) het label voor kindvriendelijke steden en gemeenten uit. Vijftien lokale besturen kregen deze erkenning al in 2014 of 2016.

De laureaten op 17 juni zullen de erkenning niet hebben gestolen. Aan de basis van het label ligt immers een intensief traject dat door de Vereniging van Vlaamse Jeugddiensten (VVJ) werd uitgetekend. Een uitgebreide omgevingsanalyse, belevingsonderzoek en strategische planning maken hier deel van uit.

‘Het label wordt een onderdeel van city marketing.’

Als we de ervaringen van lokale mandatarissen van de vijftien gemeenten mogen geloven die eerder al het label behaalden, dan is een kindvriendelijke gemeente een werkwoord en geen bordje om aan de muur van het gemeentehuis te hangen. Het werk stopt niet bij de uitreiking van het label, maar begint dan eigenlijk pas echt.

Geen twijfel dus over de goede intenties van de winnaars. Maar wat met de verliezers, de steden en gemeenten die het label niet behalen of niet instapten in een traject? Zijn dit dan kindonvriendelijke steden en gemeenten? 

Wedstrijd

Deze vragen roepen meteen de belangrijkste valkuil op achter het label. De ondersteuning en erkenning van kindvriendelijke lokale jeugdbeleidspraktijken worden in een wedstrijd gegoten met winnaars en verliezers, met ‘labelgemeenten’ en ‘andere gemeenten’. Kindvriendelijke lokale planning wordt op die manier in alle stilte in een vermarktingsjasje gestoken.

Gemeenten kunnen vrij kiezen om in het voorbereidingstraject te stappen en ook geld te investeren in dit traject. Ze willen van de minister het label ontvangen om zo tot de club van kindvriendelijke steden en gemeenten te worden toegelaten. Eens ze het label hebben, wordt het een belangrijk onderdeel van city marketing.

De hele discussie van het label is dan ook een discussie over Vlaams jeugdbeleid en de manier waarop Vlaanderen gemeenten en steden wil ondersteunen om een jeugdbeleid of kindvriendelijk beleid te voeren.

Lokaal jeugdbeleidsplan

Ondanks de verdienste dat het label een hefboom werd om jeugd op de lokale politieke agenda te houden, biedt het niet dezelfde garantie voor een goed lokaal jeugdbeleid in alle Vlaamse gemeenten als het vroegere lokaal jeugdbeleidsplan dat bood.

Met de afschaffing van het lokaal jeugdbeleidspan werd ingespeeld op de grote onvrede, onder meer van gemeentelijke jeugddiensten, over de planlast. De middelen voor jeugdbeleid werden echter in een volgende beweging geïntegreerd in het brede Gemeentefonds, zonder garantie dat ze nog aan jeugdbeleid worden besteed.

‘De wedstrijd werd een alternatief voor structurele subsidies.’

De Vlaamse Overheid zag haar rol plots ingeperkt van aansturing en kwaliteitsbewaking naar vrijblijvende promotie en monitoring. De wedstrijd achter het label is daardoor een alternatief geworden voor structurele subsidiëring en inhoudelijke aansturing van lokaal jeugdbeleid op Vlaams niveau.

Het label lijkt bovendien niet enkel een middel om lokaal jeugdbeleid aan te sturen, maar steeds meer ook een doel op zich. Er ontstaat een institutionele sector rond het label met eigen regels, gatekeepers en bovenlokale organisaties die legitimiteit proberen te verwerven op dit thema.

Afvinken van een checklist

Er is nog een valkuil. In alle ijver om het label te behalen dreigt de discussie over wat een kindvriendelijke gemeente betekent, te verdwijnen naar de schaduw van de managementkwaliteit van het strategisch planningsproces. De argumenten waarmee de kandidaatgemeente de jury moet overtuigen, verschuiven naar dit terrein.

Zo wezen Pascal Debruyne en Jan Naert er eerder al op dat een label faalt in de praktijk als we geen structureel en gelaagd antwoord vinden voor de noden van de meest kwetsbare gezinnen. Kindvriendelijk beleid vastleggen in een label, roept het beeld op dat dit uitsluitend een kwestie is van het afvinken van een checklist met professionele interventies.

‘Wat kindvriendelijk juist betekent, verdwijnt in de schaduw.’

Daarnaast kan het label ook een commerciële invulling van kindvriendelijkheid oproepen. Naar analogie met kindvriendelijke restaurants met frietjes, appelmoes en een speelhoekje, wordt ook de kindvriendelijke gemeente dan ingevuld op basis van het principe van vraag en aanbod. De kindvriendelijke gemeente als erkende aanbieder van datgene wat kinderen of hun ouders leuk en lekker vinden, ongeacht wat de kinderen in de gemeente werkelijk nodig hebben.

Continu leerproces

Maar kindvriendelijkheid is geen verkoopsargument. Een gemeente is nooit kindvriendelijk als dusdanig. Kindvriendelijkheid is een continu en open leerproces.

‘Een kindvriendelijke gemeente is nooit af.’

Een kindvriendelijke gemeente biedt maximale ontplooiingskansen aan alle kinderen en jongeren. Ze betrekt hen actief als medeburgers in het nadenken over de gemeente van morgen.

Een kindvriendelijke gemeente is nooit af maar vraagt een voortdurend gedeeld leerproces tussen kinderen, jongeren, overheid, middenveld en andere stadsbewoners. Via dit gedeeld leerproces kunnen we tot een steeds rijker antwoord komen op de vraag wat een kindvriendelijke gemeente nu eigenlijk juist betekent en welke interventies daarvoor nodig zijn. En dat zal in iedere lokale context iets anders betekenen.

Nieuwe aansturingsvormen

Om zo’n leerproces mogelijk te maken, is er is nood aan een bredere ondersteuning en aansturing van kindvriendelijke initiatieven op lokaal niveau dan wat een label op zichzelf kan bereiken.

Steden, gemeenten en lokale middenveldorganisaties hebben baat bij nieuwe dynamieken van netwerkvorming, professionalisering, uitwisseling van praktijken, kennisontwikkeling en -deling die niet exclusief vasthangen aan de erkenning via een label.

Vlaanderen moet, binnen de context van de lokale autonomie, tegelijkertijd de kwaliteit van het lokaal jeugdbeleid bewaken en innovatie stimuleren. Op die manier kan ze een kindvriendelijk lokaal beleid in alle gemeenten aanmoedigen, met of zonder label. Een lokaal beleid dat kansen creëert voor jeugd en hen betrekt in de toekomst van de gemeente is immers een recht voor alle kinderen en jongeren.

Reacties

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.