Veel personen met een handicap komen niet rond

België is nochtans rijk genoeg

Katrijn Ruts van mensenrechtenorganisatie GRIP pleit voor voldoende inkomen om menswaardig van te leven. Zowel voor personen met een handicap als voor anderen die het nodig hebben. Ons land is rijk genoeg.  

inkomen handicap
Wie gaat samenwonen, ziet uitkering dalen. © Pixabay / Funemanka

Vooroordelen 

Heb je een laag inkomen, dan krijg je heel wat vooroordelen over je heen. Zeker als je leeft van een uitkering. Je bent al snel een profiteur, klager of luierik. Ook al kent niemand je echte situatie.  

Luisteren naar mensen over hun verleden, heden en dromen voor de toekomst, geeft al snel een veel realistischer beeld. Voor onze brochure #inclusie#inkomen spraken we met personen met een handicap over hun inkomen.  

“Hermi besteedt wel 70% van haar inkomen aan woonkosten.” 

We hoorden heel verschillende verhalen met één rode draad: een handicap verzwakt de financiële situatie van mensen. Patrick vertelde dat hij niet te veel vrijwilligerswerk mag doen. Anders wordt zijn uitkering verlaagd. Hermi besteedt wel 70% van haar inkomen aan woonkosten.  

De toekomst is vaak onzeker. Zoals bij Ben, die ondanks dat hij bijna 40 wordt, de stap naar onafhankelijkheid van zijn ouders niet durft te zetten. Of bij Eefje, die zich afvraagt of ze in de toekomst haar dochter zal kunnen geven wat die nodig heeft.  

Prijs van de handicap 

“In vergelijking met sommige andere personen met een handicap valt mijn situatie nog mee”, was het eerste wat Kathleen ons zei. Misschien klopt dat. Toch betalen personen die een handicap hebben daar een prijs voor. Een handicap zorgt vaak voor hoog oplopende kosten. 

Vergelijk je financiële situatie eens met die van je studiegenoten van vroeger, vroegen we Kathleen. Zo zet je die gelijkekansenbril op. Het feit dat Kathleen assistentie en een toegankelijke woning nodig heeft, beïnvloedt haar inkomen. In de negatieve zin.  

“Een handicap zorgt vaak voor oplopende kosten.” 

De prijs van de handicap betekent een chronische financiële aderlating. De getuigenis van Gerda illustreert welke gevolgen dit heeft. De prijs van haar handicap is even hoog als haar maandelijkse inkomen.  

Gerda krijgt bijvoorbeeld wel een persoonsvolgend budget, maar dat dekt de kostprijs van de ondersteuning die ze nodig heeft niet. Ze loopt een integratietegemoetkoming (800 euro) mis omdat haar inkomen te hoog is (1.800 euro). Hierdoor gaat haar spaargeld er helemaal aan. 

Dat maakt Gerda bovendien afhankelijk van haar familie. Voor fysieke ondersteuning en financiële steun. Het spaargeld van haar familie vermindert zienderogen. Dit terwijl haar ouders hulpbehoevend worden.  

Hulpmiddelen  

Willen we dat personen met een handicap volwaardig participeren aan onze samenleving, dan moeten we veel meer inzetten op de beschikbaarheid en terugbetaling van assistentie, aanpassingen en hulpmiddelen. 

Vandaag komen heel wat systemen gedeeltelijk tussen in de meerkosten omwille van de handicap. Die systemen zijn helaas niet sluitend. Mensen kennen ze niet, krijgen ze niet aangevraagd of vallen buiten het hokje. Of ze krijgen maar een gedeeltelijke terugbetaling terwijl het blijvende kosten zijn. Een handicap gaat namelijk niet weg.  

“Personen met een handicap betalen ook de prijs van arbeid.” 

Personen met een handicap betalen ook de prijs van arbeid. Voor wie een invaliditeitsuitkering, inkomensvervangende tegemoetkoming of integratietegemoetkoming krijgt, zijn voorzichtige stappen naar werk niet veilig en zeker.  

De inkomensvervangende tegemoetkoming daalt al snel. De integratietegemoetkoming valt weg. Door een recente maatregel kan bij deeltijds werk een deel van de invaliditeitsuitkering behouden blijven. Dat was vroeger ook al het geval, maar nu is de berekeningswijze veranderd. Niet langer het loon, maar hoeveel uren je werkt, bepaalt de hoogte van de uitkering.  

Extra rompslomp 

Het blijft onzeker hoe de adviserend artsen van de ziekenfondsen hiermee omgaan. Zo’n arts kan beslissen dat wie al een tijd deeltijds werkt eigenlijk niet meer arbeidsongeschikt is. Hij kan het statuut afnemen. De persoon kan weliswaar opnieuw een uitkering aanvragen wanneer de gezondheidstoestand terug verslechtert of de persoon het werk kwijtraakt. 

Afgezien van de extra rompslomp is de kans reëel dat de nieuwe financiële situatie moeilijker zal zijn dan bij de eerste periode van invaliditeit. De nieuwe invaliditeitsuitkering wordt immers berekend op de laatste tewerkstelling en die was deeltijds. De persoon valt dan terug op een lagere uitkering en is dus financieel nog slechter af dan bij de vorige periode van invaliditeit.  

“Onzekerheid over statuut vormt drempel naar werk.” 

Zolang mensen niet zeker zijn dat ze naar hun statuut van langdurig ziekte, met behoud van de oorspronkelijke uitkering, kunnen terugkeren, blijft er een grote drempel voor werk bestaan. Nu kan je binnen de twee jaar terugkeren naar het statuut, maar voor sommige situaties is dit te kort. 

De prijs van de arbeid is een bijkomende drempel om een gewone job uit te oefenen. Die komt bovenop alle andere drempels die structureel aanwezig zijn.  

Denk maar aan het gebrek aan aangepast werk, moeilijkheden om op een werkplek te geraken en onvoldoende ondersteuning op de werkvloer. Of het feit dat personen met een handicap vaak een lager diploma hebben. En de heersende mentaliteit die focust op wat mensen niet kunnen in plaats van op wat ze wel kunnen of kunnen leren. 

Aan liefde hangt prijskaartje 

Personen met een handicap betalen niet alleen de prijs van de handicap en de prijs van de arbeid. Ook aan de liefde hangt een prijskaartje. Wie gaat samenwonen ziet zijn of haar inkomensvervangende tegemoetkoming vaak dalen en de integratietegemoetkoming zelfs volledig wegsmelten.  

De prijs van de liefde zorgt ervoor dat mensen met een handicap geen gelijke kansen hebben op vlak van liefdesrelaties en gezinsleven. Terwijl twee samenwonenden met inkomen uit loon de mogelijkheid hebben om hun financiële draagkracht te verhogen, werkt dit bij mensen met een uitkering juist omgekeerd. Ze worden financieel afhankelijk van hun partner. Ze genieten, net als mensen met een leefloon, niet van het recht om te wonen waar en met wie ze willen. 

“Wie wil samenwonen, ziet uitkering dalen.” 

De overheid moet de meerkosten van een handicap dragen. Ik zeg bewust niet ‘de samenleving’, want dat doet te veel denken aan de courante invulling van vermaatschappelijking van zorg. Een invulling waar ik het niet mee eens ben. 

Ja, natuurlijk zijn het de burgers en dus de samenleving die belastingen betalen en zorgen voor een overheidsbudget. Maar mensen mogen niet afhankelijk zijn van hulp van familie, vrienden, buren of andere vrijwilligers voor langdurige en structurele ondersteuning.  

Werk in alle winkels  

Momenteel stelt de overheid te weinig middelen ter beschikking om te zorgen dat iedereen genoeg heeft. Welke gevolgen dit heeft voor personen met een handicap, bracht onze inclusiespiegel vorig jaar pijnlijk in kaart.  

Twee derde van de mensen met een handicap bevindt zich in de twee laagste inkomensklassen. Tegenover ruim een derde van de personen zonder handicap. 19% van de personen met een handicap heeft een inkomen onder de armoededrempel. Bij mensen zonder een handicap ligt dat op 8%. Het aantal personen met een handicap in een huishouden dat moeilijk rondkomt steeg van 19% in 2006 naar 23% in 2014. Bij personen zonder handicap bleef dit 9%. 

“Welke verkiezingsbeloftes halen het regeerakkoord?” 

Deze alarmerende vaststellingen richten de schijnwerpers op een pak domeinen waar werk aan de winkel is: werk, wonen, onderwijs, welzijn, maar ook het federale beleid rond tegemoetkomingen.   

In het federale regeerakkoord staat dat de overheid de uitkeringen zal optrekken tot aan de Europese armoededrempel. Maar er is geen geld voor, en dus wordt deze belofte verbroken. Binnenkort zitten we weer in verkiezingsmodus. Wat zullen deze keer de beloftes zijn?  

Afgezwakte beloftes 

Zal men de minimumdoelstelling van uitkeringen op niveau van de armoededrempel nog vooropstellen? Of wordt het een afgezwakte belofte, uit angst dat ze toch niet gehaald kan worden. 

“We mogen niet blind zijn voor machtsstructuren.” 

Zolang er geen radicale omslag komt in het denken over verdeling van rijkdom en budgetten, zullen mensenrechten van veel burgers continu geschonden worden. We mogen niet blind zijn voor de heersende machtsstructuren in de maatschappij.  

Ja, er is in België sprake van een tweedeling tussen de ‘haves’ en de ‘have-nots’. Waarbij het de ‘haves’ zijn die bepalen hoe het overheidsgeld verdeeld wordt, en welke systemen van herverdeling er gebruikt worden. Personen met een handicap behoren doorgaans tot de ‘have-nots’. 

Revolutie van de onderdrukten 

Er is nood aan een revolutie van onderdrukten. Maar hoe begin je daaraan?  

Een sociale verandering voltrekt zich pas zodra voldoende mensen zich bewust zijn van het probleem. Vervolgens moeten ze van mening zijn dat het beleid niet doet wat het zou moeten doen. Mensen moeten ook geloven dat er alternatieven zijn. En de stem van wie zich in de marge bevindt moet veel meer ruimte krijgen. Met GRIP proberen we aan deze revolutie bij te dragen.     

Een toveroplossing bestaat niet. Er moet veel veranderen op veel terreinen. Maar het begint bij een duidelijk uitgangspunt: Mensenrechten eerst. En dat is bij het huidige beleid niet het geval. 

“Ons bruto nationaal product is groot genoeg.” 

“Het beleid kent zijn prioriteiten. De bestelling van gevechtsvliegtuigen kan niet uitgesteld worden. Wachtlijsten horen elders thuis, niet bij defensie”, hekelde onze voorzitter in ons jaarverslag. 

Veel geld dat kan ingezet worden voor wie het nodig heeft, vloeit momenteel naar elders. Laat ons samen pleiten voor een aanwending van overheidsgeld waarbij het garanderen van mensenrechten op de eerste plaats komt. Vóór al de rest. Daarvoor is ons bruto nationaal product groot genoeg.  

Logica van de schaarste 

Met een schaars budget is de hamvraag telkens: “Van wie nemen we iets af om aan anderen wat meer te geven?” De ene schrijnende situatie wordt afgewogen tegen de andere. Er gaat te veel tijd, geld, energie, denkwerk en organisatie verloren aan onderzoeken en beargumenteren wat nu de rechtvaardigste verdeling is van het beschikbare geld.  

Dit lost de kern van het probleem niet op: er zijn te veel mensen die niet kunnen volgen in de ratrace. We slagen er niet in om hen toch duurzame perspectieven te bieden.  

“Schrijnende situaties worden tegen elkaar afgewogen.” 

Het is bovendien een verkeerd uitgangspunt, want zo krijgen we nooit een verbetering van het algemeen beschermingsniveau. Het helpt de strijd voor mensenrechten voor iedereen niet vooruit.   

Sterker nog, de logica van de schaarste plaatst bevolkingsgroepen in concurrentie met elkaar. Het voedt de negatieve energie en vooroordelen. Het belemmert dat mensen elkaar helpen. 

Menswaardig 

Belangenorganisaties worden verleid om te applaudisseren wanneer er iets gedaan wordt voor hun achterban. Ongeacht waar de budgetten van de maatregel vandaan komen.  

“Iedereen heeft recht op voldoende hoog inkomen.” 

Ik weiger mee te gaan in dit verhaal van de logica van de schaarste. De juiste vraag is niet: “Als Janneke en Mieke allebei niet rondkomen, wie heeft dan het meeste recht op hulp?” Effectiever is de vraag: “Wat betekent het voor Janneke en Mieke om niet financieel rond te komen en hoe kunnen we hun beide situaties verbeteren?” 

Het enige juiste uitgangspunt is dat iedereen een menswaardig leven moeten kunnen leiden. Dat betekent dat iedereen recht heeft op een voldoende hoog inkomen. Laten we daar samen voor opkomen. 

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen