Opinie

‘Anno 2019 moet iedereen aan de slag rond mediawijsheid’

Davy Nijs, Nathalie Drooghmans

De digitale wereld zet de deur open naar nieuwe vrienden, een andere job, een leuke hobby. Heeft iedereen dezelfde kansen om van het internet en sociale media gebruik te maken en er goed mee om te gaan? Hoe zit dat bijvoorbeeld in de jeugdhulp of de zorg voor personen met een handicap?

mediawijsheid

© Unsplash / John Schnobrich

Onderzoek

Digitale media zoals YouTube, Snapchat, LinkedIn, Tinder of Facebook worden door de ene verketterd en door de andere de hemel in geprezen. Veel hangt af van de kwaliteit van het aanbod en de vaardigheden om daar verstandig mee om te gaan. Mediawijsheid noemen we dat.

Dat begrip wordt op verschillende manieren gedefinieerd. Het komt er steeds op neer dat men optimaal gebruik weet te maken van de mogelijkheden van mediatoepassingen binnen verschillende levensdomeinen zoals leren, sociale contacten of gezondheid. Daarbij is het ook belangrijk te weten waar beperkingen en risico’s liggen van die mediatoepassingen.

‘Er ligt nog werk op de plank.’

Het jaarlijks Vlaams Mediawijs Congres brengt expertise daarover samen en maakt een stand van zaken op. Dit jaar gaat alle aandacht naar mediawijsheid binnen welzijnsorganisaties. Dat congres werd voorbereid door onderzoekers van UC Leuven-Limburg. Ze gingen onder andere in gesprek met sociale professionals uit de integrale jeugdhulp, de zorg voor personen met een beperking en het buitengewoon onderwijs. Zij wijzen de weg naar heel wat uitdagingen en aanbevelingen.Het onderzoeksrapport is beschikbaar via de website van UC Leuven-Limburg.

Infrastructuur en vaardigheden

Goed nieuws: de digitale wereld is anno 2019 geen onbekende voor sociale professionals en hun cliënten. Maar er ligt nog werk op de plank.

Toegang tot digitale media blijft in sommige organisaties een aandachtspunt. Een begeleider in de zorg voor personen met een handicap maakt zijn wens kenbaar: “Ook in de leefgroep zouden computers, laptops, tablets én goede wifi voorzien moeten worden.”

Gericht investeren is een must. In de nodige hard- en software en internettoegang. Maar het gaat ook om het ondersteunen van cliënten zodat ze van deze infrastructuur gebruik kunnen maken.

Bovendien moeten welzijnsorganisaties zich online blijven profileren en ook langs deze weg communiceren met cliënten, stakeholders en netwerkpartners. Dit ligt in de lijn van het beleidsplan van de minister van Welzijn dat inzet op onlinehulpverlening.

Digitale participatie en online weerbaarheid

Welzijnsorganisaties moeten ook verder inzetten op online participatie van hun cliënten. Een jongere die in de jeugdhulp verblijft en feilloos de app van De Lijn kan gebruiken, moet voor die informatie niet langer aankloppen bij zijn begeleider. Voor iemand die omwille van een beperking minder mobiel is, opent Skype een nieuwe wereld.

Maar wie of wat zorgt ervoor dat deze mensen dat aanbod kennen en onder de knie krijgen?

Vorming en opleiding rond digitale media kunnen daarbij helpen. Maar ook een meer pragmatische ondersteuning bij het dagelijks gebruik van digitale media door cliënten. Een jeugdhulpverlener ziet dat zo: “Het zou een meerwaarde zijn als er binnen de voorziening aangepaste workshops georganiseerd kunnen worden. Begeleiders zijn daarbij enkel ter ondersteuning aanwezig.”

‘Vorming en opleiding kunnen helpen.’

Er bestaan al heel wat degelijk onderbouwde methodieken en lespakketten die mensen mediawijs op weg helpen. Zo werd vanuit het jeugdwerk Enter Escape ontwikkeld. Dat is een digitaal escape game voor kinderen en jongeren waarin veilig en verantwoord mediagebruik centraal staan. Probleem: vaak zijn deze initiatieven onvoldoende afgestemd op cliënten in zorg en welzijn.

Experten met voldoende voeling met deze cliënten moeten samen met welzijnsorganisaties zo’n aanbod ontwikkelen. Momenteel bestaan er enkele organisaties die, vaak op projectmatige basis, materialen en methodieken aanpassen zodat ze gebruikt kunnen worden in welzijnsorganisaties. Maar dat moet een permanent en duurzaam karakter krijgen, beter gericht op de noden van het werkveld.

Ook de overheid heeft hier een opdracht. Zij kan hogescholen en universiteiten stimuleren om hier een rol in op te nemen vanuit onderzoek naar mediawijsheid bij deze cliënten.

Mediawijsheid in DNA

Cliënten van welzijnsorganisaties moeten kunnen groeien in mediawijsheid. Gelukkig wordt die ambitie vandaag niet meer in vraag gesteld.

Het lijkt dan ook logisch dat welzijnsorganisaties mediawijsheid als een evidentie beschouwen. Ze moeten het een plaats geven op alle beleids- en werkniveaus.

Dat betekent dat bestuurders van welzijnsorganisaties voldoende financiële en beleidsruimte voorzien om mediawijsheid in te bedden in de organisatie. Dat is niet evident, zo stelt een jeugdhulpverlener: “Beleid moet mee zijn met sociale en digitale media, omdat het deel uitmaakt van het dagelijkse leven. Het wordt nog beschouwd als een pluspunt, maar zou dat niet meer mogen zijn.”

Algemene richtlijnen op sector- of koepelniveau kunnen hier helpen. Op afdelingsniveau betekent dit onder meer gericht werken aan mediawijsheid via jaarplannen of leerlijnen. Op cliëntniveau betekent dit dat digitale mediawijsheid in de ondersteuning geïntegreerd wordt, niet als iets speciaals, maar ook hier als een inherent onderdeel van de relatie tussen cliënt en hulpverlener. Dat moet zichtbaar worden in (be)handelingsplannen maar ook in spelregels die samen met cliënten opgemaakt worden.

In de volgende beleidsnota van de minister van Welzijn zouden we mediawijsheid dan ook graag expliciet opgenomen zien. Hiermee zou het thema ook binnen het beleidsdomein Welzijn een plaats krijgen, naast de aandacht die het nu al krijgt in de plannen van de huidige ministers van Media en Onderwijs.

Meer professionalisering

Medewerkers van welzijnsorganisaties worden uitgedaagd om mediawijsheid mee te ondersteunen. Maar ze missen nog de nodige bagage. Er is een duidelijke nood om nog sterker in te zetten op ‘mediawijs’ personeel.

‘Ook lokale experten zijn nodig.’

Die noodzakelijke professionalisering situeert zich op meerdere niveaus. Alle professionals zouden zelf een basisniveau van mediawijsheid moeten kunnen voorleggen. Dat is een uitdaging voor opleidingen en bijscholing.

Ook lokale experten zijn nodig. Zij zetten binnen de eigen organisatie specifieke kaders uit. Binnen onderwijs vervullen mediacoaches die opdracht nu al. Er is ook nood aan een centraal aanspreekpunt dat externe expertise kan aanleveren. Deze experten kunnen het thema ‘digitale mediawijsheid’ vertalen naar de alledaagse situatie binnen deze welzijnsorganisaties. Zij kunnen ervoor zorgen dat ‘lokale experten’ door de bomen van ‘mediawijze informatie’ het bos blijven zien.

Expertise uitwisselen

Dat brengt ons bij het belang van informatie-uitwisseling. “Organisaties moeten informatie met elkaar uitwisselen. Zo kan je van elkaar leren en zien welke beleidslijnen en werkpraktijken andere organisaties uittekenen. Die doorstroming van informatie kan tot leuke situaties leiden’, aldus een begeleider.

‘Samenwerking moet gefaciliteerd worden.’

Het valt op dat welzijnsorganisaties nog vaak elk apart rond mediawijsheid aan de slag gaan, ondanks het feit dat ze veel thema’s delen. Goede praktijken rond bijvoorbeeld het opmaken van een beleid rond mediawijsheid, samenwerken met ouders, uitwerken van educatief materiaal of ontdekken van bruikbare toepassingen worden onvoldoende gedeeld. Hier zou samenwerking gefaciliteerd moeten worden. Daarbij moet het netwerk van cliënten, bijvoorbeeld de ouders, betrokken worden.

Verschillende initiatieven maken zo’n uitwisseling tussen organisaties mogelijk: een gebruiksvriendelijke database of lerende netwerken, bijvoorbeeld.

Groeimarge

Welzijnsvoorzieningen gaan aan de slag rond mediawijsheid. Maar er is nog heel wat groeimarge.

Het zou een grote stap vooruit zijn, mocht de volgende minister van Welzijn mediawijsheid expliciet opnemen in zijn beleidsnota. Het opzetten van een structuur die mediawijsheid in welzijnsorganisaties ter harte neemt, is dan een volgende logische stap. Dit kan in samenwerking met de ministers van Media en Onderwijs. Ook hogescholen en universiteiten kunnen dit ondersteunen door het thema mediawijsheid voor kwetsbare groepen hoger op hun agenda te plaatsen. We kijken uit naar de toekomst!

Reacties

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.