Column

‘We gaan de teamvergadering afschaffen’

Peter Dierinck

Peter Dierinck

Peter Dierinck is medewerker van TeGek? en psycholoog in het Psychiatrisch Centrum Gent-Sleidinge. Hij werkt momenteel binnen een pilootproject ‘Kwartiermaken’.

teamvergadering

© Unsplash / Charles Deluvio

“We gaan de teamvergadering afschaffen.” Terwijl ze het zegt, geeft de coördinator van Rehab een A4-tje met uitleg aan de aanwezige teamleden. Niemand lijkt echt verrast. De tekst wordt de week nadien nog eens besproken maar het besluit is genomen: we stoppen ermee.

‘De klemtoon ligt vooral op het naar elkaar luisteren en het samen spreken.’

Dit is het laatste dominosteentje dat valt. We hadden eerst een klassieke vergadering waarin personeel van de afdeling afspraken maakte over patiënten. Nadien werden op die vergadering patiënten uitgenodigd. Nog later kwamen er rondom een patiënt ‘mini-teams’ die hun bevindingen rapporteerden aan het hele team.

Nu hebben we dit nieuwe stadium bereikt: de volledige autonomie van de mini-teams. Ze vormen de spil van de werking om te zorgen voor re-integratie van mensen met een psychische kwetsbaarheid.

Rehab

Rehab is een afdeling van het Psychiatrisch Centrum Gent-Sleidinge. Het is een plaats waar hoofdzakelijk dakloze mensen met een psychische kwetsbaarheid verblijven tot we samen met hen een woning hebben gevonden.

Het is de afdeling waar ik sinds 1993 aan verbonden ben, de eerste twintig jaar als psycholoog, daarna als inhoudelijke ondersteuner. De evolutie van onze teamvergaderingen loopt parallel met een vernieuwde aanpak waarbij de regie steeds meer ligt bij de persoon die in opname is.

De mini-teams helpen ons daarbij. Rond elke opgenomen patiënt wordt een team samengesteld, niet alleen met professionals van binnen en buiten de eigen afdeling maar ook met belangrijke ‘derden’ zoals familie, vrienden of een bewindvoerder.

Op zo’n team praten we vanuit gelijkwaardigheid. Er wordt gezamenlijk beslist, maar beslissingen kunnen altijd worden herzien of bijgestuurd. Los van het beslissen, ligt de klemtoon in zo’n team vooral op het naar elkaar luisteren en het samen spreken. Het bij elkaar komen, is een proces dat verandering mogelijk maakt.

Mooi moment

Het mini-team zorgt ervoor dat de persoon in opname zelf optimaal verantwoordelijkheid kan nemen. De patiënt ervaart meteen ook hoe belangrijk hij is voor anderen. Voor professionals is het nieuw dat ze zich laten informeren door de patiënt en mensen uit zijn omgeving. Het geeft vaak een andere en meer positieve blik op iemand.

‘De psychiater was verrast te horen hoeveel ze voor hem had betekend.’

Een van de mooiste momenten die ik meemaakte met onze mini-teams was een bijeenkomst met iemand in opname die eigenlijk niemand had die voor hem belangrijk genoeg was om aan te sluiten. En toch. Bij verder doorvragen vertelde hij over vrienden van jaren geleden. Hij wilde eventueel ook een psychiater uitnodigen die ooit heel steunend was geweest.

Het duurde even voor we ze konden bereiken maar de vrienden en de psychiater kwamen uiteindelijk wel opdagen. De vrienden spraken op een liefdevolle manier over hem. Verhalen over her verleden toonden dat hij intussen heel wat veranderd was, iets wat hij zelf niet meer zag. Dit was ook een openbaring voor mij en mijn aanwezige collega. De psychiater was verrast te horen hoeveel ze voor hem had betekend en was blij dat ze nu opnieuw kon bijdragen.

De man vond dankzij dit mini-team de moed om verder te doen. Vanuit de afdeling vonden we nieuwe wegen waarop we samen met hem konden inzetten. Een grandioos succes.

Ouderwets

Terug naar de klassieke teamvergadering. Dat is, zeker in een hiërarchische omgeving als een psychiatrisch ziekenhuis, de veruitwendiging van een verticaal georganiseerde samenleving. Aan de top staat een psychiater, coördinator of psycholoog die bepalend is voor het verloop en de uitkomst van de vergadering. De persoon in opname staat onderaan in de hiërarchie. Hij mag al blij zijn dat hij gehoord wordt.

‘Aan de top staat de psychiater of coördinator die bepalend is voor het verloop en de uitkomst van de vergadering.’

De wekelijkse teamvergadering is ook een plek waar kennis wordt uitgewisseld over de werking van de hersenen, over wanen, hallucinaties en dwanghandelingen of over diagnoses. Vaak is dit een zeer bevreemdend gesprek, ver weg van de alledaagse realiteit van mensen in opname. Ver weg van noodzakelijke mededogen en het oog dat we moeten hebben voor de individuele wilskracht en sterktes van iemand in opname.

Veel teams en ziekenhuizen willen met de beste intenties herstelgericht aan de slag gaan. Maar ze vergeten de verticale verhoudingen aan te pakken. Dan krijg je schijn-inspraak.

Zo hoorde ik een psychiater eens trots vertellen over het uitnodigen van de patiënt op een teamvergadering. Na wat doorvragen, bleek dat er door het team eerst zonder de patiënt vergaderd werd. Nadien mocht hij aansluiten bij een team dat al een standpunt had ingenomen.

Het zijn deze oefeningen die als schaamlapje dienen om op websites van de instelling aan te geven dat men ‘zorg op maat’ voorziet. Mooi niet dus.

Je mag van mening verschillen

Een horizontale, niet-hiërarchische aanpak houdt in dat collega’s in nabijheid van de patiënt ook van mening mogen en durven verschillen. Dat vraagt dat we ons als hulpverlener kwetsbaar opstellen. Deze kwetsbaarheid spiegelt de kwetsbaarheid van de patiënt waardoor hij zich kan herkennen in verschillende meningen en standpunten.

‘Een niet-hiërarchische aanpak houdt in dat collega’s ook van mening mogen verschillen.’

De ervaring leert dat er zo een nieuw spreken ontstaat, los van vooroordelen en stigma. Helaas: als we de psychiatrie wereldwijd bekijken dan is de klassieke teamvergadering als symptoom voor de verticaal georganiseerde afdeling nog altijd overheersend. Het is hoe een afdeling in een psychiatrische instelling zich natuurlijk lijkt te ontwikkelen, net omdat het bedacht werd vanuit het oogpunt van degenen die er werken.

In de muren ingebakken

Een Nederlandse vriend omschreef het als: “Dit zit in deze muren ingebakken”.

Het is belangrijk dat we ons als hulpverleners bewust zijn van deze automatische ontwikkeling. Enkel zo kunnen we voldoende energie investeren in een tegenbeweging die vertrekt vanuit het belang van de persoon in opname.

Een werking met miniteams is dan ook nooit helemaal verworven. Een directie, een coördinator en een aantal steunende teamleden zijn nodig om deze werking als rode draad vast te houden. Zeker omdat er in de loop der tijd altijd personeelswissels zullen zijn. Zonder die rode draad ligt een terugval naar het klassieke systeem altijd op de loer.

Reacties [10]

  • Iris Turck

    Zéér mooi en waardevol!

  • Frank Dierickx

    Ik ben een ouwe klinisch psycholoog van bijna 75 en ik heb ik mijn gehele carrière nog nooit een mens ontmoet die psychisch beter is geworden van een teamvergadering. Het zijn de zorgverleners zelf die daar nood aan hebben.

  • Ward w

    Deze klassieke hiërachie zit inderdaad reeds jarenlang gebeiteld in onze voorzieningen ook buiten de psychiatrie.
    Mini-teams ontstonden meestal vanuit de noodzaak aan een meer cliënt/patiëntgerichte aanpak en gaf meer voldoening voor alle betrokken partijen. Deze aanpak dient echter dan ook gedragen te worden door het beleid wil het niet een stille dood sterven.

  • Johan Roels

    2/2

    Wanneer gaan leidinggevenden eindelijk beseffen dat in vergaderingen de echte ervaringsdeskundigen, hier de patiënt en zijn dichte omgeving, op gelijke voet dienen te staan als de experten? Wanneer gaan leidinggevenden eindelijk beseffen dat ze dienen te dialogeren in plaats van te vergaderen? Dat in een dialoog er geen hiërarchie is?

    Er is blijkbaar nog veel werk aan de winkel om te beseffen dat in creatieve wisselwerking het resultaat niet op voorhand gekend is en dat door echt luisteren en waarderend begrijpen, mede door nederige vragen te stellen, men uiteindelijk tot inzichten komt die de motor zijn van de noodzakelijke transformatie.

    Creatively,
    Johan

  • Johan Roels

    1/2

    Eigenlijk toch schrijnend dat in deze context blijkbaar nog steeds de top-down benadering schering en inslag is. Het is dit jaar een halve eeuw geleden dat ik in de hiërarchische omgeving, dat een chemisch bedrijf in de Gentse Kanaalzone toen was, het totale kader een driedaagse opleiding kreeg over gezamenlijke besluitvorming. Op het einde van de driedaagse had een effectieve vergadering plaats. Ik kreeg er echter weet van de topdirectie voor die laatste vergadering al ‘hun’ vergadering hadden gehad en dat dus de beslissingen reeds genomen waren. Toen ik dit tijdens de effectieve vergadering stelde, en dat ik en de andere kaderleden er voor spek en bonen bijzaten en daardoor aantoonde dat de vergadering gemanipuleerd werd, is het nooit meer echt goed gekomen tussen mij en de directeur in kwestie.

    (wordt vervolgd)

  • Christel van der Pol

    Voor een familie-ervaringsdeskundige klinkt dit als muziek in de oren. Zo vaak worden de naasten vergeten en kunnen ze geen bijdrage leveren aan het herstel. Zij kunnen in “het gewone leven” ondersteunen als ze maar weten hoe en waarom. Een positief ingesteld netwerk kan het verschil maken tussen falen en slagen.

  • tom van den abeele

    Ik heb anderhalf jaar als ervaringswerker gewerkt op een afdeling Algemene Psychiatrie waar herstelgericht werken al helemaal verankerd was in hun werking. Ze werken ook al een hele tijd met mini-teams wat door zowel de hulpverleners als door de patiënten zeer helpend werd ervaren. Een patiënt volgt tijdens zijn opname verschillende therapieën en het is zeer belangrijk dat elke hulpverlener vanuit zijn discipline zijn visie over de behandeling kan delen. Omdat het organisatorisch niet mogelijk is om dit allemaal binnen een mini-team te doen blijft een teamvergadering wel essentieel omdat anders de kijk van de bewegingstherapeut, de ervaringswerker, de creatieve therapeut … verloren zou gaan. Een combinatie van zowel mini-teams als teamvergaderingen lijkt me dan ook essentieel om het herstel van onze patiënten te bevorderen. En onze teamvergaderingen gaan gelukkig niet enkel over diagnoses of wanen maar ook over de krachten en talenten van onze patiënten.

  • Luc Deneffe

    Geeft zoveel lucht, ook al voelt het evident aan.
    Hoe zou ik het willen?

  • Fré van GTB

    Als buitenstaander in REHAB zie ik hoe de afdeling steeds probeert de regie in handen te geven/houden van de patiënt. Ik ben benieuwd hoe de zoektocht naar het aan het stuur zetten van de klant (ook bij GTB ontzettend belangrijk) zal verlopen. Het is waardevol om af en toe op een miniteam te mogen aanwezig zijn en het thema ‘werk’ mee in te vullen. #samenkunnenwe

    Verder grote voorstander om echte teamvergaderingen af te schaffen.

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.