Achtergrond

Geweld tussen broers en zussen: het onzichtbare leed

Stien Platinck, Kasia Uzieblo

Geweld tussen broers en zussen komt vaker voor dan we denken. Alleen weet niemand ervan. Onderzoek, media, hulpverlening en slachtoffers hullen zich in stilzwijgen. De masterproef van Stien Platinck maakt daar een einde aan: “Het is belangrijk om siblinggeweld de aandacht te geven die het verdient.”

siblinggeweld

© Unsplash / Sharon Mccutcheo

Langste relatie van je leven

De relatie met broers en zussen, we noemen ze ook ‘siblings’, is voor veel mensen de langste relatie die ze tijdens hun leven hebben. Deze relatie is niet onbelangrijk. Is die gezond, dan heeft dat een positieve invloed op het zelfbeeld en de sociale, cognitieve en emotionele vaardigheden van mensen.

‘Siblinggeweld krijgt nauwelijks aandacht. Het lijkt wel onzichtbaar.’

Maar als broers en zussen zich vijandig of agressief tegenover elkaar opstellen, dan kan dat een waaier aan problemen veroorzaken zoals een laag zelfbeeld, stress, angstklachten of antisociaal gedrag. Die problemen kunnen zowel opduiken in de kindertijd als bij volwassenen.Yeh, H. C. and Lempers, J. D. (2004), ‘Perceived Sibling Relationships and Adolescent Development’, Journal of Youth and Adolescence, 33(2), 133-147.

Grensoverschrijdend gedrag komt vaak voor

Grensoverschrijdend gedrag of geweld tussen siblings komt vaker door dan mensen denken.

Onderzoekers geven aan dat siblinggeweld de meest voorkomende vorm van huiselijk geweld is.Morrill, M., e.a. (2018), ‘An exploration of the relationship between experiences with sibling abuse and peer bullying: A pilot study’, Journal of Child & Adolescent Trauma, 11.Ongeveer de helft van de kinderen wordt minstens eenmaal per jaar met siblinggeweld geconfronteerd.Button, D. and Gealt, R. (2010), ‘High Risk Behaviors Among Victims of Sibling Violence’, Journal of Family Violence, 25.

Geweld tussen siblings heeft, net als andere vormen van huiselijk geweld, ernstige gevolgen voor slachtoffers en plegers. Toch krijgt het thema nauwelijks aandacht in de literatuur, media of sensibiliseringscampagnes. Siblinggeweld lijkt wel onzichtbaar. Het maakt dat geweld tussen broers en zussen nog steeds te weinig herkend en erkend wordt, niet alleen door ouders maar ook door hulpverleners. Kennis en inzichten over dit fenomeen blijven veel te beperkt.

COVID-19

Dat bleek ook tijdens de coronacrisis.

Al bij de start van de crisis vreesden experten een toename van huiselijk geweld. In een persbericht van 23 maart titelde de hulplijn 1712: “Tijdens de coronacrisis verwachten we een toename van conflicten en geweld in gezinnen. Vandaag al krijgen vele politiezones en parketten meer klachten over familiaal geweld.”

‘Het kan gaan om fysiek, psychisch, of seksueel geweld.’

Er kwamen verschillende maatregelen: hotels stelden hun deuren open voor slachtoffers van huiselijk geweld, hulp- en chatlijnen breidden hun openingsuren uit, bij apothekers konden slachtoffers het codewoord ‘Masker 19’ gebruiken en de overheid lanceerde nieuwe sensibiliseringscampagnes rond huiselijk geweld.

Allemaal positief, alleen had men het steeds weer over twee specifieke vormen van huiselijk geweld: partnergeweld en kindermishandeling. Andere vormen van huiselijk geweld, waaronder geweld tussen broers en zussen, werden nooit vernoemd.De Vogel, V. en Uzieblo, K. (2020), ‘Geweld in tijden van Corona. Hoe de COVID-19 pandemie het stereotype denken over huiselijk geweld nog duidelijker blootlegt’, De Psycholoog, Oktober, 34-42.

Geweld of rivaliteit?

Onder ‘siblings’ verstaan we biologische broers en zussen, maar ook halfbroers -en zussen, stiefbroers -en zussen, pleegbroers -en zussen en fictieve zussen en broers. Die laatste zijn siblings die geen biologische band hebben, maar worden behandeld alsof ze dat wel hebben.Caffaro, J. and Conn-Caffaro, A. (1998), Sibling abuse trauma: Assessment and intervention strategies for children, families, and adults, New York, Haworth Maltreatment & Trauma Press.

‘Niet elke duw of ruzie is siblinggeweld.’

Siblinggeweld kan net zoals ander familiaal geweld verschillende vormen aannemen. Het kan gaan om fysiek (slaan, schoppen), psychisch (beledigen, kleineren) en/of seksueel geweld (strelen, aanraken van geslachtsdelen). Nog al te vaak wordt geweld tussen siblings als een vorm van ruziemakerij gezien. Men bekijkt het eerder als rivaliteit dan als een vorm van geweld.Eriksen, S. and Jensen, V. (2009), ‘A Puch or a Punch: Distinguishing the Severity of Sibling Violence’, Journal of Interpersonal Violence, 24.

Dit betekent natuurlijk niet dat we elke ruzie of duw tussen broers en zussen als siblinggeweld moeten beschouwen. De vraag is wel hoe we ‘normale’ rivaliteit onderscheiden van siblinggeweld?

Normale rivaliteit tussen siblings is een gezonde vorm van competitiviteit waarbij niemand gekwetst geraakt. Bij siblinggeweld gaat het om een herhaald patroon van fysiek, psychisch of seksueel gewelddadige gedragingen die bij het slachtoffer ernstige schade berokkenen.Caffaro, J. (2020), ‘Sibling Abuse of Other Children’, in R. Geffner, e.a. (Red.), Handbook of Interpersonal Violence Across the Lifespan,Cham (CH), Springer.

Siblinggeweld is niet onschuldig

Siblinggeweld is dus zeker niet onschuldig. Het is even ingrijpend als partnergeweld.Caffaro, J. (2020), ‘Sibling Abuse of Other Children’, in R. Geffner, e.a. (Red.), Handbook of Interpersonal Violence Across the Lifespan,Cham (CH), Springer.

‘Het geweld heeft een grote impact op slachtoffers. Vaak dragen ze de gevolgen hun hele leven met zich mee.’

Het geweld heeft een grote impact op het fysiek, sociaal en psychisch welzijn van slachtoffers. Ze dragen de gevolgen vaak hun hele leven met zich mee. Slachtoffers worstelen tot laat in de volwassenheid met een laag zelfbeeld, depressie en angsten. Anderen uiten hun frustraties, angst en woede met agressief of zelfdestructief gedrag.van Berkel, S., Tucker, C., and Finkelhor, D. (2018), ‘The combination of sibling victimization and parental child maltreatment on mental health problems and delinquency’, Child Maltreatment, 23.

Onderbelicht, ook in België

Net omdat siblinggeweld zo weinig aandacht krijgt en naar ons weten in België nog niet eerder onderzocht werd, besloten we er in kader van een masterproef onderzoek naar te voeren.

‘Zowel meisjes als jongens kunnen het slachtoffer worden.’

Met deze studie wilden we zowel zicht krijgen op de relatie tussen siblinggeweld en psychosociaal welzijn, als op het hulpzoekend gedrag van slachtoffers. We wilden weten wat slachtoffers nodig hebben op vlak van hulp, en waar ze hulp zochten. In totaal namen 498 slachtoffers (85 procent vrouwen) deel aan een anonieme online survey.Het grote aantal vrouwelijke deelnemers aan de studie betekent niet dat vrouwen vaker slachtoffer zijn van siblinggeweld: uit enkele studies blijkt dat er geen verschil is in slachtofferschap. Een mogelijke verklaring zou het taboe kunnen zijn dat nog steeds rust op mannelijke slachtoffers van huiselijk geweld. Het blijft een veelvoorkomende opvatting dat mannen altijd de pleger zijn van grensoverschrijdend gedrag en nooit het slachtoffer. Dit kan ervoor zorgen dat mannen niet durfden deel te nemen aan het onderzoek. Ook merken we dat mannen minder gemakkelijk uit eigen beweging aan (online) studies deelnemen.

Hoe meer geweld, hoe meer stress

Uit de bevraging blijkt dat in 72 procent van de situaties het grensoverschrijdend gedrag gesteld werd door een broer, bij 25 procent was er sprake van een vrouwelijke pleger. Zo’n 11 procent van de slachtoffers waren mannen, 88 procent waren vrouwen.

Kortom, zowel meisjes als jongens kunnen het slachtoffer worden van siblinggeweld. Het geweld kan zowel door een zus als broer gepleegd worden.

‘Slachtoffers ervaren stress, angst en depressieve klachten.’

Andere opvallende vaststelling: slechts de helft van de slachtoffers ervaarde het gedrag op het moment van de feiten als grensoverschrijdend. Vele jaren later – op het moment van onze bevraging – ervaarde 76 procent het gedrag van hun broer of zus als grensoverschrijdend.

Onze bevraging bevestigde ook wat eerdere internationale studies al aantoonden: hoe meer geweld men binnen de sibling relatie ervaart, des te meer de slachtoffers te maken krijgen met stress, angst, depressieve klachten en een lager emotioneel, psychisch en sociaal welbevinden.

Amper vier op tien zocht hulp

Slechts 38 procent van de slachtoffers zocht ooit hulp. Zij die wel hulp zochten, spraken met een psycholoog (70 procent), familie (52 procent), vrienden (49 procent) of de huisarts (38 procent). Dit zijn de hulpbronnen die door slachtoffers als het meest behulpzaam ervaren werden.

‘Veel slachtoffers schamen zich.’

Slachtoffers van siblinggeweld geven aan dat ze vooral op zoek waren naar een luisterend oor en iemand om mee te praten. Ze vroegen om hulp nadat anderen, bijvoorbeeld familieleden, opmerkten dat er iets gaande was of getuige waren geweest van het geweld. Anderen zochten pas hulp als ze geen andere uitweg meer zagen, of wanneer het slachtoffer nood had aan veiligheid.

Angst voor de omgeving

Veel slachtoffers hebben angst voor de reactie van de omgeving. Ze vreesden dat ze niet serieus zouden genomen worden en hadden schrik dat de pleger erachter zou komen. Veel slachtoffers schamen zich ook. Het zijn voor slachtoffers belangrijke redenen om de stap naar hulp niet te zetten.

Maar slachtoffers benoemden ook andere redenen waarom ze geen hulp zochten: ze wisten niet waar ze terecht konden, verwachtten moeilijkheden bij het vinden van geschikte hulp, botsten op lange wachtlijsten voor betaalbare hulpverlening of beschikten niet over de financiële middelen voor snellere hulp.

siblinggeweld

“Veel slachtoffers hebben angst voor de reactie van de omgeving. Ze vreesden dat ze niet serieus zouden genomen worden.”

© 123RF

Kloof

En als er toch hulp was, dan sloot die niet altijd aan op de noden van slachtoffers.

Veel slachtoffers geven aan dat ze op zoek waren naar informatie over siblinggeweld en mogelijke hulp om zichzelf in veiligheid te brengen, maar deze hulp en informatie kregen ze onvoldoende. Ter illustratie: tien slachtoffers uit de bevraging hadden liefst in veiligheid worden gebracht, slechts een iemand kreeg ook effectief deze hulp.

De hulp sloot niet altijd aan op de noden van slachtoffers.’

Dit is waardevolle informatie voor hulpverleners. Het wijst er ook op dat we meer naar de noden van slachtoffers moeten luisteren. Het is ook een duidelijke oproep om informatie over siblinggeweld en wat slachtoffers kunnen doen om zichzelf in veiligheid te brengen meer te verspreiden.

De slachtoffers die nooit hulp hadden gezocht, gaven onder andere aan dat ze er geen nood aan hadden, dat ze de situatie geaccepteerd hadden of het gedrag van de sibling op het moment van de feiten niet als boosaardig of grensoverschrijdend hadden ervaren. Anderen gaven aan dat de situatie door gezinsleden of andere vertrouwenspersonen als normaal werd aanzien, geminimaliseerd of zelfs weggelachen werd, of dat ze het gevoel hadden dat ze overdreven.

Ook weerhielden gevoelens van schaamte en angst voor de negatieve gevolgen voor de pleger dan wel voor het hele gezin verschillende slachtoffers om hulp in te schakelen.

Is hulp zoeken bevorderlijk voor het welzijn?

Het is opvallend dat slachtoffers die hulp zochten meer angsten en depressieve klachten ervaarden dan personen die geen hulp hadden gezocht. Deze bevinding gaat in tegen de verwachting dat hulp zoeken bevorderlijk is voor het psychisch welzijn.

‘Hulp moet voldoende kwalitatief zijn.’

Het zou echter kunnen dat hulp zoeken op zich niet per se bevorderlijk is voor het welzijn van slachtoffers, maar dat andere factoren hierbij van groter belang zijn. Onderzoek naar partnergeweld toont bijvoorbeeld dat het de kwaliteit van hulpverlening is die het psychisch welzijn bevordert en niet het hulp zoeken op zich.Coker, A. e.a. (2002), ‘Social Support Protects against the Negative Effects of Partner Violence on Mental Health’, Journal of Women’s Health & Gender-Based Medicine, 1.Met andere woorden: we moeten niet alleen zorgen dat slachtoffers toegang hebben tot hulp, maar dat deze hulp ook kwalitatief is en voldoende is afgestemd op hun specifieke noden.

Een andere mogelijke verklaring is dat slachtoffers die hulp zoeken meer en ernstigere psychosociale problemen ervaren en dat personen die geen hulp zoeken hier minder nood aan hebben omdat ze minder klachten ervaren. Maar omdat we dit niet onderzocht hebben, kunnen we hierover geen uitspraak doen.

Tijd om het taboe te doorbreken

Siblinggeweld komt dus ook in Vlaanderen voor.

Hoe vaker iemand met gewelddadig gedrag geconfronteerd wordt, hoe meer psychosociale problemen deze persoon ervaart. Ontnuchterend is dan ook de vaststelling dat veel slachtoffers door een hele waaier aan factoren, gaande van gevoelens van angst en schaamte tot smalende reacties uit de omgeving, geen hulp zoeken.

‘Het is van essentieel belang dat we siblinggeweld de aandacht geven die het verdient.’

Het is van essentieel belang dat we siblinggeweld eindelijk de aandacht geven die het verdient. Het bewustzijn hierover moet dringend toenemen, zeker als we dit tragisch fenomeen sneller willen herkennen zodat we effectiever kunnen optreden.

Laten we het daarom in volgende beleidsplannen en campagnes rond huiselijk geweld niet enkel hebben over partnergeweld en kindermishandeling. Slachtoffers van siblinggeweld herkennen zich hier niet in en gaan ervan uit dat de beschikbare hulp en maatregelen niet voor hen bedoeld zijn.

Een preventieve aanpak dringt zich op. Het is daarom belangrijk dat scholen, jeugdhulp, artsen, geestelijke gezondheidszorg, politie en justitie de handen in elkaar slaan. Maar om dit waar te maken, moeten we eerst luisteren naar de noden en ervaringen van slachtoffers. Deze masterproef was daartoe een eerste aanzet.

Reacties [1]

  • Veerle Peters

    Ik ben 51 nu, maar ik groeide op in een thuis in 2 kampen. Mijn vader en ik konden niets goed doen, mijn broer was heilig.Mijn broer van 2,5j jonger dan ik. Al van in de lagere school speelde hij dat heel leep uit, hij stak van alles uit, schoof het in mijn schoenen, hij kwam er mee weg, ik werd gestraft en niet geloofd. Daar had hij dan héél veel plezier in. Maar zowel mijn moeder als hij hanteerde hetzelfde patroon, ze waren pas blij als ze zagen dat het mij sneed, dat het pijn deed. Hij heeft ook de wig tussen mijn moeder en vader groter gemaakt, hij kreeg van mijn moeder altijd zijn zin, maar van mijn vader niet, dus mijn vader was lastig. Dat het huwelijk niet goed zat was duidelijk, maar hij heeft het in alle geval erger gemaakt . Toen mijn vader het huis uitging stond hij daar dan ook als de grote triomfater. Op mijn 18 ben ik dan 3 maanden na mijn vader ook het huis uitgegaan, en na enkele maanden natrappen heb ik dan ook in 1988 compleet de deur achter mij dicht getrokken.

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.