Achtergrond

‘Ouderen met migratieroots krijgen minder kwalitatieve zorg’

Marijn Sillis

Al vijftien jaar doet gerontologe Saloua Berdai Chaouni onderzoek naar de toegankelijkheid van de ouderenzorg voor mensen met een migratieachtergrond. Ze wijst op structureel racisme en discriminatie. Maar het is een moeilijke boodschap.

© Sociaal.Net / Lisa Develtere

Onder de radar

Racisme en discriminatie op de huizenmarkt, in het onderwijs, op de werkvloer: die thema’s worden regelmatig belicht. Maar in de zorg blijft het onderwerp vooralsnog onder de radar. Is er dan geen sprake van discriminatie in de wereld van zorg en welzijn? “Uiteraard wel”, zegt doctor Saloua Berdai Chaouni, gerontologe verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel en de Karel de Grote Hogeschool in Antwerpen.

‘De deur staat open, maar dan volgen de onzichtbare barrières. Hoe worden mensen onthaald? Wat met bepaalde gebruiken zoals voeding?’

Saloua Berdai Chaouni onderzocht zorgtrajecten bij oudere arbeidsmigranten met Marokkaanse, Turkse en Italiaanse roots met dementie. Daarnaast voerde ze ook onderzoek naar diversiteit-sensitieve zorg in woonzorgcentra.

Berdai Chaouni stelde vast dat het voor een grote groep mensen moeilijk blijft om de weg te vinden naar de zorg, en dat hun mantelzorgers heel wat creativiteit aan de dag moeten leggen om de hiaten op te vullen. Bijkomend blijken mensen die de weg toch vinden, minder kwaliteitsvolle zorg krijgen.

Weinig toegankelijk

Dat weinig mensen met migratieachtergrond gebruik maken van de ouderenzorg, wordt vaak als volgt verantwoord: in hun cultuur is het normaal dat ze zelf voor hun ouderen zorgen. Maar op die manier blijven organisaties buiten schot. “Ik wilde in mijn onderzoek verder gaan dan die eenzijdige, problematische culturalistische bril”, verklaart Berdai Chaouni.

“De vraag waarom bijvoorbeeld woonzorgcentra nog zo weinig divers zijn, wordt wel eens gesteld. Maar dan volgen de klassieke toegankelijkheidsstudies, de 5 B’s: betaalbaarheid, bereikbaarheid, beschikbaarheid, begrijpbaarheid, bruikbaarheid.”

Helaas wordt dan een cruciale factor vergeten, aldus Berdai Chaouni. “Niemand wijst op structurele uitsluitingsmechanismen zoals racisme. Maar als de meeste ouderen en mantelzorgers die ik voor mijn onderzoek spreek op discriminatie wijzen, zou ik een slechte onderzoekster zijn om die factor niet mee te nemen.”

Onzichtbare drempels

Wat Berdai Chaouni eerst vaststelde zijn de subtiele drempels. Geen directeur van een woonzorgcentrum die bijvoorbeeld zal zeggen dat mensen met een migratieachtergrond niet welkom zijn. “De deur staat inderdaad open”, zegt Berdai Chaouni. “Maar dan volgen de onzichtbare barrières.”

‘Mensen die binnen de norm vallen, voelen niet aan hoe bepaalde uitspraken of gedragingen uitsluitend zijn.’

“Hoe worden mensen onthaald? Hoe gaat men om met jouw vragen? Wat met bepaalde gebruiken, met bijvoorbeeld voeding, de betrokkenheid van mantelzorgers? Wanneer mensen het gevoel hebben dat ze als volwaardige partners kunnen samenwerken, met respect en flexibiliteit, wordt de stap gezet. Maar helaas is dat gevoel er te weinig, bewijst onderzoek.”

De onderzoekster wijst op wat verschillende Amerikaanse ‘critical race denkers’ zoals W.E.B. Du Bois of Philomena Essed omschrijven als ‘double consciousness’, het dubbele bewustzijn. “Mensen die binnen de norm vallen, voelen niet aan hoe bepaalde uitspraken, gedragingen of grapjes uitsluitend zijn. Mensen van kleur zien, voelen en begrijpen snel wanneer ze niet als volwaardig worden beschouwd, wanneer er een teneur is van ‘pas je maar aan en stel niet te veel vragen’. In dat geval haken ze af. Zeker mantelzorgers die verantwoordelijk zijn voor de goede zorg van hun oudere, kwetsbare familieleden.”

Bemoeienis of bezorgdheid

Wanneer die ouderen en mantelzorgers toch mee gaan in een traject in de ouderenzorg, ontstaan soms nieuwe barrières, ziet Berdai Chaouni. “Er is enorm veel respect voor de technische deskundigheid van personeel. Maar mensen willen ook een zeker partnership.”

‘Mantelzorgers zijn essentiële partners. Hun betrokkenheid is geen bemoeienis.’

“Woonzorgcentra maar ook thuishulp en ziekenhuizen beschouwen bezorgdheid en betrokkenheid vaak als bemoeienis. Familieleden worden dan als ‘lastig’ beschouwd en zo ook behandeld.”

Dat terwijl mantelzorgers van mensen met migratieachtergrond vaker als brugfiguur moeten optreden. “Soms om letterlijk te vertalen, vaker nog voor het vertalen van gebruiken of bezorgdheden. Het maakt hen essentiële partners in het vorm geven van persoonsgerichte zorg voor de ouderen. Maar dat past niet in het huidige zorgmodel, waarin alles snel en efficiënt moet gaan.”

Mindere zorg

De bezorgdheid van de ouderen en hun mantelzorgers is niet onterecht. Want niet alleen is de ouderenzorg minder toegankelijk is voor mensen met diverse achtergrond, ze krijgen ook minder kwalitatieve zorg, concludeert Berdai Chaouni.

‘Mensen met Marokkaanse of Turkse roots worden vaak gereduceerd tot hun anders-zijn.’

“Het draait om het concept ‘othering’”, aldus Berdai Chaouni. “Mensen met bijvoorbeeld Marokkaanse of Turkse roots worden vaak gereduceerd tot hun anders-zijn. Dan gaat het over cultuur, die vervolgens teruggebracht wordt tot geloof: de islam. Een heel diverse groep mensen wordt zo een homogene groep, die afgezet wordt tegen de norm.”

“Een autochtone vrouw die vraagt om gewassen te worden door een vrouw, stelt een zorgvraag. Een vrouw met migratieachtergrond die dezelfde vraag stelt, wordt sneller als ‘probleem’ gecategoriseerd. Die doet dat omwille van haar geloof, wordt vaak aangenomen.”

Blinde vlekken

Zorgverleners hebben nog vaak blinde vlekken, blijkt uit het onderzoek van de gerontologe. “Zorgverleners beseffen dat zelf niet. Vraag hen naar diversiteit en ze zullen antwoorden dat iedereen gelijk is en dezelfde zorg krijgt. Maar jammer genoeg is dat in de praktijk niet het geval.”

‘Wie het hardst afwijkt van de norm, krijgt mindere zorg.’

“Het is dan ook geen kwestie van gelijkheid, maar van gelijkwaardigheid. Onbewust heerst er een norm. Wie het hardst afwijkt van die norm, krijgt mindere zorg. Zorgverleners zijn zich er vaak niet van bewust dat bij de zorg voor iemand die ze als ‘de ander’ zien, eigen aannames en stereotyperingen doorspijlen in hun gedrag en geleverde werk. Of ze focussen net te hard op het verschil, waardoor ze verlamd geraken.”

Regelmatig wordt Saloua Berdai Chaouni gevraagd voor lezingen of aanbevelingen. Toch ziet ze weinig veranderen. “Vormingen cultuursensitieve zorg worden vaak ingezet als een bolletje dat snel kan worden afgevinkt wanneer men ‘iets’ rond diversiteit wil doen. Als ze al effect hebben, is dat slechts op korte termijn. Als die vormingen niet ingebed worden in een strategisch veranderingsbeleid naar een inclusieve organisatie, leveren ze weinig op.”

ouderenzorg

“Er gebeurt veel te weinig en het gaat veel te traag. Zeker voor de eerste generatie ouderen met migratieachtergrond. Zij sterven nu. Ik denk vaak: hoe jammer dat we er niet in geslaagd zijn om hen een goede oude dag te geven.”

© Sociaal.Net / Lisa Develtere

Inclusieve zorgteams

Anderen pleiten dan weer voor meer diverse zorgteams als oplossing. “Maar ook dat is slechts een heel klein deeltje van de oplossing. Woonzorgcentra zijn trouwens al redelijk divers qua personeelsbestand. Veel zorgkundigen zijn vrouwen met migratieachtergrond. Maar dus: zorgkundigen. Onderaan de ladder.”

‘Veel zorgkundigen zijn vrouwen met migratieachtergrond. Maar dus: zorgkundigen. Onderaan de ladder.’

“Het draait dan ook niet om diverse teams, maar om inclusieve teams. Hebben mensen van kleur beslissende functies binnen de organisatie? Kunnen mensen doorgroeien? Worden zij als volwaardig beschouwd of lijden ook zij onder de onzichtbare norm?”

“Taal is een goed voorbeeld. Meertaligheid wordt bij werknemers met migratieachtergrond zelden als competentie beschouwd. Zorgkundigen komen van overal ter wereld in onze woonzorgcentra werken, maar het eerste waar ze op aangesproken worden, is hun taal. Van directie, collega’s en cliënten krijgen ze constant te horen hoe gebrekkig hun Nederlands is, ook al spreekt men vloeiend Nederlands. Heel hun professionaliteit wordt er soms door in vraag gesteld.”

“Maar omgekeerd worden zij wel opgeroepen en ingezet als tolken wanneer er ergens een taalprobleem is. Terwijl dat natuurlijk hun job niet is. Die duale houding naar meertaligheid is voor zorgverleners zeer kwetsend.”

Zorg op maat

Berdai Chaouni kan niet meteen voorbeelden geven van woonzorgcentra die écht de omslag maken: “Ik zie weinig engagement om een ouderenwerking op te bouwen die perfect past binnen de multiculturele wijk waarin ze zich bevindt, bijvoorbeeld.”

‘Er is geen tijd om met verschil om te gaan.’

Hoeft het dan ook zo expliciet? Komen er we in een ideale wereld dan niet met zorg op maat? “Het is ook een discussie in het onderzoek”, glimlacht ze. “Het zou een antwoord moeten zijn, maar in de realiteit zie je dat ook zorg op maat genormeerd is. Opnieuw: wie het hards afwijkt van de norm, heeft het minste kans op maatzorg. Ook zorg op maat is onderhevig aan dominante denkkaders en hiërarchie.”

“Bovendien is er ook de praktische kant. Door personeelstekort en andere gebreken heeft men in de zorg erg ingezet op efficiëntie en routine. Maatwerk, voor iedereen anders aan de slag gaan, is dan het eerste wat erbij inschiet. Er is geen tijd om met verschil om te gaan, ook dat is door de werkomstandigheden structureel ingebed.”

Geen science fiction

Verwacht van de Antwerpse gerontologe dus geen simpele oplossingen. “Maar een inclusieve werking, die oog heeft voor discriminatie, is ook geen science fiction.”

“Ik kan voorbeelden geven van leidinggevenden die echt de denkoefening maken. Alleen is dat geen eenmalige taak op de to-dolijst, maar een vastberaden engagement. Het gaat over opzoekingswerk, reflectie, oncomfortabele gesprekken. Maar als je eenmaal die klik maakt, zie je nog meer de meerwaarde van inclusief werken. Het betekent een verbetering in het aanbod voor àlle cliënten en een beter personeelsbeleid.”

‘Je moet de mindshift durven maken: racisme is er.’

In se draait het allemaal om het begrijpen van uitsluitingsmechanismen zoals racisme en discriminatie. “We beschouwen racisme vandaag als iets individueels, iets duidelijk maar uitzonderlijks, met daders als monsters. Alles, kortom, wat hulpverleners niet zijn of willen zijn. Dat maakt het thema moeilijk bespreekbaar. Helaas gaan we zo voorbij aan het feit dat vele vormen van racisme heel subtiel zijn, een verlengstuk van onze maatschappij, waarin racisme geïnstitutionaliseerd is.”

“Je moet de mindshift durven maken: racisme is er. Dan gaat het niet over schuld of culpabiliseren of whatever. Wel over de vraag: hoe kunnen we ermee omgaan? Hoe zorgen we ervoor dat iedereen dezelfde, goede zorg krijgt? Dat is nog altijd de drive van de meeste hulpverleners. Als we kunnen erkennen dat er zich uitsluitingsmechanismen afspelen, kunnen we het gesprek aangaan en écht dingen veranderen.”

Onderzoek en onderwijs

Dat is niet alleen een opdracht voor medewerkers en directies van zorgorganisaties, volgens Berdai Chaouni. “Het speelt op alle niveaus: van onderzoek over onderwijs tot de organisaties.”

‘Zorgstandaarden zijn geschoeid op de leest van de dominante groep.’

Ze vuurt een rist vragen af, als een salvo. “Wat zijn de standaarden en normen die onderzoekers stellen? Zijn ze wel degelijk neutraal? Hoe leiden we nieuwe hulpverleners op? Hoe zien onze lessen anatomie eruit? Meten de psychometrische instrumenten in de geestelijke gezondheidszorg wel bij iedereen wat ze moeten meten?  Wie geef je prioriteit in de triage? Hoe interpreteer je pijnklachten? Zijn algoritmes van de machines die je hanteert aangepast aan de diversiteit van de bevolking?”

Ze verontschuldigt zich even. “Was ik aan het ratelen? Laat het me zo samenvatten: zorgstandaarden zijn biased en op de leest van de dominante groep geschoeid, onderwijs daagt de status quo zo goed als niet uit en op organisatieniveau is er nog veel werk.”

Voor Berdai Chaouni is dit de samenvatting: “Ieder van ons is gevormd door zijn scholing, opvoeding, de samenleving als geheel. Onze hoofden zijn grotendeels geprogrammeerd. Normen en hiërarchieën zitten ingebakken. We nemen ze onbewust mee in ons individueel gedrag waardoor we ons naar andere mensen discriminatoir of racistisch gedragen. Naar mensen van kleur, maar ook naar mensen uit andere minderheidsgroepen: LGBTQ, mensen in armoede, noem maar op. De eerste stap is ons denken dekoloniseren.”

Een complex verhaal

Het is hoe dan ook een moeilijke, complexe boodschap om te brengen. Of ze dan nooit moedeloos wordt, vragen we haar tot slot. “Op optimistische dagen trek ik me op aan de kleine veranderingen: wanneer een hulpverlener zegt dat een lezing een eyeopener was of een collega-docent iets meeneemt in zijn lessen. Maar het is ook niet altijd even gemakkelijk om deze marathon te lopen, al besef ik dat structurele veranderingen tijd vragen.”

‘De vraag is: hoe kunnen we iedereen kwaliteitsvolle zorg bieden?’

“Weet je waar ik wel telkens sta van te kijken? Wanneer het integratiedebat plots in de zorg wordt gesmokkeld. Daar draait het toch helemaal niet om? De vraag is: hoe kunnen we iedereen kwaliteitsvolle zorg bieden? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat mensen in een kwetsbare positie goed  behandeld worden? Voor mij is dat een vorm van rechtvaardigheid. Maar helaas vervallen die vragen blijkbaar als het gaat om mensen die als ‘de ander’ worden beschouwd. Dan wordt het verschil benadrukt.”

Het vermoeiendste is telkens opnieuw hetzelfde te moeten zeggen, besluit de gerontologe. “Er gebeurt veel te weinig en het gaat veel te traag. Zeker voor de eerste generatie ouderen met migratieachtergrond. Zij sterven nu, en hebben de boot voor goede ouderenzorg gemist. Ik denk vaak: hoe jammer dat we er niet in geslaagd zijn om hen een goede oude dag te geven.”

Reacties [4]

  • marijke uijtdenbogaard

    Wanneer je niet wilt discrimineren, mag iemand een zorgverlener niet uitsluiten op basis van gender. Dus maakt het niet uit of wie je helpt een man of een vrouw is.

    • Natacha B.

      Als goede zorgverlener heb je net oog voor dergelijke vragen. En dan maakt het u niet uit wie de vraag stelt, of je de reden van de bewoner al dan niet gegrond vindt, of het is uit culturele overwegingen of omwille van een verkrachting in het verre verleden dat je niet loslaat. Het welbevinden van onze residenten staat centraal en is datgene waar we als zorgverleners naar streven. Dat is de sleutel voor de persoonsgerichte zorg waar de gerontologe over droomt….

    • marijke uijtdenbogaard

      Ik ben het met u eens dat wanneer je op dat moment tegemoet kunt komen aan de vraag, je dit bekijkt. Maar voor mij is dit per difinitie voorzien niet gelijk aan zorg, omdat het ook discriminatie is op basis van gender van de zorgverlener. Wanneer iemand een erg nare ervaring heeft is zorg voor mij dan gericht op het werken aan dat trauma, niet op louter tegemoet komen aan de vraag om enkel door iemand van hetzelfde geslacht geholpen te worden.

  • Harry Mertens

    Fantastisch dat het onderwerp weer op zo’n heldere empathische manier aan de orde wordt gesteld. Droevig dat er in al die jaren zo weinig in positieve zin verandert is. Het is helaas een kwestie van heel lange adem.

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.