Opinie

‘Ouderenzorg moet meer aandacht hebben voor uitsluitingsmechanismen’

Saloua Berdai Chaouni

Er zijn steeds meer ouderen met migratieroots. Maar niet in het woonzorgcentrum. Onderzoeker Saloua Berdai pleit voor een proactief beleid en meer aandacht voor onzichtbare uitsluitingsmechanismen zoals racisme.

© Unsplash / Fred Kearney

Ondervertegenwoordigd

De ouderen worden, net als de rest van de bevolking, steeds diverser. Toch doen ouderen met een migratie-achtergrond een pak minder beroep op professionele ouderenzorg. Vooral in de woonzorgcentra zijn ze sterk ondervertegenwoordigd.

“Dat komt omdat in hun cultuur anders wordt omgesprongen met zorg voor ouderen”, wordt vaak als verklaring opgeworpen. Nochtans is er steeds meer bewijs dat dit veel te kort door de bocht is.Berdai Chaouni, S., e.a. (2021), ‘Een moeilijke toegang tot zorg bij ouderen met migratieachtergrond? Verder kijken dan de culturele achtergrond’, in Adam, I., e.a. (red.), Migratie, Gelijkheid & Racisme, Brussel, VUBPress.Bovendien leg je zo eenzijdig de verantwoordelijkheid bij deze ouderen zelf, in plaats van bij het aanbod.Torres, S. (2019), Ethnicity and old age: Expanding our imagination, London, Policy Press.Onderzoek na onderzoek bevestigt dat ouderen met migratieroots wel degelijk zorgnoden hebben en professionele zorg willen gebruiken maar dat het aanbod niet op die noden aansluit.

‘Hoe kunnen woonzorgcentra tot meer cultuursensitieve zorg komen?’

Wat kunnen woonzorgcentra hieraan doen? Hoe kunnen ze tot meer cultuursensitieve zorg komen? Welke drempels en hefbomen zijn er? Karel de Grote Hogeschool en Kenniscentrum Welzijn, Wonen, Zorg zochten in opdracht van toenmalig minister van Welzijn Jo Vandeurzen in een onderzoek naar antwoorden. Drie woonzorgcentra engageerden zich om hun deuren open te zetten. We volgden hun leerproces van dichtbij.

Het gaat niet vanzelf

Een van de cruciale vaststellingen is dat er nood is aan een proactief beleid om voor ouderen met een migratieachtergrond een kwalitatief aanbod te creëren in de woonzorgcentra. De vraag naar meer aandacht voor deze groep ouderen in de zorg is namelijk niet nieuw. Ze groeien in aantal, de kennis over hun specifieke zorgnoden is toegenomen en er is steeds meer zorgpersoneel met migratieroots.

We weten bovendien dat er bij deze groep wel degelijk de wens bestaat om gebruik te maken van professionele zorg. De manieren waarop zorgaanbieders aan hun wens tegemoet kunnen komen zijn zorgvuldig gedocumenteerd. Toch leidde dit niet op een natuurlijke manier tot meer cultuursensitieve zorg.

Het gaat met andere woorden niet vanzelf. Het is niet omdat je zorgpersoneel met migratieroots aanwerft, dat ouderen met een migratie-achtergrond vanzelf de weg naar je woonzorgcentrum vinden. En het is niet omdat er rapporten en gidsen bestaan die de zorgnoden van deze groep in kaart brengen en manieren aanreiken om hiermee aan de slag te gaan, dat een woonzorgcentrum hier ook acties rond opzet.

Vele katten te geselen

Een proactief beleid vraagt om een gunstige context en een positieve mindset. De context waarbinnen woonzorgcentra moeten manoeuvreren bepaalt mee hoe meer cultuursensitief werken in de praktijk vorm krijgt. En die context is op dit moment op zijn minst uitdagend te noemen.

De ouderenzorg heeft vele katten te geselen: onderfinanciering, personeelstekort, veel veranderingsprocessen, en recent de coronacrisis. Schakelen naar de positieve mindset waarbij woonzorgcentra ook aandacht schenken aan een kleinere, onzichtbare groep ouderen met migratieroots, wordt dan als te veel van het goede ervaren.

‘Woonzorgcentra die bewust kiezen voor zo’n proactief beleid doen dat vanuit een groei- en toekomstgerichte visie.’

Tegelijk valt op dat woonzorgcentra die bewust kiezen voor zo’n proactief beleid dat doen vanuit een groei- en toekomstgerichte visie. Voor hen is gepaste zorg voor ouderen met migratieachtergrond een vorm van zorginnovatie en kwaliteitsborging. Daarmee komen ze los van de meer problematiserende en ideologisch gekleurde invulling van cultuursensitieve zorg.

Belangrijke hefbomen

Onze studie bevestigt dat er geen ‘one size fits all’ aanpak bestaat als je wil evolueren naar een cultuursensitieve zorgorganisatie. Elk woonzorgcentrum heeft een eigen vertrekpunt, realiteit en historiek. Ieder veranderingsproces ziet er dus anders uit.

Wel detecteerden we enkele belangrijke onderliggende principes die als hefboom kunnen dienen. Bijvoorbeeld het potentieel van een divers team benutten, outreachend samenwerken met partners in de buurt en inzetten op duurzame intervisie, vorming en uitwisseling.

Kom los van oppervlakkige acties

Het belangrijkste principe is diepgaand en duurzaam werken. Kom dus los van oppervlakkige losstaande acties en ontwikkel in plaats daarvan een doordachte visie, beleid en plan van aanpak. Sta stil bij elke actie, op elk niveau, en hoe ze op elkaar inwerken. Het ultieme doel is cultuursensitiviteit verankeren in het DNA van je organisatie.

‘Het ultieme doel is cultuursensitiviteit verankeren in je DNA.’

Vaak wordt er bijvoorbeeld voor het personeel een vorming georganiseerd over ‘Omgaan met diversiteit’. Maar er wordt niet stilgestaan bij de vragen: Waartoe leidt deze vorming? Aan welke visie en strategische en operationele doelstelling draagt het bij? Hebben we ruimte voorzien om de lessen uit de vorming op de werkvloer te implementeren?

Een duurzaam beleid heeft meer kansen op slagen wanneer het woonzorgcentrum participatief werkt. Neem dus alle lagen van de organisatie mee in het veranderingsproces: gaande van bestuur, directie, leidinggevenden, zorg- en ander personeel tot cliënten en potentiële cliënten. Een duidelijke organisatiekeuze, tijd, middelen en deskundige begeleiding zijn hiervoor cruciaal.

Dynamieken die tegenwerken

Minstens even belangrijk voor de realisatie van een cultuursensitieve zorgorganisatie is aandacht voor de wijze waarop deze hefbomen ingezet worden. De ‘wijze waarop’ wordt namelijk beïnvloed door processen zoals culturalisering en racisme. Deze, vaak onzichtbare, uitsluitende dynamieken kunnen de uitwerking van ambities rond cultuursensitieve zorg tegenwerken.

Een voorbeeld is wat we ‘othering’ noemen. Dat is het proces waarbij de eigen norm als standaard wordt gezien en de ander als afwijkend wordt beschouwd, en dit in een context met ongelijke machtsverhoudingen. We stelden vast dat zowel ouderen als personeel met migratieroots gezien worden als afwijkend, inferieur, anders. Het verschil is hier dus niet een neutrale vaststelling, maar iets negatief.

‘Uitsluitende dynamieken kunnen ambities rond cultuursensitieve zorg tegenwerken.’

Tegelijkertijd zorgt othering voor de instandhouding van stereotyperingen, discriminatie en racisme.  Dit systeem zit er zo ingebakken dat we er ons vaak niet bewust van zijn. Onbewust betekent echter niet onschuldig.

Het otheren van deze ouderen en personeelsleden kan leiden tot culturalisering van hun vragen: de persoon achter de vraag wordt niet meer gezien. Een voorbeeld: een vrouwelijke bewoner met migratieroots vraagt om verzorgd te worden door iemand van hetzelfde geslacht. Vaak wordt die vraag verbonden aan de culturele achtergrond van de bewoner, terwijl ouderen zonder migratieachtergrond hier evenzeer om vragen.

Racisme

Racisme blijkt in de context van de woonzorgcentra in al zijn gedaanten aanwezig te zijn: van humor, micro-agressies, tot duidelijke racistische daden en institutionele racisme. Dat inzicht is op zich niet nieuw, maar er is weinig animo om een expliciet antiracismebeleid te ontwikkelen.

De deelnemende woonzorgcentra erkennen dat er racisme aanwezig is in de eigen organisatie, maar blijken zich minder bewust van de institutionele en structurele vormen van racisme. Zo was men er zich niet van bewust hoe racisme ook impact heeft op het welzijn van het personeel met een ‘andere’ etnisch-religieuze achtergrond en dat het voor bijkomende toegankelijkheidsdrempels voor ouderen met een migratieachtergrond zorgt. Het versterkt namelijk het idee dat het woonzorgcentrum geen plek voor hen is.

‘Er is weinig animo om een expliciet antiracismebeleid te ontwikkelen.’

Institutioneel en structureel racisme doet de ‘witte’ organisaties ook aarzelen om een antiracismebeleid te ontwikkelen. Tegelijkertijd heeft het personeel nood aan een duidelijk beleid met ruimte voor ondersteuning van personeel dat racisme meemaakt. Ze weten bijvoorbeeld vaak niet waar ze terecht kunnen bij voorvallen.

Principieel is iedere organisatie absoluut tegen racisme. Maar in de praktijk is de aandacht ad-hoc en ligt de nadruk op bemiddeling. Het is uitzonderlijk dat een collega of bewoner ontslagen wordt na een racistisch incident.

Grote impact

De impact van deze onzichtbare mechanismen kan niet genoeg benadrukt worden. Zo verklaren ze ook waarom benaderingen zoals ‘diverssensitieve’ en ‘cultuursensitieve’ zorg culturalistisch ingevuld wordt.

Oorspronkelijk waren deze werkwijzen breed en inclusief bedoeld: het ging om de ambitie om zorg te bieden die rekening houdt met diversiteit op vlak van cultuur, religie, afkomst, beperking, inkomen, geaardheid, geslacht…. Maar in de praktijk blijken deze benaderingen door deze onzichtbare mechanismen uitsluiting van goede zorg voor minderheden te reproduceren.

Of kijk naar hoe het komt dat persoonsgerichte zorg niet zonder meer garantie biedt voor zorg op maat voor iedereen. Het geconstrueerde homogene beeld van ouderen met een migratieachtergrond, door het veronderstelde en vaak geproblematiseerde ‘anders zijn’, verhindert dat de unieke persoon gezien wordt. Net dat staat persoonsgerichte zorg in de weg.

‘Werken aan een toegankelijke ouderenzorg kan enkel in een context die de eigen uitsluitende mechanismen ziet, erkent en wegwerkt.’

Willen we dus werk maken van cultuursensitieve ouderenzorg, dan moeten we meer aandacht hebben voor deze uitsluitingsmechanismen. Dan moeten we nadenken over de betekenis die een organisatie of een persoon geeft aan ‘verschil’ en ‘gelijkenis’. Dat is een essentiële eerste stap om in de praktijk ook voor minderheden kwaliteitsvolle zorg te realiseren.

Werken aan een toegankelijke ouderenzorg, die verschillende zorggebruikers aanspreekt, kan enkel in een context, een samenleving, die de eigen uitsluitende mechanismen ziet, erkent en wegwerkt.

Reacties [1]

  • Claudine Pauwels

    Terwijl we meer en meer naar persoonsgerichte zorg moeten gaan in kleine wooneenheden is het inderdaad essentieel om betekenis te geven aan ‘verschil’ en ‘gelijkenis’ om zo meer kwaliteit te bieden aan personeel en cliënten van de woonzorgcentra.
    Samen werken aan het ideaal waar afkomst, taal of kleur niet uitmaken; waar mensen hun werk met passie doen en hun cliënten behandelen zoals ze zelf zouden willen behandeld worden en cliënten hun verzorgers het respect betonen zoals ze dat zelf verlangen.
    Mijn tantenonneke die zelf heel haar leven zorgde voor ouderen, was op het einde van haar leven in het rusthuis dol op haar pikzwarte verzorger uit Afrika; hij heette dan ook Dieu… maar hij heeft werkelijk een passie om met ouderen om te gaan en verzorgt ze alsof het zijn eigen mama’s zijn.

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.