Achtergrond

‘Als je continu voor de meest kwetsbaren zorgt, wie zorgt er dan voor jou?’

Marijn Sillis

Maret Dakaeva is sinds een jaar coördinator van jeugdwerkorganisatie Uit De Marge. Zelf gevlucht uit Tsjetsjenië vertelt ze over jongeren, het lerarentekort, de impact van de genocide in Gaza, de onzin van de war on drugs en de verkiezingen van 9 juni: “Als het middenveld morgen in staking gaat, heeft de politiek een groot probleem.”

Uit De Marge

© ID / Katrijn Van Giel

Tsjetsjenië

“We werden afgezet in Brussel.” Zo begint het verhaal van Maret Dakaeva (42) in ons land, achttien jaar geleden. Thuis, in Tsjetsjenië, is de situatie onleefbaar door de oorlog. De jonge twintiger heeft haar diploma als basisarts, maar door het constante geweld ziet haar gezin geen toekomst meer in de Russische deelrepubliek.

‘Het eerste wat Maret te zien krijgt in Brussel is een middenvinger uit een autoraam.’

Maret en haar vader geven mensensmokkelaars een smak geld en hun identiteitsdocumenten in ruil voor veiligheid. De smokkelaars kiezen uiteindelijk de bestemming: België.

Het eerste wat vader en dochter te zien krijgen in de Brusselse straten is een middenvinger uit een autoraam. “Blijkbaar zagen we eruit als ongewenste vreemdelingen.” De overheid toont gelukkig geen middenvinger en verleent Maret en haar gezin asiel. “Ik wist niets van geopolitiek, snapte niets van migratie, kon die belediging niet plaatsen”, vertelt Dakaeva. “Pas later, als je meer kennis vergaart, kan je die analyse maken.”

Aanvankelijk zat Maret Dakaeva in overlevingsmodus. “Je bent aan iets ontsnapt, maar je weet niet wat het gevolg is – dat je aan een volkomen nieuw leven begint. Het is een verhaal van shock, van verwondering, van heel veel absorberen op korte tijd. Toen ik besefte dat de veiligheid, waar we zo naar gesnakt hadden, een feit was, wilde ik vooruit. Ongeacht welke drempels zich aandienen, ik zou ze overwinnen.”

Artikel 60

Maret leert in snel tempo Nederlands en kan via een tewerkstellingsmaatregel aan de slag als administratief medewerker in het archief van de stad Antwerpen. Later gaat ze met een gewoon arbeidscontract in dienst bij de stad. Wanneer haar echtgenoot overlijdt, moet ze gedwongen een werkpauze inlassen.

“Daarna ben ik begonnen als zorgkundige. Dat ging vlot met mijn medische achtergrond. Maar omdat ik mijn hoofddoek niet mocht dragen, zocht ik iets nieuws. Dat verbod voelde alsof ik mijn identiteit niet mocht beleven.”

Via een vriendin ziet ze een vacature voor een onthaalmedewerker bij het toenmalige Minderhedenforum. “Zo leerde ik de sociaal-culturele wereld kennen. Dat was compleet nieuw voor mij. In Rusland was er geen middenveld. Aan familie en vrienden kon ik niet uitleggen wat mijn job inhield, omdat het concept in ons referentiekader niet bestaat.”

“Ik was gefascineerd en wilde alles weten. Hoe zijn de middenveldorganisatie in België ontstaan? Wat doen ze eigenlijk? En waarom? Door mijn drive kreeg ik snel dingen gedaan. Ik had tijd en ondersteunde vrijwillig projecten. Toen er een tijdelijke vacature als projectmedewerker kwam, heb ik me kandidaat gesteld. Zo heb ik uiteindelijk aan verschillende projecten rond tewerkstelling meegewerkt.”

En nu zit je hier als algemeen coördinator van Uit De Marge, een jeugdwerkorganisatie met 33 medewerkers. Hoe was je eerste jaar als coördinator?

“Erg boeiend en intensief. Het jeugdwerk was nieuw voor mij. Ik moest alles leren kennen. Op zich is dat ook een goede zaak, omdat ik zo met een nieuwe kijk kom.”

‘Ik focus niet op symptomen, maar probeer oorzaken te achterhalen.’

“Door mijn medische achtergrond heb ik een holistische, biologische kijk. Ik focus niet op symptomen, maar probeer oorzaken te achterhalen. Door mijn ervaring met tewerkstelling, diversiteit en inclusie heb ik dan weer een reflex om de vragen vanuit verschillende standpunten te bekijken, naar gemeenschappelijke grond te zoeken. En als ervaringsdeskundige in maatschappelijke kwetsbaarheid, kan ik gemakkelijk verbinden met jongeren.”

“Wat me tijdens het afgelopen jaar het meeste opviel, is hoe collega’s over hun grenzen gaan om voor de jongeren te zorgen. Zo’n toegewijde connectie en interne motivatie heb ik nog nergens anders gezien. Er zijn jeugdwerkers die uit vakantie zouden terugkomen als een gast hulp nodig heeft. Ik heb die attitude overgenomen: zoals mijn mensen er radicaal zijn voor hun gasten, wil ik er radicaal zijn voor hen.”

Toen ik jullie website bekeek, zag ik de vorming: ‘Assertieve communicatie en empathie: handvaten voor grenzen in het jeugdwerk’. Dat is geen toeval?

“Neen. Want ik beschrijf het romantisch, maar eigenlijk is het niet gezond. Er moeten grenzen zijn. Flexibiliteit is goed, maar mag niet eindeloos zijn. Jeugdopbouwwerkers zorgen vooral. Maar als je continu voor de meest kwetsbaren zorgt, wie zorgt er dan voor jou?”

“We zien jeugdwerkers die zich meer dan 100 procent geven, opbranden, weggaan en vervangen worden. Dat is fout. Wie in een kerncentrale werkt, krijgt verplicht een beschermingspak aan. Dat spreekwoordelijke pak wil ik introduceren.”

Maret Dakaeva

Maret Dakaeva: “We zien jeugdwerkers die zich meer dan 100 procent geven, opbranden, weggaan en vervangen worden. Dat is fout.”

© ID / Katrijn Van Giel

Uit De Marge is er voor kinderen en jongeren in een maatschappelijk kwetsbare positie. Maar wat is dat precies, een kwetsbare positie?

“Het gaat om jongeren die kwetsuren oplopen in contact met bestaande structuren. Met onderwijs, bijvoorbeeld. Of met de politie. Met de samenleving in zijn geheel. Het gaat om jongeren die een label hebben gekregen – hangjongere, amokmaker, crimineel.”

‘We spreken over het lerarentekort, maar denken niet door dat de meest kwetsbare jongeren daar het hardst onder lijden.

“Ze worden niet als jongeren gezien. Ze worden niet gezien tout court. Tenzij ze een migratieachtergrond hebben en op oudejaarsavond amok maken. Vaak zijn we verontwaardigd over het gedrag van die jongeren, en niet altijd onterecht. Maar we vragen ons niet af hoe het komt dat ze zich zo gedragen.”

“De zaken die bij die jongeren foutlopen, zijn zaken die onze maatschappij gecreëerd heeft. We spreken over het probleem van een lerarentekort, maar denken niet door dat de meest kwetsbare jongeren daar het hardst onder lijden.”

Je stipt migratieachtergrond aan. Maar dat is niet de enige eigenschap van kwetsbaarheid?

“Uiteraard niet. Evengoed werken we met extreemrechtse jongeren of jongeren in armoede. Punt is: wij achten jongeren niet verantwoordelijk voor de situatie waarin ze leven. Wel de volwassen samenleving rondom hen. Als het fout loopt, wijst die maatschappij echter op hun individuele verantwoordelijkheid. Als je dik bent, ben je lui. Als je arm bent, heb je niet hard genoeg gewerkt. Als je drugs gebruikt, heb jij zelf die keuze gemaakt.”

Tegenstanders zullen zeggen dat het al te makkelijk is om de schuld bij de maatschappij te leggen. Hebben jongeren ook geen eigen verantwoordelijkheid?

“Veertig jaar geleden leefden we in een samenleving met een collectief verantwoordelijkheidsmodel. De maatschappij nam zijn verantwoordelijkheid op. We kenden elkaar en zorgden voor elkaar. De voorbije decennia hebben we de shift gemaakt naar een individueel schuldmodel.”

‘In een individueel schuldmodel is het antwoord op problemen: repressie en bestraffing.’

“In beide modellen heeft iedereen een eigen verantwoordelijkheid. Maar het ene model is constructiever dan het andere. In een individueel schuldmodel is het antwoord op problemen: repressie en bestraffing. Kijk naar de war on drugs. Maar werkt dat? Neen toch? Sancties werken alleen voor mensen die nooit iets fout gedaan hebben, en nog een straf vrezen. Zodra je in de problemen zit, blijken ze volkomen nutteloos. Dat is wetenschappelijk bewezen.”

“Vanuit onze jarenlange expertise weten wij wel wat werkt: jeugdopbouwwerk. Het gesprek aangaan. Vertrouwensrelaties opbouwen. Gaat dat op één dag? Neen, dat vraagt tijd. Vanuit die ervaring zeggen we: jongeren verdienen hun eigen stem. Het labelen, straffen en uiteindelijk dehumaniseren is het gevolg van een manco: er niet in slagen om een dialoog op te starten.”

Als je stelt dat het veertig jaar geleden beter was, lijkt me dat munitie voor mensen die zeggen dat alles de schuld is van migratie.

“Het samenlevingsmodel is niet veranderd door de migrant. Maar goed, als sommige mensen geloven dat het realistisch is om terug te keren naar een wit, homogeen Vlaanderen: probeer maar. Ik zeg niet dat migratie goed of slecht is. Maar de diversiteit in de samenleving is niet meer terug te draaien. Je kan dus beter aan de slag gaan met de huidige realiteit.”

‘De succesfactor voor goede integratie is een goede ontvangst.’

“De succesfactor voor goede integratie is goede ontvangst. Wanneer er geen weerstand is, wanneer mensen warm onthaald worden, hebben ze zelfs de neiging te assimileren. Wanneer racisme, discriminatie en uitsluitingsmechanismen zich opstapelen, trekken mensen zich terug.”

“Dat ligt volledig in lijn met de ontwikkelingspsychologie: hoe meer dreiging we ervaren, hoe meer we naar originele, veilige grond zoeken. Kunnen we dan niet beter een gezamenlijke identiteit ontwikkelen?”

Maret Dakaeva

Maret Dakaeva: “Wij ervaren bij jongeren onzekerheid door de toenemende verrechtsing. Het Vlaams Belang is nergens aan de macht, maar het 70-puntenplan is zo goed als uitgevoerd. Dat voelen jongeren.”

© ID / Katrijn Van Giel

Zien jullie bepaalde trends in het jeugdopbouwwerk?

“Wij ervaren bij jongeren onzekerheid door de toenemende verrechtsing van de maatschappij. Het Vlaams Belang is nergens aan de macht, maar het 70-puntenplan is zo goed als uitgevoerd. Dat voelen jongeren.”

‘Het is verbazend hoe weinig kennis er bij de overheid is over jeugdopbouwwerk.’

“Een ander probleem is de instrumentalisering van ons werk. Wij hebben de ervaring en expertise in jeugdwelzijnswerk, maar nog altijd zijn er lokale besturen die ons willen vertellen hoe het moet. We zijn vaker bezig met onze relatie met overheden, dan met de jongeren zelf. Het is verbazend hoe weinig kennis er is over jeugdopbouwwerk.”

“We worden door een lokale overheid wel eens opgebeld met de vraag hoeveel het kost om hun probleem met hangjongeren op te lossen. Wel, wij zijn er niet om gemeenten te bedienen en deze jongeren te verwijderen. Eens het zogezegde probleem dan opgelost is, stopt het budget. Sorry, wij hebben niet de ambitie om vergeten jongeren na een tijdelijk project een tweede keer in de steek te laten.”

Dat klinkt als een voortdurende strijd met overheden.

“We moeten ook zelfkritisch zijn. Wij zien onze visie als vanzelfsprekend, denken dat het gezond verstand is. Maar misschien spreken we te veel de taal van de jongeren, leggen we pakweg gevolgen op lange termijn niet duidelijk genoeg uit.”

“We blijven de advocaten van de jongeren, maar kiezen nu ook voor intensief overleg. We gaan de dialoog aan, op haast Socratische wijze. Denk jij dat het gaat werken? Zie jij met dit plan de problemen opgelost? Verplaats je het probleem zo niet? We moeten vaker duidelijk maken dat we bondgenoten zijn.”

Ik kom opnieuw bij een andere workshop van Uit de Marge: ‘Doen we uitvoerend werk of aan beleidsbeïnvloeding?’ Zeg jij het maar.

“Bij Uit De Marge doen we alles. We hebben ongelooflijk brede competenties. We kunnen activiteiten opzetten, maar ook overeenkomsten onderhandelen met een gemeentebestuur.”

‘Jeugddopbouwwerk is vraaggestuurd, vindplaatsgericht en per definitie politiserend.’

“Het is simpel: Uit De Marge is een steunpunt voor jeugdwerk en jeugdbeleid. Als wij aan jeugdopbouwwerk doen, gaat het niet enkel om plezier maken. Het is een planmatig proces dat vraaggestuurd, vindplaatsgericht en per definitie politiserend is. Dat zit in ons DNA.”

Jullie werken niet alleen als steunpunt voor andere organisaties, maar hebben ook eigen werkingen van Ieper tot Lommel. Is dat geen lastige spreidstand?

“Het is nooit ons doel om zelf ergens jeugdopbouwwerk op te zetten. We kijken altijd wie aanwezig is in de regio, en gaan voor samenwerking met andere organisaties. We zijn er om aan te vullen, niet om te concurreren.”

“Als er geen anderen zijn, geven we steden en gemeenten een leidraad. Meestal vinden ze het te veel gedoe om dat plan te lezen en te implementeren. Maar wij springen alleen als het beter is voor de jongeren. Als we niks kunnen betekenen, de oplossing maar tijdelijk is en er geen duurzaam perspectief bestaat, dan passen we.”

Even naar de actualiteit: de genocide in Gaza speelt in veel jonge hoofden.

“Jongeren volgen het nieuws niet langer via de klassieke media. Ze zijn echter wel geïnteresseerd in de actualiteit, en laten die binnenkomen via sociale media. Gevolg is dat de genocide in Gaza nu live voor hun ogen gestreamd wordt.”

“We kregen bij Uit De Marge snel signalen over Gaza, en hebben daar ook meteen op gereageerd met een vorming. Op zich is het niet ingewikkeld. Het is het verhaal van jonge mensen, die vreselijke beelden zien, mededogen voelen, niet begrijpen waarom het gebeurt en waarom zij daarover moeten zwijgen. Ze hebben vaak geen kanaal om te reageren, moeten emoties onderdrukken. Ze botsen op leerkrachten die verbieden erover te praten, of volwassenen die niet weten wat te zeggen.”

“Wij geven jeugdopbouwwerkers handvaten om daarmee te werken. Het is: omgaan met verdriet, rouwbegeleiding, opvangen en luisteren. We hebben geen oplossing voor de genocide, maar laten emoties toe, luisteren en rouwen mee. Dat helpt.”

Nog meer actualiteit: de verkiezingen van 9 juni. Het is niet ondenkbaar dat straks in Vlaanderen een extreemrechtse minister van Jeugd de eed aflegt. Bereiden jullie je daar op voor?

“Elk weldenkend mens bereidt zich daarop voor. Onze vraag blijft hetzelfde: wat is het beste voor jongeren? Maar een echt strategisch antwoord hebben we nog niet.”

‘Als het middenveld morgen in staking gaat, heeft de politiek een groot probleem.’

“Ik ben er wel van overtuigd dat het middenveld zich beter kan organiseren. Het is belangrijk om samen te werken, netwerken te vormen. Om de moderne uitdagingen te doorstaan, moet het middenveld zich opnieuw verenigen.”

Het brengt me bij je vorige werkgever: het Minderhedenforum. Nadat die organisatie politiek afgevoerd werd, kwam er wat tegenwind. Maar is de simpele realiteit niet dat hét middenveld niet bestaat, en subsidies iedereen uit elkaar spelen?

“Subsidies houden je in leven, en maken je kapot. Maar het is ook een realiteit dat onze samenleving niet zonder middenveld kan functioneren. Als alle organisaties morgen in staking gaan, heeft de politiek een groot probleem.”

“Het bereik en de impact van het middenveld vallen niet te onderschatten. De idee dat we naar één stem moeten gaan, leeft op meerdere plaatsen. Maar er is nog geen leider opgestaan. Beschouw het gerust als een call to action. Wie actie wil ondernemen, een beweging wil opzetten: het is nu of nooit.”

Reacties [3]

  • Ann Verelst

    Ik wil graag reageren op 1 zinnetje… U zegt dat u een nieuwe job zocht ´omdat u uw hoofddoek niet mocht dragen´ en dat zou betekenen dat u ´uw identiteit niet zou mogen beleven´. Mijn vraag is of y uw identiteit dan zo sterk ontleent aan 1 kledingstuk, meer bepaald een hoofddeksel? En welke boodschap wilt u ermee uitdragen? Ik zou zo denken dat een identiteit vooral het geheel van je persoon betreft, die niet verdwijnt doordat je 1 kleine aanpassing doet aan je outfit tijdens je jobuitoefening, niet? Het is ook zo dat alle mensen toch gelijkwaardig zijn. Een stuk textiel kan iemand onmogelijk meerwaarde verlenen. Het zou ook beter zijn om hierover een respectvolle dialoog aan te gaan met andersdenkenden en naar compromissen te zoeken ipv militant dingen af te dwingen…

    • Johan Boon

      Ann, ik krijg sterk het gevoel dat je een ergernis die in je hoofd zit, wil toepassen op dit verhaal. “Militant dingen afdwingen …”, mevrouw Dakaeva is op zoek gegaan naar een andere job, dat lijkt me de definitie van wat u als een compromis zoeken aangeeft. Het wordt erg moeilijk om een respectvolle dialoog aan te gaan, als dit soort reflex in dat debat sluipt. Uiteraard mag die ergernis benoemd worden, maar hier is ze allesbehalve op haar plaats. Daarnaast vind ik het erg onrustwekkend dat u gaat bepalen op welke manier iemand zich een identiteit ‘mag’ aanmeten(stukje textiel: de postbode bv?). Los daarvan blijft het dwaas om die hoofddoek te verbieden, óók in publieke functies. Nieuwkomers en gelijkgezinden gaan net de boodschap krijgen dat je ook mét die hoofddoek aan alle geledingen van deze maatschappij kan en mag deelnemen en zal dus het ‘integratieproces’ eerder stimuleren en versnellen. Het verbod is net wat de secularisering in de kaart speelt.

    • Ann Verelst

      Eh, ik stelde een vraag aan MD…Me dunkt dat mijn formulering beleefd genoeg was om een inhoudelijk antwoord te mogen verwachten van haar, niet van u… Of meent u dat u het woord moet overnemen omdat zij een kritische vraag niet zou aankunnen? Wat mij betreft draagt eenieder op het hoofd wat die wil, maar men moet er dan ook de consequenties maar bijnemen, bijv. dat er werkplekken zijn waar dit niet geapprecieerd wordt. Wat ik in mijn joofd heb aan ergernissen of niet gaat u overigens niet echt aan, daar gaat het hier niet over. Voor mij blijft het een groot vraagteken hoe het komt dat men zoveel waarde hecht aan een symboolkledingstuk dat men daarover geen compromis wil sluiten op de werkplek. Dit terwijl er nu eenmaal waardegelijkheid is tussen mensen, om ´t even of men het hoofd bedekt houdt of niet.

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.