Achtergrond

Helpt voedselhulp in de strijd tegen armoede?

Caroline Vandekinderen, Annick Verstraete, Geertrui Van Vlem, Ann Brabandt, Didier Reynaert

Door voedselhulp lijden mensen in precaire omstandigheden geen honger. Maar leidt zo’n noodhulp de aandacht niet af van armoede als een onrecht? Onderzoekers tonen welke uitdagingen op de plank liggen.

armoede

© Pexels / RDNE

Innovatieve praktijk met veel doelen

Het aantal mensen dat een beroep doet op voedselhulp stijgt. Ook voedselinitiatieven zien er vandaag anders uit dan pakweg tien jaar geleden: traditionele voedselverdeelpunten experimenteren met een meer eigentijds winkelconcept. Er ontstaan soep-, buurt-, mobiele en volkskeukens die werken rond armoede, sociale cohesie, ecologie en gezondheid.

‘Er ontstaan soep-, buurt-, mobiele en volkskeukens.’

Je ziet ook geëngageerde burgers solidaire initiatieven uit de grond stampen om voedselverspilling tegen te gaan. Ze zetten een distributiesysteem op touw om basisgoederen te verspreiden.

Dat levert een breed spectrum op van organisaties die inzetten op voedsel. Voedselhulp is geëvolueerd naar een praktijk met verschillende ambities.

De grenzen van voedselhulp

Toch blijven er kritische stemmen rond voedselhulp hangen. De toenemende nadruk op voedsel illustreert krachtig dat fundamentele behoeften van mensen niet ingevuld worden. Dat is een sterk bewijs van een falend armoedebeleid.

Het voorzien van gratis of goedkoop voedsel kan in tijden van nood de effecten van armoede verzachten, maar kan de armoede niet opheffen. Voedselhulp is geen structurele oplossing. De beste garanties op voldoende, gezonde en kwaliteitsvolle voeding liggen elders: huisvesting, werk en scholing, vrije tijd, gezondheid…

De vraag is of niet-geldelijke noodhulp de gaten vult die de verzorgingsstaat laat vallen. En verzwakt dat niet de wapens in de politieke strijd tegen armoede als onrecht?

Dagelijkse realiteit van voedselhulp

Hoe noodhulp combineren met meer structurele interventies die ook op lange termijn impact hebben, is een vraag die niet enkel leeft bij voedselinitiatieven. Wat bijvoorbeeld na noodhulp bij overstromingen? Zo’n hulp biedt een noodzakelijke oplossing, maar is tegelijkertijd problematisch omdat ze niet meteen een antwoord biedt op de schending van mensenrechten.

Om dat spanningsveld beter te pakken te krijgen, namen we als onderzoekers 26 Gentse voedselinitiatieven onder de loep: sociale restaurants, sociale kruideniers, burgerinitiatieven waar maaltijden worden bereid en plekken waar voedsel wordt verdeeld.

We hadden er gesprekken met vrijwilligers, beleidsmedewerkers en mensen die gebruik maken van deze initiatieven. Zij vertellen ons over de betekenis van voedselinitiatieven in het kader van het recht op een menswaardig leven.

Heldere afspraken rond toegankelijkheid

Hoe kunnen voedselinitiatieven bruikbaar, betekenisvol en kwaliteitsvol zijn voor mensen die er gebruik van maken?

Toegankelijkheid is een eerste belangrijke kwestie waarover men moet nadenken. Initiatieven kunnen ervoor kiezen om hun aanbod te organiseren vanuit formele criteria. Maar als bij een strakke regie alle flexibiliteit zoek is, dan werpt dat een schaduw op de toegankelijkheid van voedselhulp.

‘Hanteer je vaste openingsuren, wat dan met mensen die zich op die momenten niet kunnen aanbieden?’

We illustreren dit met een aantal voorbeelden. Vanuit het principe van territorialiteit wordt een hulpvrager soms gekoppeld aan de organisatie die het dichtst bij zijn woonplaats ligt. Dat biedt voor iedereen duidelijkheid. Maar wat als de gebruiker een ander initiatief verkiest, bijvoorbeeld omwille van gevoelens van schaamte in de buurt?

Kies je ervoor om hulpvragers te registreren, dan krijg je een goed zicht op je bereik en je blinde vlekken. Maar tegelijkertijd installeert dat drempels voor mensen die anoniem willen blijven. Hanteer je vaste openingsuren en een tijdsslot, wat dan met mensen die zich op dat moment niet kunnen vrijmaken?

Iedereen zijn gading

De betekenis van voedsel gaat verder dan het vullen van een lege maag.  Het gaat ook over een subjectieve en culturele invulling van eetgewoontes en -voorkeuren. Betekenisvolle voedselhulp gaat over wat je eet, met wie en waar.

‘Verschillende voedselverdeelpunten schaffen de voorafgemaakte voedselboxen af.’

Verschillende voedselverdeelpunten hebben daar aandacht voor en schaffen daarom de voorafgemaakte voedselboxen af. Ze experimenteren met een winkelconcept dat meer aanbod en dus keuzevrijheid toelaat. Bakkers en lokale kruideniers worden afgeschuimd om het assortiment te verrijken. En ook mensen die bijvoorbeeld halal voeding verkiezen, vinden er hun gading.

Voortdurend balanceren

Toch vergt dat respect voor smaken en verschillen een voortdurend balanceren. Bezoekers die een citroentje bij de vis vragen, kan je portretteren als mensen met smaak. Maar je kan ze ook wegzetten als misplaatste aanstellers.

‘Waar de ene gebruiker steun ervaart, stoort een andere gebruiker zich aan bemoeizucht.’

Nog een voorbeeld van dat interpreteren en balanceren, is het intakegesprek bij sommige praktijken. Zo kunnen ze de woon- en leefsituatie van gebruikers in kaart te brengen. Maar hoe ervaren gebruikers die inzage in hun leefwereld? Wat gebeurt er als de plek waar je voedsel ontvangt ook polst naar de acties die je onderneemt richting werk, opleiding of taalcursus?

Is dit een uiting van betrokkenheid van de medewerker of eerder een vraag naar verantwoording?

Waar de ene gebruiker steun ervaart, stoort een andere gebruiker zich aan bemoeizucht. Aandacht hebben voor die verschillen, is de boodschap.

Kleine ontmoetingen

Voedselinitiatieven zijn ook ontmoetingsplekken. Mensen komen er samen omdat ze eten nodig hebben, maar ook ergens bij willen horen, omdat ze van tel willen zijn en gezien willen worden.

‘Voedselinitiatieven zijn ook ontmoetingsplekken.’

Op veel plekken worden grote inspanningen geleverd om een warme, laagdrempelige plek te creëren waar kleine ontmoetingen gestimuleerd worden. Medewerkers geven aan bezoekers een gratis koffie tijdens het wachten op hun beurt. Ondertussen slaan ze een praatje, pikken ze in op recente gebeurtenissen, luisteren ze naar dagelijkse beslommeringen.

Medewerkers stralen vertrouwen uit omdat ze eetvoorkeuren van gebruikers kennen. Een koffie met twee klontjes suiker en een wolkje melk. Een halve portie om hier te verorberen en de rest verdwijnt in een bakje om thuis op te warmen.

Een lange tafel

Wil je ontmoeting faciliteren, dan is de inrichting van de ruimte belangrijk.

Aan een lange tafel kunnen mensen makkelijk aanschuiven en uitwisselen. In aparte hoekjes kunnen bezoekers tot rust komen zonder het sociaal wenselijke babbeltje. Staan medewerkers achter een toog of bewegen ze zich mee in de ruimte? Een open keuken maakt de interactie tussen het kookteam en de bezoekers mogelijk.

‘In aparte hoekjes kunnen bezoekers tot rust komen zonder het verplichte sociaal wenselijke babbeltje.’

Naast fysieke grenzen worden er soms ook symbolische grenzen geïnstalleerd die de relatie tussen wie geeft en wie ontvangt aanscherpt. Ongeschreven gedragsvoorschriften maken een onderscheid tussen armen die de hulp wel of niet verdienen. Als je verwacht dat gebruikers in het Nederlands communiceren, zullen sommige mensen afdruipen omdat ze de taal niet machtig zijn.

Een aantal organisaties opereren heel gericht binnen de buurt waarin ze zich bevinden. Zij smeden partnerschappen in functie van het bereiken van kwetsbare mensen. Zo gaat een volksrestaurant in zee met sportorganisaties. Via combitickets voor een sociale maaltijd en een sportwedstrijd wordt gepoogd om kwetsbare buurtbewoners te introduceren in het restaurant.

Meer dan alleen eten

Veel voedselinitiatieven profileren zich niet alleen als een plek waar voedsel wordt verstrekt. Ze beantwoorden ook andere vragen en noden van hun gebruikers.

‘Sommige mensen met een beperking nemen al jarenlang hun toevlucht tot voedselhulp.’

Zo huisvest een buurtcentrum niet alleen een sociale kruidenier, maar ook de wijkregisseurs, de lokale dienst wonen en een bewegingscoach. Wie hier komt voor een voedselpakket kan meteen ook in contact komen met deze diensten. Andere initiatieven helpen bij het inschrijven op de wachtlijst voor een sociale woning, vlooien mee schoolrekeningen uit, regelen kampen en vakanties. Nog anderen werken samen met artsen en tandartsen en vertalen te ingewikkelde overheidscommunicatie.

Kanarie in de koolmijn

Die inzet roept vragen op. Als kanarie in de koolmijn, leggen voedselinitiatieven bloot hoeveel mensen in situaties van onderbescherming leven. Sommige mensen met een beperking nemen al jarenlang hun toevlucht tot voedselhulp. Hun beperking verhindert hen om deel te nemen aan de arbeidsmarkt of hun uitkering is onvoldoende om een menswaardig leven te leiden.

Maar ook binnen dienst- en hulpverlening wordt er uitsluiting geïnstalleerd. OCMW’s hebben weinig instrumenten om tussen te komen voor mensen met een precair verblijfsstatuut. Gevolg is dat deze groep vaak afgeleid wordt naar organisaties die gedragen worden door vrijwilligers.

Scherpste randen wegvijlen

Honger houdt mensen wakker. Maar zonder structurele acties vervelt voedselsteun tot een schrale vorm van sociale zekerheid. Voedselhulpinitiatieven vijlen dan de scherpste randen van armoede weg, maar fundamenteel verandert er weinig.

Of zoals een gebruiker dat krachtig uitdrukte: “Net zoals bij kippen, gooien ze wat granen naar ons hoofd: een gratis koffie, een gratis soep. Maar dat is niet wat we nodig hebben. Wel een huis en werk. Want daar hebben we toch ook recht op?”

Veel voedselinitiatieven proberen die nood aan structurele verandering in te vullen. Ze voeden naast mensen in armoede ook het publieke en politieke debat. Sommige organisaties combineren voedselhulp met een vereniging waar mensen in armoede het woord nemen. Zij organiseren vormingsactiviteiten en dialoog.

Maar er wordt ook hard gewerkt aan emancipatie van mensen in armoede en aan het veranderen van maatschappelijke structuren. Voedselinitiatieven nodigen lokale beleidsmakers uit, sturen signalen de wereld in over de dagelijkse situaties van onrecht die ze zien en tegenkomen. Cijfers worden gebruikt als politiek instrument. Publieke acties worden opgezet en er wordt media-aandacht gegenereerd.

Op die manier wordt vermeden dat noodhulp onder protest een holle frase wordt, maar luid weerklinkt.

Reacties [3]

  • Kevin Mertens

    Persoonlijk heb ik het heel moeilijk met de overschotten van onze massaproductie. Hetzelfde koekje wordt onder 4 verschillende namen bijna verkocht. Wat allemaal de gebruikstijd gepasseerd is word gewoon vernietigd
    To good to go biedt al een oplossing om de overschot te nuttigen, maar er moet globaler gekeken worden volgens mij

  • Tony Blockx

    Als ervaringsdeskundige in armoede schieten veel projecten uit de grond. Vele zijn enthousiast hoeveel ze wel niet doen.Doch, het zijn al 50 jaar lapmiddel tegen armoede.zijn we niet voorbij gestreefd naar het eigenlijke doel als organisaties? Het wegwerken van armoede, terwijl we nu de materie maar meer aanvoeren met zogezegde hulp in voedselbank,sociaal kruidenier, opgezette projecten tegen de overheid? Mensen mensen in armoede hebben hier niks aan, genoeg is genoeg, vroeger praatte we met mensen in armoede, nu terug over mensen in armoede.we zijn het gezicht blindelings kwijt waardoor we hen terug op de zijlijn plaatsen de laatste jaren.mensen in armoede zijn geen marketing of reclamestunt in jullie projecten om armoede aan te kaarten.stop ermee…. het is niet meer leuk…..

  • Gerry Van de Steene

    Ik heb het nog steeds zeer moeilijk met het goedkeuren van allerlei voedselhulpinitiatieven.
    In de praktijk zie je dat de slogan “voedselhulp onder protest” niet doordrongen is in de werking.
    Veelal gebeurt het vanuit een zeer caritatieve en betuttelende houding waarbij er zeker geen sfeer van gelijkwaardigheid is tussen de vrijwilliger die de voedselhulp mee organiseert en de persoon in armoede die gebruik maakt van deze hulp.
    Voedselhulp is nog steeds voor vele mensen die hier gebruik van (moeten) maken zeer vernederend en doet geen goed aan hun zelfwaarde gevoel.
    Ook voor het maatschappelijk debat rond armoede is dit geen goede zaak. Het houdt bij veel mensen het idee in leven dat je armoede kan oplossen door voedsel uit te delen.
    Zeker in eindejaar periodes wordt op dit sentiment ingespeeld.
    Zouden deze gulle schenkers ook akkoord gaan met een specifieke belastingverhoging op alle inkomsten om bvb het leefloon te verhogen naar een menswaardig inkomen ?

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.