Achtergrond

‘Elke sociale professional krijgt te maken met morele stress’

Céline Baele

Als sociale professional lukt het je niet altijd om goede zorg te bieden. Je botst op absurde regels. Of op familieleden die zich hardnekkig verzetten. Sociale professionals blijven achter met een wrang gevoel. Dat gevoel is morele stress. Onderzoeker Céline Baele toont problemen en oplossingen.

morele_stress

© Unsplash / Gift Habeshaw

Gepaste zorg

Sociale professionals werken in complexe situaties. Ze staan in nauw contact met cliënten en voelen zich betrokken en verantwoordelijk. Ze luisteren, adviseren en zoeken samen oplossingen.

‘Sociale professionals blijven achter met een wrang gevoel.’

Soms hebben ze het gevoel geen gepaste zorg te kunnen verlenen, bijvoorbeeld omdat ze niet het mandaat hebben om oplossingen af te dwingen. Ze moeten handelingen stellen die niet stroken met hun invulling van goede zorg. Vaak blijven ze dan ook achter met een wrang gevoel. Dat gevoel wordt ‘morele stress’ genoemd.

Recent getuigde een pleegzorgbegeleider hier over op Sociaal.Net. Ze werkte in een explosieve gezinssituatie en twijfelde of de jonge kinderen er wel veilig konden opgroeien. Toch kon zij niet meteen zorgen voor een sluitende oplossing.

Morele stress

Morele stress verschilt van andere vormen van stress. Bij morele stress botst de sociale professional op de fundamentele vraag of hij wel het goede doet.

De kloof tussen de zorg die hij in de praktijk zou willen brengen en hetgeen hij ‘maar’ kan doen, zorgt voor negatieve gevoelens: angst, frustratie, teleurstelling, schuldgevoel, boosheid en schaamte.

Morele competentie

Tegenover morele stress staat morele competentie: “De bekwaamheid en bereidheid om taken adequaat en zorgvuldig uit te oefenen, rekening houdend met alle in het geding zijnde belangen, gebaseerd op een redelijke beoordeling van de relevante feiten.”Karssing, E. (2000), Morele competentie in organisaties, Assen, Van Gorcum.

Om die morele competentie in de praktijk te brengen, zijn verschillende stappen nodig.

Dat proces start bij oordelen. Een sociale professional velt in een concrete werksituatie een oordeel over wat volgens hem goede zorg is. Hij denkt na over zijn eigen waarden, opvattingen en overtuigingen over goede zorg en de verantwoordelijkheden die dat met zich meebrengt.

Omdat de zorgverlener zich betrokken voelt, wil hij vervolgens handelen naar dat oordeel. In een ideale situatie brengt hij die goede, te verantwoorden zorg in de praktijk.

Wel willen maar niet kunnen

Maar soms hapert dat proces, namelijk wanneer verschillende belemmeringen de goede zorg verhinderen. Het conflict tussen wat de professional wil doen, met wat hij kan doen, brengt morele stress met zich mee.

Dat kan te maken hebben met verschillende soorten belemmeringen.

Er zijn externe belemmeringen in de werkomgeving of de bredere maatschappelijke context: beperkte beschikbaarheid van mensen of middelen, gebrekkige samenwerking tussen diensten, conflicterende visies tussen cliënten en familieleden.

‘De sociale professional ervaart morele stress omdat hij niet kan doen wat hij wil doen.’

Soms botst de sociale professional echter op eigen, interne, belemmeringen: twijfel, gebrek aan zelfvertrouwen, angst voor afkeuring van collega’s, een tekort aan bepaalde specifieke kennis.

Hierdoor voelen sociale professionals zich machteloos. Ze vinden dat ze tekortschieten tegenover hun cliënten. Die machteloosheid maakt het moeilijk om met morele stress om te gaan. Ze ervaren een sterk verantwoordelijkheidsgevoel, maar weinig mogelijkheden om ernaar te handelen. Ze willen graag goede zorg verlenen, maar dat lukt hen niet.

Stressklachten

Vooral chronische morele stress heeft ernstige gevolgen. Gevoelens worden permanent op de proef gesteld. Daarmee omgaan vergt veel energie. Professionals met morele stress rapporteren dan ook fysieke en psychische stressklachten: hoofdpijn, nekpijn, maagklachten, slaapproblemen, een depressieve of angstige stemming.

‘Waarom doe ik dit nog?’

Ze twijfelen of ze nog het verschil kunnen maken. Waarom doe ik dit nog? Wat heeft het nog voor zin? Morele stress kan ook uitmonden in symptomen van burn-out zoals emotionele uitputting. Men wil nog wel, maar kan niet meer. De batterijen zijn gewoon leeg.

Sommigen verlaten de organisatie of het beroep. Anderen proberen zich emotioneel af te schermen en worden afstandelijk, gelaten of apathisch.

Een teken van betrokkenheid

Gelukkig is er ook een positieve keerzijde.

Al heeft chronische morele stress duidelijke negatieve gevolgen, toch is het positief dat professionals in de sociale context in staat zijn om morele stress ervaren. Morele stress is een teken van betrokkenheid en engagement. Het doet je stilstaan bij wat voor jou echt van belang is, wat voor jou als zorgverlener waardevol is.

Morele stress is dan ook een signaal dat men zich vragen stelt over de kwaliteit van de zorg- en dienstverlening.

Praat erover!

De uitdaging is om morele veerkracht te versterken. Dat is het vermogen om constructief het evenwicht te herstellen of te behouden bij morele stress. Sociale professionals die hun morele stress kunnen hanteren, zijn moreel veerkrachtig.

Deze vaardigheid kan ontwikkeld worden, zowel bij medewerkers als in organisaties. Maar hoe?

Het is belangrijk om morele stress te erkennen. Morele stress gaat over veel meer dan ‘het is erg druk’. Morele stress gaat over de kern, de zin van het beroep van zorgverlener. Het is dan ook belangrijk om het over morele stress te hebben binnen het team en de organisatie. Het kan deugd doen vast te stellen dat collega’s gelijkaardige ervaringen hebben en dat jij niet de enige bent met morele stress.

Wanneer meerdere collega’s te maken hebben met morele stress, liggen er misschien knelpunten op organisatieniveau. Overleg met collega’s kan leiden tot nieuwe inzichten of het wegwerken van belangrijke hindernissen voor goede zorg. Die sociale en collegiale steun is een enorme hulpbron. Samen vind je nieuwe moed om te blijven streven naar kwaliteitsvolle zorg.

Inzetten op veerkrachtig handelen

Je kan ook meer methodisch inzetten op het veerkrachtig hanteren van morele stress. Dat kan via het vergroten van de draagkracht, het verminderen van de draaglast en het versterken van het draagvlak.

Het idee van een balans maakt dit helder.

draaglast

Draagkracht-draaglast-draagvlakmodel van morele veerkracht

Draagkracht vergroten

Om de draagkracht bij individuele zorgverleners te vergroten, kan ingezet worden op verschillende persoonlijke hulpbronnen of bouwstenen: zelfkennis en zelfzorg, mildheid, zingeving, steun van het team, waardering en morele moed. Als individuele zorgverlener kan het helpen om af en toe stil te staan bij je ervaringen van morele stress. Wat maakt mij precies zo kwaad of ontgoocheld? Wat vind ik belangrijk? Wat zou ik graag anders zien?

‘Wat maakt mij precies zo kwaad of ontgoocheld? Wat vind ik belangrijk? Wat zou ik graag anders zien?’

Daarnaast is het inbouwen van rust- en herstelmomenten. Waar heb ik deugd van? Hoe laad ik mijn batterijen op? Richt je aandacht op wat veranderd kan worden of waar je zelf impact op hebt. Waardeer je eigen functioneren. Wat kan ik wel nog doen? Waar ben ik trots op? Dit vermindert het gevoel van machteloosheid.

In het eigen hart kijken is niet altijd voldoende. Soms is er ook morele moed nodig om ethische uitdagingen ter sprake te brengen, collega’s te wijzen op knelpunten in hun functioneren of in te gaan tegen richtlijnen die goede zorg in de weg staan.

Draaglast verminderen

Niet alleen individuele zorgverleners, ook organisaties kunnen groeien in morele veerkracht.

Het verminderen van de draaglast en het aanpakken van factoren die bijdragen tot morele stress, is dan ook een andere oplossingsstrategie, ditmaal op vlak van de organisatie. Dit kan gaan over acties zoals een reorganisatie van de zorg, het aanwerven van nieuw, gekwalificeerd personeel, het herverdelen van taken en verantwoordelijkheden, het overplaatsen van een cliënt met een specifieke problematiek naar een afdeling of team dat beter geschikt is om de cliënt op te vangen, het inzetten op training en vorming bij medewerkers of het opnieuw evalueren van regels of richtlijnen.

Een sterk ethisch klimaat

Een sterk ethisch klimaat en een gedragen visie geven ook ondersteuning en richting. Coachend en ondersteunend leiderschap speelt een grote rol. Als leidinggevende kan je je team de ruimte geven om morele stress collegiaal te bespreken of hen helpen om verbeterplannen uit te werken. Deze interventies verruimen het draagvlak binnen de organisatie.

Voorbeelden van mogelijke actiepunten zijn: het identificeren van moreel stresserende situaties bij het zorgpersoneel, het aanduiden van referentiepersonen ethiek, het oprichten van een meldpunt ethische bezorgdheden of het oprichten van werkgroepen. Aandacht voor morele stress bij medewerkers kan ook een mooi actiepunt zijn in het uitwerken van het welzijnsbeleid binnen de organisatie.

Tot slot is ook het maatschappelijk draagvlak belangrijk. Bepaalde beleidskeuzes zoals financiering en reglementering hebben een belangrijke invloed op de mate waarin zorgverleners en organisaties zich ondersteund of gedragen voelen in het omgaan met ethische uitdagingen.

Morele stress is zowel een risico als een uitdaging

Sociale professionals hebben onvermijdelijk te maken met morele stress. In hun job is het menselijke en ethische aspect erg doorleefd en tastbaar.

Morele stress is zowel een bedreiging als een kans. Het kan een ervaring zijn die je dooreen schudt en doet twijfelen aan het nut van je werk. Maar het is ook een kans om vragen en gevoelens op tafel te leggen die er echt toe doen. Dan is het een belangrijk moment op weg naar sterkere zorg.

Reacties [3]

  • Marleen Auman

    Dit thema als medewerker mogen en kunnen bespreekbaar maken, zou mijn inziens bijdragen tot een sterkere en gedragen zorg. Ik maakte een theatermonoloog samen met Victoria Deluxe waar dit pijnpunt in de zorg ook aandacht krijgt “Aan u gebonden, ben ik vrij”

  • Holvoet Rik

    Het is goed om bij morele stress collega s deelgenoot hiervan te maken en dit als kans te zien om de organisatie te verbeteren. Structurele problemen vergen ook niet alleen actie binnen de eigen organisatie,maar ook naar het beleid toe.Door samen politiserend te werken versterk je ook de onderlinge band, het geeft verbondenheid. Gevoelens van machteloosheid worden zo gevoelens van solidariteit, van hoop.

    • Marleen

      Ik weet het niet hoor Rik. Mijn collega en ik spraken hier samen al over, maar we delen dezelfde frustratie. Als je echter onder aan de hiërarchie staat, ben je niet altijd bij machte om structurele veranderingen te bewerkstelligen. Het is goed dat we merken dat we niet alleen zijn, dat we bij elkaar erkenning vinden, maar er is meer nodig dan enkel dat. Er is ook doortastende leiding nodig en contact tussen de beleidsmakers en wat er werkelijk leeft op de werkvloer zoveel niveaus lager…

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.