Achtergrond

Armoede in Vlaanderen: ‘Wanneer zeggen we: Genoeg!’

Geert Schuermans

Armoede blijft een immens probleem. In de aanpak ervan blijft de stem van mensen in armoede onderbelicht. Katrien Boone (Howest) en Pascale Cockhuyt (vzw Wieder) in een dubbelgesprek over participatie: “Hoe zorgen we ervoor dat groepen die minder macht hebben, toch hun stem en kennis laten weerklinken?”

Armoede

© ID / Michel Deveen

Essentie van participatie

“Alles wat je voor mij doet, maar niet met mij, doe je tegen mij,” is een bekende quote van Mahatma Ghandi. Hoe zit dat voor mensen in armoede?

‘De essentie van participatie? Niet denken dat jij de wijsheid in pacht hebt.’

Onderzoeker Katrien Boone (Howest) schreef met ‘Sociaal werk als armoedebestrijder. Zoektocht naar een participatieve benadering’ een zeer leesbaar boek over sociaal werk, armoedebestrijding en participatie. Zij gaat in gesprek met Pascale Cockhuyt, coördinator van vzw Wieder in Brugge. Wieder is een vereniging waar mensen in armoede het woord nemen.

Beide vrouwen zijn op 15 oktober 2021 ook te gast in de webinar ‘Het sociaal werk als armoedebestrijder’, georganiseerd door SAM, steunpunt Mens en Samenleving, in samenwerking met Sociaal.Net.

Waarom heb jij in je doctoraat gekozen voor het thema participatie, Katrien?

Katrien: “Toen ik werkte als opbouwwerker kwam ik op een avond razend kwaad thuis. Ik had veel tijd gestoken in een ontmoeting tussen mensen in armoede en politici. Alles was tot in de puntjes voorbereid maar er kwam zo goed als niemand opdagen. Ik betrok dat heel sterk op mijzelf: wat doen jullie mij nu aan? Pas toen ik gekalmeerd was, besefte ik dat de mensen in armoede mogelijks iets dringenders aan hun hoofd hadden. Toen ben ik beginnen nadenken over wat participatie betekent, waarom het belangrijk is, en hoe je dat goed aanpakt.”

Pascale: “Dat is heel herkenbaar. De eerste activiteit die ik bij Wieder organiseerde was het sinterklaasfeest. Ik kom uit een welgesteld milieu en bij ons thuis ons betekende Sinterklaas: chocolade van een chocolatier. Mijn man werkt in de horeca en kent Dominique Persoone, een bekend chocolademaker. Ik had bij hem chocolade geregeld. Zo fier als een gieter kom ik hier binnen, want ik vond dat onze mensen ook recht hadden op de beste chocolade. Dat was mis. Kritiek dat ik gekregen heb: wie dacht ik wel dat ik was hen te vertellen dat die chocolade beter was dan die van de Aldi? Ik bedoelde het goed, maar zat natuurlijk vast in mijn eigen referentiekader.”

Katrien: “Eigenlijk is dat de essentie van participatie: niet denken dat jij de wijsheid in pacht hebt, maar durven toestaan dat mensen in een kwetsbare positie jou iets kunnen leren.”

Was dat ook de conclusie van je onderzoek?

Katrien: “Dat was één van de conclusies. Een andere was het inzicht dat er geen juiste manier van participatie bestaat. Het is een constante zoektocht. Wat op het ene moment werkt, werkt op het andere moment niet meer. Wat bij één groep past, past misschien niet bij een andere.”

‘Zorg dat de oplossing vanuit de mensen zelf komt.’

Pascale: “Mensen zijn tot veel meer in staat dan we vaak denken. Daarom hebben ze ook recht van spreken. Dat gaat in tegen wat je als sociaal werker op school leert. Daar lijkt het alsof je bij iemand met een probleem moet kiezen uit vier vooraf bepaalde oplossingen. Maar zo werkt het niet. Ik zeg dat vaak tegen stagairs: zorg dat de oplossing vanuit de mensen zelf komt, want dan is de gedragenheid groter. Eigenlijk is dat ook vaak mijn boodschap aan politici.”

Je ziet toch steeds vaker dat mensen in armoede mee aan de beleidstafel aanschuiven.

Katrien: “Dat mensen mee aan tafel zitten, zegt op zich niets. Het gaat om de machtsverhoudingen. Stel, er zitten tien mensen rond een tafel: acht mensen in armoede, een professional en een minister Als die laatste twee samen de beslissing doordrukken, is dat een vorm van schijnparticipatie.”

Hoe los je dat op?

Katrien: “Door te zorgen dat mensen in armoede echt aan het gesprek kunnen deelnemen. Heb oog voor de moeilijkheidsgraad en de complexiteit van het gespreksthema. Wat niet wilt zeggen dat je kleutertaal moet gebruiken, mensen in armoede zijn niet dom. Gebruik gewoon geen vakjargon en laat mensen zich welkom voelen. Vertrek daarbij altijd vanuit de overtuiging dat mensen in armoede daadwerkelijk iets bij te dragen hebben tot het debat.”

Sommige sociaal werkers nemen liever geen mensen in armoede mee naar de beleidstafel. Wat vind je daarvan?

Katrien: “Niets eigenlijk. Er zijn duizend manieren om participatie vorm te geven. Het gaat niet om de methodiek. Sommige verenigingen zweren bij het principe dat ze mensen uit de doelgroep mee moeten hebben. Andere doen dat net niet omdat ze ervan uitgaan dat ze de doelgroep kennen. Mij maakt het niet uit. Wat wel essentieel is voor sociale organisaties die iets willen leren, zijn de momenten waarop werkers het oneens zijn met mensen in armoede. Dan bestaat het risico dat de machtsverhouding weer opspeelt omdat de werker zich de expert waant. Het is een gave om als sociaal werker niet in die val te trappen.”

Pascale, hoe doen jullie dat bij De Wieder?

Pascale: “Het voorbije jaar hebben wij veel discussies gehad met de gasten. Ze waren zeer misnoegd over de nachtopvang in Brugge. We hebben dat uitgezocht, maar een aantal zaken bleken urban legends. Van mij mochten ze daar mee verder gaan, maar dat kon niet via Wieder. Dat was geen fijne boodschap.”

Zorgt dat niet voor een vertrouwensbreuk?

Pascale: “We waren het niet eens, maar dat is geen probleem zolang je met elkaar blijft praten. Sommige van hun klachten waren trouwens wel terecht. Er waren een aantal hiaten in de dienstverlening. Die correcte en concrete signalen hebben we gebundeld en daarmee zijn we naar het beleid getrokken. Dergelijke gesprekken leveren bij ons werkers voor een gezonde portie stress.  Ik zie de gasten van Wieder doodgraag maar het is soms ook een zootje ongeregeld. Ik wist niet of ze daadwerkelijk gingen komen, laat staan in welke toestand. Veel van hen hebben een verslavingsproblematiek.”

‘Wij laten hen niet deelnemen omdat ze mensen in armoede zijn, we laten hen deelnemen omdat ze iets te zeggen hebben.’

Katrien: “Dat is inderdaad een risico. Je wilt iets in gang zetten, maar als één van de mensen iets verkeerd zegt, kan dat heel je zaak onderuit halen. Door de individuele emoties en ervaringen van mensen, kan het altijd gebeuren dat iemand een kemel schiet. Er zit vaak spanning op de wens om sociale verandering te realiseren en de directe participatie van mensen. Een beleidsmaker zou in staat moeten zijn om daar door te kijken, maar je weet gewoon dat de realiteit vaak anders is. “

Pascale: “Al mijn stress bleek uiteindelijk voor niets. Ik mag zeggen dat heel dat traject één van de schoonste zaken was die ik het afgelopen jaar heb meegemaakt. Ze waren er allemaal, en nuchter. Je kon zien dat de politici onder de indruk waren van hun verhaal. De nachtopvang heeft haar beleid en ook haar huishoudelijk reglement sindsdien aangepast. Mooi resultaat.”

Armoede

Katrien Boone: “Het dominante idee dat mensen allemaal gelijk zijn, en gelijke kansen hebben, is helemaal terug.”

© ID / Michel Deveen

Kan je aanduiden wat precies maakte dat het een succes was?

Pascale: “We hebben aan de gasten gevraagd waarom ze daar massaal waren. ‘Omdat jullie het ons gevraagd hadden’, was het antwoord. ‘En omdat jullie ons de hoop gaven dat er op die manier iets kon veranderen.’ Het heeft dus alles te maken met je basishouding als sociaal werker. Wij laten hen niet deelnemen omdat ze mensen in armoede zijn, we laten hen deelnemen omdat ze iets te zeggen hebben. Mensen voelen dat.”

Katrien: “Eigenlijk is dat het uitgangspunt van participatie: de diepe overtuiging dat iedereen in de samenleving – mensen in armoede, vluchtelingen, mensen met een beperking, echt iedereen – iets zinvol te zeggen heeft. Als we dat niet erkennen, gaan we er op lange termijn niet geraken.”

Zo’n overleg met beleid is dus niet de ultieme vorm van particpatie.

Katrien: “Participatie is meer dan lobbywerk. Nadenken over participatie is vooral nadenken over hoe we ervoor zorgen dat groepen die minder macht hebben, hun stem en kennis laten weerklinken. Dat gaat ook over politiseren: hoe kan het dat in een rijke samenleving 15 procent van de mensen niet genoeg geld heeft om menswaardig rond te komen? Welke mechanismen zitten daar achter?”

‘Het is toch niet oké dat beleidsmakers enkel luisteren als je proper genoeg bent.’

Katrien: “Het kost sociaal werkers enorm veel tijd en energie om mensen in armoede mee te krijgen in een verhaal dat voorgestructureerd is, en een overlegvorm die niet de hunne is. Het is toch niet oké dat beleidsmakers enkel luisteren als je proper genoeg bent, en voorbeeldig uit je woorden komt. Hoeveel moeite doen beleidsmakers om te horen wat het collectieve probleem is onder het gekwetste individuele verhaal van mensen?”

Pascale: “Dat klopt. Daarom zetten wij meer in op sociaal-artistieke projecten. De gasten vinden dat leuker om doen. Bovendien vind ik het belangrijk dat mensen in armoede op een andere, een meer positieve manier in beeld komen. De manier waarop ze vandaag geframed worden is niet correct. Wie zien we in de media over armoede? Mensen die zogenaamd de typische armen zijn, gebaseerd op uiterlijkheden; onverzorgd, geen tanden, veel tattoos… Vroeger was dat misschien zo, maar vandaag is armoede echt wel complexer. Als ik morgen twintig Bruggelingen naast elkaar zet op de Grote Markt, dan daag ik je uit om daar de mensen in armoede uit te halen. Dat gaat je niet lukken.”

Je wilt aan de hand van sociaal-artistieke projecten verbinding creëren?

Pascale: “Met corona hebben we een enorme kans gemist. Voor de duidelijkheid: de lockdown was voor mensen in armoede miserie in het kwadraat. Een ramp. Maar aan de andere kant zag je ook een enorme golf van begrip en solidariteit. Spijtig genoeg is dat begrip en de verbinding met mensen in armoede alweer verdwenen.”

‘We moeten als sociaal werk verontwaardiging creëren.’

Katrien: “Ik moet altijd denken aan een anekdote die iemand me vertelde toen ik mijn onderzoek uitvoerde. Hij had een workshop over armoede gevolgd. De deelnemers moesten dobbelen. De meesten kregen daar twee dobbelstenen voor, een aantal slechts één. Die laatste groep, waartoe hij behoorde, verbeelden mensen in armoede. Op het ogenblik dat hun tegenstander zeven gooiden, hadden de deelnemers dus al verloren. Maar zelfs dan stond hij erop om nog te gooien. Waarom toch, vroeg ik hem. Zo toon ik tenminste dat ik meedoe’, was het antwoord. Het sociaal werk denkt vandaag heel erg in resultaten, maar tonen dat deze grote groep mensen er is en hen onrecht aangedaan wordt, heeft ook waarde en brengt misschien iets in beweging.”

Waarom is dat belangrijk?

Katrien: “Het dominante idee in onze samenleving en ook bij beleidsmakers is nog steeds dat mensen allemaal gelijk zijn en gelijke kansen hebben. Participatie is tonen dat dit idee niet klopt. Dat moet trouwens niet altijd met de vuist op tafel, het kan soms ook op een geestige manier. In ieder geval moeten we als sociaal werk verontwaardiging creëren.”

‘Mensen in armoede zijn zelfs niet kwaad meer.’

Pascale: “Weet je wat ik het ergste vind? Dat mensen in armoede dat individueel schuldmodel geïnternaliseerd hebben. Ze zien zichzelf als schuldige van hun situatie en zijn zelfs niet kwaad meer. ‘Ik moet geen geld hebben’, zeggen ze dan, ‘zolang ze me een beetje respecteren, is het al lang goed’.”

Participatie

Pascale Cockhuyt: “Het is onze opdracht om luis in de pels te zijn. Met minder mag je niet tevreden zijn, anders verraad je je gasten.”

© ID / Michel Deveen

Hebben we daar als sociaal werkers geen verantwoordelijkheid in? Als het over armoede gaat, hebben we het de laatste jaren meer over de gekwetste binnenkant, dan over het gebrek aan geld.

Katrien: “Onder collega’s hebben we het daar geregeld over. Au fond gaat armoede over een gebrek aan bestaansmiddelen. Sociaal werk moet het systeem dat die middelen verdeelt veranderen, terwijl we nu te veel bezig zijn met de mensen te helpen om zich aan dat systeem aan te passen.”

‘Hoe ver gaan we mee in normeren en disciplineren?’

Pascale: “Maar mensen willen ook voldoen aan de norm. Niemand wil een buitenstaander zijn. Als één van onze gasten gaat solliciteren, restylen we hem soms. Via een projectsubsidie hebben we daar zelfs budget voor. Het is al gebeurd dat we een foto voor en een foto na nemen. Dan bespreek ik met hem wie hij zelf zou aanwerven: de man in een jogging of de man met een hemd.”

Katrien: “Dat roept weerstand bij me op. Waarschijnlijk zou ik exact hetzelfde doen als Pascale, maar op die manier bevestigen we net de maatschappelijke normen. Hoe ver gaan we mee in dat soort normeren en disciplineren? Hoe vaak vragen we van mensen dat zij zich aanpassen? Wanneer zeggen we: Genoeg! Tot hier en niet verder!”

Pascale: “Ik stel me die vraag elke dag. Je boetseert mensen naar de maatschappelijk norm. Mag je dat doen? In ieder geval gaat het voor de persoon in kwestie sneller op die manier.”

Katrien: “Maar gaat het ook rapper voor de maatschappelijke verandering die we voorstaan?”

Pascale: “Nee, enkel voor het individu. Het doet mij ook zeer, maar als organisatie kan je soms niet anders dan voor die tussenoplossing kiezen.”

Hoe zorg je er dan voor dat je niet blijft steken in die individuele oplossing?

Pascale: “Dat is natuurlijk de vraag van één miljoen. Ik denk dat je al een eind komt als je een visiegedreven organisatie bent die verontwaardiging over maatschappelijk onrecht uitademt. Als je je gasten graag ziet, ben je dat verplicht. Mensen in armoede wordt onrecht aangedaan. Door mijn gedrevenheid voelen ze dat ik een medestander ben. Al is de speelruimte die je als organisatie krijgt om aan sociale verandering te werken klein. Ik heb ooit al van een subsidiërende overheid naar mijn kop gekregen: ‘Vergeet niet van wie je je geld krijgt.’”

Wat antwoord je dan?

Pascale: “Als je daaraan toegeeft verlies je volgens mij je bestaansrecht. Het is onze opdracht om luis in de pels te zijn. Met minder mag je niet tevreden zijn, anders verraad je je gasten. Alleen moet dat combattieve wel professioneel gebeuren. Kritisch zijn voor het beleid, wil niet zeggen slaan om te slaan. Mensen in armoede verdienen het dat sociaal werkers in hun contacten met de politiek zich volledig smijten. Daar worden ze voor betaald.”

‘Kritisch zijn voor het beleid, wil niet zeggen slaan om te slaan.’

Katrien: “Het gaat om rollen. Het is de taak van het sociaal werk om sociale misstanden aan de kaak te stellen. Politici moeten die politiserende rol niet uithollen, zoals ze vandaag steeds vaker doen. Alleen is het ook aan het sociaal werk om die rol niet te vergeten. Als je daaraan verzaakt, doe je je werk niet goed.”

Pascale: “Ik zie het zoals een huwelijk. Je hebt al eens vlammende boel met elkaar. Dat is soms niet slecht, zolang je het gemeenschappelijk doel maar voor ogen houdt. En dat doel is er. Ik ken maar heel weinig politici die zeggen: ‘Ik vind het goed dat 15 procent van de mensen in armoede leeft.’ Het is niet veel, maar voor mij is dat wel een basis om mee aan de slag te gaan.”

Reacties [6]

  • Kris Dom

    Bedankt Katrien en Pascale voor deze gevatte analyse met een hart en een drive. Het klopt dat we af moeten van die framing van mensen in armoede situaties. Ik zie nog een bijkomende verantwoordelijkheid of kans van een sociaal ( cultureel) werker. Naast het informeren en beinvloeden van de politici/beleidsmakers is het ook belangrijk om burgers die voor deze partijen en politici gestemd hebben te confronteren met het gevoerde beleid. Het is makkelijk om als burger verontwaardigd te zijn over een beleid dat de armen bestrijdt in plaats vcan de armoede. Burgers moeten geinformeerd worden zodat ze volgende keer misschien iets minder onbedacht zullen stemmen. De septemberverklaring van de huidige Vlaamse regering waarin gesnoeid wordt op inkomen (groeipad), onderwijs en huisvesting is een regering die niet inzet op de hefbomen om uit het web van armoede te ontsnappen. Deze boodschap moet ook verteld worden.

  • znidardsic eduard

    Één luisterende oor is al een meerwaarde, wat ermee gedaan word blijft voor de overheid een dovenman gesprek, zie de 17 October manifestaties al die jaren, Mvr Homans is een goed voorbeeld, armoede halveren !!! is niets van terecht gekomen. Milliarden naar fiscaal paradijzen, millioenen bij FIFA,dat zegd genoeg waar het om gaat.

  • Juf Josephine

    Naar mijn ervaring begint het al met beeldvorming op school.
    Daar gaan de verhaaltjes te vaak om (al dan niet diverse) gelukkige gezinnetjes … met een steunende familie.
    Wetende dat mensen uit kansengroepen deze vaak moeten missen …
    Een verhaaltje over zwemmen eindigt steevast met een ijsje van de ijskar …
    Als ik met mijn groep een uitstap maak, kopen wij een 8-pack met ijsjes in de supermarkt en delen wij deze … veel realistischer …

    • Heidi Degerickx

      Leerkrachten (en scholen, CLB’s…) maken steeds meer een wereld van verschil voor gezinnen en kinderen in armoede. Na 20 jaar veldwerk (waarvan mijn allereerste job als schoolopbouwwerker in een vereniging waar mensen in armoede het woord nemen) durf ik te zeggen dat er ondertussen echt wel al veel veranderd is in de onderwijswereld.
      Structurele aandacht voor gelijke kansen, maatwerk én een realistische maar tastbare / fundamentele bijdrage aan armoedebestrijding is géén uitzondering meer in scholengemeenschappen maar een keurmerk van kwaliteit geworden. Voorbij het mee brengen van tweedehandskledij naar echte kostenbeheersing door cultuurshift in scholen én het in vraag stellen welke verhalen wij aan onze kinderen vertellen.
      Chapeau voor al die scholen, CLB’s, … kortom de mensen die de structuren maken, die mee deze kentering hebben veroorzaakt de voorbije 20 jaar. Nooit een gewonnen strijd, maar gestaag wél vooruit. Focus houden is de boodschap.

  • Heidi Degerickx

    Mooi pleidooi voor politiserende participatie als basis voor structurele armoedebestrijding. Nooit gemakkelijk, altijd zoekend om stigmatisering en ultiem marginalisering van mensen in armoede te doorbreken. #frontlinie #radicaalsociaalwerk

  • Johan Boon

    De taak die je als sociaal werker hebt om mensen mee naar een job te begeleiden is een andere taak dan die als signaalgever naar maatschappij en overheid. Naar je cliënt toe ben je wel verplicht om hem/haar te helpen zich te conformeren in functie van het verkrijgen van een job. De overheid en de maatschappij doen inzien dat die conformiteit in sommige situaties dwaas en overbodig is, is een bijkomende taak op een ander niveau (macro). Afhankelijk van wie je cliënt is, kan je hem/haar wel informeren over dat deel van je verantwoordelijkheid, maar hoef je hem/haar daar niet mee te bezwaren. Het lijkt misschien participatief, maar volgens mij werp je een extra barrière op.

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.