Sociale tewerkstelling

Investeren in maatwerkbedrijven creërt wél meerwaarde

Maatwerkbedrijven zijn de vroegere sociale werkplaatsen. Activering en maatschappelijke integratie van langdurig werklozen en mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt zijn hun kernopdracht. Kunnen zij in een wijzigend landschap deze opdracht nog waarmaken?

Beschutte werkplaats 't Veer in Menen is een maatwerkbedrijf gericht op recyclage, inpakken en metaalbewerking.
Maatwerkbedrijf ’t Veer in Menen is gericht op recyclage, inpakken en metaalbewerking. © Filip Claus / Imagedesk

Kansengroepen

De Nederlandse overheid pakte afgelopen zomer uit met mooi nieuws. Het regeringsbeleid zorgde voor meer dan 10.000 extra banen voor mensen met een arbeidsbeperking.

In Vlaanderen zijn er een 100-tal werkplaatsen, goed voor een tewerkstelling van 9.000 mensen. De meesten komen uit kansengroepen. Het zijn mensen die niet, nog niet of misschien nooit in het reguliere arbeidscircuit terechtkunnen. Velen zijn laaggeschoold en langdurig werkloos. Anderen zijn psychisch kwetsbaar waardoor ze geen aansluiting vinden bij het normaal economisch circuit.

“De sociale dimensie primeert.”

Maatwerkbedrijven creëren tewerkstelling op maat. Ze doen dit door zeer intensieve begeleiding op de werkvloer. De sociale dimensie primeert boven de economische opdracht. Net daarin onderscheiden maatwerkbedrijven zich van andere bedrijven.

Doel en middel

Het accent bij maatwerk ligt op het bundelen en verbinden van de belangen van zowel medewerkers, ondernemers als de ruimere maatschappelijke context. Anders gezegd: tewerkstelling van kansengroepen is het doel, de economische setting waarbinnen dat dit gebeurt het middel.

De ontplooiing van de competenties van de werknemers, hun technische en sociale vaardigheden, staan centraal op de werkvloer. Werknemers vinden er niet alleen een baan en inkomen, maar bouwen ook aan hun zelfvertrouwen en hun toekomst.

Kosten en baten

Maatwerkbedrijven zijn voor iedereen een overduidelijke win win. Het terugverdieneffect laat zich becijferen. Werklozen worden in volwaardige tewerkstelling ingeschakeld. De maatschappelijke kosten zijn maar de helft zo groot als wanneer deze groep voltijds werkloos zou zijn.

“Maatwerkbedrijven zijn een win win.”

Overheidssubsidiëring compenseert het rendementsverlies om met deze kansengroepen te werken. Voor elke euro die de overheid investeert in deze vorm van sociale tewerkstelling, verdient de samenleving 1,31 euro aan economische activiteit terug. Ieders portemonnee wordt dus beter van deze investeringen in werk voor kansarme langdurig werklozen.

Als overheid investeren in maatwerkbedrijven is dus geen meerkost, integendeel. Het creëert alleen maar ontegensprekelijke meerwaarde op verschillende fronten.

Doorstroom

De sector van sociale tewerkstelling is toe aan een herpositionering. De arbeidsmarkt is in beweging. Het maatwerkdecreet uit 2013 maakt van sociale en beschutte werkplaatsen maatwerkbedrijven die elkaars doelgroepen kunnen tewerkstellen. Meer dan vroeger ambieert de overheid ‘doorstroom’ als hefboom om meer mensen op de reguliere arbeidsmarkt te krijgen.

Als sociale tewerkstellingssector onderschrijven we het uitgangspunt dat begeleiding op de werkvloer van medewerkers gericht is op groei en ontwikkeling. Daarom investeren we dagelijks, intensief en methodisch onderbouwd, in competentieontwikkeling.

“Sociale werkplaatsen zijn er net voor kwetsbare mensen.”

Dat dit daarom niet altijd (meestal niet) resulteert in een job in de reguliere economie kan daarbij niet alleen op het conto geschreven worden van de werkplaatsen. Historisch gezien is de sociale economie ontstaan om jobs te creëren voor mensen die geen toegang hebben tot het normaal economisch circuit. Sociale werkplaatsen zijn er net voor kwetsbare mensen.

Waar zijn de werkgevers?

Die realiteit is vandaag nog niet gewijzigd. Conditio sine qua non blijft de bereidwilligheid van reguliere werkgevers om jobs aan te bieden aan personen waarbij het rendement (initieel) minder hoog ligt dan bij een andere werknemer. Waar deze kwetsbare werknemers enkel dankzij gekwalificeerde begeleiding zich verder kunnen ontplooien.

Dat die werkgever daarbij gebruik kan maken van onze expertise om kansengroepen duurzaam tewerk te stellen is een uitdaging waar de sociale tewerkstellingssector een trekkersrol in kan spelen.

Realisme

Jarenlange ervaring in het werken met mensen uit kansengroepen zorgt voor het nodige realisme bij maatwerkbedrijven. Voor veel werknemers is werken in een maatwerkbedrijf het hoogst haalbare. De ervaring leert dat als de begeleidingscomponent wegvalt, hun zorgvuldig opgebouwde arbeidsattitudes verdwijnen als sneeuw voor de zon.

“Voor veel werknemers is een maatwerkbedrijf het hoogst haalbare.”

Dit mag geen taboe zijn noch mag er jacht gemaakt worden op deze zwakkere groep waarbij na falen in een reguliere onderneming opnieuw langdurige werkloosheid dreigt.

Samen met de VDAB als arbeidsmarktregisseur staat de sector van sociale tewerkstelling voor de uitdaging om potentiële werknemers zorgvuldig te screenen en toe te leiden naar de voor hen meest geschikte werkvorm, hetzij reguliere, hetzij sociale economie. Laten we daarbij vooral onze maatschappelijke verantwoordelijkheid niet vergeten: creëren van duurzame en volwaardige tewerkstelling voor zij die dit het meeste nodig hebben als stapsteen naar een beter leven.

Dit kan enkel als de samenleving blijft investeren in deels gesubsidieerde werkvloeren waar begeleide tewerkstelling kan, maar niet hoeft, te resulteren in doorstroom.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen