Verhaal

Wim Opbrouck: ‘Een verkeerde afslag en je leven ziet er totaal anders uit’

Peter Jan Bogaert

Een paar seconden, niet langer. Tekst vergeten, het noorden kwijt. Op een première dan nog wel. En in een flits die ene donkere gedachte: van het podium stappen en nooit meer terugkomen. Het overkwam topacteur Wim Opbrouck. Wekenlang kon hij er niet over praten, zelfs niet tegen zijn vrouw. Nu schrijft hij het van zich af in een prachtige novelle voor TeGek!? Sociaal.Net had een bijzonder gesprek.

Wim Opbrouck

© ID/ Kris Van Exel

Wellicht

De jaarcampagne ‘Wellicht’ van Te Gek!? wil de kennis over depressie vergroten en mensen zicht geven in de complexiteit ervan. Problemen bespreekbaar maken en stigmatisering tegengaan.

‘De novelle is volledig autobiografisch, maar sommige gevoelens en gebeurtenissen zijn wat aangedikt.’

Acteur, muzikant, presentator en creatieve duizendpoot Wim Opbrouck (53) werkt er graag aan mee, met verschillende projecten. Daarin geen directe verwijzingen naar depressie. “Ik ben geen ervaringsdeskundige.”

De West-Vlaming benadert en onderzoekt het thema met parabels, vertellingen, grappige woordspellingen, contrasten, schetsen, klanken en kleuren. Het hele artistieke palet zet hij in dat verwondering en vooral herkenning oproept.

Ik ben de Walvis

Het intimistische muziektheater ‘Ik ben de walvis’ werd enthousiast onthaald door pers en publiek. De verhalende tekst van de voorstelling verschijnt als boek. Er volgt nog een tentoonstelling in het museum Dr. Guislain, inclusief een project met kwetsbare jongeren. Ook een kunstboek met prachtige tekeningen – “Ik teken wel, maar deze zijn niet van mij” – over de walvis die eerst naar onpeilbare dieptes zakt en terug naar boven zwemt, komt er straks aan.

En nu is er de novelle – ‘Hij wist het niet meer’, het meest intieme en persoonlijke van alle bijdragen. Fictie, uiteraard. Maar als snel blijkt dat het boek vol staat met autobiografische gebeurtenissen en gedachten. “Het is waar gebeurd, maar in tekst soms op de spits gedreven.”

We ontmoeten Wim Opbrouck in Oostende, waar hij en zijn medewerkster Tania de laatste hand leggen aan de novelle. Een mengeling van trots en zenuwachtigheid vult de ruimte. Hij blaast. Dat het misschien toch overdreven was om zo veel dingen tegelijk uit te brengen. Dat hij geen romanschrijver is, die negentig pagina’s zijn echt zijn limiet. Dat hij misschien het einde toch weer moet veranderen…

Black-out

De novelle vertelt het verhaal van Willem, een gevierd topacteur die op de première van een belangrijke voorstelling plots volledig blokkeert. Een black-out, en zegt: “Ik weet het niet meer”.

‘Ik kon plots niet meer op mijn woorden komen. Een dramatisch stilte volgde.’

Wat in werkelijkheid maar een paar seconden duurt, wordt in de novelle prachtig uitgewerkt met gedachten en soms melancholische beschouwingen. Opbrouck heeft er zijn dada’s in verwerkt; zijn handvaten, zijn lichtpunten. Een ode aan intense vriendschappen en het theatermilieu, zijn voorliefde voor lange wandelingen in de natuur en exclusie vulpennen. Dit alles gelardeerd met citaten van zijn favoriete schrijvers en dichters.

Het is de eerste keer dat hij, buiten een paar intimi, over de novelle praat. En dat hij zichzelf er over hoort. Een bijzonder gesprek volgt.

De novelle leest heel erg autobiografisch. Het hoofdpersonage Willem lijkt sterk op Wim.

“Ja, het is vol-le-dig autobiografisch, maar sommige gevoelens en gebeurtenissen zijn wat aangedikt en het tijdsverloop komt niet altijd overeen. Het is allemaal wat groter gemaakt dan het is.”

Het was dus in Maastricht in 2018 bij de première van ‘La Superba’, de toneelbewerking van de gelijknamige bestseller van Ilja Leonard Pfeijffer dat bij jou het licht uitging?

(knikt) “De zaal zat vol, de auteur en andere bekende koppen zaten op de eerste rij. Het gebeurde redelijk vroeg in de voorstelling. Ik kon plots niet meer op mijn woorden komen. Ik zei letterlijk: ‘Ik weet het niet meer’. En een dramatisch stilte volgde.”

“Op zich geen erg, er bestaan trucjes genoeg om zoiets op te lossen – collega’s die je uit de nood helpen, een woordje uit de coulissen, je laatste zin herhalen… maar hier kwam er nog iets bij wat mij het meest angst aan joeg: dat ik het niet wou oplossen.”

… door van het podium af te lopen of erger een hartaanval te veinzen, waar het hoofdpersonage in de novelle aan denkt.

“Je hoort dat wel vaker. Collega’s die half grappend zeggen: ik zie het niet meer zitten, ik loop weg. Of ik breek een been. Een soort escapisme dat herkenbaar is voor al wie eens voor een grote groep moet spreken. De vraag waarom we op dat moment geen schaapsherder in de Pyreneeën mogen zijn.” (lacht)

‘Wat houdt me recht? Het komen en gaan van de dingen. Eb en vloed.’

“Dat is een boutade, een stressafleider. Maar daar op het podium heb ik er echt aan gedacht om te verdwijnen achter de coulissen. En dat zou onwaarschijnlijke gevolgen hebben gehad, met een bijna onmogelijke terugkeer. Je kan het vergelijken met de slag van Will Smith tijdens de uitreiking van de Oscars. Onomkeerbaar.”

Het is toch opgelost geraakt en het publiek heeft uiteindelijk niets gemerkt.

“Ja, ik heb doorgespeeld, drie uur aan een stuk. Een lang applaus gekregen. Niemand had het door.” (glimlacht)

“Ik moet die ‘wanhoop’ heel erg geloofwaardig hebben gespeeld. Maar het is blijven schuren bij mij. Het is zoals met de wagen rijden op de snelweg en je plots denkt: stel dat ik hier en nu het stuur radicaal omgooi en volledig op de rem sta: wat zou er dan gebeuren? En waarom denk ik daaraan? Dat fascineert mij enorm. Het vreeswekkende kan ook aantrekken. Zoals hoogtevrees. Is het de vrees om te vallen of is het het angstaanjagend besef dat je wil springen.”

Wim Opbrouck

Wim Opbrouck: “De zaal zat vol, bekende koppen zaten op de eerste rij. Het gebeurde redelijk vroeg in de voorstelling. Ik zei letterlijk: ‘Ik weet het niet meer’.”

© ID/ Alex Vanhee

Is het lang blijven hangen?

“Ja, toch een paar weken. Het werd op den duur mijn ‘angstgegner’. Echt hevige angst dat het me opnieuw zou overkomen. Dat ik geen voorstelling meer zou kunnen spelen zonder ergens te haperen of iets te vergeten. Ik kon dat gevoel ook niet uitspreken tegen niets of niemand– ook niet tegen mijn vrouw – want als je iets benoemt, dan is het daar. Dan bestaat je duivel.”

‘Ik ben echt van mezelf geschrokken.’

“Ik ben daar echt van mezelf geschrokken. Ik wou toen maar één ding: een perfecte voorstelling spelen. Dat begon wat op een neurose te gelijken. Het valt ook wat te vergelijken met een spits die niet meer scoort of een spurter die niet meer wint. Dan gaat het in het ‘koppeke’ zitten. In iedere beroepsgroep heb je dat: hoe geraakt een chirurg over een verkeerd ingeschatte ingreep, hoe geraakt een schrijver over zijn writers block…”

Hoe is het dan opgelost geraakt; of om in de Walvis-metafoor te blijven: hoe geraak jij naar boven?

“Vriendschappen, in de eerste plaats. Ik heb er een paar die heel innig en diepgaand zijn. Wat houdt me recht? Het komen en gaan van de dingen. Eb en vloed. De wetenschap dat iets eindig is, brengt ook rust.”

“En in deze concrete situatie ben ik vlak voor een voorstelling in Rotterdam bij mijn goede vriend en collega speler en auteur Wilfried De Jong gepasseerd. En ik weet echt niet meer wat hij precies zei of deed – waarschijnlijk iets onbenulligs – maar plots was het weg. Klik. Gedaan met de angst. Daarna hebben we het stuk nog maandenlang opgevoerd zonder problemen.”

Je komt hier nu voor het eerst mee naar buiten.

“Ja, de campagne van Te Gek!? was voor mij een vrijgeleide om dit verhaal van mij af te schrijven. Sommige mensen hebben wellicht een beeld van mij als een zondagskind, dat fluitend van het ene project naar het andere fladdert. Dat klopt ook grotendeels, ik tel echt mijn zegeningen. Maar er is ook veel dat niet lukt en ik moet dat kunnen incasseren. Als er een recensie wat tegenvalt, dan steekt dat.”

‘Als een recensie tegenvalt, dan steekt dat.’

“En als het tegenzit, dan merk ik dat ik daar wel van onder de voet kan zijn. Als je daar dan niet over kan praten, weinig netwerk hebt of niet de vaardigheden hebt om daar uit te geraken, dan kan je een negatieve spiraal terecht komen. En ik herken soms wel van mensen die in een depressie zitten: je wilt de andere daar niet mee belasten. Want als je het zegt, dan is die doos van Pandora geopend. Dan ken je het scenario niet meer.”

Een walvis die strandt, een acteur die het niet meer weet: dat zijn tijdloze metaforen.

“Dat vond ik heel interessant om uit te werken. Een walvis die aanspoelt is stranden. Letterlijk. Een acteur die het niet meer weet, is ook de mens die tot stilstand komt door god weet welke reden: een pandemie, een depressie… De weg kwijt zijn, het niet meer weten. “

En in deze campagne luidt het: er is altijd wel licht, toch?

(aarzelt) “We hebben lang zitten zoeken naar een passend einde voor zowel de theatervoorstelling als voor de novelle. Boeiende discussie. Ik denk dan: het laatste wat mensen in een depressie willen horen is dat er altijd wel licht aan het einde van de tunnel is. Dat klopt natuurlijk wel, maar misschien wil je dan net horen dat je nog even in het donker mag blijven. Dat het ook niet erg is.”

‘Het laatste wat mensen in een depressie willen horen is dat er altijd wel licht aan het einde van de tunnel is.’

“Iedereen is daar anders in, maar ik kan daar wel vrede mee nemen. Een walvis die aanspoelt en sterft is op zich ook niet negatief he. Tenslotte spoelen we allemaal ooit ergens aan.”

Je gebruikt de metafoor van de walvis ook voor je eigen postuur. Ook in de novelle komt het thema terug. Beetje zelfspot?

“Ja, zelfspot mag altijd. Mezelf associëren met een schichtige gazelle, dat zou er wat over zijn.” (lacht)

“In de novelle schrijf ik naar waarheid dat ik het hart van een sportman heb, met een licht overgewicht in de vorm van een buikje. Als ik ergens mee worstel is het toch met de reacties die ik vroeger soms kreeg over mijn gewicht. Het is niet te onderschatten hoe vaak dat dit gebeurd is. In recensies werd ik steevast beschreven als rondborstig en goed in mijn vet, een keer ook als een Obelix. Ik was daar echt niet mee gediend.”

Als presentator van de lichtvoetige bakwedstrijd ‘Bake Off Vlaanderen’ loop je rond in kleurrijke pakken, terwijl je dubbelzinnige commentaar geeft op de deelnemers. Een ander aspect van je persoonlijkheid dat een pak frivoler oogt.

“Heerlijk toch, dat licht ‘divertimento’. Een beetje puberaal mogen doen. Spelen met woorden. De zot houden met alles en iedereen. Het is ook hoe ik de novelle afsluit: leve het spelen, leve het leven. Op het podium kan alles. Dus doe maar.”

Frivoliteit heeft altijd bestaan, ook in tijden van oorlog.’

“Frivoliteit heeft altijd bestaan, ook in tijden van oorlog. En je wil niet weten hoeveel reacties ik krijg van dames op mijn roze pakken: ‘Als Wim dat durft te dragen, dan mijn man ook.’” (lacht)

Wim Opbrouck

Wim Opbrouck: “Inclusie en diversiteit liggen me na aan het hart. Ik vind het fijn om te dollen met iedereen, ook met iemand met een hoofddoek.”

© ID/ Kris Van Exel

Er zaten dit jaar voor het eerst ook deelnemers bij met migratieroots.

“Ja. Ik zit mee in het productiehuis dat het programma maakt. Inclusie en diversiteit liggen me na aan het hart. Ik vind het fijn om te dollen met iedereen, ook met iemand met een hoofddoek. Het viel me zwaar om te zien dat ik daarna vanuit een eng rechtse hoek op de korrel werd genomen omdat ik zogezegd enkel nog hoofddoeken in mijn programma’s wou. Komaan zeg.”

“Over die polarisering maak ik me echt wel zorgen. Ik zoek het goede en ik zie het goede in veel dingen, maar zoiets boezemt me echt wel schrik in.”

Je bent een gevierd acteur die zalen heeft doen vollopen en zalen heeft doen leeglopen, zoals je met een knipoog naar Raymond van het Groenewoud schrijft in de novelle. Wat wil je nog doen de komende jaren?

“Vroeger zou ik steevast hebben geantwoord dat ik gewoon dezelfde dingen zou willen doen, zo lang mogelijk. Nu heb ik het gevoel dat het mijn beurt is om genereus te zijn, om te geven. Ik ben een sociaal geëngageerde maker, meer dan ooit. Ik wil me vooral toeleggen op projecten rond inclusie, diversiteit en klimaat. In welke wereld komen we terecht en hoe kan ik die wereld mee vorm geven?”

‘Ik wil me vooral toeleggen op projecten rond inclusie, diversiteit en klimaat. In welke wereld komen we terecht en hoe kan ik die wereld mee vorm geven?’

“Het is geen gemakkelijk debat, maar ik stel me bijvoorbeeld wel oprecht de vraag of het nog verantwoord is om verre vliegtuigreizen te maken om ergens te gaan optreden. Ik heb makkelijk praten, ik heb de halve wereld al gezien. Die boodschap zullen mijn kinderen misschien minder graag horen.”

Je bent ook bevriend met choreograaf en auteur Ish Ait Hamou. Hij schreef in 2016 als eerste een novelle voor TeGek!?

“Ik wil voortdurend nieuwe mensen leren kennen. Mijn horizon verruimen. Kijk, de multiculturele samenleving zal pas slagen als het van onderuit komt. Als het niet geforceerd is. Ik heb Ish een paar keer toevallig ontmoet, daarna zijn we blijven afspreken. We hebben veel te bespreken. Er was een klik, ook al zit er een generatie, een kleur en een geloof tussen.”

‘Je moet verdomd sterk in je schoenen staan om de wereld aan te kunnen.’

“Via Ish ontmoet ik ook andere interessante mensen die ik nu volg op Instagram – het enige sociale medium dat ik nog een beetje oké vind. Via een ander project ben ik ook in contact gekomen met een Afghaanse en Syrische jongen uit Kortrijk. Dat zijn heel verrijkende en hoopvolle contacten.”

Het is me wat met de wereld vandaag. Klimaat, energie, oorlog, vluchtelingen…  hoopvol word je daar niet van?

“Het is catastrofaal en hoopvol tegelijk. Oorlogen zijn er helaas altijd geweest, ook recent. Rwanda, de Balkan, Syrië, Afghanistan… Aan de andere kant zie ik ook veel medemenselijkheid, voornaamheid en solidariteit in alle mogelijke vormen.”

Afrondend, er is toch altijd licht?

(lacht)Er zijn veel parameters die je welzijn kunnen beïnvloeden en je moet verdomd sterk in je schoenen staan om de wereld aan te kunnen. Het is daardoor dat ik de novelle heb durven schrijven, door met Te Gek!? bezig te zijn en stil te staan bij de keuzes die ik gemaakt heb in mijn leven. Eén verkeerde afslag en je leven kan er totaal anders uitzien. Zelfverzekerde mensen zouden daar meer moeten bij stilstaan, dat het leven niet altijd zo zelf te besturen valt.”

Reacties [1]

  • Ignace Pollet

    Kunstenaars, en in het bijzonder theatermensen, ervaar ik als types met extreme ups en downs. Het gaat heel goed of heel slecht, een minder (zoals bij de meesten van ons) gewoon of oké. Wellicht hebben ze dat type psychologie nodig om kunstenaar te kunnen zijn, extravert, creatief, expressief, durvend… Maar als het tegenzit schijnen ze minder over een rem te beschikken voor hun vrije val, getuige ook vaak drugsverslaving of ergere uitkomsten. Gewone mensen (bedoel: niet-kunstenaars, niet-mediafiguren) vallen vaker terug op ‘gezond verstand’ , ‘even iets anders doen’, zelfrelativering. Maar – en daar volg ik Wim Opbrouck wel – de sociale entourage is heel belangrijk. Mensen die niemand hebben (ook de eenzame nerds) lopen m.i. het grootste risico.

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.