Verhaal

‘Voor mensen met een beperking is deze coronacrisis heel ingrijpend’

Lisa Develtere

Door de coronamaatregelen moeten organisaties voor personen met een beperking hun werking helemaal omgooien. Evy De Geytere, directeur van Tordale, vertelt hoe ze in deze stormachtige tijden het schip rechthoudt. “De creativiteit die de medewerkers nu aan de dag leggen, is ongelooflijk.”

© Unsplash / Markus Spiske

Tordale

In het West-Vlaamse Torhout ondersteunt Tordale jongeren en volwassenen met een verstandelijke beperking. Verspreid over een tiental locaties in de regio biedt de organisatie verschillende diensten: woningen, een BUSO-school, ateliers, een dagcentrum. Daarnaast begeleidt Tordale ook cliënten aan huis. “In het totaal ondersteunen zo’n 300 medewerkers ongeveer 350 cliënten”, vertelt algemeen directeur Evy De Geytere.

“De impact van de coronamaatregelen op onze werking en onze doelgroep is heel groot. We hebben vooral cliënten met gedrags- en emotionele problemen en autisme. Ze hebben geen zware medische zorgen. Maar het feit dat we nu hun bewegingsvrijheid zo sterk moeten inperken, valt hen zwaar.”

De coronamaatregelen veranderen hun leven?

“We hebben meteen ons dagcentrum gesloten voor een veertigtal externe cliënten. In onze residentiele afdelingen ging een deel van de bewoners naar huis. Bij de minderjarigen gaat het over ongeveer de helft. Nog een dertigtal van hen zijn hier. Van de meerderjarigen blijft de overgrote meerderheid nu zeven dagen op zeven in de voorziening: 140 cliënten in het totaal.”

“Wie nog hier verblijft zal vijf, misschien zeven, weken geen bezoek mogen ontvangen. Een verplaatsing van een ouder naar hier wordt niet als noodzakelijk gezien. Je kan je wel voorstellen dat dat keihard is.”

‘Al onze gasten moeten dag en nacht in dezelfde woning blijven.’

“Voor de bewoners ziet de dag er nu heel anders uit. Normaal gezien scheiden we wonen en werken. Iedereen vertrekt dus ’s ochtends naar zijn werk buiten de woning: een kookatelier, de groendienst, een knutselactiviteit. Ook dat hebben we meteen stopgezet. Vandaag moeten al onze gasten dag en nacht in dezelfde woning blijven.”

Jullie proberen de transfers tussen de verschillende locaties te verminderen?

“We hebben een tiental locaties. Per locatie hebben we een beweegzone ingericht. Dat is geen grote zone, gewoon de woning en de omliggende tuin. Die is duidelijk afgebakend, zodat het zichtbaar is voor onze cliënten. Binnen die zone mogen nog groepen van maximum zes personen van dezelfde leefgroep bewegen. Een begeleider kan wel nog één-op-één gaan wandelen met een bewoner buiten de beweegzone.”

“We zien de leefgroep als een gezin, een bubbel. Leefgroepen die uit meer dan zes personen bestaan, splitsen we op in groepen van maximum zes mensen. Eten, tv-kijken, in de living zitten: overal mogen ze maar met zes personen tegelijk zijn.”

Hoe reageerde de doelgroep in het begin?

“De maatregelen sloegen hier niet als een bom in. Corona zat volop in het nieuws. Veel van onze cliënten hadden er al iets over opgevangen. Maar er kwamen wel veel vragen. De affiches van de overheid, met pictogrammen over afstand houden, handen wassen en de andere maatregelen, waren hulpmiddelen die we goed hebben kunnen gebruiken om uit te leggen wat er aan de hand is.”

‘De bewoners begrijpen goed dat er iets ernstig aan de hand is.’

“De bewoners begrijpen goed dat er iets ernstig aan de hand is. Als er nu iemand in de groep koorts heeft, moet die zeven dagen in quarantaine op de kamer. Dan slaat de angst meteen toe: ‘Oei, die heeft misschien corona.’ Veel cliënten zijn bang om het te krijgen.”

Dus de bezorgdheid bij de bewoners gaat niet stilaan liggen?

“Nee. Ze volgen ook nauwgezet het nieuws. Dat zorgt telkens weer voor nieuwe vragen. Bijvoorbeeld het bericht dat een twaalfjarig meisje overleden is, zorgt, zeker bij de minderjarigen, opnieuw voor ongerustheid.”

“De begeleiders die in de dagondersteuning werken worden nu ingezet in de woningen. Zij doen nu veel activiteiten met onze cliënten in en rond hun woning. Die individuele aandacht doet hen deugd.”

Lukt het om de maatregelen, zoals afstand houden, strikt op te volgen?

“De maatregelen moeten zo goed als mogelijk opgevolgd worden. We proberen dat belang ook duidelijk te maken. Maar vergeet niet dat elke groep hier in een eigen bubbel leeft, voor een stuk vergelijkbaar met een gezin.”

“De afstandsregel van anderhalve meter proberen we wel zoveel als mogelijk aan te houden. Maar dat is voor de doelgroep zeer moeilijk. Personen met een beperking zijn dikwijls op zoek naar fysiek contact. Een schouderklop of een knuffel is voor hen heel belangrijk. ‘Moet die afstand houden echt?’, vragen ze vaak. Voor hen is het niet evident om de gevolgen in te schatten.”

‘’Moet die afstand houden echt?’’, vragen ze vaak.’

“Voor ons is het soms zoeken naar een gezond evenwicht. Wat is het beste: een beetje toegeven zodat een situatie kan kalmeren? Of het laten escaleren, waarbij je uiteindelijk ook fysiek contact zal moeten maken? En waarbij er misschien een ruit sneuvelt of iemand met slaande deuren wegloopt?”

Is er meer onrust?

“We zien meer probleemgedrag en opstandigheid. Er zijn gasten die weglopen omdat ze niet akkoord gaan met de maatregelen. We hebben veel cliënten met autisme. De structuur die ze kenden, is kwijt. We proberen hen een nieuwe structuur te geven. Samen met de begeleiders, passen de therapeuten en ortho-agogen de individuele schema’s aan.”

“Let wel, de begeleiding klaagt niet. Iedereen zegt dat het wel gaat. Iedereen doet ook door, vol goede moed. Maar je mag de impact op de cliënten niet onderschatten. Dag in dag uit op dezelfde plek blijven. Geen bezoek meer. Dat is toch nog iets anders dan thuis met je gezin in je bubbel zitten.”

‘Je mag de impact op de cliënten niet onderschatten. Dag in dag uit op dezelfde plek blijven. Geen bezoek meer. Dat is toch nog iets anders dan thuis met je gezin in je bubbel zitten.’

“En het is veel meer dan geen familie meer zien. We hebben normaal heel veel vrijwilligers die nu en dan eens binnenspringen om iets te doen. Dat is allemaal weggevallen. Enkel de vaste vrijwilligers die een wekelijkse activiteit kwamen doen, mogen nog komen. Als ze dat zelf zien zitten.”

“Onze organisatie ademt inclusie uit. Maar die zien we nu afbrokkelen. Dat geldt natuurlijk voor iedereen, maar voor onze gasten is dat heel ingrijpend.”

Hoe houden cliënten contact met het thuisfront?

“We gebruiken Skype, WhatsApp maar vooral de telefoon. Onze IT-dienst stelt alles in het werk om videobellen langs onze zijde mogelijk te maken en dat lukt meestal ook.”

‘We proberen te videobellen, maar de thuissituatie kan niet altijd mee.’

“Maar de thuissituatie kan niet altijd mee. De ouders van onze volwassen cliënten zijn al wat ouder. Ze hebben vaak geen laptop of smartphone waarmee ze kunnen videobellen of weten niet hoe dat werkt. Veel jongeren komen uit een sociale context waar computers ook minder evident zijn. Samen gaan we op zoek naar oplossingen.”

Houden jullie ook de vinger aan de pols bij de cliënten die nu thuis zijn?

“We hebben heel veel telefonisch contact met iedereen die er nu niet is. We willen ook weten hoe het met hen gaat. Twee minderjarigen die gekozen hadden om thuis te blijven, zijn intussen teruggekeerd omdat het thuis niet goed ging. Ook de begeleiders van de dagondersteuning houden telefonisch contact met de cliënten die normaal naar de dagbesteding komen.”

Voor de medewerkers zal het ook wel aanpassen zijn.

“Het is voor iedereen een heel andere manier van werken. De opvoeders van de woningen moeten plots voor iedere dag een dagprogramma voorzien. We mogen echt wel niet onderschatten wat het betekent om nu reeds voor minstens vijf weken allemaal samen in diezelfde bubbel te leven. Medewerkers van de ateliers worden daar nu ook mee ingeschakeld.”

“De creativiteit die iedereen nu aan de dag legt, is ongelooflijk. Ik zie veel mooie dingen gebeuren. Naar al onze medewerkers toe: hoedje af! Ik vind het sterk hoe iedereen nu werk en privé gecombineerd krijgt.”

‘Ik zie enorm veel solidariteit onder de medewerkers.’

“Ik zie ook enorm veel solidariteit onder de medewerkers. Bij alle teams. Een vijftigtal medewerkers ondersteunen via telewerk van thuis uit de medewerkers op het werkveld. Ze polsen of het lukt en of ze iets kunnen doen. Ze helpen met dagschema’s of ondersteunen de contacten met de ouders.”

“Omdat de bewoners nu permanent in de woningen blijven, hebben we in de weekends extra mensen nodig. Medewerkers uit de ondersteunende werking springen in de weekends bij. Anderen bieden aan om iets extra te doen, zoals gaan wandelen met cliënten die onrustig zijn.”

Zijn de medewerkers ook ongerust om zelf besmet te raken op het werk?

“Er is ongerustheid. Die gaat ook niet weg omdat er weinig tests worden afgenomen. We hebben al vijf cliënten gehad met koorts. Zij blijven zeven dagen in quarantaine op de kamer. Maar de medewerkers gaan er uiteraard nog binnen, weliswaar met mondmasker. Ze proberen ook afstand te houden, maar je kan niet iemands temperatuur meten op anderhalve meter afstand.”

‘Er is ongerustheid. Die gaat niet weg omdat er weinig tests worden afgenomen.’

“Testen zou een deel van die ongerustheid kunnen wegnemen. Gisteren hebben we voor het eerst iemand getest, vandaag testen we een tweede bewoner. Als de testen positief zijn, wordt de persoon uit de leefgroep gehaald en naar een woning gebracht die we hebben klaargemaakt voor Covid-19 patiënten.”

“De ongerustheid is er vooral ook in de andere richting: ‘Stel dat ik het heb en het doorgeef aan de bewoners?’ Iedereen checkt zijn temperatuur voor hij aan het werk gaat. Is die meer dan 37,5 graden, dan blijf je thuis en bel je de arts. We zien dat medewerkers uit voorzorg meer thuisblijven dan ze vroeger zouden doen.”

Jullie medewerkers zijn vooral opvoeders. Missen jullie medisch personeel?

“Wij hebben maar één verpleegkundige. Haar telefoon staat nu roodgloeiend. We werken wel goed samen met thuisverpleegkundigen. Zij blijven komen. Onze verpleegkundige heeft de organisatie van de aparte woning voor Covid-19-patiënten gecoördineerd.”

‘We hebben maar één verpleegkundige. Haar telefoon staat roodgloeiend.’

“We weten nu al welke medewerkers daar aan de slag zouden gaan. In de eerste week hebben we daarvoor een oproep gedaan onder het personeel. Binnen de kortste keren reageerden vijftien mensen. Dat had ik eigenlijk niet verwacht. Dat team heeft intussen al een mini-opleiding gekregen van de verpleegkundige over hoe er daar moet gewerkt worden.”

“Maar er zijn grenzen: we zijn geen ziekenhuis. Cliënten die positief getest werden, kunnen we opvolgen, verzorgen en steunen. Maar wie zware ziektesymptomen vertoont, moet naar het ziekenhuis.”

Zijn de richtlijnen van de overheid helder voor jullie?

“Je kan niet verwachten dat de overheid alles tot in het detail uitwerkt. Het is belangrijk dat de maatregelen duidelijk zijn. Maar dan is het aan elke voorziening om het te vertalen naar de eigen werking. Daarvoor dient ons crisisteam.”

‘Je kan niet verwachten dat de overheid alles tot in het detail uitwerkt.’

“Met dit team van zes mensen, waaronder de preventieadviseur, iemand van de vakbond en de verpleegkundige, kwamen we in het begin dagelijks samen. Om alle procedures uit te werken en consequente antwoorden te zoeken op de vragen van het personeel. Nu zien we elkaar nog drie keer per week.”

Welke vragen stellen de medewerkers?

“Sommige bewoners komen terug omdat het thuis niet gaat. Mogen zij gewoon aansluiten bij de leefgroep of moeten ze eerst een week in quarantaine? De artsen raden quarantaine aan, maar die cliënt komt net terug omdat het thuis moeilijk ging. Is het dan wel een goed idee om die een week op te sluiten?”

‘Het lukt wel om die driehonderd neuzen ongeveer in dezelfde richting te krijgen.’

Gisteren vroeg een groep of ze een babbelbox mochten organiseren. Een zone in de tuin met een scheiding uit plexiglas, zodat ouders op bezoek kunnen komen en van achter dat plexiglas kunnen praten met hun zoon of dochter. Helaas moeten we dat idee tegenhouden, want een bezoek van een ouder is geen noodzakelijke verplaatsing.”

Is er begrip voor die beslissingen?

“We hebben voor de medewerkers een lijst opgesteld met de veelgestelde vragen. Door hierover helder te communiceren, lukt het wel om die driehonderd neuzen ongeveer in dezelfde richting te krijgen.”

“Het is goed dat de vakbond mee aan tafel zit in het crisisteam. Zij kunnen bezorgdheden meenemen van het personeel die ons wat moeilijker bereiken. Bijvoorbeeld op vlak van beschermend materiaal.”

Hebben jullie voldoende beschermend materiaal?

“Dat is een groot probleem. We hadden daar geen voorraad van, dit is helemaal nieuw voor ons. We hebben een goede samenwerking met de eerstelijnszone. Via hen kunnen we materiaal bestellen. Maar niet genoeg om een grote voorraad aan te leggen.”

“Via verschillende andere kanalen deed ik nog bestellingen. Maar het duurt wel even voor dat hier is. We hebben nu een beetje voorraad, maar als we morgen onze corona-unit moeten opendoen, gaan we daar niet lang mee rondkomen. We hebben bijvoorbeeld maar dertig schorten.”

‘We hebben maar dertig schorten.’

“Ik heb wel de indruk dat het besef over de hoge nood aan beschermend materiaal bij de overheid is doorgedrongen. Via minister De Backer hebben we nu moeten doorgeven wat we in huis hebben en hoe lang we daar mee denken toe te komen.”

“Afstand maakt ook sterker”, schreven jullie op jullie Facebookpagina.

“Eén van de centrale waarden van Tordale is verbinding. Die waarde komt nu meer dan ooit op de voorgrond, ook al mogen we geen fysieke verbinding meer maken. Ik zie veel mooie dingen gebeuren in onze organisatie.”

“De inzet van het personeel is bewonderenswaardig. Dat haalt ons er voor een stuk door. Mensen die inspringen in elkaars werking, die elkaar vooruithelpen, die zich opgeven voor de corona-unit. Bewoners hangen tekeningen en spandoeken op om de begeleiding te bedanken. We gaan dit niet snel vergeten. Onze organisatie zal hierdoor nog sterker aan elkaar hangen.”

“Die samenhorigheid voel je ook buiten de voorziening. Op tv zie ik beelden van hoe mensen elkaar erdoor helpen. Als ik om acht uur ’s avonds buiten het applaus hoor… Zelfs als ik het nu beschrijf, word ik er emotioneel van. Het maakt niet uit wie voor wie klapt, het doet me wat. Het maakt me een beetje week in deze tijden. Die steun is fenomenaal.”

 

 

Reacties [6]

  • Bart korthoudt

    Bij ons in pegode vzw ist als een Bom aangekomen. Alle woonhuizen in qaranteine. Wij hebben meer als 20 afdelingen. Wij zijn 1 grote familie. De emotionele schade is enorm groot. Wij blijven enorm verbonden met wattsapp en telefoontjes en Messenger en mail. Voor mensen met een beperking is dit een zware inspanning. Je mag niet vergeten dat er veel koppels zijn. Pegode is gekend voor enorme verbondenheid solidariteit en veel vriendschap en liefde. Het was een messteek int hart. Ik denk ook aan de slachtoffers die overlijden en vechten. Wees verbonden zorgzaam. Veel liefs aan alle instellingen van Bart korthoudt hulp veiligheidscordinator raadgever evacuatie team cliënt. Pegode.

  • Philip De Smet

    Inderdaad. Aan mensen met een beperking wordt niet gedacht. Die moeten nu thuis blijven of in hun woonzorgcentrum. Die kunnen ook besmet geraken. Heeft de minister daar al eens over gedacht? Nu zijn het steeds ouderenzorg, dat daar veel besmet zijn.

    Mensen met een beperking willen ook ergens een activiteit uitvoeren, net zoals iedereen op aarde. Nu worden die volledig buiten gesloten.

    Natuurlijk, alle begeleiding probeert hen zo goed mogelijk op te vangen. Dat doet hen goed natuurlijk dat sommige begeleiders hen steunen, zodat zij niet in de kou gezet worden.

  • Inge Van de Wiele

    zeer herkenbaar! in onze leefgroep in Sint Oda proberen we creatief om te gaan met de nieuwe manier van werken en van op afstand toch veel nabijheid te bieden. We zijn afgesloten van andere woningen en polyvalente ruimtes maar kregen wel een vaste therapeut en verpleger verbonden aan elke woonbuurt. Activiteiten met bewoners gebeuren noodgedwongen onder individuele begeleiding maar dit zorgt ineens ook voor meer verbondenheid en rust in deze tijden van verhoogde spanning en onduidelijkheid. Het contact met ouders gebeurt telefonisch, via Skype en de post en is soms zelfs frequenter dan voorheen. De draagkracht en de steun van collega’s en leidinggevenden is voelbaar groot en doet deugd. Respect voor onze helden en een grote dankjewel!

  • Saskia Phemba

    Onze zoon is thuis, Zoals zovelen nu verstoken van zijn dagelijkse bezigheden, zijn tweede leefwereld. We trachten dat zo goed mogelijk op te vangen en gelukkig lukt dat ook voorlopig. Een pluim voor zij die ons blijven opvolgen, contacteren, vanop afstand mee ondersteunen…Een sector met een warm hart, tomeloze inzet, gepassioneerde mensen – wij kunnen alleen maar dankbaar zijn.

  • Maria en Joris Verplancke-De Soete

    Een grote bewondering voor het mooie werk dat jullie presteren voor die jongeren en ook ouderen die aan jullie toevertrouwd zijn.
    Dank voor jullie dagelijkse nooit aflatende inzet. Respect!

  • Saelen Viviane

    zo herkenbaar, VZW De Schakel Balen #SofieSmets, we waren al een hecht team en nu in deze periode staat onze what’sapp groep niet stil, als team ben je nu nog hechter, door teksten als deze kunnen we zo nog veel van mekaar leren #collega’s in de zorg en als mens knuf aan jullie allen Viv

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.