Verhaal

‘Je helpt elke sekswerker door ze rechten te geven’

Lisa Develtere, Michel Tirions

Het Antwerpse Ghapro en het Gentse Pasop bundelen de krachten. Onder de nieuwe naam Violett zorgen ze samen voor medische en sociale hulp aan sekswerkers in Vlaanderen. Tegelijk pleiten ze voor meer rechten voor mensen in de prostitutie.

© Sociaal.Net / Lisa Develtere

Wat doet Violett? 

Katleen Peleman, coördinator Violett Antwerpen: “We bieden medische en sociale hulp aan vrouwen, mannen en transgenders in de prostitutie. De focus ligt op preventie van risico’s verbonden aan hun beroep: soa-testen, vaccinatie, contraceptie en alle andere vragen rond seksuele gezondheid. Vorig jaar hadden de medische teams contact met zo’n 2.600 sekswerkers.”

Hoe komen sekswerkers bij jullie terecht?

Katleen Peleman: “Tijdens de consultatie kunnen sekswerkers in ons kabinet in Antwerpen, Gent of Hasselt binnenlopen. Maar onze artsen en verpleegkundigen gaan vooral naar sekswerkers in de bars, erotische massagesalons of privéhuizen. We gaan ook op zoek naar escorts en thuiswerkers.”

‘Weinigen hebben nooit onveilige seks.’

Anne Vercauteren, medeoprichter en sociaal hulpverlener bij Violett Antwerpen: “We vinden de meeste sekswerkers via advertenties die ze plaatsen. Vroeger in krantjes, nu online. Het gezondheidsteam belt hen op. Ze leggen uit dat onze medische hulpverlening gratis en anoniem is en dat ze naar de werkplek toe komen. Heel vaak gaan sekswerkers in op het aanbod. Elke week doet het mobiele team een andere regio aan.”

Kunnen ze voor medische hulp niet gewoon bij hun huisarts terecht?

Katleen Peleman: “We weten dat zo’n 80 procent aan hun huisarts niet vertelt welk beroep ze hebben. Zelfs als de sekswerker om een soa-test vraagt, weet de huisarts dus niet op welke risico’s die moet testen. Er is een groot verschil in risico’s tussen iemand die regelmatig een nieuwe partner heeft en een sekswerker die meerdere klanten per dag ziet.”

“Omwille van de economische druk zijn er maar weinigen die nooit onveilige seks hebben. Op vlak van orale seks worden de meeste gezondheidsrisico’s genomen. Maar hoeveel huisartsen testen op gonorroe in de keel? Of neem anale testen: zelden zal een huisarts dit suggereren. Terwijl dit aangewezen is als je commerciële seks hebt.”

Jullie bieden ook sociale hulp aan.

Anne Vercauteren: “Sekswerkers kunnen met alle hulpvragen bij ons terecht. Het gaat vaak om verduidelijking op vlak van administratie. Sommige mensen begeleiden we kort, anderen langdurig. Indien nodig verwijzen we door naar andere hulpverlening, bijvoorbeeld voor schuldbemiddeling, juridische vragen of het OCMW. Dan blijven we meestal naast hen staan en zijn we hun buddy in het verdere hulpverleningstraject.”

Gaan jullie mee als kennis of in naam van Violett?

Anne Vercauteren: “We bespreken met de cliënt wat mogelijk is. Bij voorkeur gaan we als medewerker van Violett en zijn daar heel transparant in. Daardoor weet de hulpverlener van de andere organisatie automatisch ook dat prostitutie een element is in het leven van die persoon.”

‘We zijn hun buddy in het hulpverleningstraject.’

“Voor de cliënt kan het geruststellend zijn dat dat niet opnieuw op tafel gelegd moet worden. Vaak hoeft dat ook niet. Maar de andere hulpverlener heeft door onze aanwezigheid wel de context mee.”

Bieden jullie ook psychologische begeleiding?

Katleen Peleman: “Nee. Het is ontzettend jammer dat we daar geen financiering voor vinden. Je voelt dat sommige van onze cliënten dat nodig hebben. Ze hebben een zware job, vaak stappen ze erin vanuit een probleem of een trauma. We verwijzen wel door naar therapeuten, maar niet elke sekswerker kan dat betalen.

Anne Vercauteren: “We bieden een warme begeleiding en een luisterend oor, maar niet meer dan dat. Cliënten die geen therapeut kunnen betalen, belanden net als iedereen op de wachtlijst van een Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg. Die kennen de context van sekswerkers niet zo goed als wij.”

“Omdat die context juist zo belangrijk is hebben we een netwerk van therapeuten opgebouwd, maar die hebben helaas ook een wachtlijst. Daarom blijven sommigen bij ons komen om eens een babbeltje te slaan en hun verhaal kwijt te kunnen. ‘Jullie begrijpen beter wat het is’, zeggen ze dan.”

Anne Vercauteren (links): “Ons medisch uithangbord is een dankbare voet tussen de deur.”

© Sociaal.Net / Lisa Develtere

Jullie medische dienstverlening verlaagt de drempel voor sociale hulp.

Katleen Peleman: “Ons publiek is superdivers. We merken dat het concept van sociale dienstverlening internationaal minder gekend is dan hier. Of dat er argwanend naar sociaal werkers gekeken wordt. Ze worden gezien als vertegenwoordigers van de overheid. Sociale diensten controleren of je wel hygiënisch woont en beslissen of je kinderen geplaatst worden. Maar de medische dienstverlening met haar beroepsgeheim kent iedereen. En iedereen die in de prostitutie werkt, weet dat ze zich best laten testen op soa’s.”

‘Er wordt argwanend naar sociaal werkers gekeken.’

Anne Vercauteren: “Ons medisch uithangbord is een dankbare voet tussen de deur. Het medisch team verwijst soms door naar ons. De actieradius van ons sociaal team is beperkter. We werken hoofdzakelijk in Antwerpen en Gent. Voorlopig hebben we geen middelen om dat uit te breiden naar heel Vlaanderen. Maar ons sociaal team wint vertrouwen en raakt beter bekend.”

Katleen Peleman: “Onze ervaringsdeskundige speelt daar een grote rol in. Als sekswerker onder de sekswerkers biedt hij rust, vertrouwen en nabijheid.”

Hoe belangrijk is zo’n ervaringsdeskundige binnen Violett?

Anne Vercauteren: “De ervaringsdeskundige maakt deel uit van het sociaal team en werkt ook nauw samen met de medische hulpverleners. Hij vormt een brugfiguur tussen de sekswerkers en Violett.”

‘Een ervaringsdeskundigen zei eens: ‘Jullie zijn altijd maar bezig met jullie grenzen te bewaken. Als ik niet over mijn privéleven praat, word ik niet aanvaard.’’

Katleen Peleman: “Intern heeft de ervaringsdeskundige ook een adviesfunctie. Hij kan ons wijzen op dingen die we zelf niet zien. En hij is ook aanwezig als sekswerker onder de sekswerkers. Ze bellen hem met hun verhalen en problemen. ‘Ik ben mijn vriendje beu, maar hij is mijn pooier. Wat zou ik doen?’ Dat zijn niet altijd dingen die te vertalen zijn naar hulpvragen. Soms willen ze er gewoon eens over praten.”

Hij maakt dus een groot verschil.

Anne Vercauteren: “Zeker. Maar je moet ervoor openstaan om de verrijking te zien. De ervaringsdeskundige is geen opgeleide hulpverlener. Hij komt met verhalen en ervaringen die buiten de comfortzone van de rest van het team liggen. Dat kan voor conflicten zorgen. Maar na al die jaren leer ik nog altijd bij van onze ervaringsdeskundigen.”

Katleen Peleman: “Een ervaringsdeskundigen zei eens: ‘Jullie zijn altijd maar bezig met jullie grenzen te bewaken. Als ik niet over mijn privéleven praat, word ik niet aanvaard. Dan stopt mijn werk.’ Toen zag ik plots hoe fundamenteel het verschil is tussen een hulpverlener en een ervaringsdeskundige: het persoonlijk verhaal is hun werkinstrument. Uiteraard hebben zij ook grenzen. We moeten hen daarin beschermen en versterken, want ze putten zichzelf uit. Dat is soms zoeken, want er is weinig theoretische ondersteuning voor.”

Werken jullie al lang met ervaringsdeskundigen?

Anne Vercauteren: “Al van toen we begonnen in 2002. Micheline was onze eerste ervaringsdeskundige. Haar profiel sloot nauw aan bij de vrouwen die toen in de ramen stonden: Vlaamse, Franstalige of Nederlandse vrouwen en enkele latina’s. Toen was er nog weinig culturele diversiteit.”

‘Er is weinig cohesie en harde concurrentie.’

Katleen Peleman: “Vandaag kan je het aantal vrouwen in het Schipperskwartier die nog bij Micheline haar leefwereld aansluiten op één hand tellen. Hier werken nu vooral Oost-Europese vrouwen en Latijns-Amerikaanse transgenders. We hebben nu een ervaringsdeskundige  die Roemeens en Spaans spreekt.”

Als het profiel van de sekswerkers wijzigde, veranderden de noden dan ook?

Anne Vercauteren: “Ja. Velen zien sekswerk als een manier om tijdelijk veel geld te verdienen. Daarna willen ze ofwel terug naar hun land van herkomst ofwel in het reguliere arbeidscircuit inschuiven en hier een duurzaam bestaan opbouwen. Er zijn er die veel geld verdienen, maar er is ook veel armoede.”

“Omdat ze korter hier zijn, kennen ze elkaar minder goed. Er is weinig cohesie en harde concurrentie. De solidariteit is verdwenen. Bij het feit dat ze van elders komen, komen specifieke problemen kijken: taalachterstand, aanpassen aan onze maatschappij en cultuur, maar ook eenzaamheid. Sommige vrouwen hebben kinderen in het thuisland achtergelaten.”

Het kabinet van Violett in het Schipperskwartier.

© Sociaal.Net / Lisa Develtere

Lukt het sekswerkers om op termijn ander werk te vinden?

Anne Vercauteren: “Dat is niet evident. Onze arbeidsmarkt zit niet te wachten op mensen zonder kennis van het Nederlands, ervaring of diploma. Dus velen blijven een pak langer sekswerker dan gepland. We sporen hen aan om op tijd in hun toekomst te investeren. Als iemand aangeeft dat ze ander werk wil, proberen we te helpen. We werken daarvoor samen met de VDAB. Maar voor vrouwen die illegaal in het land verblijven of geen werkvergunning hebben, kunnen we weinig doen.”

Het internet wordt voor sekswerkers steeds belangrijker.

Katleen Peleman: “Dat is een grote uitdaging voor ons. Het Schipperskwartier in Antwerpen, het Glazen straatje in Gent of de Chaussée d’Amour in Sint-Truiden zijn een toegankelijk model voor hulpverlening. Ook al is er meer mobiliteit, de doelgroep zit op één plek. In de privéhuizen zitten alsmaar minder sekswerkers samen. Vroeger waren ze al snel met twaalf. Die tijden zijn voorbij.”

‘Het internet is een grote uitdaging.’

“Sekswerkers die via het internet adverteren bellen we op, maar het is moeilijker om af te spreken. Ze werken in hotels of huren een studio. Sommigen krijgen we tot in de consultatieruimte in het Schipperskwartier, maar de meesten niet. We doen de moeite om naar iedereen apart toe te rijden, maar er is een grens aan het aantal contacten dat we met ons team kunnen doen.”

Tegelijk is de nood aan hulp niet veranderd.

Katleen Peleman: “Dat klopt. Het is een zeer kwetsbare groep. Een van de basisproblemen is ondanks de komst van het internet hetzelfde gebleven: sekswerkers werken in een niet-gereguleerde, deels gecriminaliseerde sector.”

Hoe zit die grijze zone juist in elkaar?

Katleen Peleman: “Prostitutie is niet strafbaar, maar het faciliteren van prostitutie wel. Al is hier een gedoogbeleid rond. Er zijn er die werken met een horeca- of massagecontract, maar dat komt niet overeen met de eigenheden van de job. Bovendien maakt het strafrecht van een uitbater een pooier, wat strafbaar is. De eigenaars vragen het personeel vaak om zelf te zorgen dat ze met alles in orde zijn.”

‘Er is geen ondergrens aan het inkomen. Sekswerkers zijn meer dan vroeger puur aan het overleven. Ze nemen meer gezondheidsrisico’s.’

“Sekswerkers kunnen zich inschrijven als zelfstandige in een algemene categorie van ‘persoonlijke diensten’. Maar die laat niet toe om op een gezonde manier een zaak te ontwikkelen. Je kan bijvoorbeeld geen kosten inbrengen. Bovendien vind je geen verzekering of boekhouder, omdat dat kan gezien worden als faciliteren van prostitutie. Een grote groep werkt daarom in het zwart en blijft helemaal onder de radar.”

Welke problemen brengt die grijze zone met zich mee?

Katleen Peleman: “De sector is niet onderworpen aan sociaal overleg. Dat klinkt saai, maar sociaal overleg zorgt voor een evenwicht tussen de verschillende partijen. Als sekswerker sta je alleen. Je klanten willen zoveel mogelijk diensten voor een zo laag mogelijke prijs. En daarnaast staan ze soms onder druk van de madame van de zaak waar ze werken of de eigenaar van het huis, die ook maximale winst willen halen. En dan heb ik het nog niet over de pooiers.”

“Er is geen ondergrens aan het inkomen. We zien dat het aan het dalen is. Sekswerkers zijn meer dan vroeger puur aan het overleven. Ze nemen meer gezondheidsrisico’s. Als klanten dingen vragen die ze niet willen, kunnen ze nergens terecht. Er zijn geen regels die ze kunnen inroepen. Ze kunnen niet naar de arbeidsrechtbank. Dat maakt hen heel kwetsbaar.”

Katleen Peleman (rechts): “Sekswerkers moeten meer afdwingbare rechten krijgen.”

© Sociaal.Net / Lisa Develtere

Is er een uitweg denkbaar?

Katleen Peleman: “Sekswerkers moeten meer afdwingbare rechten krijgen. Het zelfstandigenstatuut verbeteren is een eenvoudige manier om sekswerkers meer rechten te geven. Maar men moet ook het strafrecht wijzigen zodat diensten leveren aan zelfstandige sekswerkers niet langer strafbaar is.”

‘Men moet het strafrecht wijzigen.’

“Tegelijk zou aanwerving van iemand die seksuele diensten verleent niet langer strafbaar mogen zijn. Want niet elke sekswerker heeft de capaciteiten om zelf als zelfstandige te beginnen. Wel onder bepaalde voorwaarden, want het is een job die beter niet onder gezag uitgevoerd wordt. Er mag uiteraard geen sprake zijn van dwang, uitbuiting of mensenhandel.”

Voel je dat op politiek niveau de geesten in die richting aan het rijpen zijn?

Katleen Peleman: “Er is in België zeker openheid om na te denken over meer rechten voor sekswerkers. Alleen is het geen prioriteit. Op Europees niveau zie je een verschuiving in de andere richting, aangevoerd door Noord-Europa en Frankrijk. Ze willen prostitutie uitroeien. En al zeker geen rechten geven aan de sekswerkers. Men neemt allerlei maatregelen om prostitutie onmogelijk te maken.”

Zij noemen deze visie feministisch.

Katleen Peleman: “Binnen het feminisme heb je tegenstrijdige visies op prostitutie. De ene stroming zegt dat de vrouw zelfbeschikkingsrecht over haar lichaam heeft. De andere ziet elke vorm van prostitutie als slavernij en uitbuiting. Volgens hen weten de vrouwen die prostitutie verdedigen niet goed wat ze zeggen. Ze ontnemen sekswerkers eigenlijk hun spreekrecht.”

‘Sekswerk wordt vaak gereduceerd tot mensenhandel.’

Anne Vercauteren: “In veel discussies wordt sekswerk gereduceerd tot mensenhandel. Mensenhandel is een probleem, maar er zijn evenzeer sekswerkers die uit vrije wil voor prostitutie kiezen. Die zonder tussenpersoon werken.”

Tegenstanders van het decriminaliseren van sekswerk zeggen dat je zo mensenhandel stimuleert.

Katleen Peleman: “Daar zijn geen wetenschappelijke bewijzen voor. De strijd tegen mensenhandel moet gevoerd worden, maar daarnaast moet je sekswerkers rechten geven. Je helpt elke sekswerker door ze rechten te geven. Ook zij die slachtoffer zijn van mensenhandel of die in een moeilijke situatie met een pooier zitten.”

“Nu zitten ze allemaal in een kwetsbare situatie. Ze hebben geen sociaal vangnet en geen rechten. Je helpt hen door te zorgen dat ze ingeschreven raken. Het is moeilijk om uit te leggen, want de meisjes denken vaak op korte termijn. Niemand betaalt graag belastingen. Dat zal voor spanningen zorgen, maar je bouwt wel aan hun toekomst.”

Kan sekswerk een waardige job zijn?

Anne Vercauteren: “Daar ben ik van overtuigd. Ik heb genoeg vrouwen ontmoet die top zijn in hun vak en die dit jaren doen. Ze zijn fier om te zeggen dat ze sekswerker zijn. Ze zien dat ze er goed in zijn en dat hun klanten blijven terugkomen. Ze zijn alleen niet tevreden over het juridisch vacuüm.”

Reacties [3]

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.