Verhaal

‘De psychiatrie wordt resort voor mild depressieve mensen’

Nico Bogaerts, Peter Goris

In het Kempense Zoersel worden psychiatrische patiënten langdurig begeleid. In tijden waar residentiële zorg kort moet zijn, is die keuze niet evident. Twee sociale professionals getuigen over hun noodzakelijke tegendraadsheid.

© ID / Katrijn Van Giel

Dit is geen gewone psychiatrische afdeling?

Werner Peinen (afdelingsverantwoordelijke): “De Vallei is een afdeling van psychiatrisch ziekenhuis Bethaniënhuis. Wij bieden langdurige zorg aan veertig mensen met complexe psychiatrische problemen. We hebben hier zowel jonge mensen die nog niet zo lang in het circuit zitten als oudere mensen die hier heel hun leven verblijven.”

‘Hier worden ze minder geconfronteerd met hun excentriek zijn.’

“Ze dragen een complex kluwen van ernstige psychische problemen met zich mee. Het zijn kleurrijke figuren. Ze zijn zo excentriek dat ze in de samenleving moeilijk aansluiting vinden. Soms proberen ze de stap te zetten om alleen te wonen, maar vaak lukt dat niet.”

Hoe komt dat?

Stef Joos (psycholoog): “Mensen die zo afwijkend zijn dat de maatschappij daar geen blijf mee weet, vinden hier een thuis. Binnenshuis worden ze minder hard geconfronteerd met hun excentriek zijn. Hier wonen, zorgt voor rust. Zodra ze buiten wonen en aansluiting beginnen zoeken, ervaren ze snel dat het moeilijk is om die te vinden. Die confrontatie met hun grenzen en die van de samenleving, maakt hen rusteloos.”

Ambulante psychiatrische thuiszorg werkt niet voor deze groep mensen?

Stef: “Ten dele. Ik werk in die thuiszorg. We begeleiden er mensen die minstens even ziek zijn als wie hier in De Vallei verblijft. Waar ligt het verschil? Hun verlangen om buiten te wonen, is zo groot dat ze bereid zijn om daar alle gevolgen van te dragen: eenzaamheid, uitsluiting en armoede. We komen over de vloer bij mensen die het niet redden. Toch moet je hen geen verblijf in het ziekenhuis voorstellen. De enorme inspanningen die zij leveren om met hun waanzin te leven, vind ik ontroerend mooi. Maar evenzeer is het fantastisch hoe teams en patiënten ook hier, in het ziekenhuis, samen zoeken naar haalbare vormen van samenleven. Beide moeten mogelijk zijn.”

De patiënt kiest. Jullie hebben geen voorkeur?

Stef: “Hoe tevreden is iemand met zijn lot als bijzonder ziek en excentriek. Waar moet iemand wonen? Welke activiteiten moet iemand ondernemen? Dat hangt af van waar hij vrede mee kan nemen. Dat is voor mij bepalend. Het is onze taak dat keuzeproces goed te begeleiden. Soms duurt het jaren vooraleer je begrijpt wat iemand wil. Hier verblijft een patiënte die ik ondertussen 25 jaar ken. Tien jaar lang zat ik wekelijks even naast haar. Ze zei geen woord. Ze werd angstig zodra ik dichterbij kwam. Intussen kan ik met haar praten en peilen naar haar verlangens. Maar dat vergt dus veel tijd en geduld. Vanuit mijn werkpraktijk kijk ik met grote ogen naar beleidsverantwoordelijken die in Brussel beslissen om hier de opnameduur te begrenzen tot een jaar. Die ambitie staat haaks op onze realiteit.”

Afdelingsverantwoordelijke Werner Peinen

© ID / Katrijn Van Giel

De overheid zet jullie onder druk om het over een andere boeg te gooien?

Stef: “Vroeger zeiden we tegen patiënten dat we voor hen zouden zorgen tot aan hun dood. Dat betekende niet noodzakelijk dat ze heel die periode hier verbleven. Maar dit ziekenhuis engageerde zich voor hen. Vandaag wil de overheid komaf maken met zo’n langdurige psychiatrische zorg. Iedereen moet buiten de psychiatrie kunnen overleven. Maar voor sommigen is dat te hoog gegrepen.”

Werner: “De meeste andere ziekenhuizen bouwen dit soort van werkingen af. Zij laten patiënten uitzwermen. Patiënten komen nu vanuit heel Vlaanderen bij ons terecht. Wij zijn nog een van de weinige ziekenhuizen die langdurige psychiatrische zorg aanbieden. We mogen best fier zijn op die noodzakelijke tegendraadsheid.”

Het streven naar meer inclusie is nochtans een mooie beleidskeuze.

Werner: “De visie om zorg middenin de samenleving te ontplooien, is prima. Alleen stellen we vast dat meer langdurige residentiële zorg, die dus ook noodzakelijk is, daar de dupe van is. De overheid investeert in vermaatschappelijking en ambulante zorg door residentiële bedden af te bouwen. Budgettaire schaarste wordt herverdeeld. En dat gaat ten koste van de kwetsbare mensen waarmee wij werken.”

Stef: “Het probleem van onze geestelijke gezondheidszorg is niet zozeer dat de meest kwetsbare en zieke mensen te lang opgenomen worden. Het probleem is ook dat men te veel mensen opneemt die nauwelijks iets mankeren. De psychiatrie dreigt een resort te worden voor mild depressieve mensen. Dat maakt me kwaad. Die tendens manifesteert zich momenteel in de meeste ziekenhuizen, precies omdat de overheid inzet op korte opnames. En dus is het verleidelijk voor ziekenhuizen om de groep op te nemen waarmee je dat het best kan realiseren.”

En dat gaat ten koste van de meest kwetsbaren?

Stef: “De bomen groeien niet tot in de hemel. Toch maken mensen met lichte problemen nu gebruik van behoorlijk zware zorg. Dat klopt niet. Prima dat men mobiele teams wil inzetten. Maar om die op te zetten, moet je eerst ergens vijftig bedden opdoeken. Het lijkt me logisch dat je die gaat zoeken op plaatsen waar de minst zieke mensen verblijven. Maar het omgekeerde gebeurt: men snoeit waar de meest zieke mensen verblijven. Nochtans is dat wel de groep waarvoor psychiatrische ziekenhuizen bedoeld zijn.”

Jullie geloven niet dat de samenleving voor deze mensen kan zorgen?

Stef: “Onze samenleving zit niet te wachten op deze groep patiënten. Mensen sluiten hun ogen voor de ziekte van hun medemens. Veel mensen die ik begeleid in de thuiszorg, zijn eenzaam en leven in armoede. Je kan maar weinig doen als je geen geld hebt: je kan niet naar de cinema, je kan geen pintje gaan drinken. En ook openbaar vervoer kost geld. Je kan eenzaamheid maar bestrijden door ook armoede te bestrijden.”

‘Men snoeit waar de meest zieke mensen verblijven. Nochtans is dat wel de groep waarvoor psychiatrische ziekenhuizen bedoeld zijn.’

Werner: “Bovendien dragen onze mensen het zware etiket van psychiatrische patiënt. Dan ontstaan perfide mechanismen. De tegemoetkoming die deze mensen krijgen, is gebaseerd op hun zelfredzaamheid. Hoe minder ze kunnen, hoe meer ze krijgen. Meestal proberen onze mensen dapper te bewijzen dat ze nog behoorlijk zelfstandig functioneren. Zij worden daarvoor afgestraft.”

“De samenleving trekt momenteel hard aan de kar van herstel. Mensen moeten naar buiten treden. Maar wie dat doet, wordt daarvoor gestraft. Want wie zijn plan kan trekken, heeft geen financiële ondersteuning meer nodig. Het gevolg: deze mensen overleven in diepe armoede en eenzaamheid. Onder de noemer van vermaatschappelijking hebben ze zich dan zogezegd succesvol genesteld in de samenleving. Maar niets is minder waar. De miserie waarin ze leven, is schrijnend.”

“Deze mensen dragen het zware etiket van psychiatrische patiënt.”

© ID / Katrijn Van Giel

Dus moet ambulante zorg ook sleutelen aan warme netwerken voor deze mensen. Ambulante zorg is ook buurtzorg?

Stef: “Dat doen we ook. Wij hebben bijvoorbeeld op geregelde tijdstippen overleg met winkeliers in de buurt. Dat loopt vrij vlot zolang het over de situatie van één patiënt gaat. Is er een conflict tussen een apotheker en een patiënt, dan krijg je dat makkelijk opgelost. Maar vanaf het moment je een meer algemene attitudeverandering wil, is dat een ander paar mouwen. We vinden het moeilijk om normaal te doen tegen excentrieke mensen.”

Psycholoog Peter Dierinck zet sterk in op kwartiermaken. Hij probeert voor mensen met een psychische kwetsbaarheid een plek te verwerven in de buurt.

Stef: “Wij hebben geregeld contact met elkaar. Wij zijn op dezelfde terreinen actief, vanuit dezelfde invalshoeken. Alleen gebruiken we daarvoor onze eigen termen. We zeggen soms al schertsend dat we eens in elkaars dienst moeten werken: hij hier en ik ginder. Ik klop hier al twintig jaar op dezelfde nagels en dan word je een zagevent. Een ander hoofd en nieuwe woorden kunnen een frisse wind doen waaien. Toch zijn er ook verschillen. Het stedelijke Gent is heel wat anders dan het landelijke Zoersel. Kwartiermaken is makkelijker in de stad. Het aanbod aan ondersteuning is er veel rijker: CAW, ontmoetingshuizen, stedelijke diensten, straathoekwerkers… In Zoersel moeten we het stellen met de krantenwinkel en het café op de hoek. Maar ook met die mensen gaan we aan de slag. Dat is onze manier van kwartiermaken.”

Werken jullie samen met familie en vrienden van patiënten?

Werner: “Het domste wat je in langdurige zorg kan doen, is mensen die zich nog iets aantrekken van deze mensen wegjagen. De familie is een belangrijk onderdeel van het patiëntsysteem. Ze zijn hier altijd welkom. We nodigen ze uit om samen met ons dingen te doen. Zo organiseert een familie hier jaarlijks een verjaardagsfeest. Of een zus van een patiënt houdt hier maandelijks een schildersatelier. Toch is zo’n stap niet voor iedereen vanzelfsprekend. Sommige familieleden ervaren een enorme drempel, alleen al bijvoorbeeld om het lawaai dat hier soms heerst. Soms willen patiënten geen contact meer met hun familie. Dan proberen we vastgeroeste conflicten eerst weg te masseren.”

Sociale professionals getuigen vaak over hoe ze voor mensen het verschil maken door buiten de lijnen te kleuren.

Stef: “Dat is het DNA van dit ziekenhuis. Ik begon mijn loopbaan in het Universitair Psychiatrisch Ziekenhuis van Kortenberg. Ook daar verbleven zeer zieke mensen. De zorg die ze kregen, verliep zeer gestuurd en volgens academische principes. Niks mis mee, maar ook die benadering botst op grenzen. Met sommige patiënten zaten ze vast: elke behandeling of resocialisatieplan ging de mist in. Vaak werden dan de woorden gesproken: ‘Anders moeten we hem naar Zoersel sturen.’ Daar zat geen denigrerende toon onder. Integendeel, er was verwondering over het feit dat men hier met deze mensen toch nog iets kon verwezenlijken. Dat is de reden waarom ik hier werk. Ik vond dat een heel uitdagende gedachte. In dit ziekenhuis kan je creatief zijn, je eigen weg zoeken, buiten de lijnen kleuren.”

‘Je moet veel dingen durven loslaten.’

Je moet als verzorgende die ruimte ook durven invullen.

Werner: “Dat is niet iedereen gegeven. Om creatieve zorg te bieden, heb je veel vaardigheden nodig. Je moet dingen durven loslaten en met vertrouwen het vervolg afwachten. Je mag niet verkrampen of angstig worden omdat je iets doet dat niet volgens de regeltjes verloopt. Toch komen er voortdurend regels, formulieren en registraties bij. Soms is dat nodig. Maar hoe meer je wil controleren en in hokjes steken, hoe moeilijker het wordt om als hulpverlener buiten de lijntjes te kleuren omdat je buikgevoel zegt dat op dat moment nodig is.”

Hoe ga je daarmee om in je team?

Werner: “Medewerkers moeten het gevoel krijgen dat ze dingen mogen proberen, zonder achteraf het risico te lopen te worden afgestraft. Zo stimuleer je het buiten de lijnen kleuren. Neem iemand die dreigend en agressief is. Opsluiten heeft meestal weinig zin, dat weten we. Stel dat zo’n patiënt woedend het ziekenhuis verlaat dan ga je hem niet tegenhouden. Je gaat ervan uit dat hij een wandeling in het bos maakt en rustig terugkeert. Maar misschien loopt het toch mis. Op zo’n moment neem je als hulpverlener een risico. Kan je dat niet aanvaarden, dan is dit werk niet vol te houden.”

“Familie is hier altijd welkom.”

© ID / Katrijn Van Giel

Stef: “Er zijn maar weinig ziekenhuizen waar patiënten ’s nachts mosselen mogen klaarmaken. Hier kan dat. Dat klinkt misschien onnozel, maar daar gaat het wel over. En ik weet: het is onveilig, er is op dat moment weinig toezicht, ’s nachts moet je slapen… Maar toch moeten nachtverpleegkundigen leren dat hier niks mis mee is. Ze verwachten nochtans een slapende afdeling. Hier kan het zijn dat de afdeling herleeft zodra ze aan hun nachtshift beginnen. Een teamverantwoordelijke moet dat borgen. En ook een directie mag niet bang zijn. Dat zijn allemaal processen die elkaar versterken.”

Dat vraagt van veel mensen veel engagement. Is dat er nog?

Werner: “Soms zijn we overdreven nostalgisch. Vroeger zou het allemaal beter geweest zijn: psychiaters en verzorgenden namen eenzame patiënten mee naar huis. Maar dat soort engagement is er nog altijd. Collega’s pikken op zondagmorgen patiënten op, bijvoorbeeld om te kiezen voor de gemeenteraad in hun dorp.”

Stef: “Psychiatrie gaat over dat engagement om met elkaar in relatie te gaan. Die relaties en dat wederzijds vertrouwen maken dingen mogelijk, ook op moeilijke momenten. Zo raakte ik als leidinggevende verzeild in een situatie van zware agressie. Toen ik de verpleegpost binnenstapte, hoopte ik dat mijn relatie met de cliënt zou volstaan om de zaak te ontmijnen. Maar je rekent op iets waarvan je niet zeker kan zijn.”

Jullie schreven het boek ‘Een kwestie van tijd’ om dat allemaal uit te leggen.

Stef: “We hebben gekozen om ons werk te tonen door verhalen te vertellen. Eigen aan langdurige zorg is dat we vertrekken vanuit ontmoetingen met mensen en de verhalen die daar uitgroeien. We willen ons niet verantwoorden en willen niet om ons heen schoppen. Het boek heeft geen besluit, laat staan dat we beleidsaanbevelingen zouden doen. Dat is dubbel, want natuurlijk zijn we ervan overtuigd dat ons waardevol werk beschermd moet worden. Ik ben zo vergroeid met dit werk dat ik me maar moeilijk kan voorstellen dat de langdurige zorg niet meer bestaat. Zeker voor de mensen die er nu verblijven. Waar moeten die naar toe?”

‘Psychiatrie gaat over in relatie gaan met elkaar.’

Werner: “Het boek straalt kracht uit, niet in het minst omdat we patiënten hebben betrokken. Via authentieke getuigenissen, gedichten en tekeningen grijpen we alle kansen om onze patiënten te tonen zoals ze zijn. Zo maken we aan de buitenwereld duidelijk wat wij en zij hier doen. Patiënten en hulpverleners herkennen zich in de verhalen en tekeningen uit het boek. Ze zijn verheugd dat ze nu eindelijk aan familieleden of vrienden kunnen tonen hoe het hier op de afdeling in zijn werk gaat.”

Reacties [10]

  • kristien

    Mooi en ideaal, de vraag die ik me stel en de hoop die ik koester is dat dit ook betaalbaar is met de invaliditeitsuitkering die deze mensen ontvangen,….

    • stef joos

      Vanzelfsprekend. Het alternatief voor wat betreft residentiële opvang, de PVT, is veel duurder. Al is dat voor deze mensen ook geen alternatief: hun, wat in dit artikel “excentriek” gedrag genoemd wordt, wordt daar als te verstorend ervaren. Dat is overigens ook één van de vele problemen van vermaatschappelijking : zelf huren is met hun uitkering vaak onbetaalbaar en als dat wel lukt rest hen slechts erg weinig om mee te leven. Eigenlijk is het een vreemde situatie : dat de meest intensieve zorg eigenlijk het goedkoopst is.

    • Pieter Pauwels

      Dit perfide mechanisme kan men ook zien bij de ambulante hulp. Therapiesessies bij een psychiater worden onbeperkt en ruim terugbetaald. Bij psychologen daarentegen kennen we de problemen.

  • Els S

    Mooi artikel. Ik noem dat geen tegendraads zijn, maar ethisch handelen. Zorg op maat is gebaat met out of the box denken. En budgetten dwingen iedereen net binnen enge kaders. Jammer dat de dialoog en menselijke relatie met management en politiek zo moeilijk is.

  • Adlain

    Bijzonder confronterend, een ‘rauwe’ realiteit.

    SAMEN is het enige naamwoord waarin leven vervoegen kan.

  • ann bickel

    Wat een verademing dit artikel.
    Er zijn toch nog zorgverleners en klinieken die ervaren dat niet elke psychiatrische zieke na één of twee jaar opname weer mee draaien kan in de ‘gewone’ wereld. Sommige mensen zijn zo beperkt in hun functioneren dat het niet anders kan dan dat zij blijvend zorg nodig hebben en ergens opgenomen zijn. We bewijzen hen, de familie en de maatschappij geen dienst door ze gedwongen te laten uitstromen. Mijn zoon is jammer genoeg ook zo iemand. Alle lof voor de ‘tegendraadsheid’ van Zoersel. Maar dit zou de normale gang van zaken moeten zijn.

  • Marij Broeckx

    Ik ben volledig mee in jullie manier van denken. Ik werk al 30 jaar in de welzijnszorg met mensen met een verstandelijke beperking. Ik ben er steeds meer van overtuigd dat hoe meer de zorg op maat is van de individuele cliënt/patiënt hoe beter. Wat voor de ene een goede opvang is, is het voor een andere niet. Punt. Ik blijf erbij dat mensen met speciale noden vaak juist een heel beschermende langdurige opvang nodig van waaruit ze zelf , indien ze dit al zouden wensen en er klaar voor zijn, kleine stappen kunnen zetten naar ‘buiten’ toe.
    Uitzoeken, samen met de cliënt, wat voor hem de juiste zorg is, is een blijvende uitdaging voor de begeleiders. Daarbij creatief durven nadenken, out of the box, is zeker een meerwaarde! Ik ga jullie boek zeker lezen!

  • Jos Rombouts

    Als ik Werner lees over die verjaardagsfeestjes en Stef over die mosselen ’s nachts, dan denk ik, toch nog verrast: Wauw, die twee gasten zijn heel gelukkig in hun baan. Een helder en vooral heel invoelbaar artikel, alleen jammer dat de kop focust op een zijlijn in het verhaal.

  • Linda Henderieckx

    Ben zeer verheugd dit te lezen. ik werk in Mortsel als verzorgende in de thuiszorg en bood al meermaals langdurig zorg aan psychiatrische patienten. De psychiatrische thuis verpleging kwam 1x per maand effe babbelen…’t was een ramp! Ik herken veel in deze teksten. Ik ging altijd uit van de persoon en niet van de gediagnosteerde ziekte en dat werkte behoorlijk goed. De mens is meer dan de naam van zijn ziekte!

  • mileen janssens

    met volle steun, voor de langdurige zorg indien nodig, en de continuiteit tussen ambulante en residientiële zorg. Ik lees net in een artikel van een auteur uit de stal van de Institutionele Psychotherapie in Frankrijk (Reims) dat het afschaffen van langdurige residentiële zorg voor sommige patiënten een verbanning is naar levenslange opsluiting, maar dan thuis. Dat geldt misschien evenzeer voor mensen met mentale beperking. Het psychiatrische is politiek. Het artikel is te lezen op internet: LIER LE POLITIQUE ET LE SOIN. Françoise Attiba, in Patrick Chemla, La fabrique du soin

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.