Verhaal

‘Ik was elf jaar toen mijn broer stierf door een virus’

Johan Maes

Rouwexpert Johan Maes weet hoe het voelt om iemand te verliezen. Toen hij kind was, overleed zijn jongere broer Lieven aan een infectieziekte. Zijn verhaal brengt erkenning, troost en hoop: “Elke pijnlijke crisis is een kans om wat in de diepte verscholen ligt, zichtbaar te maken.”

rouw

© Unsplash / Davide Ragusa

Lieven

In 1959 werd mijn jongste broer Lieven Maes geboren, de laatste van drie zonen. Ik ben de oudste.

Al vlug bleek dat Lieven een ‘rubellakindje’ was. Rubella of rodehond is een infectieziekte die je krijgt via druppeltjes in de lucht, bijvoorbeeld door uitademen, hoesten en niezen. Het wordt beschouwd als een onschuldige kinderziekte en kent gewoonlijk een mild verloop. Laat ons zeggen een flinke verkoudheid, koorts, vermoeidheid, huiduitslag.

‘Was er een vaccin geweest dan leefde mijn broer wellicht nog.’

Maar bij zwangere vrouwen kan rodehond zeer ernstige afwijkingen veroorzaken bij de baby. Mijn moeder was net zwanger toen mijn broer en ik door dit virus waren besmet. Lieven is uiteindelijk geboren met allerlei verschrikkelijke afwijkingen. Hij verbleef in een instelling voor kinderen met zware fysieke en mentale beperkingen.

Ijsje in de stad

Lieven was blind en doof. Hij was eigenlijk een kasplant. Elke zondagnamiddag gingen we bij hem op bezoek. Mijn broer en ik stonden wat onwennig aan zijn bedje en probeerden er zo vlug mogelijk van onder te muizen.

Ik herinner me andere kinderen op die afdeling, ernstig fysiek en mentaal gehandicapt, waarvan sommige vaak plots en angstaanjagend konden schreeuwen. We werden als kind bij dit alles niet opgevangen. We kregen geen uitleg, niemand die ons vroeg of we bang waren.

Uiteindelijk overleed Lieven, tot verdriet en opluchting van mijn ouders, toen hij zeven jaar was. Mijn moeder heeft daarna enorm geijverd om vaccinatie tegen rubella wettelijk voor iedereen mogelijk te maken. Dit was de motor van haar sociaal en politiek engagement.

Was er een vaccin geweest dan leefde mijn broer wellicht nog. Ik ben benieuwd hoe hij er uit zou zien en wie hij zou geweest zijn.

Zestig jaar later

Corona roept dit allemaal in mij wakker.

Dagelijks worden we overstelpt met informatie over virussen en vaccins.  Bijna zestig jaar later komen er vragen in mij op: Welke impact had de handicap en de dood van mijn broertje op mijn leven? Korte tijd na het overlijden, trad mijn neef als ‘Broeder Lieven’ toe tot de congregatie van de Broeders van Liefde. Mijn oom noemde zijn eerste kind, een dochter,  ‘Lieve’. Mijn vader moest een extra job aannemen om de dure kosten van de instelling te betalen.

‘Welke impact had de dood van mijn broertje op mijn leven?’

Mijn broer en ik lagen aan de basis van de besmetting. Nooit beschuldigde mijn moeder ons daar expliciet van. Maar ik voelde die last wel op mijn schouders. Ik had met haar een moeizame relatie. En is mijn fysieke weerstand ten aanzien van mensen met zware fysieke en mentale beperkingen te verklaren uit de angstaanjagende taferelen in de instelling?

Mijn ouders hebben nooit de brug gemaakt tussen mij en mijn zieke broer. Voelde ik daarom geen emotionele band met hem? Ben ik daarom tot op mijn dertigste bang geweest voor de dood? Heeft de herstelgerichte rouwstrategie van mijn ouders, verdriet omzetten in sociaal engagement, ertoe geleid dat dit ook mijn favoriete strategie is? Ligt deze vroege verlieservaring aan de basis van mijn beroep als rouwtherapeut?

Oude verliezen

Deze pandemie leidt tot veel collectief en persoonlijk verlies en rouw.

Niet alleen na overlijden door het virus waarbij onze wijze van afscheid onder druk staat. We worden ook geconfronteerd met het pijnlijk verlies van vrijheid, autonomie, controle, zekerheden, identiteit, toekomst, veiligheid en vertrouwen. Op de coronamaatregelen reageert de ene gelaten, de andere opstandig.

Onder de oppervlakte sluimeren veel oude verliezen: onverwerkt, verborgen, bevroren, nooit erkend. In de diepte huizen chronische rouw, onzichtbare rouw, uitgestelde, afgewezen of afgesplitste rouw.

Onredelijk kwaad

Ook bij mij.

Vijfenvijftig jaar na het overlijden van mijn jongste broer komt dit verlies boven water als gevolg van wat de dag van vandaag brandend actueel is: ‘het virus’ en de ‘vaccinatie’.

‘Corona is een collectief gedeelde traumatische ervaring.’

Ik kan mij onredelijk kwaad maken over mensen die vanuit hun riante villa’s met tuinzicht protesteren over de afgenomen vrijheid. Ik kan me geweldig opwinden over mensen die zich niet willen laten vaccineren terwijl er natuurlijk terechte bekommernissen zijn. Minder begrip heb ik voor mensen die om allerlei duistere redenen het vaccin weigeren maar als eerste klaar staan om vaccins in te laten spuiten om op reis te kunnen naar exotische oorden.

Het is duidelijk: vanuit mijn eigen levensverhaal laat corona mij niet koud.

Samen betekenis geven

Corona is een collectief gedeelde traumatische ervaring en zal, zoals ik hier al vertelde, niet leiden tot meer pathologische rouw. Niet zozeer de omstandigheden bepalen of een verlieservaring leidt tot pathologie maar of we die ervaring al of niet betekenis kunnen geven. Dit laatste doen we in verbinding met anderen, in uitbreiding met de hele wereld.

Sowieso moeten we wat minder pathologiseren. Logisch dat deze pandemie leidt tot meer gevoelens van angst, boosheid, eenzaamheid, depressie, rouw bij jong en oud. Niemand ontsnapt eraan, maar daarom komt er nog geen tsunami van stoornissen op ons af.

‘Corona triggert en activeert oude en recente angsten, trauma’s en rouw.’

We zoeken immers naar alternatieve en constructieve vormen om van en met onze geliefden afscheid te nemen. We vinden nieuwe hobby’s en rituelen uit of tikken samen tegen een glas als eerbetoon en uiting van collectieve rouw. We krijgen een leerachterstand op school maar leren nieuwe dingen over hoe we leven. We krijgen aandacht voor de schrijnende eenzaamheid in woonzorgcentra die nu meer zichtbaar wordt.

Nog steeds op weg

We zoeken naar andere vormen van verbinding omdat de dynamiek van afstand en nabijheid grondig is verstoord. We leren dat fysiek dichtbij niet altijd betekent emotioneel dichtbij en dat fysieke afstand niet wil zeggen dat we niet emotioneel betrokken zijn.

Het coronavirus geeft me de kans om een verliesverhaal dat waarschijnlijk mijn hele biografie heeft gekleurd, te onderzoeken en uit te puren. Ik zie dit in mijn praktijk ook bij cliënten gebeuren. Corona triggert en activeert oude en recente angsten, trauma’s en rouw.

Zoals bij elke pijnlijke crisis, is dat ook nu een kans om wat in de diepte verscholen ligt, zichtbaar te maken, bestaansrecht te geven, te erkennen, te ontladen, uit te drukken, uit te zuiveren en in te lijven of te verweven in wie we zijn. Onaf en nog steeds op weg.

Reacties [2]

  • karin verheyen

    Herkenbaar en duidelijk geschreven. Mooi verwoord ook vanuit een persoonlijke getuigenis. Dit artikel zal veel mensen troost en inzicht bieden.

  • Veerle

    Dankjewel dat je dit verhaal deelt. Tussen de dagelijkse corona-cijfers en alle berichten in de pers is dit een thema dat echt tekort komt. Bedankt!

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.