Verhaal

Ex-verslaafd en nu hulpverlener: ‘Ik ken de leefwereld van mijn cliënten maar al te goed’

Frederik Van den Bril

Jarenlang was Deborah Van Laer zwaar verslaafd aan drank en drugs. Ze werkte als sekswerker en hing rond met ongure types. Tot ze haar leven helemaal omgooide. Haar ervaringen schreef ze neer in het boek: ‘Van Hooker Tot Healer’. Vandaag werkt ze als sociaal werker en ervaringsdeskundige: “Ik denk vaak, hier had ik ook kunnen zitten.”

ervaringsdeskundige

© Sociaal.Net / Lisa Develtere

Een confronterend verslag

Haar boek ‘Van Hooker tot Healer’ is een rauw en confronterend verslag van misbruik en verslaving. 

Thuis was er een gewelddadige vader. Al op haar twaalfde zit Deborah tot vijf uur ‘s nachts op café. Als ze zestien is, gebruikt ze speed op school. Op haar achttien jaar zet ze een eerste shot heroïne. Ze slaagt erin om voor familie en vrienden de schijn hoog te houden. Hard werken in de horeca, in het weekend nog harder feesten. 

‘Voor mij is geen enkel onderwerp taboe. Vanaf het moment dat mijn cliënten dat voelen, is het ijs gebroken.’

Ondanks haar ‘succesvolle’ dubbelleven belandt Deborah van de regen in de drop. Foute vrienden sleuren haar mee in een spiraal van seksueel geweld en criminaliteit. Het destructieve pad leidt naar prostitutie, pooierschap en porno. 

Gaandeweg krijgt Deborah vier kinderen. Die kinderen zijn een eerste wake-up call voor haar. Psychoses doen haar een afkeer krijgen van drugs. Langzaam zet ze de eerste stappen richting herstel. 

Deborah’s verhaal getuigt van enorm veel veerkracht. Vandaag vertelt ze rustig en zonder blikken of blozen over die periode uit haar leven. Haar ervaringen gebruikt ze nu om andere mensen te helpen.  

Dag Deborah, wat doe je nu van werk?

“Sinds drie jaar werk ik voor psychiatrisch ziekenhuis Multiversum in Boechout, meer bepaald voor Kadans Wonen: een samenwerkingsverband tussen het OCMW, de hulpverlening, politie en justitie, rond dakloosheid en overlevingscriminaliteit.”

“Het gaat om mensen met een ernstige psychiatrische aandoening, in combinatie met een verslavingsproblematiek en dakloosheid. Mensen die door alles en iedereen zijn opgegeven. Die groep vraagt vaak ook niet om hulp.” 

“Ons doel is die mensen een menswaardig leven te bieden. In de eerste plaats zorgen wij voor een woning en laagdrempelige zorg. Als casemanager doe ik individuele woonbegeleiding op maat van cliënten. Daarnaast ben ik ervaringsdeskundige, die rol zet ik ten allen tijde in.”

Hoe gebruik jij je verleden in je werk?

“Mensen staan er niet bij stil, maar onder deze groep cliënten heerst er heel veel schaamte. Ik probeer hun ervaringen vooral wat te normaliseren. Voor mij is geen enkel onderwerp taboe. Vanaf het moment dat mijn cliënten dat voelen, is het ijs gebroken. Ik vind niets raar, omdat ik me ook niet schaam over wat er is gebeurd met mij. Cliënten voelen dat ook.” 

Word je door je werk vaak geconfronteerd met het verleden? 

“Ja, zeker in het begin. Voor mij was dat misschien een laatste stap in de verwerking. Ik dacht: ‘Oké, hier had ik dus ook kunnen zitten’. Voor mij is dat allemaal geen ver-van-mijn-bedshow.”

Was het voor jou niet beter helemaal weg te blijven uit dat milieu? 

“Het is lang geleden en ik heb het voldoende verwerkt. In mijn ergste periode was ik heel erg jong. Mijn herstelproces is begonnen rond mijn dertigste. Ik ben nu 45, dus ik ben er al heel lang uit. Ik heb vaak gedacht: ik had niet jonger moeten zijn. Je moet stevig in je herstel staan, om als ex-verslaafde te werken met gebruikers.”

‘Zeggen tegen mensen: ‘dat mag niet’ heeft soms een averechts effect. Of toch zeker bij mij.’

“De focus bij Kadans Wonen ligt op ‘harm reduction’. Daarbij leggen we niet de focus op onthouding, maar gaan we zoveel mogelijk de schade van de verslaving op andere vlakken beperken: gezondheid, sociale contacten, werk, financiën, huisvesting. De spuitenruil van Free Clinic is een goed voorbeeld van zo’n aanpak. Drugsverslaafden kunnen er propere naalden krijgen zodat ze elkaar niet besmetten met bijvoorbeeld hepatitis.”

“Ik zie heel vaak mensen zo hard strijden tegen hun verslaving en falen, maar als je de focus verlegt zijn er wel successen te boeken. Dat is een aanpak waar ik in geloof. Toen ik zwaar verslaafd was zou niemand tegen mij moeten zeggen ‘stop met gebruiken’. Zeggen tegen mensen: ‘dat mag niet’ heeft soms een averechts effect. Of toch zeker bij mij.”

ex-verslaafd

“Je moet stevig in uw herstel staan, om als ex-verslaafde te werken met gebruikers.”

© Sociaal.Net / Lisa Develtere

Herken jij soms jezelf in cliënten? 

“Ja. Ik heb onlangs een vrouw van 35 jaar ondersteund. Ze kampte met verslavingsproblematiek en persoonlijkheidsstoornissen, en ze was zwanger. Zij volgde op dat moment een methadonprogramma. Ik was in de eerste plaats heel bang voor die baby. Wat als dat kind geboren wordt en al meteen moet afkicken?”

“Een confronterende gedachte. Ik ben zelf moeder van vier kinderen. Ik dacht, ik kan hier niet meer neutraal zijn in de begeleiding. Maar kijk, nog tijdens de zwangerschap is de moeder gestopt met methadon. De baby is zonder verslaving geboren. Achteraf zei ze me dat ik de enige ben die in haar is blijven geloven.”

Er loopt een fel debat over druggebruik en ouderschap, onder andere Valerie Van Peel (NV-A) en Conner Rousseau (Vooruit) deden daarover al uitspraken. Wat is jouw kijk?

“Dat is een zeer gevoelig onderwerp, het is ook niet zwart-wit. Die zwangere mama doet dat nu super goed, maar heel veel mensen zeiden tijdens de zwangerschap dat ze moest kiezen voor een abortus. Nu het kind er is, zegt die vrouw dat ze een doel heeft om voor te leven.”

‘Mijn kinderen hebben mij in leven gehouden.’

“Ik heb ook zo jaren in het leven gestaan. Mijn kinderen hebben mij in leven gehouden. Dat kan een redding zijn, maar het is natuurlijk een risico, voor het nieuwe leven ook. Je weet niet op voorhand welke beweging de mama gaat maken.” 

“Momenteel begeleid ik een dakloze vrouw met een mentale beperking. Zij heeft zichzelf geprostitueerd om haar drugverslaving te bekostigen. Ze heeft drie kinderen op de wereld gezet, maar zij begrijpt niet hoe die kinderen in haar buik kwamen. Die drie kinderen zijn geplaatst bij een pleeggezin. Zij is niet in staat om contact met die kinderen te herstellen omwille van haar mentale beperking. Op een bepaald moment is zij door een gedwongen opname gesteriliseerd.”

In je boek laat jij je kritisch uit over de drughulpverlening, omdat je als jong meisje zonder je te moeten verantwoorden grote dosissen slaapmiddelen en angstremmers kreeg voorgeschreven. Vind je dat nog altijd? 

“Dat was echt een probleem in die tijd. Iedereen startte daar een handel rond, de sekswerkers verkochten het op straat. Vandaag is men daar veel voorzichtiger rond. Gelukkig maar.”

“Het is grappig dat sommigen hulpverleners van toen nu collega’s zijn. Door mijn verleden ben ik wel alerter in mijn werk op zo’n misbruik. Daar merk ik zeker een verschil met collega-hulpverleners die dat niet kennen.” 

Wat heb jij nog dat andere hulpverleners niet hebben?

“Ik doorprik sneller de ballon van cliënten omdat ik bepaald gedrag of verhaaltjes herken. Soms ben ik veel strenger en veel confronterender, dat is mijn manier van werken. Mijn cliënten weten ook dat ze niet met mij moeten sollen.”

‘Mijn cliënten weten dat ze niet met mij moeten sollen.’

“Iemand met een verslavingsproblematiek wil ten allen prijze de eigen verslaving in stand houden, en daar gebruiken ze soms de hulpverlening voor. Heel vaak om bijvoorbeeld voorschriften te krijgen om nadien die medicatie te misbruiken. Ik was ook zo.”

“Of in het geval van mijn werk nu: mijn cliënten krijgen een dak boven hun hoofd, maar sommigen onder hen proberen de hulpverlening voor de rest zoveel mogelijk op afstand te houden. Zij gaan heel vaak ontkennen dat ze een probleem hebben.”

“Mensen maken in de eerste plaats zichzelf blaasjes wijs. Ik heb nu een vrouw in begeleiding met wie het heel slecht gaat. Ze hamert constant op neurologische onderzoeken. Ze is verward, ze plast in haar bed, ze valt van de trap. Maar wat ze niet wil zien is haar eigen alcoholverslaving.”

Deborah Van Laer

“Het enige wat ik wou waren mijn voorschriften. Ik deed er alles aan om die te bekomen.”

© Sociaal.Net / Lisa Develtere

Hoe ben je ervaringsdeskundige geworden? 

“Jaren geleden zorgde mijn eigen zoektocht naar heling en herstel ervoor dat ik enorm veel therapeutische opleidingen ben beginnen volgen. Lichaamsgerichte therapie, regressietherapie, geboortewerk zoals rebirthings, EMDR-traumaverwerking, healingen met muziekinstrumenten, noem maar op.”

‘Mijn directeur draagt ervaringsdeskundigheid hoog in het vaandel.’

“Ik ben mij altijd blijven bijscholen. Zo heb ik ook de dialectische gedragstherapie van Marsha Linehan ontdekt. Dialectische gedragstherapie dient om je denken, voelen en handelen terug in evenwicht te krijgen. Je leert om niet meteen vanuit impulsen te reageren. Zeer geschikt voor mensen met persoonlijkheidsstoornissen zoals mij.”

“Het belangrijkste is om te accepteren wat je niet kunt veranderen, en na te denken over dingen die je wel kan veranderen. In verschillende psychiatrische ziekenhuizen passen ze deze therapie toe.”

“Ik wilde iets betekenen voor mensen met een gelijkaardige problematiek zoals mij. Daarom besloot ik als ervaringsdeskundige te gaan werken. In België is dat nog vrij nieuw, in Nederland staan ze daar verder in. Zo ben ik terecht gekomen op de sociale school in Heverlee. Zij hebben een opleiding voor ervaringswerkers in de geestelijke gezondheid en verslavingszorg.”

Was dat diploma belangrijk voor jou? 

“Nee, eigenlijk niet. Het is wel de eerste keer dat ik iets heb afgemaakt, in die zin was het een overwinning, zeker op mijn leeftijd. Het statuut van ervaringsdeskundige is nog altijd niet erkend, maar het is nu wel gelijkgesteld aan andere opleidingen.”

“Ik merk wel dat anderen dat diploma belangrijk vinden. Het is ook de reden dat ik de job heb gekregen. Mijn directeur draagt ervaringsdeskundigheid hoog in het vaandel.”

Hoe stond je vroeger tegenover de hulpverlening? En hoe kijk je daar nu op terug? 

“Ik was geen hulpvrager, ik was een echte hulpmijder. Ik had zogezegd geen probleem, dus ik zocht geen hulp. Heel herkenbaar nu. Het enige wat ik wou waren mijn voorschriften. Ik deed er alles aan om die te bekomen. Hetzelfde met politie-agenten. Die waren toen de vijand, nu zie ik hen als collega’s.”

“Ik heb meestal niet het gevoel dat ik naar mijn werk ga. Mijn collega’s moeten daar om lachen: ‘Voor u verandert er niet veel’, zeggen ze dan. Voor mij is het inderdaad allemaal een beetje thuiskomen. Dat is mijn leefwereld, ik heb dat leven zelf geleefd.” 

Reacties [1]

  • Herman de Mönnink

    Knap hoor hoe Deborah zichzelf uit haar ‘shit life’ heeft gewerkt! Hulde!
    In NL zie ik steeds meer ervaringsdeskundigen aangenomen worden door SW-instellingen, onbetaald of minder betaald dan de SW’ers. We moeten uitkijken dat ervaringsdeskundigen niet als goedkope arbeidskrachten tewerkgesteld worden. Het meer aannemen van ‘ervaringsdeskundigen’ bij SW-instellingen daagt SW wel uit om haar eigen SW-deskundigheid neer te zetten. Als SW’er onderscheidt je jezelf dan niet met frames als: mijn specifieke deskundigheid is ‘meelevendheid’ of ‘presentie’ of ‘sociale solidariteit’ etc.
    Wat is de specifieke SW-deskundigheid? In NL frame ikvoor de SW’er de PSS-deskundigheid (psychosociale stress) als specifieke SW-deskundigheid (zie agenda BPSW). De SW’er bevordert in mijn ogen ‘sociale gezondheid’ (gezonde thuissituatie, gezonde buurt, gezonde school, gezonde werksituatie, gezonde lucht/water/klimaat. SW’ers werken hierbij uiteraard hecht samen in het bereiken van deze SW-doelen!

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.