Verhaal

Corona in het woonzorgcentrum: ‘We hollen weer achter de feiten aan’

Lisa Develtere

Een woonzorgcentrum in het Meetjesland. Tijdens de eerste coronagolf overleden verschillende bewoners. Vandaag schieten de besmettingscijfers overal in het land weer de hoogte in. Wat doet dat met bewoners en medewerkers? We vroegen het aan directeur Naiké Costa.

© ID / Chris Lippens

We werden niet gespaard

Naiké Costa is directeur van woonzorgcentrum Sint-Jozef van zorggroep Zorg-Saam ZKJ in Assenede. In het voorjaar trof het coronavirus een derde van de bewoners en 20 procent van het personeel.

“Toen we er middenin zaten was het heel overweldigend. Het was een kwestie van dag per dag proberen door te komen. Als ik nu terugkijk, merk ik dat ik veel kwijt ben. Soms vertelt iemand een anekdote over die periode en denk ik: ‘Juist, dat is toen gebeurd. Dat was ik al vergeten.’ Dat zegt veel over hoe intens het allemaal was.”

‘We hebben veel mensen verloren. Dat valt me nog steeds zeer zwaar.’

“Helaas werden we niet gespaard. Al vrij snel bleken plots twee bewoners ziek. Vanaf toen was alles anders. We hebben veel mensen verloren. Dat valt me nog steeds zeer zwaar. Ik vind het bijvoorbeeld nog altijd moeilijk om dat getal te zeggen.”

Vandaag zien de besmettingscijfers er opnieuw niet goed uit.

“Ik voel me daar heel slecht bij. Ik ben bijzonder ongerust, ook al hebben wij momenteel nog geen besmettingen. Ik vraag me niet af of het virus bij ons gaat binnenkomen, maar wanneer.”

“Het virus is veel sneller dan je zelf ooit kan zijn met maatregelen. Eén keer het virus binnen is, gaat het razendsnel. Je kan dan nog van alles proberen te doen, en dat zal het virus waarschijnlijk vertragen, maar je holt altijd achter de feiten aan.”

“Ik voel vandaag veel onbegrip voor mensen die de regels niet volgen. Zondag ging ik wandelen. Als je bij sommige huizen allemaal auto’s op de oprit ziet staan, dan weet je dat mensen zich niet aan de regels houden. Je staat daar naar te kijken, je weet wat de gevolgen zijn, maar je kan er weinig aan doen. Je bent machteloos.”

Hoe zorg je dat je er zelf niet aan onderdoor gaat?

“Ik probeer niet te piekeren over dingen waar ik geen controle over heb en probeer mijn energie te steken in dingen waar ik wel een verschil kan maken. Wat kan ik betekenen voor medewerkers, bewoners en bezoekers?”

‘Corona domineert nog steeds mijn leven.’

“Op het hoogtepunt van de eerste golf was het opstaan met corona en ermee gaan slapen. En eigenlijk domineert corona nog steeds mijn leven. Je kan zo’n situatie enkel tot een goed einde brengen als iedereen in het woonzorgcentrum zijn best doet. Het hielp dat er bij ons altijd al een sterke verbondenheid was. Die samenhorigheid is een van de zaken die ons erdoor geholpen heeft.”

Heeft corona die samenhorigheid versterkt?

“Ja. Ik heb het gevoel dat ik enkel aan collega’s en medewerkers echt kan uitleggen hoe het was. Niemand anders weet hoe het is om met een schuldgevoel te worstelen, ook al kon je er niet veel aan doen. Om die angst en onzekerheid te voelen. Maar ook die opluchting als testresultaten negatief zijn.”

“We zaten soms met vijf aan een computerscherm testresultaten te bekijken. Die opluchting die je dan voelt als de uitslag negatief is, kan je niet beschrijven. Dat creëert een band.”

Uit een bevraging onder zorgverleners blijkt dat het niet goed gaat met hun mentaal welzijn. Jij bent directeur, hoe zorg je ervoor dat je medewerkers de moed niet verliezen?

“Je moet heel veel communiceren. Ik geloof ook heel erg in empathisch leiderschap. Mijn deur staat altijd open. Ik maak graag tijd voor medewerkers die willen praten.”

“Ik benoem de zaken: ‘Ik weet dat het lastig is. Ik begrijp de frustratie.’ Ik probeer signalen op te pikken van mensen die het moeilijk hebben. En als iemand uitvalt, probeer ik toch contact te houden tijdens de ziekteperiode. Het is bewezen dat dat belangrijk is. Medewerkers gaan dan sneller terug aan de slag. Verbondenheid is heel belangrijk, ook met medewerkers die tijdelijk niet aan de slag zijn.”

Naike Costa

“Die opluchting die je voelt als de uitslag negatief is, kan je niet beschrijven.”

© ID / Chris Lippens

En bewoners? Hoe beleven zij deze crisis?

“In de eerste periode was er veel angst, onzekerheid en eenzaamheid. We hebben ingezet op extra individuele begeleiding en allerlei manieren om het contact met de familie mogelijk te maken. Maar wat we ook deden, het kon nooit het echt menselijke contact met eigen familie vervangen. Daarom is het goed dat er nu afgesproken is dat er altijd bezoek mogelijk zal zijn. Dat brengt veel rust.”

Half maart beschreef je op Sociaal.Net hoe groot de impact van de lockdown was. Plots was het muisstil in huis. Is het rumoer intussen teruggekeerd?

“Normaal zijn we een druk huis. Iedereen komt hier over de vloer: vrijwilligers, bezoekers, kinderen… De plotse stilte was ongezien. Ik had het daar heel moeilijk mee.”

‘Het is goed dat er nu altijd bezoek mogelijk zal zijn. Dat brengt veel rust.’

“Dat bruisende leven is deze zomer een beetje teruggekeerd, maar wel heel voorzichtig. Je zag dat ook bij de bewoners. Tegenover mijn bureau staan wat zeteltjes. Vroeger zaten daar altijd bewoners. Nu zag je hen twijfelen: zou ik daar terug durven zitten? Het deed deugd om te zien hoe daar met mondjesmaat elke dag weer iemand bij kwam. Maar nu wordt het hier weer wat stiller.”

Voel je je aan de vooravond van een tweede moeilijke periode gesterkt omdat je die ervaring van de eerste periode hebt?

“Het is dubbel. Ik voel me sterker dan in het voorjaar. Toen hadden we bovendien minder beschermingsmateriaal en was er meer angst en onzekerheid. Maar ik weet ook wat er op ons kan afkomen. En hoe moeilijk dat is. En dan heb je ook de algemene vermoeidheid. We hebben nooit de tijd gehad om op adem te komen.”

‘Wat zo’n uitbraak doet met bewoners, medewerkers, familie, vrijwilligers en de voorziening, daar kan je nooit 100 procent op voorbereid zijn.’

Zijn jullie klaar voor een nieuwe uitbraak?

“Er zijn een aantal dingen die je kan en moet doen. We hebben beschermingsmateriaal, procedures, de leefgroepbubbels, looproutes zijn herbekeken… Maar wat zo’n uitbraak doet met bewoners, medewerkers, familie, vrijwilligers en de voorziening, daar kan je nooit 100 procent op voorbereid zijn.”

“Het virus is heel sluw. In maart dacht ik ook: ‘Ok, we hebben alles onder controle. De bezoekers worden geregistreerd, er is weinig bezoek, we hebben looprouters gemarkeerd.’ En dan is er toch een uitbraak. Je vraagt je af wat je gemist hebt. Er is altijd dus die latente stress: ‘Heb ik wel aan alles gedacht?’ Maar je kan niet alles onder controle hebben.”

Houdt die latente ongerustheid je niet net waakzaam?

“Je moet een evenwicht zoeken, want het kan omslaan naar paniek. Het is belangrijk om goed te blijven nadenken vooraleer je beslissingen neemt. Paniek is geen goeie raadgever. In de eerste golf waren er medewerkers die het niet konden bolwerken. Nu is dat minder. Mensen kunnen het beter loslaten.”

‘Je kan niet alles onder controle hebben.’

“Maar die alertheid voor een mogelijke besmetting zit er bij medewerkers wel ingebakken. Ook als ze naar huis gaan. Ze zijn zich heel bewust van hoe ze het virus mee kunnen binnenbrengen. De voorbije weken zaten veel medewerkers in quarantaine omdat ze in contact kwamen met iemand die besmet was. Het virus is nu ook veel meer verspreid in de maatschappij.”

Vallen er veel zorgmedewerkers uit?

“Op dit moment wel, maar voorlopig lukt het nog om het grotendeels intern op te vangen. We hebben ook enkele tijdelijke medewerkers in dienst.”

“Bij een uitbraak wordt het wel alle hens aan dek. Dan heb je voldoende zorgkundigen en verpleegkundigen nodig. Alleen zijn die er niet. Het tekort aan zorgpersoneel in de ouderenzorg is een gigantisch probleem.”

“Tijdens de eerste golf deden we beroep op mensen die in lockdown waren, maar een verpleegkundig diploma hadden. En op verpleegkundigen van huisartsenpraktijken. Maar die zijn nu niet beschikbaar. Idealiter zouden de ziekenhuizen ondersteuning moeten bieden, maar ook zij zijn overbevraagd.”

Naike Costa

“Het tekort aan zorgpersoneel in de ouderenzorg is een gigantisch probleem.”

© ID / Chris Lippens

Volgens sommigen is er in de woonzorgcentra te weinig medische expertise. Anderen vinden dan weer dat woonzorgcentra geen mini-ziekenhuizen mogen worden.

“Normaal is wonen en leven in een woonzorgcentrum van zeer groot belang. Daar ligt een belangrijke opdracht voor ons. Tegelijk moeten we ook een antwoord bieden op zorgnoden. Daar heb je geschoold personeel voor nodig. Als je bijvoorbeeld op tijd signalen van doorligwonden ziet, maakt dat je zorg beter.”

“Een pandemie is geen gewone situatie. Tijdens een uitbraak word je, of je het nu wil of niet, een mini-ziekenhuis. Wij hadden in maart en april huisartsen die hier elk om beurt permanentie hielden en verpleegkundigen aanstuurden. Maar als er nog geen uitbraak is, moet de focus liggen op wonen en leven.”

Hoe focus je op dat wonen en leven nu de besmettingscijfers overal weer de hoogte in schieten?

“We schakelen meer over op individuele activiteiten, al blijven we activiteiten organiseren in de bubbel van de leefgroep. Het is een kwestie van die kleine gelukjes te blijven zoeken. Pannenkoeken bakken op de afdeling, naar buiten gaan bij mooi weer maar ook gewoon samen in een zithoek zitten en een praatje slaan. Ook al moeten we dan af en toe bijsturen: ‘Pas op, jullie zitten te dicht.’ Of: ‘Je mondmasker is afgezakt.’”

Normaal hebben jullie veel warme contacten met de buurt, vrijwilligers en de crèche en kleuterschool op jullie domein. Kan je hen nog een beetje binnenlaten?

“Tijdens de uitbraak ging dat helemaal niet. Maar betrokkenheid was er wel. De kleintjes gaan bij mooi weer vaak wandelen. Vroeger passeerden ze dan altijd door ons huis, gaven ze handjes, zongen ze liedjes. Dat gaat niet meer. Maar ze passeren wel buiten.”

‘Het is een kwestie van kleine gelukjes te blijven zoeken.’

“Met een beetje creativiteit lukt het om niet volledig afgesneden te zijn van de buitenwereld. Zowel medewerkers als mensen buiten ons huis doen daar echt hun best voor. Deze zomer hebben we samen met de school meegedaan aan de Jerusalema Challenge. Zij dansten op veilige afstand op de parking, bewoners en medewerkers bleven in de tuin.”

Komt dat bruisende leven ooit helemaal terug?

“Het moet. Dit is niet het nieuwe normaal. Daar wil ik niet aan toegeven. Het zal wel nog even duren. Vroeger deed ik soms de deur van mijn bureau dicht omdat ‘Laat de zon in je hart’ voor de zoveelste keer op stond. Nu verlang ik bijna naar dat moment.”

“Ik vrees wel dat hoe langer het duurt, hoe moeilijker het zal zijn om de angst weg te nemen. Ik zie dat ook bij mezelf. Activiteiten die ik heel normaal vond voor deze crisis, stel ik nu in vraag. Zal ik mij bijvoorbeeld nog veilig voelen op een concert?”

Naike Costa

“Dit is niet het nieuwe normaal. Daar wil ik niet aan toegeven.”

© ID / Chris Lippens

Er klonk veel kritiek dat de overheid te laat besefte dat er een probleem was in de woonzorgcentra. Maakt men nu dezelfde fout?

“Dat de aandacht nu gaat naar de ziekenhuizen, vind ik terecht, want er dreigen grote problemen. Maar ik vermoed wel dat na de ziekenhuizen, wij weer aan beurt zijn.”

‘De preventieve testen zijn opgeschort. We hollen weer achter de feiten aan.’

“We hebben nu wel voldoende beschermingsmateriaal, maar er is een tekort aan personeel. Ook op vlak van testen is er een probleem. Het is vaak lang wachten op de resultaten. Daarmee verlies je kostbare tijd. Bovendien zijn de preventieve testen opgeschort tot 15 november. Je kan enkel collectief testen als een bewoner symptomen toont of een medewerker positief test. Dan is het eigenlijk al te laat. We hollen weer achter de feiten aan.”

Meer kunnen testen en sneller resultaten krijgen, is dat het belangrijkste verzoek aan de overheid?

“Ja. Maar we missen ook een kader op lange termijn. Het continue wijzigen van richtlijnen is afmattend. Het stelt de hele organisatie op de proef. Ook lagen de richtlijnen niet altijd in de lijn met de realiteit of met wat wij vanuit de praktijk en onze ervaring zien gebeuren.”

“Nu de besmettingen zo hoog zijn, is het bijvoorbeeld belangrijk dat we onze kwetsbare mensen beschermen. Het is heel goed dat bezoek mogelijk blijft, maar we zien liever dat iedereen die op bezoek komt altijd een mondmasker draagt, ook knuffelcontacten. Het zou fijn zijn als de overheid dat ook zou steunen. Dan is er geen discussie mogelijk.”

‘Dat applaus was leuk, maar het hoeft niet. Liever heb ik dat iedereen zich gewoon aan de richtlijnen houdt.’

Tijdens de lockdown klonk er veel applaus voor het zorgpersoneel. Nu niet meer. Is de solidariteit afgenomen?

“Ik voel nog altijd veel respect, begrip en dankbaarheid. Ondanks de moeilijke boodschappen die we soms moesten brengen, of de moeilijke beslissingen die we moesten nemen. Dat zal me altijd bijblijven. Er zijn natuurlijk altijd mensen die je beleid in vraag stellen. Je voelt dat ook in de samenleving. Mensen raken gefrustreerd en stellen de regels in vraag.”

“Dat applaus was leuk, maar het hoeft niet. Liever heb ik dat iedereen zich gewoon aan de richtlijnen houdt. Dat is de beste manier om de zorgsector te steunen.”

Reacties [3]

  • Nele De Win

    Ik ben het er helemaal mee eens dat werken in kleinere leefeenheden heel wat ellende had kunnen voorkomen. Het is niet enkel gezelliger voor de bewoners maar het geeft hen ook veel meer medezeggenschap (indien mogelijk). Ook voor het begeleidend team is het iets makkelijker werken. Door het kleinschaliger werken kan je als personeel betere contacten opbouwen met je bewoners. Mijn ervaring, die ik meer dan 20 jaar had in een psychiatrische setting, met het sociotherapeutisch werken m.a. w. in kleine leefgroepen heeft me hierover heel veel geleerd. Trouwens ben ik zeker ook enorme voorstander van het Tubbemodel waar hier in België toch al in heel wat WZC’s succesvol wordt mee gewerkt. het is aan het beleid om hier op grote schaal mee aan de slag te gaan en er de nodige budgetten voor uit te trekken.

    • Nele De Win

      Ik wens er nog aan toe te voegen dat ik in bewondering sta voor al de inzet van het zorgpersoneel. Ik hoop van harte dat zij nu, of toch zeker in de nabije toekomst, ook kunnen beroep doen op een stress-support-team en dat er op geregelde tijdstippen een debriefing kan plaatsvinden. we laten jullie zeker niet in de kou staan.

  • janah ceulemans

    ik vind da ze 2 bezoekers moet toe laten in alle woonzorgcentrums en da ze alle bewoners maximum 2 keer bezoek mogen ontvangen per week 1 keer beoek per week vind ik da ze met de familie aan het sollen zijn en de andere familie achter uit schuift da de ander familie lederen niet belangrijk zijn voor de bewoner met 1 keer bezoek veel te weinig is groetjes janah ceulemans

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.