Verhaal

Bemiddeling in Rwanda: ‘Mensen zijn veerkrachtig’

Lisa Develtere

In Rwanda leven overlevenden en daders van de genocide vaak letterlijk naast elkaar. De organisatie AMI bemiddelt tussen de twee groepen. Oprechte verzoening is het doel. Maar daarbij stopt het niet. Elk traject leidt tot een positief project dat hun gedeelde toekomst duurzaam verbetert.

AMI Rwanda

© Kris Vanslambrouck

Trauma van de genocide

Is het mogelijk om vreedzaam samen te leven met mensen die jou en je familie in het verleden onvoorstelbaar veel leed veroorzaakten? “Ja, dat is mogelijk”, zegt Jean Baptiste Bizimana resoluut.

Hij is coördinator van AMI, een Rwandese organisatie gespecialiseerd in het begeleiden van bemiddelingsprocessen tussen overlevenden en daders van de genocide in 1994.AMI staat voor ‘Association Modeste et Innocent’. De organisatie werd in 2000 opgericht door Laurien Ntezimana, ter nagedachtenis van Modeste Mungwarareba en Innocent Samusoni. De drie waren actief in de katholieke vredesbeweging in Rwanda. Innocent liet het leven tijdens de genocide en Modeste overleed in 1999.Tijdens die volkerenmoord, die drie maanden duurde, werden naar schatting een half miljoen tot een miljoen Tutsi’s en gematigde Hutu’s vermoord.

‘In Rwanda is meer dan 30 procent van de bevolking nog steeds getraumatiseerd door de genocide.’

“De genocide is intussen 26 jaar geleden, maar voor velen voelt het als gisteren”, zegt Bizimana. “De overheid heeft grote inspanningen geleverd. Er zijn wetten gestemd, mensen werden berecht, er waren volkstribunalen en er is een nationale eenheids- en verzoeningscommissie.”

Maar om echt vreedzaam samen te leven, is er nog veel werk aan de winkel, aldus Bizimana. “Het therapeutisch herstel, de verzoeningen tussen de gemeenschappen, op dat vlak staan we nog maar aan het begin. Studies geven aan dat meer dan 30 procent van de bevolking nog steeds getraumatiseerd is.”

Het gaat om een trauma dat van generatie op generatie doorgegeven wordt. “Zelfs jongeren die na de genocide geboren worden, tonen tekenen van posttraumatische stress. Deze jongeren erfden niet enkel de trauma’s, maar ook de vooroordelen en haat tegenover de andere groep.”

Solidariteit nodig

AMI is intussen twintig jaar actief in Zuid-Rwanda. Op meer dan honderd plekken begeleidde het verzoeningsgroepen van 40 tot 60 mensen. Overlevenden en daders van de genocide slagen erin om na een intensief traject vooroordelen opzij te schuiven en samen de schouders te zetten onder een positief project voor hun gemeenschap.

Onlangs sloot de Nationale Eenheids- en Verzoeningscommissie een akkoord met AMI. “De overheid wil dat we ons werk uitbreiden naar andere regio’s. De noden zijn dan ook enorm. De genocide was het resultaat van een vergiftiging van de mensen hun denken. Het proces van ontgiften is lang en moeilijk.”

“Maar los van onze tragische geschiedenis, hebben we ook een gemeenschappelijke vijand: extreme armoede. Om daar iets aan te doen, heb je solidariteit nodig. Dat gaat niet als er verdeeldheid is.”

Waar gaan jullie aan de slag?

“Rwanda is geen gesegregeerde samenleving, met regio’s van Hutu’s of Tutsi’s. We wonen in dezelfde dorpen, op dezelfde heuvels en soms letterlijk naast elkaar. Dat geeft op veel plaatsen spanningen tussen families van overlevenden en families van daders. Er is wederzijdse angst, wantrouwen en demonisering.”

‘Uiteindelijk zijn we allemaal mensen.’

“De genocide vond in het hele land plaats, maar sommige regio’s zijn sterker getroffen. Daar gaat harmonieus samenleven moeizamer. We merken die spanningen op. Vaak zijn het de lokale autoriteiten die ons signaleren dat het moeilijk loopt. Ze vragen: ‘Kunnen jullie iets betekenen?’”

Er is meer wat ons verbindt dan wat ons scheidt, luidt jullie devies.

“Uiteindelijk zijn we allemaal mensen. We delen hetzelfde land, taal en geschiedenis. We moeten dus voorrang geven aan wat we gemeenschappelijk hebben en duurzame oplossingen zoeken voor waar we van elkaar afwijken.”

“Het is onze bedoeling om vrede te promoten via de waarden van wat wij ‘ubuntu’ noemen, de menselijkheid tegenover anderen.”

Hoe zet je die filosofie om in de praktijk?

“We werken in verschillende fasen. In het begin zit iedereen nog sterk vast in zijn gelijk. De slachtoffers zien de daders als monsters. En soms zien de daders zichzelf ook als slachtoffer: ze zijn ervan overtuigd dat ze uit zelfverdediging handelden, de anderen waren van plan hen te vermoorden.”

‘In het begin zit iedereen vast in zijn gelijk.’

“Daarom werken we eerst in twee aparte groepen. We creëren ruimte voor de overlevenden en een plek voor zij die betrokken waren bij de genocide. De daders zaten vaak een tijd in de gevangenis. We werken bewust in groep en niet individueel omdat we merken dat er dan een groter probleembesef is. En dan is er meer wil om iets te doen aan de situatie.”

“We moeten voorrang geven aan wat we gemeenschappelijk hebben en duurzame oplossingen zoeken voor waar we van elkaar afwijken.”

© Kris Vanslambrouck

Wat doen jullie in die eerste fase?

“In het begin werken we rond de overtuigen, clichés en angsten over de ander. Want elke kant heeft een negatieve kijk op de ander. We analyseren de vooroordelen, proberen mensen te doen begrijpen dat het niet het niet om de realiteit gaat.”

“We geven ook een introductie in de ubuntu-filosofie en geven plaats aan de wonden uit het verleden. We werken met mensen die gekwetst zijn, of het nu overlevenden of daders van de genocide zijn.”

‘We werken met mensen die gekwetst zijn, of het nu overlevenden of daders van de genocide zijn.’

“Bij de overlevenden luisteren we naar hun verhaal. Ze kunnen ongefilterd vertellen over hun trauma’s, kwetsuren en perceptie van de daders. Daarna proberen we de puur subjectieve percepties te overstijgen. Het klopt, ze hebben een drama overleefd. Maar toch moet het leven verder. En om de toekomst te hebben die ze wensen, zullen ze langs de ander moeten passeren: toenadering zoeken, vergeving schenken.”

“We minimaliseren het lijden niet. We geven het een naam en een plaats, zodat mensen er van loskomen en zich een betere toekomst kunnen verbeelden. Het is dus zowel een herstelproces als een bewustwordingsproces.”

Hoe loopt de eerste fase bij de daders?

“Bij daders werken we rond de vraag hoe het zo ver is kunnen komen. Wat heeft hen uiteindelijk zo ver gedreven dat ze iemand gedood hebben? Welke denkbeelden lagen aan de basis?”

“Daarnaast werken we ook aan schuldbesef. Want soms beseffen mensen de ernst van hun misdaden niet. We willen dat ze berouw tonen en om vergeving vragen. Dat ze beseffen dat het zo niet verder kan. Er moet een einde komen aan de conflictsituatie en het wederzijds wantrouwen.”

Is het uiteindelijke doel samenleven zonder conflict of oprechte verzoening?

“Ik neem geen genoegen met het bedaren van gemoederen of oppervlakkige verzoening. Oprechte verzoening is het doel. Ik geloof ook dat dat kan. Mensen zijn veerkrachtig. Ze kunnen herstellen van afschuwelijke gebeurtenissen. Relaties kunnen dat te boven komen.”

‘Oprechte verzoening is het doel.’

“Halfslachtige verzoeningspogingen hebben er net toe geleid dat de genocide heeft kunnen plaatsvinden. Sinds de Rwandese onafhankelijkheid zijn er verschillende slachtingen geweest, met telkens enorm veel leed en trauma’s. Er werd nooit echt werk gemaakt van verzoening. De spanningen bleven sluimeren met alle gevolgen van dien in 1994.”

Zetten jullie na de eerste fase daders en slachtoffers samen?

“Nog niet. We stellen in de eerste fase altijd vast dat beide groepen elkaar negatief percipiëren. We willen dat ze dat van elkaar weten. Daarom stellen we elke kant voor om een lijst te maken waarin ze opsommen hoe ze de ander zien. Die lijst dragen ze dan over aan de andere groep.”

“Zo willen we debat veroorzaken. Mensen overlopen de lijst die ze gekregen hebben van de andere groep. De reactie is er altijd één van totale ontkenning. Ze gaan absoluut niet akkoord.”

‘We willen debat veroorzaken.’

“De daders schreven bijvoorbeeld over de overlevenden: ‘Ze zijn hypocriet. Zij hadden net plannen om ons te vermoorden.’ De overlevenden reageren verbolgen. ‘Die mensen kunnen niet veranderen. De genocide was nog niet genoeg voor hen. Ze zijn door en door slecht.’”

“We vertrekken van die sterke tegenstelling om een ontmoeting voor te stellen. Het antwoord is dan quasi altijd positief: ‘Ze hebben het bij het verkeerde eind, dus we willen het erover hebben. We hebben niets te verbergen.’”

Op het punt dat iedereen verbolgen is een ontmoeting organiseren, is niet evident.

“Het is niet gemakkelijk. Als je mensen zonder voorbereiding samen zet, kan de situatie escaleren. Daarom is het voorafgaande proces heel belangrijk. Daarin wordt al veel werk verzet om vooroordelen te doorprikken en het besef te laten groeien dat het nodig is om iets te doen aan de conflictsituatie.”

“Wij zetten enkel mensen samen waarvan we inschatten dat ze klaar zijn voor een dialoog. Die eerste dialoog gebeurt tussen afgevaardigden van elke groep, dus niet met iedereen. Meestal gaat het om de opinieleiders, mensen met groot aanzien binnen de groep.”

Hoe verloopt die ontmoeting?

“We creëren een veilige ruimte. Daar starten we een gesprek, onder onze begeleiding, over de vooroordelen die ze over elkaar hebben. We analyseren één voor één alle dingen op de lijst.”

‘Voor een gesprek creëren we eerst een veilige ruimte.’

“’Jullie zijn door en door slecht. Is dat juist of niet?’ vragen de begeleiders bijvoorbeeld aan de daders. ‘Maar natuurlijk niet’, reageren zij. ‘We zijn op een bepaald moment wel slecht geweest. We waren ten prooi gevallen aan de propaganda van dat moment. Maar we zijn veranderd. We vroegen tijdens de volkstribunalen om vergiffenis, we hebben de andere daders van massaslachtingen veroordeeld.’”

“De daders tonen zo terwijl ze zich verdedigen dat ze veranderd zijn. Ondanks hun onmenselijke daden, zijn ze zich bewust dat wat ze gedaan hebben niet goed was.”

“Wij zetten enkel mensen samen waarvan we inschatten dat ze klaar zijn voor een dialoog.”

© Kris Vanslambrouck

Gaat het enkel over de vooroordelen of ook over de daden zelf?

“We overlopen de volledige lijst om een onderscheid te kunnen maken tussen de echte problemen en de ongefundeerde vooroordelen. ‘Jullie hebben ons gedood’, kan er staan. Dat wordt erkend als een reëel feit en ook zo genoteerd. Maar evenzeer een Hutu die onschuldig in de gevangenis heeft gezeten door een valse beschuldiging. Ook dat heeft impact op de gemeenschap.”

Wat gebeurt er vervolgens?

“De derde fase is wat wij ‘sociale therapie’ noemen. Relatietherapie, zeg maar. We organiseren gesprekken rond de reële problemen. De bedoeling is dat iedereen er vrij kan praten over zijn lijden, frustraties en kwetsingen. En dat de anderen empathisch luisteren. Daardoor wordt elk lijden erkend en kunnen mensen samen herstellen.”

‘De dialoog transformeert zich tot plek voor positieve actie.’

“De ervaring leert dat mensen in het begin vooral over negatieve zaken praten. Over het verleden, over sluimerende conflicten. Maar op een bepaald moment overstijgen ze dat en hebben mensen het over de gedeelde belangen vandaag. Het gaat dan over de echte problemen van deze tijd, en hoe ze samen actie kunnen ondernemen om hun toekomst te verbeteren.

“Het bijzondere is dat er zich op dat moment een nieuwe dynamiek ontwikkelt. Het besef in de groep groeit dat er, los van hun tragische voorgeschiedenis, ook andere problemen zijn. Armoede bijvoorbeeld. Ze hebben elkaar nodig om die uitdagingen het hoofd te bieden. De veilige dialoog transformeert zich beetje bij beetje tot een plek voor positieve actie.”

Zijn die positieve acties een expliciet doel van AMI?

“Ja. Dat is voor ons essentieel, we werken daar actief naartoe. Herstel en traumaverwerking zijn een belangrijk luik van ons werk, maar daarnaast willen we de samenleving ook duurzaam verbeteren. Een gemeenschappelijk doel zorgt daarvoor. Bovendien zijn het projecten die mensen hun algemene levensomstandigheden verbeteren.”

Over wat voor projecten gaat het?

“We werken veel met landbouwers, dus er zien veel landbouwprojecten het levenslicht. Mensen die een stuk grond delen en samen bewerken. Tegelijk praten ze terug met elkaar, rakelen ze thema’s op van tijdens de bemiddeling. Velen hebben daarnaast ook een eigen veld. Dan werken ze de ene dag samen op het veld van de ene persoon, de andere dag bij de andere. Dat vergemakkelijkt het werk. Tegelijk wordt de verzoening geconsolideerd. Ze focussen op het heden en blijven niet hangen in het verleden.”

‘De houding van de begeleider is heel belangrijk. Je moet je neutraal kunnen opstellen.’

“Maar er zijn nog veel andere voorbeelden. Sommigen leggen een solidaire spaarkas aan voor onvoorziene uitgaven, zoals een begrafenis of geboorte. Anderen, die elkaar al langer kennen, vragen een microkrediet aan en starten samen een kleine winkel.”

Welke kwaliteiten moet een medewerker van AMI hebben om zo’n bemiddeling te begeleiden?

“Het is een echt ambt. Maar om het uit te voeren, heb je wel een theoretische en praktische basis nodig. We rekruteren mensen die universitair opgeleid zijn en al wat ervaring hebben. Klinisch psychologen, sociaal werkers, specialisten traumaherstel, conflictbemiddeling, gemeenschapsontwikkeling.”

‘Onze begeleiders staan stevig in hun schoenen.’

“De houding van de begeleider is heel belangrijk. Want hoe je het ook draait of keert, op een of andere manier is iedereen in Rwanda betrokken bij de genocide. Wie niet rechtstreeks of onrechtstreeks slachtoffer was, had connecties met daders. Je moet je neutraal kunnen opstellen.”

Dat is geen gemakkelijke opdracht.

“Onze begeleiders staan stevig in hun schoenen. Ze durven tussen twee vuren staan en willen mensen samenbrengen. Het zijn mensen die het vertrouwen van een groep kunnen winnen. En die met passie willen meewerken aan een samenleving waarin we harmonieus samenleven.”

“Ze worden door ons ook opgeleid in onze methodiek. Daarvoor werken we samen met het Zwitserse Charles Rojzman Instituut, bekend voor de ontwikkeling van sociale therapie. Het is belangrijk dat medewerkers zich eerst verdiepen in hun eigen kwetsuren. Daarom noemen we hen ook ‘gekwetste heelmeesters’. Ze zijn hersteld van hun eigen problemen. Daaruit kunnen ze putten om anderen te helpen.”

Kan je deze methodiek ook toepassen binnen een andere contexten?

“Zelf werken we ook met mensen die momenteel nog in de gevangenis zitten. We hebben een project in scholen, om daar vooroordelen te doorprikken bij de jongere generatie. Maar de methode kan ook helpen bij andere geweldcontexten. Zo hebben we groepen die werken rond familiaal geweld.”

“Sinds kort doen ook organisaties in Oost-Congo beroep op onze expertise. De methodiek wordt er ingezet om de steeds weerkerende cyclus van geweld te doorbreken. Binnenkort gaan we ook met Burundese organisaties samenwerken. Overal waar we kunnen, dragen we ons steentje bij in het structureel uitbannen van geweld en het verspreiden van de vrede.”

Reacties

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.