Vlaamse sociale bescherming is geen toonbeeld van solidariteit

Kwetsbare schouders dragen meer gewicht

4,5 miljoen Vlamingen storten jaarlijks een zorgpremie aan hun zorgkas. Dat geld wordt gebruikt om meer dan 300.000 zorgbehoevende mensen elke maand te versterken met een zorgbudget. De Vlaamse Regering lanceerde een campagne die de achterliggende solidariteit in de schijnwerper zet. Toch zijn er schaduwzijden aan deze zorgpremie.

Vlaamse sociale bescherming
©Hamza Butt @flickr

Verhoogde premie vult gaten

Is zo’n forfaitaire premie de meest ideale vorm van solidariteit? Buiten de 13% van de Vlamingen die ‘maar’ 26 euro moeten betalen (mensen met een laag inkomen), moet iedereen hetzelfde bedrag betalen, los van zijn financiële draagkracht.

Die premie ging ook fors de hoogte in. Van 25 euro bij de start in 2001 naar 51 euro vandaag. Die verhoging was noodzakelijk omdat de regering besliste om de dotatie via algemene middelen, zoals de personenbelasting, evenredig terug te schroeven. Een verhoogde premie moest dat gat invullen.

Sterke schouders dragen minder

Die vestzak-broekzakoperatie is niet neutraal. In de Vlaamse sociale bescherming betalen Vlamingen met een laag inkomen nu in verhouding veel meer dan Vlamingen met hogere inkomens. De sterke schouders zijn minder solidair.

“De sterke schouders zijn minder solidair.”

Zorgen voor elkaar klinkt mooi. Maar het is nuttig om glashelder te krijgen wie juist wat betaalt.

Federaal meer solidair

Het is goed dat de overheid een campagne lanceert die het belang van solidariteit in beeld brengt. Maar dat mag ons niet afleiden van de vaststelling dat de ene vorm van solidariteit beter is dan een andere.

De Vlaamse zorgpremie is op dit vlak geen paradepaardje. De federale sociale zekerheid doet het hier beter. Het achterliggende financieringsmechanisme doet iedereen procentueel hetzelfde bijdragen. Dat is meer solidair.

“De ene vorm van solidariteit is beter dan de andere.”

Wat als de zorgpremie geïnd zou worden via de gewone belasting? De helft van de Vlamingen zou dan minder betalen dan 25 euro. De honderd rijksten zouden 551 euro bijdragen.Eigen berekening op basis van fiscale statistieken, Ministerie van Financiën.Dit is pas echte solidariteit.

Miljoenen brieven

En dan is er nog iets. De inning via aparte premies betekent onvermijdelijk administratieve overlast. Miljoenen brieven moeten elk jaar opgestuurd worden. Alle betalingen moeten zorgvuldig geïnd en gecontroleerd worden. De regering moet zorgkassen die daar lichtzinnig mee omgaan, sanctioneren. Dat vraagt allemaal een enorme inzet van middelen.

Een automatisch inning of financiering via de personenbelasting is meer doelmatig.

Het regent belastingbrieven

Bovendien is de brief van de zorgkas niet de enige die binnenvalt bij Vlaamse huishoudens. Van de gemeente krijgen we een brief voor een extra gemeentebelasting, daarna komt er een brief van de provincie en tussendoor nog een brief van de mutualiteit voor hun lidgeld. Het regent forfaitaire belastingbrieven nog voor de echte belastingbrief binnenvalt.

“Controle is geen kerntaak van sociale professionals.”

Gevolg van deze verzekeringslogica is dat diensten die vroeger functioneerden zonder administratieve overlast, er nu wel op botsen.

Diensten thuiszorg, oppasdiensten, gehandicaptenvoorzieningen of woonzorgcentra moeten voor ze de dienst mogen leveren, nagaan of de zorgpremie wel betaald werd. Zo’n administratie en controle is geen kerntaak van deze sociale professionals.

Grote verschillen tussen zorgkassen

We hebben het hier over gemeenschapsgeld. Dat kan niet lukraak ingezet worden. Wie omwille van een zware zorgbehoefte gebruik wil maken van de Vlaamse sociale bescherming, moet daarvoor erkend worden. Ook daar is groeimarge.

“Gemeenschapsmiddelen kunnen niet lukraak ingezet worden.”

Het zijn de zorgkassen die Vlamingen wel of niet erkennen als zwaar zorgbehoevende. De grote verschillen tussen die zorgkassen doet de wenkbrauwen fronsen. Bij de ene zorgkas is 5,8% van hun leden erkend als thuiswonend zwaar zorgbehoevende, bij een andere is dit slechts 1,24%. De ene zorgkas erkent 7,2% van de aanvragers niet als zorgbehoevende, bij de andere loopt dit op tot 20%.Vlaams Zorgfonds (2017), Jaarverslag 2016, Brussel, Agentschap Zorg en Gezondheid.

De leeftijdspiramide van de leden van een zorgkas kunnen deze opvallende verschillen ten dele verklaren. Maar ze blijven meer dan de moeite waard voor verder onderzoek.

Verantwoordelijkheid en controle

Inzake de erkenning van zorgbehoevenden moet meer controle en verantwoordelijkheid bij de zorgkassen gelegd worden. Want personen ten onrechte erkennen als zorgbehoevende, is geen laksheid maar wel onjuist aanwenden van gemeenschapsgeld. Dat kan niet door de beugel.

Dat punt stelt zich trouwens niet alleen in de zorgverzekering. Ook de ouderenzorg, de gehandicaptenzorg , de thuiszorg en de psychiatrische zorg heeft er mee te maken. Daar dragen indicatiestellers, inschalers en de multidisciplinaire teams een grote verantwoordelijkheid. Zij vormen de toegangspoorten naar miljoenen euro’s overheidsmiddelen. De Vlaamse overheid moet ook die verantwoordelijkheid beter waarderen. De middelen die momenteel ingezet worden om die toegangspoorten goed te doen werken, zijn onvoldoende.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen