Sociaal werkers helpen levensstress te managen

U reageert normaal op een abnormaal leven

Mensen die in armoede leven, ervaren vaker stress. Dat tast hun gezondheid aan. Sociaal werkers zijn goed geplaatst om daarrond aan de slag te gaan. In Nederland zetten verschillende projecten eerste stappen.

© Unsplash / Fabrizio Verrecchia

Weinig discussie over samenhang

Mensen die in moeilijke omstandigheden moeten overleven, zijn vaker ziek en gaan eerder dood. Die vaststelling werd recent nogmaals bevestigd door onderzoek van de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), een onafhankelijke denktank voor de Nederlandse regering.

Volgens dat onderzoek gaat de gezondheid van de gemiddelde Nederlander erop vooruit. Toch lopen mensen die in miserie leven en de touwtjes amper aan elkaar kunnen knopen, nog steeds meer risico om ziek te worden. Zij hebben een lagere levensverwachting. Een Amsterdamse huisarts noemde dat onlangs in het duidingsprogramma NOS-Nieuwsuur gevat het gevolg van het ‘Shit-Life Syndrome’ of ‘Klote-leven Syndroom’.

Hoe oplossen?

Over het sterke verband tussen armoede en ongezondheid bestaat weinig discussie. Maar waar ziet deze wetenschappelijke raad oplossingen om die ongelijkheid in gezondheid aan te pakken?

“Arme mensen gaan eerder dood.”

Er worden enkele prioriteiten bepaald om die sociaaleconomische gezondheidsverschillen terug te schroeven. Een succesvolle aanpak moet gefocust zijn op het begin van de levensloop, van de periode vlak voor de zwangerschap tot en met het achttiende levensjaar.

Er moet ook extra aandacht gaan naar degenen met de grootste gezondheidsachterstand, onder andere mensen met een lage sociaaleconomische status. En de actieterreinen moeten gericht worden op de bekende oorzaken van ziektelast: roken, overgewicht, ongezonde voeding en te weinig bewegen.

Onderbelichte prioriteit

Dit zijn terechte prioriteiten. Maar blijkbaar is de ene prioriteit de andere niet. Ten onrechte wordt de prioriteit om extra aandacht te besteden voor degenen met de grootste gezondheidsachterstand niet verder uitgewerkt door de wetenschappelijke raad.

“Welke beroepsgroep is het best geplaatst?”

Toch verdient die prioriteit alle aandacht. De vraag is dan: hoe realiseer je die extra aandacht voor mensen met een lage sociaaleconomisch status? En welke beroepsgroep is het best geplaatst om dat te doen?

Focus op context

Het antwoord: Versterk sociaal werk in achtergestelde wijken. Die keuze is niet toevallig. Sociaal werkers moeten zich bekommeren om psychosociale stress die te maken heeft met de levensloop van hun cliënten. Daarom zijn sociaal werkers actief binnen wijk, werk, familie en netwerken. Sociaal werk doet dit dag in dag uit sinds haar ontstaan, 120 jaar geleden.

“Het is goed om levensstress minder te psychologiseren.”

Die contextuele aanpak is terecht. Het is verstandig om levensstress van mensen – ‘Shit happens’ – minder te psychologiseren en minder te medicaliseren. Als je een ‘klote leven’ hebt door schulden, scheiding, werkloosheid, ziekte, isolatie, uitsluiting, pesten, seksueel misbruik, eenzaamheid of verslaving, dan heb je nog niet per definitie een psychische ziekte.

Door deze gebeurtenissen ervaar je vooral psychosociale stress. Noem de gevolgen van een ‘klote leven’ dan ook liever psychosociale stress in plaats van psychische gezondheidsproblemen.

Framing

Zoeken we met die gerichte woordkeuze spijkers op laag water? Helemaal niet. De manier waarop we levensstress van kwetsbare groepen framen, heeft grote invloed op hoe ze aangepakt worden.

“Zoeken we spijkers op laag water?”

Levensstress die geherformuleerd wordt als psychische ziekte krijgt een andere aanpak dan levensstress die psychosociale stress wordt genoemd. In het eerste geval verschijnen psychologen en psychiaters op het toneel, in het tweede sociaal werkers. En gaat levensstress over medische symptomen, dan komen de artsen in beeld.

Alleen al door het normaliseren van de aanwezige levensstress – ‘u reageert normaal op abnormale gebeurtenissen in uw leven’ – werken sociaal werkers aan de erkenning van het probleem. Daar ligt de basis om mensen te ondersteunen bij hun strijd tegen dat ‘klote leven’.

Wereldgezondheidsorganisatie doet beter

Dat werkt ook. Als sociaal werkers mensen helpen om die levensstress te managen, dan levert dat gezondheidswinst op. Maar niet iedereen is daarvan dus overtuigd: in het WRR-rapport wordt het woord ‘stress’ niet eens vermeld.

“Levensstress helpen managen, levert gezondheidswinst op.”

Dan doet de Wereldgezondheidsorganisatie het op dat vlak beter. Al in 2003 schoof ze stress naar voor als belangrijke determinant van gezondheid.

Dit internationaal instituut somt een reeks sociale stressgerelateerde factoren op die aandacht vragen: stress in de eerste levensfase, stress door sociale uitsluiting, stress door werkomstandigheden, stress door werkloosheid, stress door gebrek aan sociale support, stress door verslaving en stress door ongezonde voeding.

Schadelijke uitwerking

Stress wordt sindsdien wel de killer van de eenentwintigste eeuw genoemd. Chronische stress heeft een schadelijke uitwerking. Door chronische stress ontwikkelen baby’s in achtergestelde gezinnen al vanaf de geboorte een achterstand, ook in de hersenfuncties.

“Het blijft een uitdaging om niet in determinisme te vervallen.”

De vicieuze cirkel van leerachterstand, minder economische welstand, slechte voeding en huisvesting ontstaat. Hun eigen kinderen zullen dezelfde cyclus ervaren. Het blijft wel een uitdaging om niet in determinisme te vervallen bij uitspraken over hersengevolgen. Neurowetenschap gaat te allen tijde uit van neuroplasticiteit, het vermogen om – soms met intensieve aanpakken – toch een weg vooruit te verkrijgen.

Sociaal werkers aan zet

Preventiebeleid moet deze sociale risicofactoren aanpakken voordat ze uitmonden in ziekte. Daar ligt een belangrijke taak voor sociaal werkers. Er moet geïnvesteerd worden in sociaal werk dat helpt om de psychosociale stress van sociaal kwetsbare individuen, gezinnen, groepen en gemeenschappen te managen.

Die focus op psychosociale stress van burgers is een must voor de toekomst van sociaal werk. Als specifieke expertise claimen sociaal werkers ‘het helpen managen van psychosociale stress’ zoals artsen expertise claimen in de lichamelijke gevolgen en psychologen in de psychische aspecten van stress. Sociaal werkers versterken daarmee hun identiteit en imago. En geven zo handen en voeten aan haar biopsychosociale uitgangspunten die al 120 jaar oud zijn.

“Het gaat ook over empowerment.”

Dat helpen door sociaal werkers gebeurt uiteraard door gebruik te maken van de veerkracht van de mensen zelf. Op deze manier draagt sociaal werk niet alleen bij aan stressreductie maar ook aan empowerment: meer persoonlijke en sociale weerbaarheid. En dus aan gezondheidswinst.

Blik vooruit

Vijf Nederlandse gemeenten investeerden de laatste jaren in zo’n sociaal werk nieuwe stijl: Eindhoven, Enschede, Leeuwarden, Utrecht en Zaanstad. Deze steden mikken met sociaal werk op ‘doen waar behoefte aan is’.

De eerste effectevaluaties zijn bemoedigend. Door ontkokering wordt eerst de bureaucratische stress aangepakt waar veel burgers in verstrikt raken. Een maatwerkplan volgt eerst de behoeften van bewoners, pas dan de voorgeschreven regels en procedures.

“Maatwerkplan volgt eerst de behoeften van bewoners.”

Psychosociale stress bij bewoners wordt aangepakt door gericht werk te maken van noden op bijvoorbeeld veiligheidsniveau en emotioneel niveau. Doordat sociaal werkers in samenwerking met mensen en hun netwerk systematisch werken aan het opruimen van deze sociale stressoren, ontstaat er weer een blik vooruit.

Vanuit Amerika

Dat slaat aan. Uit de Verenigde Staten komt ‘Mobility Mentoring’ aangewaaid: een armoedebestrijdingsaanpak die de vermindering van psychosociale stress centraal stelt. Volgens deze benadering verdienen mensen met uitkeringen een helpende hand omdat zij in een staat van overlevingsstress verkeren waar ze zelf niet uit geraken. Deze aanpak is zowel gebaseerd op sociaal-wetenschappelijke als neurowetenschappelijke inzichten.

“Armoedebestrijding door psychosociale stress aan te pakken.”

Heel wat Nederlandse gemeenten nemen deze aanpak over. Bedoeling is om een bepaalde groep uitkeringsgerechtigden stap voor stap naar economische zelfredzaamheid te leiden.

Mits de nodige aanpassingen is zo’n benadering ook geschikt voor andere doelgroepen. Chronisch zieken, mensen met lichamelijke en verstandelijke beperkingen en pensioengerechtigden kunnen niet altijd geholpen worden bij economische maar wel bij persoonlijke en sociale zelfredzaamheid.

Welzijn op recept

Ook het project ‘Welzijn op recept’ is een voorbeeld van een aanpak waarbij mensen die kampen met psychosociale stress ondersteund worden bij het versterken van hun gezondheid en welzijn. Een huis­arts of sociaal werker verwijst de persoon met psychosociale stress door naar een zogenaamd ‘welzijnsarrangement’. Daar kan gewerkt worden rond wekelijks sporten op recept, het verrichten van creatieve activiteiten, vrijwilligerswerk doen of aanhaken bij een eetclub.

“Dit is een praktische en pragmatische ontstress-aanpak.”

Door zo’n praktische en pragmatische inzet van sociaal werk wordt extra aandacht gegeven aan de meest kwetsbaren. Door in te zetten op veiligheid in de eerste levensfase, door preventie en reductie van sociale uitsluiting, door te werken aan optimale werkomstandigheden, door om te leren gaan met de gevolgen van werkloosheid, door sociale support rond mensen aan te spreken en te versterken, door verslaafden te helpen de onderliggende behoeften bewust te worden en te helpen vervullen, door ongezond eten met leefstijlverbeteringsaanpak te verminderen.

Professionalisering sociaal werkers

Die extra aandacht van sociaal werkers voor de kwetsbare bevolkingsgroepen levert gezondheidswinst op. Idealiter werken sociaal werkers – regelmatig bestempeld als sociale dokters –zo aan het opruimen van psychosociale stress en het verhogen van kwaliteit van leven.

Wezenlijk voor deze stap vooruit is dat er wordt geïnvesteerd in de professionalisering van sociaal werk. Zo is er meer eenheid in visie, aanpak en deskundigheid. Die helpt om afgestemd te werken op de levensbehoeften van de doelgroep en om op het juiste moment de juiste tools in te zetten.

Opleiding

De vraag voor opleiders: hebben afgestudeerde sociaal werkers voldoende tools om psychosociale stress te helpen managen? Is een drie- of vier jarige opleiding voldoende voor dit zo brede werkveld?

“Een nieuwe generatie sociaal werkers moet multimethodisch getraind worden.”

Om in te kunnen spelen op meervoudige psychosociale stressoren, moeten nieuwe generaties sociaal werkers multimethodisch getraind worden in een brede en duurzame sociaal werk-toolbox. Daarin zitten alle tools die op individueel, systemisch en macro-niveau hun diensten hebben bewezen. Op die manier worden sociaal werkers niet langer verleid om mee te gaan met allerlei specifieke methodische trends.

Nederlandse en Vlaamse beleidsmakers moeten zo’n gerichte aanpak mogelijk maken. Dan kunnen sociaal werkers, als deel van het lokaal sociaal beleid, de psychosociale stressoren helpen reduceren. En mensen effectief helpen naar economische, sociale en persoonlijke zelfredzaamheid.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen