Opinie

Sociaal werk tegen radicalisering?

Paniekvoetbal is geen oplossing

Wouter Wanzeele

In januari werden Parijs, Europa en de wereld opgeschrikt door de koelbloedige aanslag op de redactie van het satirische weekblad Charlie Hebdo en een Joodse supermarkt. Daders werden neergeschoten en betrokken handlangers gearresteerd. Ook in België was er verhoogde terreurdreiging. In de publieke opinie overheerst verontwaardiging en de vraag: “Hoe moeten we dit terrorisme aanpakken?” Het leger werd ingezet, bij de politie en staatsveiligheid was het alle hens aan dek. En sociaal werkers werden aangespoord om meer te controleren…

Meer controle?

Vlaams minister van Inburgering en Wonen Liesbeth Homans was over die inschakeling van sociaal werkers duidelijk. In de krant De Morgen klonk het letterlijk zo: “Straathoekwerkers focussen vandaag zo sterk op drugsproblemen dat ze de rest vergeten. En heel wat Syriëstrijders komen uit sociale woningen. Het is dan maar logisch dat we sociaal assistenten vragen om uit te kijken naar jongeren die op het foute pad belanden. Zij zien hun families, komen in hun woonkamer.” Ook Hilde Crevits, Vlaams minister van Onderwijs, riep in hetzelfde interview op tot extra waakzaamheid in scholen.

“Het spanningsveld tussen controle en emancipatie behoort tot de identiteit van het sociaal werk.”

Verscherpt toezicht vanwege sociaal werkers roept meteen ethische en juridische kwesties op. Mag een sociaal werker bij radicaliserende jongeren zijn beroepsgeheim aan de kant zetten door kennis en informatie te delen met anderen? En als hij de lippen toch op elkaar houdt, riskeert hij dan vervolgd te worden voor schuldig verzuim? Momenteel verkent minister Homans de mogelijkheid om het beroepsgeheim in specifieke gevallen, zoals de strijd tegen radicalisering, op te heffen. Als sociaal werker ben ik bezorgd over dit soort paniekvoetbal.

Preventie of repressie?

Controle door sociaal werkers is niet nieuw. Het spanningsveld tussen controle en emancipatie behoort tot de identiteit van het sociaal werk. Elke nieuwe situatie vraagt een debat over het evenwicht tussen beide. Onder druk van dreigend extremisme wordt vandaag aan sociaal werkers gevraagd om zich nog sterker te focussen op controle. Alle helpende handen zijn welkom. In zijn disciplineringstheorie“Les juges de normalité y sont présents partout. Nous sommes dans la société du professeur-juge, du médecin-juge, de l’éducateur-juge, du travailleur social-juge; tous font régner l’universalité du normatif; et chacun au point où il se trouve y soumet le corps, les gestes, les comportements, les conduites, les aptitudes, les peformances.” Foucault, M. (1975). Surveiller et punir, Naissance de la prison. Parijs: Gallimard, p. 356. wees de Franse filosoof Michel Foucault al op dit aspect. De Vlaamse regering wil nu ook ‘les travailleur social-juges’ inzetten in de strijd tegen terrorisme.

De aanpak van radicalisering gebeurt wel onder de noemer van ‘terrorismepreventie’, maar als we Foucaults analyse volgen gaat het hier duidelijk over repressie. Het bezoek aan de woonkamer wordt gehanteerd als middel om in te schatten hoe gevaarlijk een persoon zich al dan niet gedraagt. Volgt hieruit niet automatisch dat het de verantwoordelijkheid wordt van  de sociaal werker om tijdig aan de alarmbel te trekken en de veiligheidsdiensten in te schakelen? Het debat over het voorkomen van zo’n verschrikkelijke gebeurtenissen blijft zo beperkt tot de vraag welke vorm van repressie kan worden ingezet.

Radicaal sociaal werk

Sociaal werkers die zich niet gelukkig voelen met deze ontwikkeling moeten zich roeren. Moeten we de vraag dat sociaal werkers zich inzetten tegen radicalisering niet omkeren en vragen dat sociaal werkers zelf radicaliseren? Waar blijft dat radicaal sociaal werk dat focust op onderliggende ontstaansfactoren en de wortels van problemen blootlegt? Als sociaal werkers zouden we die factoren, die we ook ontdekken ‘in de woonkamer’, kunnen problematiseren om van daaruit preventief te werken. Het betekent dat we onze kritische blik gebruiken om structureel mogelijk te maken dat deze jongeren een volwaardige job kunnen uitoefenen, een toekomst kunnen uitbouwen, toegang hebben tot gezondheidszorg en degelijke huisvesting.

“Willen wij als sociaal werkers meegaan in de logica dat repressie een oplossing biedt?”

Controle sluit aan op symptoombestrijding. Emancipatie sluit aan op een fundamentele aanpak van de ontstaansgronden van radicalisering. De besparingspolitiek van de verschillende regeringen lijkt hand in hand te gaan met repressie tegen de slachtoffers van die besparingen. Ik zal terroristische daden niet goedpraten, maar willen wij als sociaal werkers meegaan in de logica dat repressie een oplossing biedt? Als we ons willen verzetten tegen de verwachting dat we die repressie mee moeten uitvoeren, dan moeten sociaal werkers ook zelf radicaliseren.

Stoute schoenen

De sterkte van het sociaal werk kan liggen in het benoemen van de sociale noden die mee aan de oorsprong liggen van de verschrikkelijke gebeurtenissen in Frankrijk. Als we hierover verontwaardigd blijven, vervreemden we niet. Het is aan sociaal werkers om daartegen te ageren, om net wel onze stoute schoenen aan te trekken. Sociale actie staat op de lijst van te herontdekken vormen van sociaal werk. Alleen zo kunnen we emancipatie bewerkstelligen. Zo’n radicaal sociaal werk heeft meer kans op het succesvol bestrijden of voorkomen van ‘radicaliserende’ mensen.

Reacties

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.