Opinie

Roepen tegen racisme is niet genoeg

Els Hertogen

Het middenveld kleurt nog steeds overwegend wit. En wil het radicaal strijden tegen racisme, dan moet dat middenveld de eigen organisatie in de weegschaal leggen. 11.11.11. keek in die spiegel: “We kiezen ervoor om te veranderen.” Het is een oproep om dat ook in het sociaal werk vast te pakken.

racisme

© Pexels / Mentatdgt

Onze stem verheffen

Van de daken schreeuwen dat we tegen racisme zijn, is vandaag meer dan ooit nodig. Maar meer dan ooit is het duidelijk dat dit niet volstaat.

‘We moeten verder gaan dan snelle statements, een kader rond onze profielfoto of roepen dat we tegen racisme zijn.’

Niet-racistisch zijn, houdt een verantwoordelijkheid in: we moeten verder gaan dan snelle statements, een kader rond onze profielfoto of roepen dat we tegen racisme zijn. We moeten meer doen en ons actief inzetten tegen racisme. Onze stem verheffen tegen grove vormen van racisme, zoals het zoveelste voorval van racistische agressie of van vuilbekkerij bij menselijke tragedies die vluchtelingen moeten ondergaan.

Koloniale erfenis

Maar we moeten ook meer subtiele vormen van racisme bespreekbaar maken.

Echt luisteren naar mensen uit minderheidsgroepen, wanneer zij het effect van onze woorden en gebrek aan daden aankaarten. En ons daarbij niet verschuilen achter goede bedoelingen alleen. Meer moeite doen om ons te verdiepen in hoe de koloniale erfenis en eeuwen eurocentrisme doorwerken tot op vandaag, zowel in internationale verhoudingen als in onze diverse samenleving.

Ondanks de schroom moeten zeker wij ons opnieuw sterker durven uitspreken over racisme. Ook onze eigen organisatie: 11.11.11. De realiteit is immers dat ook wij erfgenaam zijn van de kolonisering. Onze werking heeft wortels in de ‘beschavingsmissie’ die met de kolonisering gepaard ging, en dus ook in de racistische logica van westerse superioriteit en minderwaardigheid van andere mensen en volkeren.

Beschavingslogica

Ondanks een evolutie weg van liefdadigheid naar het steeds sterker aanklagen van structureel onrecht, kunnen we niet ontkennen dat deze ‘beschavingslogica’ nog steeds leeft. We dragen er zelfs de sporen van mee in de woorden die de kern van ons werk omschrijven, zoals ‘Ontwikkeling’ of ‘Noord-Zuid’, traditioneel gelinkt aan het rijke Noorden dat het arme Zuiden gaat ‘helpen ontwikkelen’.

‘Onze werking heeft wortels in de kolonisering.’

Het zijn termen waar we zelf ook mee worstelen. Maar die we ondanks onze tegenzin blijven gebruiken, omdat het zo verdomd moeilijk blijkt om andere termen te vinden die de mondiale ongelijkheid benoemen en die bovendien verstaanbaar zijn voor een breed publiek.

Woorden die symptoom zijn van een internationale, nog steeds springlevende machtsongelijkheid, lijken dus tegelijk nodig om die ongelijkheid te benoemen, dat is de ironie.

Nieuwe naam

Hoe we spreken, bepaalt onze denken en handelen. Daarom veranderden we in december 2020 onze naam van ‘Koepel van de Vlaamse Noord-Zuidbeweging’ naar ‘Koepel van Internationale Solidariteit’. Weg van het traditionele beeld van het rijke Noorden en het arme Zuiden.

‘Is het geen utopie te denken dat evenwaardig partnerschap überhaupt mogelijk is?’

Maar de machtsongelijkheid hef je niet op met semantische ingrepen alleen. In onze internationale samenwerkingen streven we oprecht naar evenwaardig partnerschap. We laten bewust het initiatief voor verandering bij lokale changemakers, de energie en knowhow ook.

Maar is het geen utopie te denken dat evenwaardig partnerschap überhaupt mogelijk is wanneer de ene partner financieel afhankelijk is van de andere? Of gaan we, door die vraag te stellen, net voorbij aan de realiteit? Er is nu eenmaal een onaanvaardbaar ongelijke toegang tot middelen voor activisten en bewegingen wereldwijd. Is het dan niet cruciaal om die financiële relatie net wel aan te gaan? Hoe doen we dit op een manier die vrij is van machtsongelijkheid?

Witte ontwikkelingssector

En wat met onze positie in eigen land?

Onze samenleving is superdivers, maar de ontwikkelingssector – personeel, vrijwilligers, sympathisanten, schenkers – kleurt nog steeds overwegend wit. Terwijl er tal van initiatieven voor internationale solidariteit bestaan van mensen met een migratieachtergrond, die zich echter niet altijd als deel van de sector beschouwen.

‘Wij slagen er niet in om gelijke vertegenwoordiging te verwezenlijken.’

Wij, die het systeem mondiaal rechtvaardiger willen maken, slagen er zelf niet in om gelijke vertegenwoordiging te verwezenlijken. Niet dat we niets geprobeerd hebben. We ontwikkelden diversiteitsplannen, we creëerden ruimte voor diverse stemmen en trotseren standvastig open grenzen-verwijten. Maar blijkbaar groeven we niet diep genoeg, gingen we niet ver genoeg om onszelf echt te veranderen.

Onszelf in vraag stellen

De beschavingslogica leeft ook nog te sterk voort in de beeldvorming. Iedereen kent het typerende beeld wel: de witte ngo-medewerker die ‘hulpbehoevende’ mensen in ‘ontwikkelingslanden’ gaat redden.

‘Zieligheid scoort vaak bij het publiek.’

Die beeldvorming wordt de laatste jaren terecht steeds meer in vraag gesteld. Er wordt bijgestuurd, maar toch worstelen veel ngo’s met de vraag hoe ze hun werk dan wel in beeld kunnen brengen. En er is nog een bijkomende maar belangrijke moeilijkheid: zieligheid scoort vaak bij het publiek wanneer het aankomt op fondsen werven. Heiligt het (goede) doel dan de middelen?

Het antwoord op die vraag is uiteraard nee. Kies je voor internationale rechtvaardigheid en solidariteit, dan moet je de uitdaging aangaan om je werken en denken te dekoloniseren, voor de volle 100 procent. Als we ons eigen statement tegen racisme ernstig nemen, is dat het enige logische gevolg. Dat geldt voor 11.11.11, maar ook voor alle sociaalwerkorganisaties die de strijd tegen racisme ter harte nemen.

We kiezen ervoor om onszelf in vraag te stellen en te veranderen, zonder te weten waar dit ons concreet zal brengen.

Begin van de zoektocht

Het was mooi geweest om als we nu al een batterij mooie realisaties en ambitieuze acties op tafel konden leggen. De waarheid is dat we nog maar aan het begin van onze zoektocht staan. Maar het is tijd dat we onze stem verheffen en in de wind van het dekoloniaal veranderingsproces durven staan.

‘Ook in sociaal werk is er nog werk aan de winkel.’

We gaan de uitdaging aan om onze werking te dekoloniseren, met vallen en opstaan en weer doorgaan. Door dat open en bloot aan te kondigen willen we duidelijk maken dat iedereen ons hierop kan aanspreken. Ons uitgangspunt in dit verhaal is duidelijk: we erkennen dat onze sector niet buiten internationale machtsrelaties staat maar er net deel van uitmaakt.

Brede middenveld

We durven het debat zelfs opentrekken naar het hele middenveld in ons land.

Ook daar is er qua inclusie en de strijd tegen racisme en discriminatie werk aan de winkel. Ook in zorg, welzijn en het sociaal werk. Misschien kan 11.11.11 mee de motor zijn van een brede beweging. We zijn het immers allemaal aan onszelf verplicht om deze handschoen op te nemen.

We zullen moeilijke maar noodzakelijke gesprekken moeten voeren. Die spiegel zal vaak ontluisterend zijn, het parcours kan lastig worden, maar uiteindelijk zal het ons versterken en breder verbinden.

Reacties [1]

  • Sylvia

    Dat noem ik nu eens eerlijk in eigen boezem kijken. Het sociaal werk mag dit voorbeeld volgen. Zo maken we samen ruimte om mensenrechten in het hart van de medemens te plaatsen. En moeten de verhalen niet langer zielig zijn om te raken.
    Dank voor de interessante internationale verbindingen, uitdagingen en hoopvolle reportages. Ze bieden veel inspiratie voor ons sociaal werk!

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.