Opinie

OCMW gaat op in gemeente

Unieke kans voor sterk lokaal sociaal werk

Jeroen Peeters

De sociaalwerkconferentie schoof vijf krachtlijnen naar voor die de identiteit van het sociaal werk bepalen. Inspireren die krachtlijnen de OCMW’s? Jeroen Peeters is duidelijk: meer dan ooit, nu OCMW’s inkantelen in de gemeenten.

OCMW

© Unsplash / Juliana

OCMW

© Unsplash / Juliana

Sociaalwerkconferentie

De sociaalwerkconferentie van 24 mei 2018 debatteerde over de identiteit van het sociaal werk. Vijf krachtlijnen zijn bepalend: verbindend werken, nabij werken, politiserend werken, generalistisch werken en procesmatig werken.

Zo’n identiteitsbepaling is niet evident: sociaal werk is een breed werkterrein. Vanuit mijn ervaringen binnen het OCMW en overtuigd van de belangrijke rol die maatschappelijk werkers in de OCMW’s spelen, kroop ik in de pen. Ik was geboeid door de dynamiek van de conferentie, maar ben tegelijkertijd bezorgd over de vertaling ervan naar het werkterrein.

Ik wil vooral het prediken voor de eigen sociaalwerk-kerk overstijgen. Want het sociaal werk staat als beroepsgroep voor de belangrijke uitdaging om deze toekomstvisie waar te maken.

OCMW biedt mogelijkheden

Sociaal werk binnen de OCMW’s biedt heel wat mogelijkheden. In elke gemeente is er een OCMW waar mensen terechtkunnen met hulpvragen. Sociaal werkers staan klaar om hen op alle mogelijke levensdomeinen te begeleiden.

“Troef is de verbinding met de leefwereld van cliënten.”

De potentiële rijkdom van het sociaal werk binnen een OCMW bestaat dan ook uit een unieke combinatie van eigen generalistisch sociaal werk en het zoeken van samenwerking met meer gespecialiseerde partners.

Belangrijke troef is de directe verbinding met de lokale context, dichtbij de leefwereld van cliënten.

Politieke nabijheid

Tegelijk zijn OCMW-werkers actief binnen een politieke en ambtelijke context. Dat verhoogt de complexiteit van hun werk. Vooral de nabijheid van het politieke domein stelt hen voor uitdagingen.

Zo is het een uniek gegeven dat politiek verkozen raadsleden oordelen over het al dan niet toekennen van steun. Dat mag geen subjectief nattevingerwerk zijn.

De basis van de beslissing is een sociaal onderzoek van de maatschappelijk werker. Dit sociaal onderzoek en verslag zijn onderworpen aan kwaliteitsvereisten. De samenwerking tussen lokaal bestuur en management is vastgelegd in een afsprakennota en personeels- en raadsleden werken vanuit een deontologische code.

Rol van de sociaal werker

Die objectivering moet uitmonden in een leefloon en steunverlening die optimaal afgestemd is op de individuele cliëntsituatie. De rol van de maatschappelijk werker als sociale professional is essentieel.

“Dit maatwerk verschilt van een administratieve focus.”

Onderzoek toont aan dat deze sociale professional zich onderscheidt door vanuit een discretionaire ruimte de wetgeving toe te passen, rekening houden met de methodiek van sociaal werk. Dit maatwerk verschilt van een administratieve focus die reproduceert, ongeacht de individuele context.De Wilde, M., e.a. (2016), 40 jaar OCMW en bijstand, Leuven, Acco.

Politieke luwte

Alle OCMW’s hebben deze basisopdracht. Ze geven deze vorm en inhoud, afgestemd op de lokale context. Vanuit deze lokale beleidsruimte is het logisch dat er verschillen ontstaan.

“OCMW-raadsleden bouwden eigen expertise op.”

Historisch gezien bevond de werking van de sociale dienst van een OCMW zich in de politieke luwte. OCMW-raadsleden bouwden vanuit een stabiele basis expertise op. Debatten in de OCMW-raad of het bijzonder comité (dat beslist over individuele dossiers van OCMW-cliënten) werden vaak gevoerd vanuit een breed ideologisch debat, minder vanuit een louter partijpolitieke invalshoek.

Veranderingen decreet lokaal bestuur

Het Decreet Lokaal Bestuur brengt daar verandering in. Met dit decreet heeft de Vlaamse Regering de ambitie om sterk geïntegreerd sociaal beleid te realiseren. Via een conceptnota werkte ze verder uit hoe ze die integratie wil realiseren.

Zo moet het decreet de verkozen gemeenteraad versterken. Zij neemt de belangrijke beslissingen over het lokale beleid. Door OCMW- en gemeentelijke administraties samen te smelten, zijn er efficiëntiewinsten. Een grotere klantgerichtheid en laagdrempeligheid kunnen de sociale dienstverlening toegankelijker maken.

Inkanteling van OCMW

Concreet blijven er vanaf 1 januari 2019 wel twee rechtspersonen overeind: de gemeenten en het OCMW. Maar de OCMW-raad valt vanaf dan wel samen met de gemeenteraad. En het college van burgemeester en schepenen vervult de taken van het vast bureau, het dagelijks bestuur van het OCMW.

“OCMW-raad valt samen met gemeenteraad.”

Hierdoor wordt het uitstippelen van het sociaal beleid een opdracht voor de OCMW-raad, samengesteld uit dezelfde raadsleden als de gemeenteraad. Wel blijft er een apart comité sociale dienst bestaan waarin de individuele steuntoekenning zal gebeuren.

Het feit dat er vanaf 1 januari 2019 één algemeen directeur en één financieel directeur aan het hoofd staan van gemeente en OCMW, maakt de politieke en ambtelijke inkanteling compleet.

Vele vragen

Vandaag zijn alle OCMW’s en gemeenten in transitie. De verhoudingen tussen beide worden hertekend. Daarbij duiken veel vragen op. Die hebben niet alleen te maken met structuren en functies, maar raken ook de identiteit van sociaal werk.

“Deze verandering raakt de identiteit van sociaal werk.”

Het Decreet Lokaal Bestuur spreekt over inkanteling. Kan het OCMW haar eigenheid behouden? Heeft zo’n inkanteling gevolgen voor het beroepsgeheim van sociale professionals?

Krijgen armoedebeleid en hulpverlening in de gemeenteraad een volwaardige plaats naast de electoraal meer interessante thema’s zoals de aanleg van de straat en het netjes verleggen van de scheve stoeptegel?

Hoe stemmen we deze verandering af op andere beleidsvernieuwingen zoals eerstelijnszones en het geïntegreerd breed onthaal?

Unieke kans

De cruciale vraag is hoe we deze evoluties aanwenden om sociaal werk binnen het OCMW te versterken. Deze evoluties zijn niet alleen een bedreiging, maar vooral ook een kans. Want er was nog nooit zo veel aandacht voor lokaal sociaal werk.

“Lokaal beleid is per definitie sociaal beleid.”

Het Decreet Lokaal Bestuur blijft de expertise en bestaffing van de sociale dienst waarborgen. De maatschappelijk werker blijft een erkende beroepsgroep. Het geïntegreerd breed onthaal vertrekt vanuit de cliënt en tracht eindelijk los te komen van structuren. En het regeerakkoord van de Vlaamse Regering 2014-2019 erkende de lokale besturen (gemeente en OCMW) als cruciale partners in het welzijns-, gezondheids- en gezinsbeleid.

Daarom is deze inkanteling van OCMW in gemeente een unieke kans voor de realisatie van een integraal hulpaanbod, gestuurd vanuit één administratieve en politieke organisatie. Bovendien schetst een ander decreet, het Decreet Lokaal Sociaal Beleid, heel duidelijk de rol die het lokaal beleid kan opnemen. Daardoor is lokaal beleid per definitie sociaal beleid.

Volwassen debat over verschil

De beoogde inkanteling biedt kansen voor een sterk lokaal sociaal werk. Voorwaarde is wel dat organisaties niet alle energie investeren in het zoeken naar de grootste gemene deler van gemeentelijke dienstverlening en lokaal sociaal werk.

Er moet voldoende aandacht blijven voor het verschil tussen beide. Zowel het afleveren van een paspoort als het uitkeren van een leefloon monden uit in een definieerbaar resultaat. Maar het afgelegde proces is fundamenteel anders.

“Er moet debat komen over het ‘waarom’.”

Er zullen nieuwe organisaties ontstaan die zowel hulpverlening als dienstverlening realiseren. Om het beste van twee werelden te krijgen, is een volwassen debat nodig over verschil en eigenheid. Over de discretionaire ruimte die nodig is om het DNA van verschillende disciplines tot zijn recht te laten komen.

Dit gaat in essentie ook over waarden die in zowel hulp- als dienstverlening aan bod komen. Naast het reorganiseren en het hertekenen van organogrammen, moet er ook een debat gevoerd worden over het ‘waarom’, over de vraag hoe de nieuwe organisatie omgaat met de diversiteit aan cliënten.

Welke uitdaging?

Weldra zitten lokale beleidsmakers samen rond de tafel bij het bepalen van een nieuw bestuursakkoord. Zij tekenen een nieuw integraal en sociaal lokaal beleid uit. Hier liggen kansen om het draagvlak voor sociaal beleid te vergroten.

“Het is een kans om het draagvlak voor sociaal beleid te vergroten.”

Het sociaal beleid zal niet meer in een aparte structuur bepaald worden. Raadsleden die veelal geen historiek hebben binnen de OCMW-context staan mee aan het roer. Debatten zullen gevoerd worden middenin een politieke realiteit.

Opdracht voor sociaal werk

De beroepsgroep van sociaal werk heeft hier een belangrijke opdracht. Ze staat voor de uitdaging om op ambtelijk en politiek niveau in debat te gaan. Ze moeten sleutelactoren die geen voorkennis hebben van dit sociaal werk aangespreken.

Mandatarissen moeten opgeleid worden, niet alleen op vlak van kennis, maar ook op vlak van methodieken, waarden, opdrachten en beroepsprofiel.

Politiserend werken

Terecht schoof de sociaalwerkconferentie politiserend werken naar voor als een krachtlijn van sociaal werk. Dit betekent dat sociaal werkers mee de toegang tot rechten waarborgen en structurele factoren aankaarten die sociale rechtvaardigheid belemmeren. Op die manier beïnvloeden ze mee het beleid.

“De inzet is om politiserend werken te vrijwaren.”

De inzet is om op het werkterrein dat politiserend werken te vrijwaren en verder te versterken. Dit alles in een maatschappelijke context waarin publiek debat steeds meer verengd wordt tot oneliners, en gepolariseerde stellingnames.

Kom uit je kot

In deze omstandigheden de krachtlijnen van sociaal werk uitdragen, daagt de beroepsgroep van sociaal werk uit om uit haar kot te komen.

Dat vraagt gezamenlijke inspanningen om de rijkdom en diversiteit van sociaal werk voluit te waarderen. Alleen zo kunnen we de kansen grijpen die de inkanteling biedt, alleen zo kunnen de stem van cliënten op beleidsvlak laten klinken en het verschil blijven maken.

Reacties [6]

  • Corine Reitsma

    Nou veel succes, in Nederland hebben ze het een paar jaar geleden transitie Jeugdzorg/ decentralisatie genoemd, en verloopt de toegang nu via de gemeente. Ondertussen is het een puinzooi aan het worden of geworden. Wellicht kunnen hieruit dingen gehaald, waardoor er veel ellende bespaard kan worden voor zowel de cliënten als de werkers.

  • Luc Op de Beeck

    Hoe mooi men het ook tracht te verwoorden, een fusie is altijd een verhaal met twee kanten. Bij het ganse proces van inkanteling OCMW in de Stad is men vertrokken met een interne focus op het management, de efficiëntie, het budget… kortom het apparaat. Veel organisaties zijn tot op vandaag bezig met de vraag hoe twee managementteams kunnen versmelten tot één en wat ze moeten doen met overbodige functies.
    De bestaansreden van zowel OCMW als Stad zijn de dienstverlening aan de burger. Maar de vraag hoe we onze cliënten de aandacht kunnen blijven geven waarop ze recht hebben is in dit ganse traject te weinig aan bod gekomen.
    Een nieuw model van dienstverlening uitbouwen kan uiteraard altijd tijdens de volgende legislatu(u)r(en). Ik hoop dat er voldoende tijd, moeite én lef voorhanden zijn bij de lokale besturen om de komende jaren alsnog te bouwen aan een nieuw concept waar niet enkel het overheidsapparaat maar vooral de burger beter van wordt.

  • Marc Depuydt

    En waarom wordt er ook geen inkanteling van de CAW in het globaal gegeven overwogen?

  • Kevin Van Bael

    Toch enkele bedenkingen. De efficiëntiewinsten zullen toch vaak voor de lange termijn zijn. De afgelopen maanden veelvuldig vacatures voor algemeen of financieel directeur, met bijbehorende verloning (130%). Ondertussen blijven de oud-secretarissen en oud-ontvangers ook aan boord in een “passende” functie en een, het is hen gegund, mooi loon. Ondertussen wordt het minder evident om kwaliteitsvolle sollicitanten te vinden voor vacatures binnen de sociale dienst. Mogelijke oorzaken? De politiek, die het (vast benoemd) statuut steeds maar blijft aanvallen en/of al jaren weigert een nieuw sectoraal akkoord af te sluiten voor haar personeel? Maar ondertussen wel, terecht, verwacht dat haar beleidsvisie professioneel, en met kennis van zaken uitgevoerd wordt. Afgelopen legislatuur een stortvloed aan nieuwe uitdagingen: ESV, GPMI, TWE (art.60), asiel- en opvangcrisis, eerstelijnszone, mediprima, … investeren in verloning en werklast van de OCMW-maatschappelijk werker is dringend nodig!

  • Rik Holvoet

    Er zijn inderdaad kansen. Het geintegreeerd breed onthaal, meer structurele samenwerking tussen diensten.Het OCMW als juridische structuur blijft op papier bestaan om tegemoet te komen aan de Raad van State. Als organisatie zal zij volledig opgaan in de gemeente, enfin dat staat toch in de sterren geschreven. Veel zal afhangen van de politieke wil en welk budget men over heeft voor het sociaal beleid. Het leefloon menswaardig optrekken met meer bijkomende steun, het kan, en hier en daar gebeurd het. Het blijven echteruitzonderingen. Er zijn gemiste kansen. Mandatarissen, en het is tegen mijn eigen winkel, want ik ben zelf mandataris, blijven lid van het bijzonder comite. Erg jammer. Aantal leden van het comité neemt toe, wat de besluitvorming zal bemoeilijken. Contractuele sociale werkers ipv statutaire zie ik niet zo vlug politiserend werken. Daarvoor zijn er wat mij betreft te weinig garanties, en nog een lange weg te gaan. Hopelijk wordt het kind niet met het badwater weggegooid.

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.