Opinie

Niet iedereen deelt in het succes van de stad

Jan Van den Broeck, Mieke Schrooten, Erik Claes, Liesbeth Naessens

Brusselse onderzoekers zetten hun werk in het uitstalraam. Niet als verkoopstunt, wel als promotie voor geëngageerd sociaalwerkonderzoek dat ingrijpt op stedelijke dynamieken. 

Brussel

© Unsplash / Klaudio Metolli

Europese conferentie

In april was er in Leuven de ‘European Conference for Social Work Research 2019’. 550 sociaalwerkonderzoekers discussieerden over onderzoek en praktijk in een context van veranderende samenleving.

‘De motor is engagement.’

Eén van de centrale sprekers op dit congres was Charlotte Williams, professor sociaal werk aan de RMIT University in Melbourne. In een Sociaal.Net-interview maakt Williams haar punt helder: steden zijn een uitgelezen werkplek voor sociaal werk. Daar hoort meteen een opdracht bij: praktijk en onderzoek moeten ingrijpen op stedelijke dynamieken.

In Brussel

De insteek van Charlotte Williams is voor ons dagelijkse realiteit. De focus op stedelijk sociaal werk vormt de rode draad doorheen het onderzoek dat wij verrichten binnen het Onderzoekscentrum Sociaal Werk aan de Odisee hogeschool.

Dit waaiert uit in verschillende thema’s en terreinen: van informele sociaalwerkpraktijken tot transmigratie, van vereenzaming tot hulp- en dienstverlening in de Brusselse gevangenissen. De motor van deze projecten is engagement: het realiseren van mensenrechten en het bekampen van sociale onrechtvaardigheid.

Uitdagende stad

Ons onderzoek heeft nog een gemeenschappelijke deler. We vertrekken vanuit de overtuiging dat de complexiteit en stedelijke dynamiek kansen bieden om te vernieuwen.

Die vernieuwing is noodzakelijk. Steden botsen op armoede, werkloosheid, thuisloosheid en slechte woonomstandigheden. Hoewel steden onmiskenbare groeipolen zijn, delen niet alle mensen in het succes van de stad. Sterker nog, de complexe ongelijkheden in steden gaan voor vele stadsbewoners gepaard met een precaire toegang tot hun rechten.

Lacunes invullen

Kiemen van duurzame verandering liggen in die chaotische en troebele complexiteit van de stad.

Zoekende instellingen en diensten struikelen er over het recht op volwaardige deelname aan de samenleving. Inventieve burgers en sociale professionals worden uitgedaagd om die lacunes in te vullen. De stad loopt over van kleinschalige initiatieven die vanuit de wijk, een straat of plein werken aan deze maatschappelijke uitdagingen.

Stadssocioloog Stijn Oosterlynck formuleerde dat eerder al treffend: “Nieuwe vormen van solidariteit genereren, is geen academische oefening of kan niet het voorwerp vormen van een groot masterplan. Het is integendeel zaak om een grote gevoeligheid aan de dag te leggen voor lokale en dikwijls heel bescheiden experimenten.”

‘Solidariteit is geen academische oefening.’

Een stedelijke blik op sociaal werk daagt ons uit om al deze initiatieven, collectieven en zelforganisaties te zien als volwaardige partners. Ze zijn een bron van inspiratie. Zo kan het sociaal werk de stedelijke realiteit aanwenden als een bron van vernieuwing.

Kritische spiegel

De stad houdt het sociaal werk ook een kritische spiegel voor. De stad toont de beperkingen van dominante structuren en gewoontes. Wie vertrekt vanuit de diversiteit van de grootstad, ontdekt met enig ongemak de strakke grenzen van eigen denkkaders. Alternatieve verhalen en praktijken breken klassieke kaders open.

De stad confronteert ons met structurele ongelijkheden die nog diep verankerd zijn in formele sociaalwerkorganisaties. Zogenaamde minderheden zoals personen met een migratieachtergond, mensen met een beperking of LGBTQI+Lesbian, gay, bisexual, transgender, queer and intersexkrijgen er nog onvoldoende het woord als expert van de eigen situatie. Verontrustender nog is dat ze vaak minimaal aanwezig zijn in het medewerkersbestand van middenveldorganisaties, scholen of beleidsinstellingen. Om van leidinggevende functies nog te zwijgen.

Wil het sociaal werk betekenisvol zijn voor deze minderheden, dan moet het kritisch in de spiegel kijken.

Van staat naar straat

Burgerschap in het broeierige leven van de grootstad drijft weg van het al dan niet behoren tot een collectieve, nationale identiteit. In een stad als Brussel voltrekt zich een shift: van staatsburgerschap naar straatburgerschap.

‘De stad toont de beperkingen van dominante structuren.’

Sociaalwerkonderzoek in Brussel zet ons aan om gedempte stemmen en vergeten verhalen een microfoon te geven. Zo’n verhalen zichtbaar en hoorbaar maken, toont krachtig hoe stedelijk sociaal werk moet vertrekken van de leefwereld van burgers.

Terug naar Leuven

In snel veranderende omgevingen moet stedelijk sociaal werk bovendien veelzijdig en flexibel zijn.

Charlotte Williams pleit voor een sociaal werk dat zich expliciet verbindt met de stad. Ze geeft aan dat het nodig is dat sociaal werk dit doet in samenwerking met andere uitgesproken stedelijke disciplines zoals antropologie, planning, architectuur, kunst en gezondheidswetenschappen.

De specifieke identiteit van sociaal werk in zo’n multidisciplinaire samenwerking wordt dan de toewijding aan sociale rechtvaardigheid en fundamentele mensenrechten.

De stedelijke blik kneedt sociaal werk naar een superdiverse realiteit waarin zeer verschillende bevolkingsgroepen op schaarser wordende ruimte constructief met elkaar moeten samenleven. Maar ook een sociaal werk dat telkens uit de bestaande denkkaders stapt om bij te dragen aan een meer rechtvaardige samenleving.

Reacties

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.