Ook mannen zijn slachtoffer van grensoverschrijdend gedrag

Hoe we naar een probleem kijken, bepaalt hulpaanbod

De gevolgen van het idee dat alleen vrouwen slachtoffer kunnen zijn van grensoverschrijdend gedrag of geweld zijn zorgwekkend. We moeten eerlijk zijn. Er zijn ook mannelijke slachtoffers en vrouwelijke plegers. Dit ontkennen maakt dat het hulpaanbod niet aansluit bij de noden.

mannen slachtoffer
“Ruim één op tien mannen maakte ooit fysieke seksuele grensoverschrijding mee.” © Unsplash / Ogunseinde

Gelijkheid lijkt verworven

Het is niet meer bon ton om patriarchale, smalende uitspraken over vrouwen te doen. Wie het probeert, ontketent een storm van protest. De eerste feministische golf, met de suffragettes, ligt ruim 100 jaar achter ons. Vrouwenstemrecht is in België rijkelijk laat gekomen, maar toch 70 jaar verworven.

De tweede feministische golf dateert ook al van 40 tot 50 jaar geleden. De Dolle Mina’s zijn met pensioen. Seksisme en discriminatie zijn bij wet verboden. Gelijkheid tussen mannen en vrouwen lijkt verworven.

Slachtoffers zijn soms plegers

En toch barstte een jaar geleden de #MeToo-bom. Mannen als Harvey Weinstein, Dominique Strauss-Kahn en Bart De Pauw bleken jarenlang weg te komen met wangedrag tegenover vrouwen. We horen verhalen van misbruik in de film-, sport- en danswereld.

“Ook vrouwen blijken schuldig.”

De Italiaanse actrice Asia Argento zette twee keer de wereld op zijn kop. Eerst door Weinstein publiek te beschuldigen van verkrachting. Ze trok er de #MeToo-beweging mee op gang. En vervolgens toen ze zelf ook beschuldigd werd van misbruik.

Zo blijken slachtoffers soms ook plegers te zijn, en blijken ook vrouwen schuldig te zijn aan seksueel misbruik.

Niet triviaal

Deze vaststelling is niet triviaal. Voor beleid of onderzoek is de formulering van een probleem, meteen een deel van de oplossing. De vraag stellen, is de vraag beantwoorden.

En daar knelt nog vaak het schoentje. Neem bijvoorbeeld het Europees onderzoeksbureau naar gendergelijkheid EIGE. Dat publiceert liefst cijfers over de situatie van de vrouw, zonder die van de man er naast te zetten. Dat is intellectueel oneerlijk.

Deze zomer hield de ngo Plan International België een peiling over grensoverschrijdend seksueel gedrag op festivals. De peiling haalde de nationale media. Plan merkt op dat één op zes meisjes wordt lastiggevallen (16,5%) maar vermeldt enkel in de marge dat één op acht (12%) van de jongens ook slachtoffer is.

De campagne die aan het onderzoek werd gekoppeld focust zich volledig op meisjes. Nochtans is 12% geen klein aantal. Weliswaar wat minder dan bij de meisjes, maar het verschil is niet groot genoeg om te verantwoorden dat de campagne jongens totaal negeert.

Mannen zijn voetnoot

Dit gebeurt keer op keer. Ook bij een onderzoek van de UGent over de cultuur- en mediasector wordt ingezoomd op het feit dat één op twee vrouwen het afgelopen jaar slachtoffer werd van grensoverschrijdend gedrag.

Het feit dat 18% van de mannen evenzeer slachtoffer zijn, is een figuurlijke voetnoot. Nochtans is bijna één op vijf opnieuw geen verwaarloosbare kleine groep.

“Eén op vijf is niet verwaarloosbaar.”

Nog een voorbeeld is straatintimidatie. Volgens de website van de campagne ‘Ik grijp in’, verklaarden 60% van de Belgische vrouwen het slachtoffer geweest te zijn van seksuele intimidatie sinds de leeftijd van vijftien jaar. 30% in de loop van de laatste twaalf maanden.

Dit zijn onrustwekkende cijfers. Maar weer weten we niet hoeveel mannen met straatintimidatie te maken hebben. De cijfers komen van het Bureau voor de Grondrechten van de EU. Zij bevragen enkel vrouwen. Nochtans waren er de voorbije maanden verschillende gevallen van agressie op straat tegen homo’s.

Één op tien

Nederlands ondezoek toonde aan dat drie op de tien Nederlandse mannen één of meerdere vormen van niet-fysiek grensoverschrijdend gedrag meemaakten. Ruim één op tien heeft ooit in zijn leven fysieke seksuele grensoverschrijding meegemaakt.Het gaat om 11% van de mannen tussen 15 en en 25 jaar en 13% van de mannen tussen 25 en 71 jaar. De Haas, S., (2012) ‘Seksueel grensoverschrijdend gedrag onder jongeren en volwassenen in Nederland’, TvS, 36-2, 136-145.

“Vrouwen kunnen zich bedienen van wapens.”

Veel mensen kunnen zich gewoon niet voorstellen dat mannen slachtoffer kunnen zijn van fysiek geweld door vrouwen. Er is een fysiek verschil in kracht tussen mannen en vrouwen. Maar vrouwen hebben ‘wapens’: voorwerpen om mee te gooien, kokend water…

Hardnekkige clichés

Ook het idee dat vrouwen mannen seksueel kunnen belagen, is iets dat mensen zich niet goed kunnen inbeelden. Het is nochtans een mythe dat mannen altijd en overal seks willen. Het is trouwens niet omdat een man klaarkomt dat hij er ook gelukkig van wordt.Kennes, L. (2018), Alleen ‘ja’ telt, Polis.

De samenleving houdt hardnekkig vast aan het clichébeeld dat we hebben over mannen en vrouwen. Vrouwen zijn zorgzaam, lief, zwak, slachtoffer, uitgebuit en in gevaar. Mannen zijn stoer, agressief, viriel en testosteronbommen.

“Vrouwen zijn soms agressief.”

Dat klopt uiteraard niet. Vrouwen zijn behalve slachtoffer ook sterk, mondig, verontwaardigd, krachtig, opstandig en veerkrachtig. En soms agressief, helaas. Mannen, ook die zonder het etiket ‘nieuwe man’, zijn wel eens bang, nerveus, onzeker, gevoelig, machteloos maar ook lief en zorgzaam.

Seksisme

De mogelijke gevolgen van het idee ‘vrouwen zijn altijd slachtoffer van geweld’ zijn zorgwekkend. Om te beginnen dreigen we het geweld en onrecht op vrouwen te normaliseren, want iedereen maakt het mee. “Er is niks aan te doen!” Bovendien versterken we het stereotype van zwakke, hulpbehoevende vrouwen en de bipolariteit van de genderconstructies.

Daarnaast zetten we vrouwelijke plegers uit de wind. We kunnen ons zelfs niet inbeelden dat vrouwen over grenzen kunnen gaan of dat ze geweld gebruiken. Een ander gevolg is dat we mannen afschilderen als tomeloos seks-geobsedeerd, zonder enige zelfbeheersing. We maken alle mannen schuldig aan wat een minderheid doet. Dat is seksisme.

“We maken mannen schuldig aan wat een minderheid doet.”

Tot slot negeren we het geweld en onrecht op mannen. Die beeldvorming verhoogt de drempel voor mannen om openlijk te spreken over hun ervaringen. Trauma’s doen soms decennia lang onderhuids en onuitgesproken hun verwoestende werk.

Taboe

Veel mannelijke slachtoffers van seksueel geweld zwijgen omdat er simpelweg geen ruimte is om als man gehoord te worden over zo’n taboe. Mannen worden niet uitgenodigd hun verhaal te vertellen en ze kunnen, net zo min of nog minder dan vrouwen, erop rekenen dat ze geloofd en gesteund worden.

De hulpverleningsmechanismen zijn voor vrouwen en mannen niet anders: empathisch luisteren, erkenning geven en doorverwijzen naar therapeutische begeleiding. Maar voor de hulpvraag gesteld wordt, moet de hulpzoeker wel zeker weten dat die er welkom zal zijn. Hij moet weten dat hij geloofd en geholpen wordt. Communicatie moet zich dus ook op mannelijke slachtoffers richten.

Hulpaanbod

Een beleidsmaker maakt een probleemanalyse en koppelt er vervolgens doelstellingen en acties aan vast. Het heersende idee dat mannen geen slachtoffer zijn, heeft daardoor gevolgen voor het hulpaanbod.

“Het heersende idee heeft gevolgen voor het hulpaanbod.”

Als het probleem ‘geweld op vrouwen’ is, dan bied je vluchthuizen aan, weerbaarheidstraining, bewustmaking over het patriarchaat en seksisme. Als vrouwen ‘empowered’ moeten worden, dan zorg je voor veilige ruimtes, communes van enkel vrouwen en alarmsystemen op straat.

Is het probleem ‘familiaal geweld’ met vrouwen, kinderen en mannen als slachtoffers en plegers, dan kom je met beveiligde opvang voor vrouwen, mannen of zelfs koppels (die van huis weglopen omwille van eergerelateerd geweld of kindermishandeling). Aangevuld met veel preventieve en curatieve ambulante begeleiding en relatietherapie.

Vluchthuizen

Vlaanderen telt vijf vluchthuizen met geheim adres voor vrouwen en één met twee studio’s waar ook mannen kunnen opgevangen worden. Het Europese Verdrag van Istanbul bepaalt dat er een vluchthuisplaats moet zijn per 10.000 inwoners.Het Verdrag van Istanbul heeft niets met Istanbul te maken maar alles met het bestrijden van geweld op vrouwen, huiselijk geweld en kindermishandeling. Het verdrag trad in 2016 in ons land in werking.Daar komen we in Vlaanderen of België lang niet aan, ook niet als we de vrouwenopvang zonder geheim adres meetellen, en de vraag is of dat wel moet.

Er is de afgelopen tien jaar veel moeite gedaan om het preventieve en vroegtijdige aanbod op te krikken door te investeren in de hulplijn 1712 en in begeleiding door de CAW’s. Want voorkomen is beter dan genezen.

“1712 is er niet enkel voor partnergeweld.”

Laten we even inzoomen op 1712 als hulplijn voor alle vormen van geweld in Vlaanderen. Deze lijn is zo breed opgevat omdat, zeker binnen de groep van familiaal geweld, de gelijkenissen groter zijn dan de verschillen.

Het is heel belangrijk dat 1712 er niet alleen voor partnergeweld is, maar ook voor kindermishandeling, eergerelateerd geweld, geweld tussen broers en zussen, ouderenmishandeling, tienerpooiers, mannenmishandeling…

Wallonië doet het anders

In Wallonië bekijkt men het probleem anders. Daar komt men met oplossingen als ‘SOS Viol’, specifiek voor verkrachtingen en ‘Ecoute violences conjugales’ voor partnergeweld. De namen alleen al geven aan hoe er in Vlaanderen en Wallonië van een andere probleemstelling vertrokken wordt.

Tot wanhoop van al wie federaal beleid moet voeren. Want hulpverlening mag dan een regionale bevoegdheid zijn, politie en justitie zijn dat niet. Daar moeten we tot een gedeelde analyse en handelingskader komen.

“Er komt een nieuwe federale hulplijn.”

Federaal wordt er binnenkort een telefonische hulplijn opgezet verbonden aan de federale Zorgcentra Seksueel Geweld. Die centra zijn momenteel enkel in Gent, Brussel en Luik geopend, maar met uitbreidingsplannen naar andere steden vanwege het onverwacht grote aantal slachtoffers dat zich aanmeldt.

Deze nieuwe hulplijn moet samenwerken en zich verhouden tot die twee verschillende realiteiten: een algemene 1712-lijn voor alle vormen van geweld in Vlaanderen, en de twee specifieke lijnen voor seksueel geweld en partnergeweld in Wallonië.

Tegelijk is er ook nog de Europese Raad die, met het Verdrag van Istanbul in de hand, ons land vraagt waarom er geen nationale hulplijn voor geweld op vrouwen is. Volgend jaar stuurt de raad een expertengroep naar België om zowel bij het federale Instituut voor Gelijkheid van Vrouwen en Mannen als bij de ngo’s hun licht op te steken en een beoordelend rapport te schrijven.

Publieke opinie ombuigen

Hoe kunnen we samen de publieke opinie ombuigen? Door eerlijk te zijn over het aantal mannelijke slachtoffers en vrouwelijke plegers. Door mannen en vrouwen aan te moedigen om hun verhaal te doen, door slachtoffers te geloven.

Maar ook door vrouwen als pleger te durven benoemen. Door niet te vergeten dat slachtoffers plegers kunnen worden, en omgekeerd. Door voor ogen te houden dat het gros van het partnergeweld wederzijds geweld is. Dan heb je vanzelf vrouwen als medeplegers.

“Het gros van het partnergeweld is wederzijds.”

We mogen ook niet vergeten dat veel familiaal geweld zich niet alleen tussen partners afspeelt. Kinderen en bejaarden, broers en zussen kunnen in de klappen delen. De dader- en slachtofferpositie kunnen wisselen. Bij geweld sluit het één het ander niet uit.

Door eerlijk te zijn over onze menselijke tekortkomingen zoals agressie, kunnen we samen zoeken naar hoe we in gelijkwaardige relaties kunnen investeren. Door er geen ‘war of the sexes’ van te maken, maar elkaar met empathie en respect te helpen om onze donkerste kanten onder ogen te zien. En onze diepste pijn en schaamte te erkennen. Zo kunnen we geweld voorkomen en aan betere relaties, seksuele vrijheid en fysieke veiligheid werken.

 

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen