Opinie

‘Helaas kan je niet kwaad zijn op een virus’

Tom Bogaert

Deze coronacrisis zet druk op onze mentale gezondheid. Frustraties nemen toe en slaan sneller om in agressie. Want de vijand zelf, een onzichtbaar virus, kunnen we niet door elkaar schudden. Sociaal werker Tom Bogaert zoekt houvast bij oeroude inzichten van gedragsbiologen.

© Unsplash / Anastasiia Chepinska

Boosdoener corona

Als vormingswerker ben ik verbonden aan een psychiatrisch centrum. Dat is een boeiende werkplek waar veel signalen en noodkreten vanuit de samenleving binnenstromen.

‘Dit virus is versmachtend voor onze samenleving.’

Vanuit die brede kijk ben ik bezorgd. Inderdaad: het coronavirus. Alle signalen die wij ontvangen bevestigen hoe versmachtend dat virus is voor onze samenleving.

Agressie

Pas nog organiseerde een vakbond een digitale workshop voor winkelpersoneel rond omgaan met agressie. In een mum van tijd waren de tweehonderd online zitjes uitverkocht.

Natuurlijk zit boosdoener corona achter dit ongezien succes. Plots moeten winkeliers omgaan met verbale en fysieke agressie van gefrustreerde klanten die de coronamaatregelen naast zich neerleggen. Medewerkers voelen zich onveilig en zoeken naar manieren om met die agressie om te gaan.

En het is niet alleen de kassabediende van de supermarkt of de lokale dagbladhandelaar die verwijten moet incasseren. Gezinnen en buren merken hoe oplopende frustraties en ergernissen relaties onder druk zetten.

Ook binnen de muren van ons psychiatrisch centrum steeg het voorbije half jaar het aantal agressie-incidenten. Zonder daarover diepgaand wetenschappelijk onderzoek verricht te hebben, zie je ook hier coronagerelateerde triggers: minder bezoek, randactiviteiten worden uitgesteld, begeleidingen lopen plots via de computer of coronamaatregelen wijzigen voortdurend.

Waar zitten de zondebokken?

Na die vaststelling, komt de vraag: waarom? Hoe komt het dat mensen zich in deze crisis verzetten, hun frustraties niet meer onder controle hebben en zich angstig voelen?

Er is geen ontkomen aan: er heerst een mondiale oorlog met het SARS-CoV-2. De strijd is uniek en moeilijk omdat je niet kwaad kan zijn op een virus. Klassieke remedies om schuldigen en zondebokken aan te duiden, werken deze keer niet.

Is het daarom dat heel wat mensen hun angsten en frustraties botvieren op zij die ons beperken in onze bewegings- en beslissingsvrijheid? Alsof de weerman, die ons aanmaant om de paraplu boven te halen, ook verantwoordelijk is voor de regen.

‘Klassieke remedies om schuldigen en zondebokken aan te duiden, werken deze keer niet.’

Zoals gebruikelijk, worden we ook in deze oorlog aangespoord om een kant te kiezen. Ofwel aanvaard je de maatregelen en leg je je neer bij het ‘nieuwe normaal’. Ofwel spring je op de barricaden en grijp je elke kans op verzet. Niet kiezen, is geen optie.

Tegenstrijdige informatie

Kiezen dus. Allemaal goed en wel, maar op basis van welke informatie? Naar welk alfamannetje moeten we ons, kuddedieren die we zijn, eigenlijk richten?

Diverse media spuien onophoudelijk coronanieuws en laten daarbij echte en zelfverklaarde experten hun stellingen verkondigen. Wetenschappelijke zekerheden worden ontkend en foutieve informatie verspreidt zich sneller dan het virus zelf. Die tegenstrijdige informatie en berichten wegen op mensen, want weinigen onder ons zijn graag verward.

Toch meer aan de hand?

Onze frustraties, verzet en moeheid worden dus gevoed door onduidelijke informatie, verspreid door elkaar tegensprekende alfamannetjes? Of is er toch wat meer aan de hand?

‘Sociaal contact biedt al honderdduizenden jaren troost.’

De gedragsbiologie heeft als volwassen wetenschap al heel wat watertjes doorzwommen. Zij biedt een brede en historisch gerijpte kijk op de manier waarop we als mensen reageren op crisissituaties.In het recent verschenen boek ‘De standaardwaarde van de mens. De eeuwige strijd met onze oeroude genen’, biedt gedragsbioloog Mark Nelissen een interessante evolutionaire visie.Sociaal contact is dan cruciaal. Sociaal contact biedt al honderdduizenden jaren troost, steun en hulp in de minder vrolijke dagen van ons leven.

Levensnoodzakelijk sociaal contact

Er is dus inderdaad wat meer aan de hand: het coronavirus grijpt verlammend in op dat levensnoodzakelijk sociaal contact. Waarom sloeg de eerste coronagolf zo hard toe bij ouderen? Doorheen een complexe analyse, wijzen experten naar de verwoestende effecten van eenzaamheid: “Je kunt ook doodgaan van eenzaamheid”.

Ook lichamelijk contact is van wezenlijk belang voor ons gemoed, ons evenwicht en ons geluk. Zoals vissen niet zonder water kunnen, kunnen mensen niet zonder het voelen van een ander lichaam. En nee, het aanschaffen van een schoothondje of parkiet vervangt deze nood niet helemaal. Een handdruk gaf al ten tijde van onze verre voorouders aan dat agressie niet aan de orde is: ‘Je hebt niets te vrezen’. Helaas is ook dat signaal vandaag verboden.

Botsende mechanismen

Het virus en de overheid verplichten ons om die sociale contacten te beperken en elkaar zo min mogelijk aan te raken. Ook hier wijzen gedragsbiologen op oeroude mechanismen die vandaag stevig botsen.

‘Ons brein moet plots ongeziene gedachtesprongen maken.’

Enerzijds voelen onze genen en ons brein zich comfortabel bij al dat eenzaam cocoonen: ‘Da’s lekker veilig’, denken ze, ‘zo worden we niet ziek’. Helaas staat dat haaks op de evolutionaire motivatie om buiten te komen, ‘voedsel’ en ‘voortplantingspartners’ te zoeken.

En dat opgelegde anderhalvemeteren? De sociale afstand tussen mij en mijn vrienden varieert al millennia tussen een halve meter en één meter. Maar door corona moet ons brein nu plots ongeziene gedachtesprongen maken: ‘Als mijn vriend zo ver van mij staat, dan is hij mijn vriend niet meer’.

Kroegen en kerken

Al die spanningen en tegenstrijdigheden zie ik terugkomen in nieuwsberichten, enquêtes en op mijn werkvloer. Het is een stevige uitdaging om in deze tijden voldoende kritisch te kijken naar de informatie die ons (on)gevraagd tegemoet waait en tegelijk de nodige gemeenschappelijkheid, solidariteit, vertrouwen en verantwoordelijkheidszin op te brengen voor bepaalde beslissingen.

In tijden van oorlog liepen vroeger de kerken en kroegen vol en zocht men steun bij elkaar. De cafés sloten tijdelijk hun deuren en de kerken hebben niet meer de aantrekkingskracht van weleer.

Verlichting

Maar meetkundige afstand hoeft geen sociale afstand te zijn. Dat bewijzen creatieve initiatieven om elkaar toch voldoende nabij te blijven. Hulpverleners sloten wel hun bureau, maar gingen de straat op. Kleuterjuffen trokken aan de deurbel met kleurplaten. We gingen e-peritieven en vroegen op de radio plaatjes aan voor oma en opa.

De donkere dagen staan voor de deur. Verlichting is meer dan ooit nodig en kan het verschil maken. Voor de gefrustreerde winkelaars, voor de medewerkers in de supermarkten, voor de kwetsbaren in de psychiatrische centra en de vele zorgverleners. Kortom, voor ieder van ons.

Reacties

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.