Opinie

Hulpverlening in Belgische gevangenissen

Een radicale koerswijziging is nodig

Johan Boxstaens

Recent was er heel wat heisa rond de leefsituatie in de Belgische gevangenissen. Hoe krijgen we eindelijk verandering in deze aanslepende ziekte?

gevangenis

gevangenis

©ohberlin @flickr

In de media

Hans Bonte, sp.a-politicus en burgemeester van Vilvoorde, bond als eerste de kat de bel aan. Na een gevangenisbezoek aan vier Syriëstrijders uit zijn stad, klaagde hij in het Radio 1-programma ‘De Ochtend’ de toestand in de Belgische gevangenissen aan.

Hij kenmerkt het gevangenisklimaat in ons land met termen als bureaucratie, overbevolking, erbarmelijke leefomstandigheden en slechte communicatie tussen de verschillende diensten.

“Het aanbod aan psychosociale begeleiding is ontoereikend.”

Enkele dagen later berichtten verschillende media over de ondermaatse gezondheidszorg in Belgische gevangenissen. Ze verwezen naar een studie van het Federale Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg. Dit rapport is erg kritisch, ook als het gaat over de geestelijke gezondheidszorg in de gevangenissen. Het gebruik van angstremmers, antidepressiva en andere psychofarmaca swingt de pan uit. Ondanks de grote behoefte aan geestelijke gezondheidszorg wordt de beschikbaarheid ervan omschreven als onvoldoende en gefragmenteerd.

Als klap op de vuurpijl was er de Pano-reportage over levenslange opsluiting. Daarin stelden de professoren Beyens en Cosyns dat het aanbod aan psychologische begeleiding in de gevangenissen ontoereikend is. In Terzake (18 oktober 2017) ontkende minister van Justitie Koen Geens dat niet.

Geen nieuw probleem

De media-aandacht voor de wantoestanden in onze gevangenissen deed het debat over hoe we omgaan met gedetineerden weer even opflakkeren. Helaas stellen we een maand na de ‘feiten’ vast dat het momentum weer onbenut bleef.

Nochtans is het probleem niet nieuw. Het is al langer bekend hoe moeilijk het is om sommige daders toe te leiden naar de reguliere hulpverlening en de gespecialiseerde intra- en extramurale forensische zorg.Boxstaens, J. (2013), Sociaal werk in justitiële context: spanningsvelden en kansen, Onderzoeksrapport Expertisecentrum Krachtgericht Sociaal Werk, Antwerpen, Karel de Grote Hogeschool.Een vaak genoemd voorbeeld zijn seksuele delinquenten voor wie een residentiële behandeling noodzakelijk is. Maar het gaat ook over plegers met een dubbeldiagnose, drugsverslaafden en daders met een probleem van agressieregulatie of frustratietolerantie. Zij krijgen nauwelijks toegang tot hulpverlening.

Toch worden inspanningen geleverd om dit tekort aan psychologische hulp voor gedetineerden op te vangen. Hulpverleners van de centra algemeen welzijnswerk en de centra geestelijke gezondheidszorg proberen sinds een aantal jaren met beperkte middelen toch een aanbod uit te werken, bijvoorbeeld rond agressiebegeleiding.

Bijkomende detentieschade

De mediaberichten sluiten aan bij bevindingen van een onderzoek naar de effectiviteit van agressiebegeleiding in de Vlaamse gevangenissen.Boxstaens, J. en Habets, P. (2017), De effectiviteit van agressiebegeleiding, Antwerpen, Karel de Grote Hogeschool & Kenniscentrum Forensisch Psychiatrische Zorg (KeFOR), niet-gepubliceerd onderzoeksrapport.Bij het in kaart brengen van de werkzame factoren van agressiebegeleiding binnen de muren van de gevangenis, stootten we op een fundamenteel probleem dat niets te maken heeft met de begeleiding, maar wel de context van de gevangenis.

“Het probleem ligt bij de gevangenis.”

We weten uiteraard al lang dat een gevangenis niet kan beschouwd worden als een context die faciliterend is voor therapeutisch werk. Meer zelfs: een gevangenisstraf leidt niet zelden tot bijkomende detentieschade.

Hardnekkige problemen

Het goede nieuws is dat de Belgische wetgever dit fenomeen erkent en zelfs voorzien heeft om dit aan te pakken. Er werd een wet opgesteld om de detentieschade van vrijheidsstraffen te beperken of voorkomen.De Basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden, beter bekend als de Wet Dupont.Ondanks het feit dat er stappen gezet werden om deze wet vlees en bloed te geven, blijft de situatie in onze Belgische gevangenissen precair.

“De situatie in onze gevangenissen blijft precair.”

Uit ons onderzoek bleek dat de vaak verouderde infrastructuur zorgt voor onmenselijke leefomstandigheden voor gedetineerden en slechte werkomstandigheden voor personeel. De psychosociale medewerkers hebben een chronisch gebrek aan spreekruimtes. De ligging van de toch beschikbare ruimtes, is niet ideaal. Er is vaak een gebrek aan privacy en rust, nochtans nodig bij moeilijke gesprekken.

Veiligheid primeert

Hulpverleners worden voortdurend geconfronteerd met de dominantie van het veiligheidsdiscours in penitentiaire inrichtingen. Gesprekken kunnen slechts plaatsvinden binnen een beperkt tijdsbestek, communiceren gebeurt via rapportbriefjes en men is afhankelijk van het penitentiair personeel voor het oproepen van gedetineerden.

“De invloed van de gevangeniscultuur is nefast.”

Daarnaast is er de nefaste invloed van de gevangeniscultuur. Gedetineerden die op zoek gaan naar begeleiding tonen hun kwetsbare en zwakke flanken. Dit zorgt voor een grote drempel naar hulp- en dienstverlening.

Zij die toch de stap zetten, ontwikkelen vaak een dubbele identiteit. Wanneer ze zich in groep bevinden, verbergen ze hun kwetsbaarheid uit vrees voor pesterijen en agressie. Toch worstelen ze vaak met gevoelens van machteloosheid en stigmatisering. Deze worden versterkt door het gebrek aan respect dat zij ervaren, bijvoorbeeld vanuit het penitentiair personeel.

Doorwrocht alternatief

De manier waarop België detentie organiseert, komt nog steeds niet tegemoet aan een menswaardige tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen. Als we recht willen doen aan de noden van gedetineerden, maar ook aan de inspanningen van hulpverleners, is een radicale koerswijziging nodig.

“Het alternatief: kleinschalige vormen van strafuitvoering.”

Een doordacht alternatief is voorhanden: detentiehuizen. Dat concept werd ontwikkeld door vzw De Huizen. Zij houden een vurig pleidooi voor kleinschalige en gedifferentieerde vormen van strafuitvoering ingebed in de maatschappelijke ruimte. Detentiehuizen zullen de volledige detentieproblematiek niet oplossen. Maar ze bieden wel de juiste perspectieven voor een verdere aanpak.Claus, H. (2015), ‘Moeizame geboorte van het detentiehuis. Penitentiaire trein der traagheid’, Sociaal.Net, 5 mei 2015.

Reacties [%]

  • Rudy Vercauteren

    Als gepensioneerd naturopaat ben ik in aanraking geweest met verschillende alternatieve therapieën, zoals de klassieke homeopathie, bachbloesems, medidaties, gebed, hydrotherapie, heliopathie, voedingstherapie, kruidentherapie. Geen van deze therapie blijkt bespreekbaar te zijn bij beheersmensen van gevangenissen. Onbegrip en gebrek aan informatie verhinderen de aanpak om mensen gezonder te maken.

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.