Opinie

‘Fusie sociale woonverhuurders treft meest kwetsbare huurders’

Michel Debruyne, Jos Geysels

De Vlaamse regering wil vanaf 2023 slechts één sociale woonverhuurder per gemeente. Er komt dus een fusie aan van sociale verhuurkantoren en sociale huisvestingsmaatschappijen. Decenniumdoelen, een consortium van armoedeorganisaties en sociale bewegingen, vindt dat een slecht idee. “Wie kwetsbaar is, zal nog verder weggeduwd worden.”

sociale_huur

© Unsplash / rawkkim

Slecht rapport

“Wie hulp nodig heeft, laten we nooit in de steek. Voor de ondersteuning van kwetsbaren maakt de Vlaamse regering de nodige budgetten vrij”, klonk het in het Vlaams regeerakkoord.

‘De Vlaamse regering lijkt zich niet meteen te herpakken.’

Maar wie gelooft nog dat de Vlaamse regering deze mooie intentie ernstig neemt? De besparingen op welzijn en zorg hakken in op de werking van organisaties die dagelijks bezig zijn met mensen in nood of armoede. Het gebrek aan heldere verantwoording van de aangekondigde besparingsgolf, is een doorn in het oog van sociale professionals.

Fusie bij sociaal wonen

Na deze gemiste start, lijkt de Vlaamse regering zich niet meteen te herpakken. In datzelfde regeerakkoord kondigt ze een fusie aan op de sociale huurmarkt: “We voegen tegen 1 januari 2023 sociale huisvestingsmaatschappijen en sociale verhuurkantoren samen in één woonactor met maar één speler per gemeente.”Regeerakkoord van de Vlaamse Regering 2019-2014, p.173.Voor wie kwetsbaar is op de woonmarkt, is dat belangrijk nieuws.

Op het eerste zicht lijkt deze maatregel ook logisch. Deze fusie vereenvoudigt de toegang tot sociaal wonen voor alle huurders. Want sociale woningen zijn schaars en dus moet de overheid ze correct en rechtvaardig toewijzen.

Eenvoudiger toewijzen

Die toewijzing kan beter, lees: eenvoudiger. Vandaag pakken sociale verhuurkantoren dat anders aan dan sociale huisvestingsmaatschappijen.

Sociale huisvestingsmaatschappijen beheren een eigen patrimonium dat ze toewijzen op basis van chronologie: wie zich eerst inschreef, komt eerst aan de beurt. Wie aan de beurt komt, moet wel aan een aantal voorwaarden voldoen zoals beperkt inkomen, geen eigendom, lokale binding.

Sociale verhuurkantoren zoeken woningen op de private markt en verhuren die vervolgens door. Zij wijzen een woning toe op basis van woonnood. Wie dringend een dak boven het hoofd nodig heeft, krijgt voorrang.

Inzetten op hoge woonnood

Zo ging in 2018 77 procent van de woningen die werden toegewezen door de sociale verhuurkantoren naar de meest kwetsbare huurders: mensen die dakloos zijn of dreigen dakloos te worden. 87 procent van de bijna 3000 nieuwe huurders had een inkomen dat niet hoger was dan het leefloon.De cijfers zijn afkomstig van een interne studie van Huurpunt vzw, waarover gerapporteerd in Knack.

‘Sociale verhuurkantoren helpen mensen met hoge woonnood.’

Sociale verhuurkantoren helpen dus mensen met hoge woonnood. Helaas is hun patrimonium veel te klein om iedereen te helpen: eind 2018 stonden 5400 kandidaten die dreigen dakloos te worden op de wachtlijst.

Drie jaar wachten

Wie bij toewijzing kiest voor ‘wie eerst komt, eerst maalt’, duwt die woonnood naar de achtergrond. Voor wie dringend een woonplaats nodig heeft, zijn de gevolgen desastreus. Ze komen achteraan de wachtlijst.

Ondanks die hoge woonnood, hebben ze niet meteen zicht op een oplossing. De schaarste op deze markt van sociale huisvesting is enorm. Het aantal gezinnen dat wacht op een sociale woning is momenteel ongeveer even hoog als het aantal dat een sociale woning heeft: bijna 155.000. Wachttijden van drie jaar zijn intussen heel ‘gewoon’ geworden.

‘Toewijzing op basis van chronologie is nefast.’

Voor wie kwetsbaar is, is toewijzing op basis van chronologie dus ronduit nefast. Je ontneemt deze mensen alle zicht en hoop op een oplossing. Toch kiest de Vlaamse regering er bij de fusie van de sociale woonactoren net voor om enkel nog chronologie te laten gelden.Regeerakkoord van de Vlaamse Regering 2019-2014, p.171-172.Begrijpe wie begrijpen kan.

Lokale binding

Alsof dat nog niet genoeg is, schoof diezelfde Vlaamse regering nog een tweede nefaste maatregel naar voor: de verstrengde lokale binding. Dit houdt in dat een sociale woning enkel nog toegewezen kan worden aan personen die in de afgelopen tien jaar vijf jaar ononderbroken in de gemeente hebben gewoond.

Ook deze nieuwe maatregel treft wie het meest kwetsbaar is. Want kwetsbare mensen hebben een instabiele woongeschiedenis. Zij verhuizen vaker, op zoek naar een goedkopere, minder verkrotte of minder overbevolkte woning.

Achteraan de wachtlijst

Wat betekent dit concreet? Zonder een aparte toewijsmogelijkheid zullen gezinnen die dakloos zijn of dreigen te worden, geen voorrang meer krijgen voor een sociale woning. Integendeel, zij komen helemaal achteraan de wachtlijst te staan. Wat rest hen? De goot? Het krot? De illegale camping? De huisjesmelker?  

‘Wat rest hen? De goot?’

OCMW’s, gemeenten en uitgedunde sociale diensten, zullen geconfronteerd worden met meer dakloosheid, meer huisjesmelkerij en meer ellende. Toch zullen ze minder mogelijkheden hebben om te helpen.

Onderzoek bevestigt

Onderzoek bevestigt onze vrees voor slecht beleid. Tom Vandromme (Universiteit Antwerpen) onderzocht sociale huurstelsels. Hij besluit dat toewijzingssystemen, naast de chronologie, altijd rekening moeten houden met bepaalde profielen van kandidaat-huurders waarvan het gerechtvaardigd is dat ze voorrang krijgen op andere mensen.

Volgens hem is een systeem dat enkel op chronologie toewijst niet in overeenstemming met het grondrecht op wonen. Nochtans zijn er redenen genoeg om dat recht op wonen ernstig te nemen: de wooncrisis aan de onderkant is ondraaglijk geworden.

Niet logisch, wel desastreus

De fusie van sociale verhuurkantoren en sociale huisvestingsmaatschappijen zal gezinnen in nog diepere armoede duwen. Deze beleidskeuze vergroot de wooncrisis. Grote boosdoener is het wegvallen van een apart toewijzingssysteem. Een fusie die op het eerste zich logisch lijkt, is bij nader inzien desastreus voor mensen in armoede.

‘De fusie van sociale verhuurkantoren en sociale huisvestingsmaatschappijen zal gezinnen in nog diepere armoede duwen.’

Sinds haar aantreden heeft de Vlaamse regering geen concrete armoededoelstellingen meer. Blijkbaar wil zij niet meer geconfronteerd worden met de trieste cijfers, niet meer afgerekend worden op haar beleid. Want wil je afgerekend worden als je eigen beleid zorgt voor meer en diepere armoede?

Wie armoede echt ernstig neemt, kan niet anders dan zoeken naar een systeem dat mensen met woonnood echt helpt.

Reacties [1]

  • Herwig Janssens

    Daarnaast riskeren personen en gezinnen die slechts kunnen terugvallen op een of ander vervangingsinkomen, een forse ingreep hierop wanneer de diverse overheden ontdekken dat met lotgenoten of anderen een woonruimte worden delen, om de kosten te drukken. De kans op sancties is ondenkbaar voor wie met een regulier inkomen hetzelfde nastreeft, met name delen van kosten, delen van woonruimte. Samen wonen zonder dat er sprake is van hechte relaties. En om sancties te vermijden, worden door kwetsbare personen vaak ‘domiciliëring kamers’ gehuurd, wat op zich dan weer de beschikbaarheid van woonruimte doet inperken.

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.