Opinie

‘Familie is nog te weinig partner in geestelijke gezondheidszorg’

Kim Steeman

Bij een opname in een psychiatrisch centrum, blijft familie nog vaak in de kou staan. Het Familieplatform Geestelijke Gezondheidszorg trekt mee aan de kar van verandering.

familieparticipatie

© Unsplash / Kate Kalvach

Zorgorganisaties onder druk

Zorgorganisaties binnen de geestelijke gezondheidszorg staan voor heel wat uitdagingen. Denk maar aan de opeenvolgende herstructureringen richting meer ambulante zorg, de roep naar meer evidence-based therapie en individueel aangepaste begeleidingstrajecten, de toename van crisisopnames en het verhoogd ziekteverzuim bij zorgpersoneel.

‘Vernieuwingen zetten kerntaken onder druk.’

Al die evoluties knabbelen mee aan de inzet van beperkte middelen. Ze zetten de kerntaken onder druk: de zorg voor de cliënt en zijn omgeving.

Inzet van familie

Ook de schouders van de familie van de patiënt worden zwaar belast. De overheid trekt de kaart van vermaatschappelijking van zorg. De wens om zorg dichtbij de patiënt te organiseren is terecht. Maar dat vraagt wel inzet van ouders, partners, kinderen, vrienden en buren.

Zorgnoden moeten we zoveel mogelijk opvangen in de thuissituatie. Maar de afbouw van bedden in de residentiële zorg staat niet gelijk aan de uitbreiding van thuisondersteuning. Ambulante zorg is weinig toegankelijk en botst op lange wachtlijsten. Dringt een opname zich op, dan is vaak onduidelijk waar en wanneer iemand terecht kan.

Dichterbij elkaar

Zowel zorgorganisaties als familie beleven woelige tijden. Maar dat drijft hen niet verder uit elkaar. Integendeel.

In de geestelijke gezondheidszorg brengt het herstelgericht denken een hele omwenteling met zich mee. Psychiatrische centra stappen steeds meer af van het medisch expertenmodel waarin zij de enigen zijn die de weg naar genezing kennen. Brede partnerschappen zitten in de lift waarbij cliënt, familie en hulpverleners als gelijkwaardige partners beschouwd worden, op weg naar herstel.

De ‘familiereflex’ duikt steeds vaker op. Hoe kunnen we familieleden beter informeren en actiever betrekken in het begeleidingstraject?

Positieve effecten

Dat is ook niet onlogisch. Het betrekken van familie heeft een positieve impact op het herstelproces van patiënten.Fox, H. e.a (2008), ‘Cliënt, familie en hulpverlener’, Tijdschrift voor Rehabilitatie, december 2008, 4.

Het leidt tot minder herval en grotere tevredenheid. Het is voor cliënten niet altijd evident om aan familie uit te leggen wat een therapie inhoudt. Familieleden die ver weg blijven, kunnen de indruk hebben dat het psychiatrisch ziekenhuis een vakantieresort is: gezellig babbelen, wat sporten, knippen, plakken en onderling wat plezier maken.

Maar wie vanaf de start betrokken is bij de behandeling, schat de meerwaarde van bewegingstherapie, creatieve therapie of muziektherapie beter in.

Gedeelde expertise

Familieleden beschikken over unieke informatie en expertise. Mensen die dagelijks met de patiënt samenleven, kunnen inzicht verschaffen in zijn leefsituatie, mogelijkheden en struikelblokken. De hulpverlener die samenwerkt met familie, krijgt een beter beeld van de cliënt.

‘De deur voor familie openzetten, is niet evident.’

Ook de familie leert. Familieleden worden een deel van het begeleidingsproces en krijgen beter zicht op weekend, verlof en ontslagplanning. Ze leren van sociale professionals hoe zij omgaan met moeilijke situaties, bijvoorbeeld bij agressie of suïcidaliteit.

Gewonnen tijd

Zorgorganisaties hebben er alle belang bij om hun deuren voor familieleden open te zetten. Toch is dat niet evident.

Dikwijls schermen organisaties en hulpverleners dat het betrekken van familieleden moeilijk ligt door het beroepsgeheim. Of particpatie vraagt te veel tijd. Kostbare tijd die er niet altijd is. En het klopt: familieleden de nodige aandacht geven, vraagt flexibiliteit en organisatie.

‘Inzet van familie kan tijdsbesparend werken.’

Toch werkt de inzet van familie ook ondersteunend en tijdsbesparend. Na gesprek en overleg kunnen verschillende taken in handen blijven van familieleden zoals het in orde houden van de administratie of het vergezellen van de patiënt bij onderzoeken.

Ook bij dwangmaatregelen kunnen familieleden een verschil maken. Hun nabijheid helpt te vermijden dat cliënten gefixeerd of geïsoleerd moeten worden.

Alsof het je eigen familie is

Iedereen weet hoe belangrijk familie is. We vieren onze vaders en moeders. We gaan deeltijds werken om meer tijd te maken voor onze kinderen. Maar zodra we onze figuurlijke ‘witte jas’ aantrekken en in de rol van hulpverlener kruipen, verliezen we die unieke relatie uit het oog.

De familierelatie maakt al snel plaats voor de therapeutische relatie. Zodra we vrezen dat contacten met familieleden de vertrouwensrelatie met de cliënt onder druk zetten, laten we ze uitdoven.

Die houding wordt versterkt door de schijnwerper te zetten op situaties waarin het moeilijk is om bepaalde familieleden te betrekken bij de behandeling, denk aan misbruik, mishandeling of wanneer een familielid een negatieve invloed heeft op de cliënt. Hoewel ze eerder uitzonderlijk zijn, hebben ze een grote impact op het participatiebeleid van een afdeling. Dat is jammer want de meeste familieleden zijn een belangrijke steun voor patiënten, ook in moeilijke omstandigheden.

Stel je eens voor

Vanuit de verschillende familie-organisaties doen we een oproep aan hulpverleners om bewust te blijven van het unieke karakter van een familieband. Bekijk het eens vanuit een andere bril: wat zou jij van hulpverleners verwachten bij een opname van een familielid?

‘Er rust een groot stigma op een opname in de psychiatrie.’

Stel je voor dat je broer of moeder opgenomen wordt. Dat zorgt ook bij familieleden voor verdriet en angst. Ze hebben geen idee waar ze gaan terecht komen of wat ze gaan zien.

Er rust nog steeds een groot stigma op een opname in de psychiatrie. Familieleden isoleren zich van vrienden en collega’s. Ze vermijden het gesprek over opname en verblijf van het familieleden.

Familieparticipatie werkt preventief

Voorzieningen kunnen dat stigma helpen doorprikken. Het eerste onthaal laat een belangrijke indruk na. Kleine gebaren maken een wereld van verschil: een tas koffie, even rondleiden, de weg wijzen naar initiatieven voor familieleden van psyschisch kwetbare mensen.

Zonder de nodige informatie en aandacht, blijven familieleden achter met grote vragen. Hen betrekken in het begeleidingstraject voorkomt dat die vragen uitmonden in psychische problemen. Als hulpverlener kan je mensen stimuleren om hun verhaal even te vertellen, te blijven investeren in sociale contacten en voldoende aandacht te hebben voor zelfzorg.

Individu maakt verschil

Aandacht voor familieleden is niet enkel een opdracht van sociale professionals. Ook administratief bedienden, medewerkers van de cafetaria en poetsdienst maken deel uit van dit verhaal. Kleine dingen tonen hun aandacht voor de familie: een gemeend welkom, een informele babbel, een koekje voor de kinderen.

Een familieviendelijke organisatie staat of valt bij haar individuele medewerkers. Enthousiaste beleidsteksten werken ondersteunend, maar zijn niet voldoende. Je kan veel redenen bedenken om de deuren voor familieleden dicht te houden. Maar hulpverleners die geduldig uitleggen waar mogelijkheden en beperkingen liggen van het werken met familie, zullen vooral veel begrip ervaren.

We leggen als hulpverlener tijdens een opname dikwijls zoveel regels en trajecten vast. Waarom zou betrekken van familie ook geen evidentie kunnen zijn?

Reacties [7]

  • Walter Raemaekers

    Eindelijk komt hier meer aandacht voor. 21 jaar geleden kreeg mijn partner een NAH. Als er meer aandacht was geweest voor de familie dan hadden wij nu nog gelukkige relaties gehad. Thans zijn al onze relaties verbroken door de kortzichtigheid van zorgverstrekkers. De valkuil van het beroepsgeheim maakt veel kapot. De gevolgen zijn niet te overzien. Wanneer wordt de arrogantie van zorgverstrekkers die het allemaal beter weten dan de omgeving eens hard aangepakt. Een harde aanpak is nodig anders leren ze toch nooit. De wet op de patiëntenrechten en het beroepsgeheim moet dringend rekening gaan houden met mensen zonder ziekte-inzicht die nooit autonoom hun rechten kunnen doen gelden. Lees daarover ‘Autonomie, hoeksteen of struikelblok’ van Axel Liégeois.

  • vzw Re-Member

    Vanuit vzw Re-Member en partner-organisaties willen we heel graag ontmoeting en verbinding (her)installeren, in en met de familie, en de mensen die hierbij ook professioneel op betrokken zijn. Samen zoeken, vanuit een graag-zien, het gevoel ‘er echt toe te doen’,…
    Er liggen heel wat kansen in onze geestelijke gezondheidszorg en hulpverleningslandschap! (http://re-member-psychischezorg.be/)

  • Paul Bogaerts

    Hadden we in de instelling maar meer uitleg gekregen, misschien hadden we kunnen helpen of voorkomen … en nu beter begrijpen en verwerken.

  • Bert Stavenuiter

    Mooi overzicht.
    Ook MIND Ypsilon houdt zich al vele jaren met dit thema bezig. Meer weten?
    Kom met (of zonder) je triade op 29 november naar ons jubileumcongres in het UMC Utrecht dat als motto heeft ‘Drie zielen, één gedachte.’
    https://www.ypsilon.org/jubileumdag

  • Hilde Lauwers

    Een internationale vergelijking en landenstudies over het perspectief van mantelzorgers vind je op:
    Experiences of family caregivers of persons with severe mental illness: An international exploration.
    http://www.eufami.org/c4c/region/belgium.html

  • Gaston Weeckers

    Ook voor mensen die psychische problemen hebben. Is het moeilijk om een betaalbare dokter te vinden. Waarom geen derde betaling .ook bij specialisten

  • Ann Driessen

    Als de familie afhaakt of wegblijft is een ‘ander’ netwerk echt nodig: dat aanvaarden en vooral helpen organiseren, aanmoedigen en faciliteren…

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.