Eerstelijnsrechtshulp heeft stevige sociale poot nodig

Nieuw decreet moet de lat hoger leggen

De juridische eerstelijnsbijstand door advocaten werd door de zesde staatshervorming een Vlaamse bevoegdheid. Het decreet dat in de steigers staat, koppelt de juridische eerstelijnsbijstand van advocaten aan het geïntegreerd breed onthaal van het sociaal werk. Biedt dit kansen om kwetsbare burgers beter te helpen? Een rits sleutelactoren boog zich tijdens een rondetafel over deze vraag.Dit rondetafeldebat werd georganiseerd door Steunpunt Mens en Samenleving (SAM), in samenwerking met de Universiteit Antwerpen en de Karel de Grotehogeschool. Het volledige verslag vind je op het Kennisplein.

eerstelijnsrechtshulp
©Unsplash/Dmitry Ratushny

Copy-paste

In een notendop: de juridische eerstelijnsbijstand is niet meer of minder dan de permanenties die advocaten verzorgen in de justitiehuizen. Ze geven daar juridische informatie en advies. Ze kunnen rechtzoekenden ook verwijzen naar de tweedelijnsbijstand – de gerechtelijke procedures – of naar andere rechtshulpverleners. Om dit in goede banen te leiden is er in elk gerechtelijk arrondissement een commissie juridische bijstand.

Het voorstel van decreet regelt die juridische eerstelijnsbijstand. Op het eerste gezicht is dat een copy-paste van de vroegere federale wetgeving. De finaliteit en inhoudelijke invulling blijven zo goed als ongewijzigd.

Organisatorische wijziging

Organisatorisch is er wel een wijziging. De eerstelijnswerking en loketfunctie van de justitiehuizen worden niet behouden.

“Eerstelijnsrechtshulp wordt gekoppeld aan het breed onthaal.”

De juridische eerstelijnsbijstand wordt nu gekoppeld aan het geïntegreerd breed onthaal (GBO), een concept dat centraal staat in het nieuw decreet Lokaal Sociaal Beleid. Dat breed onthaal wordt gerealiseerd vanuit een samenwerking tussen (minstens) het OCMW, het CAW en de diensten maatschappelijk werk van de ziekenfondsen. Deze drie actoren zullen samen met de advocatuur de vernieuwde commissies juridische bijstand samenstellen.

Maar geen bredere invulling

De nieuwe organisatorische inbedding van de eerstelijnsrechtshulp oogt beloftevol. Jammer dus dat finaliteiten en inhoudelijke invullingen ongewijzigd blijven. Dat is een gemiste kans voor een bredere invulling van eerstelijnsrechtshulp. Die mag niet beperkt blijven tot de permanenties van advocaten, maar ook niet tot informatie, advies en verwijziging.

“Inhoudelijke invullingen blijven ongewijzigd.”

De juridische eerstelijnsbijstand wordt niet hervormd vanuit een welzijnsperspectief of de vragen van gebruikers. Waar zien we een samenhang tussen sociale en juridische problemen? Hoe gaan kwetsbare mensen op zoek oplossingen voor conflicten of het afdwingen van hun rechten? Wie staat klaar om hun vragen te beantwoorden? Het voorstel van decreet gaat niet uit van de vraagzijde. Het definieert alleen het aanbod van advocaten. Een gemiste kans dus.

Actief en proactief

Als je vertrekt van de behoeften van kwetsbare burgers die in een onderbeschermde situatie leven of die te snel verwikkeld geraken in gerechtelijke procedures, kom je tot een eerstelijnsaanbod dat niet beperkt is tot informatie, advies en verwijzing.

Om de onderbescherming van kwetsbare mensen aan te pakken, is meer nodig. Te beginnen bij het actief detecteren van rechten en het proactief op zoek gaan naar mensen die hun grondrechten niet opnemen of op dikke muren botsen.

“Om onderbescherming aan te pakken, is meer nodig.”

Dat is niet alleen een individuele aangelegenheid, maar vraagt ook een collectieve en structurele aanpak. Dan komen belangenorganisaties van kwetsbare mensen in het vizier zoals armoedeverenigingen, huurdersbonden en belangengroepen van slachtoffers.

De eerstelijn moet waar nodig mensen toeleiden naar justitie. Maar het is ook een noodzakelijke buffer voor een te snelle inschakeling van gerechtelijke procedures. Dat betekent dat er op die eerstelijn ruimte moet zijn om te onderhandelen en te bemiddelen. Overbodige en soms escalerende gerechtelijke tussenkomsten worden zo vermeden.

Een breed netwerk van rechtshulpverleners

Een brede inhoudelijke definitie van eerstelijnsrechtshulp brengt een hele rist actoren in beeld, die vandaag al een aanbod hebben van sociaal-juridische hulpverlening. We sommen ze nog eens op zonder volledig te zijn: OCMW, CAW, huurdersbonden, ziekenfondsen, vakbonden, consumentenorganisaties, armoedeverenigingen, diensten vreemdelingenrecht…

“Sociale problemen hebben vaak een juridisch element.”

Ze bereiken allemaal maatschappelijk kwetsbare mensen met sociale problemen. Vaak hebben deze problemen een belangrijk juridisch element. Goede rechtshulp houdt dan in dat dit juridische element helder beantwoord wordt binnen een bredere sociale problematiek.

Samenhangende problemen

Het juridische en het sociale hangen meestal sterk samen. Schuldenlast is op het eerste zicht een juridisch probleem, maar heeft ook gevolgen voor de gezinsrelatie, werk of sociale contacten.

Een jongvolwassene die de jeugdhulp verlaat en zelfstandig gaat wonen, heeft daar misschien ondersteuning bij nodig. Maar hij zit ook met een boel vragen over waarop hij allemaal recht heeft. Juridische vragen dus.

Maar mensen moeten een juridische vraag ook kunnen stellen zonder dat die brede sociale context mee op tafel moet komen. Het recht op rechtshulp of juridische bijstand is immers één van de grondrechten.

Interdisciplinaire samenwerking

Die samenhang tussen sociale en juridische problemen moet de vertrekbasis zijn van goede eerstelijnshulp. Dat vraagt een interdisciplinaire samenwerking tussen sociaal werkers en juristen. Hierbij kunnen juristen hun specifieke expertise ondersteunend inbrengen. Dit gebeurt nu al in vele sociaalwerkorganisaties die een jurist in huis hebben.

“Sociaal werkers en juristen moeten samenwerken.”

Advocaten betrekken in de samenwerking, kan ook. Maar dan dreigt een eng ingevulde juridische eerstelijnsbijstand opnieuw de kop opsteken. Hoewel de Orde van Vlaamse Balies grote bereidheid toont om deze samenwerking met het brede veld van het sociaal werk te intensifiëren.

Succesvolle experimenten

Zo werd er door een commissie juridische bijstand al met succes geëxperimenteerd met een outreachend aanbod van advocaten in een Leuvens inloopcentrum van het CAW.

CAW Antwerpen en Samenlevingsopbouw tasten de mogelijkheden af om intensiever samen te werken met advocaten. Ze komen binnen bepaalde projecten zoals de popup-dienstverlening ‘Koffie en formulieren’ ook andere juridische beroepen tegen, bijvoorbeeld gerechtsdeurwaarders.

“Denk consequent welzijnsgericht.”

Op de rondetafel deed professor Bernard Hubeau alvast een warme oproep om met alle partners consequent welzijnsgericht te denken. Ook binnen de commissies juridische bijstand groeit het besef dat er nood is aan andere formats dan de huidige permanenties door advocaten in het justitiehuis.

Gevoelig werk

De Orde van Vlaamse Balies wijst er ook op dat advocaten in het kader van die samenwerking gehouden zijn aan hun statuut als onafhankelijke beroepsgroep. Ze hebben eigen deontologische afspraken, onder meer inzake het beroepsgeheim. De mogelijke controle van de overheid op de inhoudelijke kwaliteit van hun werk ligt heel gevoelig.

Dit maakt duidelijk dat het samenwerken met advocaten op de eerstelijn niet alleen gebeurt omwille van hun juridische expertise, maar mede omwille van hun ervaring met het aangaan of vermijden van gerechtelijke afhandelingen.

“Goede eerstelijnsrechtshulp bouw je op van onderuit.”

Rechtshulp op de eerstelijn beoogt, zeker voor maatschappelijk kwetsbare groepen, een betere toegang tot het recht. Maar er moet ook aandacht gaan naar wat daar vervolgens op volgt: de afdwingbaarheid van rechten of het oplossen van geschillen. Telkens met een goede afweging van wat binnen of buiten het gerecht kan.

Inbedding in het geïntegreerd breed onthaal?

Een goede eerstelijnsrechtshulp bouw je op van onderuit. Daarom moet je weten hoe kwetsbare burgers hun sociaal-juridische vragen stellen en op zoek gaan naar een toegang tot het recht.

In het voorstel van decreet werd die oefening niet gemaakt. Het vertrekt aanbodgericht van twee bestaande vormen: de eerstelijnspermanentie van advocaten en het geïntegreerd breed onthaal. Al moet zo’n breed onthaal nog concreet vorm krijgen, haar objectieven inzake toegankelijkheid, tegengaan van onderbescherming, proactief handelen en rechtendetectie sluiten alvast sterk aan bij het idee van een kwaliteitsvolle eerstelijnsrechtshulp.

Lat ligt te laag

Dat het voorstel van decreet de advocatuur op de eerstelijn verbindt met het sociaal werk is uiteraard een goede zaak. Maar het vertrekt nog te veel van het bestaande aanbod. Kwetsbare burgers communiceren met een breed veld aan rechtshulpverleners. Die blijven nu buiten beeld.

“Dit getuigt niet echt van een ambitieus plan.”

Bedenkelijker is dat het voorstel van decreet suggereert dat de juridische eerstelijnsbijstand van de advocaten en het geïntegreerd breed onthaal van de sociaal werkers à volonté naar elkaar kunnen doorverwijzen. Dat getuigt niet echt van een ambitieus plan om te komen tot een meer geïntegreerde hulpverlening bij sociaal-juridische vraagstukken. De lat ligt te laag.

Nieuwe perspectieven

Gelukkig staat niets definitief op slot. Het voorstel van decreet vermeldt minimale partners, maar sluit een verbreding van dit partnerschap niet uit. Het is niet verboden om aan de samenwerking meer diepgang te geven dan cliënten onderling te verwijzen.

“Gelukkig staat niets definitief op slot.”

Nieuwe wettelijke kaders beletten niet om op het terrein te bouwen aan een kwaliteitsvolle rechtshulp in z’n volle brede betekenis. Een ruim netwerk van sociale en juridische experts kunnen dan garanderen dat kwetsbare en onderbeschermde burgers een betere toegang krijgen tot hun recht en hun grondrechten kunnen realiseren.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen