“In de politiek gaan was een meisjesdroom”

Sociale professionals in de politiek

In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen laat Sociaal.Net zes sociale professionals aan het woord die zich politiek engageren. Vandaag is het de beurt aan Ilse Roggeman, opvoedster en gemeenteraadslid voor N-VA in Geraardsbergen. “Ik wil een proefproject opzetten om te bewijzen dat een degelijk toegankelijkheidsbeleid wel mogelijk is.”

Ilse Roggeman
Ilse Roggeman staat op de tweede plaats op de N-VA-lijst in Geraardsbergen.

Stel jezelf eens voor. 

Ik ben 53 jaar en woon in Geraardsbergen. Ik ben mama in een nieuw samengesteld gezin met zes kinderen, waarvan de jongste 12 is en de oudste 28. Ik werk als opvoedster in het ondersteunings- en zorgcentrum Sint-Vincentius in Viane. Dat is een voorziening met zowat tweehonderd cliënten. Ik was er 25 jaar begeleider van mensen met een zware mentale en fysieke beperking. Enkele jaren geleden ben ik overgestapt naar een leefgroep voor mensen met een lichte fysieke en mentale beperking.

“In de politiek gaan was een meisjesdroom.”

Waarom zette je de stap naar de politiek? 

Dat was een meisjesdroom. Op zondagen gingen we met de hele familie op bezoek bij mijn oma. Daar werd dan druk gediscussieerd over politiek. Zo is mijn interesse in politiek ontstaan. Ik kom niet uit een specifiek nest. Binnen de familie had iedereen een andere kleur. Dat heeft me altijd geboeid. Omdat ik graag in de politiek wilde gaan, besloot ik om rechten te studeren. Maar mijn ouders waren er geen voorstander van dat ik me politiek zou engageren, dus die studie maakte ik niet af. Uiteindelijk heb ik een totaal andere richting gekozen: gehandicaptenzorg. De politieke droom heb ik toen opzijgeschoven. Maar het bleef wringen, zeker omdat de zorgsector enkel vlakke loopbanen telt.

Wat bedoel je daarmee?

Je begint te werken als verpleegkundige of opvoedster en dat blijft je ook voor de rest van je leven. Je kan niet echt carrière maken. Je kan eens van leefgroep veranderen, je hebt andere bewoners. Dat zijn ook uitdagingen, maar het is toch iets anders. Ik miste dat.

“Als opvoedster kan je niet echt carrière maken.”

Hoe ben je in de politiek beland?

Toen het werk fysiek te zwaar werd, ben ik vier vijfde gaan werken. Plots had ik tijd. Ik was actief binnen culturele verenigingen en zat in de raad van bestuur van de cultuurraad. Ik sloot aan bij verschillende werkgroepen. Mijn stokpaardje was vooral toegankelijkheid. Bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen vroegen verschillende politieke partijen of ik op hun lijst wilde staan. Ik koos voor N-VA.

Waarom koos je voor N-VA en niet voor een andere partij?

Voor mij is het Vlaamse karakter van N-VA heel belangrijk. Ik ben actief als secretaris van Gerardimontium, een vereniging voor lokale geschiedenis. Geraardsbergen is een van de oudste Vlaamse steden. Dit jaar vieren we ons 950-jarig bestaan. Mijn Vlaamsgezindheid groeide uit die interesse voor lokale geschiedenis. Geraardsbergen ligt vlakbij de taalgrens. Als lid van Gerardemontium heb ik ingezien dat we die Vlaamse cultuur niet mogen verloochenen en kwijtspelen. Op vlak van cultuurbeleid wordt het Vlaamse karakter van Geraardsbergen niet genoeg gewaardeerd.

“Het Vlaamse karakter van N-VA vind ik belangrijk.”

Hoe reageren je collega’s op het feit dat je politiek actief bent? 

Heel positief. De meesten komen eens iets aankaarten, of extra informatie vragen. Dat valt heel goed mee. Toen ik in 2012 besloot om me kandidaat te stellen, ben ik met de directie gaan praten, maar ze hadden er geen probleem mee. Ze vroegen wel om binnen de voorziening geen discussies aan te wakkeren die uit de hand konden lopen. En om geen flyers te verspreiden of affiches op te hangen. Maar dat is eigenlijk normaal. Je voert geen campagne tijdens de werkuren. Ik ben blij dat er op mijn werk geen probleem van wordt gemaakt, want ik zie dat soms wel bij andere mensen die politiek actief zijn.

En weten de cliënten dat je op de lijst staat?

Sommigen beseffen het, anderen niet. Ze vinden het tof om me op de regionale televisie te zien of als ze de affiches zien langs de straten. Ze beginnen er ook vragen over te stellen. We zijn een redelijk gesloten voorziening. De bewoners zijn er voordien nog nooit mee geconfronteerd geweest, want ik ben de enige die politiek actief is.

“Er moet meer aandacht zijn voor toegankelijkheid.”

Wat zijn lokaal de grootste uitdagingen?

Waar zeker aan moet gewerkt worden, zijn de problemen waar mensen met een beperking op stuiten als ze naar buiten treden. Dat merk ik in mijn professioneel leven. Er moet veel meer aandacht moet zijn voor toegankelijkheid op lokaal niveau. We hebben een bibliotheek en een stadhuis die niet toegankelijk zijn voor rolstoelgebruikers. Onze stad ligt in een glooiend landschap, wat het op zich al zeer moeilijk maakt voor mensen in een rolstoel. Het is ook triest gesteld met de voetpaden en wandelwegen. Er moeten ook betere parkeerplaatsen komen voor rolstoelgebruikers. Er zijn er nu wel, maar ze zijn te klein voor een wagen met tillift. Er is nog veel werk aan de winkel.

Wat zou je willen realiseren als je volgende legislatuur in de meerderheid zit?

In onze voorziening in Viane, een deelgemeente, wonen zo’n tweehonderd mensen met een beperking. Een groot deel van hen is rolstoelgebruiker. In Viane wil ik een proefproject opzetten om te bewijzen dat het wel mogelijk is om een degelijk toegankelijkheidsbeleid te voeren. Om te tonen hoe het moet. Concreet gaat het onder meer om de heraanleg van voetpaden, degelijke wandelwegen en toegankelijkheid van winkels. Eigenlijk vrij kleinschalig. Dat zou ik doen.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen