Column

Mensen zijn hier burger, geen patiënt

Peter Dierinck

Peter Dierinck

Peter Dierinck is psycholoog in het Psychiatrisch Centrum Gent-Sleidinge. Hij werkt momenteel binnen een pilootproject ‘Kwartiermaken’.

druggebruikers

© Unsplash / Johan Walter Banz

Geert

Geert heeft het soms erg lastig. Hij is al jaren druggebruiker. Drugs zijn een deel van zijn identiteit. Niemand die hem begeleidt, heeft nog de intentie om hem van die verslaving af te helpen. Overdag heeft hij een plaats waar hij heen kan. ’s Avonds gaat hij naar zijn studio in de stad.

‘Geert voelt zich onbeschermd.’

Op een dag werd er ingebroken in zijn studio. Er werd heel wat gestolen. De politie kwam langs. Buurtbewoners klaagden voordien al van overlast. Deze inbraak is voor de buurt de druppel die de emmer doet overlopen. Geert dreigt zijn woning kwijt te raken.

Zelf houdt Geert het thuis ook niet meer uit. Hij heeft schrik dat de inbrekers terugkeren. Op de politie kan hij niet rekenen. Ze kennen hem als druggebruiker. De moeilijkheden die hij ondervindt, ook de diefstal, beschouwen ze eigen aan het drugsmilieu. Geert voelt zich onbeschermd.

Clean

Na lang zoeken kan Geert naar een psychiatrisch centrum. Maar hij mag pas naar de open afdeling als hij clean is.

Hij probeert het. Hij is de psychiatrische instelling dankbaar dat hij er kan zijn. Hij is even weg van de stress en kan lichamelijk wat recupereren. De instelling functioneert voor hem bijna letterlijk als asiel. Hij krijgt verzorging en kan aansterken. De psychiatrie is een veilig dak boven zijn hoofd.

Geert ‘hervalt’ in zijn gebruik. Zo bekijkt de instelling het, voor Geert zijn drugs deel van zijn leven. Dit herval is een probleem voor de afdeling. Door zijn gebruik creëert Geert een onveilige situatie voor andere mensen die wel van hun verslaving af willen.

De begeleiders van de afdeling beslissen, weliswaar met pijn in het hart, dat Geert niet langer kan blijven.

Angst en stress

Hij vertrekt weer naar huis. Angst en stress. Geert weet niet echt waarheen. Bij de mensen in het ontmoetingshuis waar hij overdag is, vindt hij gehoor. Ze zitten in dezelfde situatie. Zij begrijpen hem. Volhouden, denkt hij. Concentreren op muziek, zingen en optreden. Zijn stem is ijl en onzeker, artistiek wel. Geert houdt van kunst. Hij studeerde in die richting.

Hij vertelt studenten die het ontmoetingshuis bezoeken over het leven als verslaafde: over de moeilijkheden, over de gevaren, over dealers die over lijken gaan om veel geld te verdienen, over verslaafden die over lijken gaan om aan hun gerief te geraken.

‘Hij houdt van mensen, zegt hij.’

Geert zelf had een erecode. Hij wilde niemand kwetsen, niemand benadelen. Ook niet als hij moeite had om aan drugs te geraken. Zijn familie, ja, die leden er wel onder. Ze hadden meer van hem verwacht. Maar hij houdt van mensen, zegt hij. Ook al heeft hij zelf nooit zijn dromen kunnen waarmaken, daar had niemand schuld aan. Zo verliep het leven voor hem. Je hebt niet alles in de hand. Pech gehad.

Veilige haven

Hij heeft meerdere dakloze vrienden. Vrienden zonder enig vooruitzicht op een woonst. Ze zwerven rond, verblijven in de nachtopvang. Daar is het ook geen pretje. Hij heeft geluk gehad en moest nooit op straat leven. Hij zou het niet overleefd hebben. Het straatleven is een hard leven.

‘Het straatleven is een hard leven.’

Vooraleer hij zelfstandig ging wonen, verbleef Geert verschillende jaren in de psychiatrie. Hij kent de verschillen. In sommige centra word je al snel naar een gesloten afdeling gebracht, in andere krijg je meer kansen.

De psychiatrie was een veilige haven. Hij genoot er van de zorg van de mensen die er werken. Van het groepsgevoel ’s avonds na het eten voor hij naar bed ging. Maar echt leven is het niet. Je werd er moedeloos.

Denemarken

Jaren na zijn dood ben ik in Aarhus, een middelgrote stad in Denemarken. Ik sta op een terrein net buiten de stad, en moet aan Geert denken.

Ik ben hier op studiereis. Collega en vriend Dag Van Wetter van het psychiatrisch centrum Sint-Amandus in Beernem nodigde me uit.

‘We kijken bewonderend naar de kleine huisjes.’

Aarhus is een voorloper. Verspreid over de hele stad zijn er kleinschalige woonvoorzieningen en begeleidingsplaatsen gesteund op de principes van ‘Open Dialogue’. Het zijn zeer gedifferentieerde plaatsen, naargelang de zorgnood van degene die er woont of verblijft.

We kijken bewonderend naar de kleine huisjes. Hier leven zwaar verslaafde mensen zelfstandig. Elk van hen in een huisje. Groot is het niet, maar ze kunnen er zichzelf beredderen. Begeleiders werken zonder diagnose en zonder betutteling over de verslaving. Recht op aangepast wonen is hier de oplossing voor mensen met zeer complexe problemen.

Burger, geen patiënt

Mensen zijn hier geen patiënt. Ze zijn niet opname. Dit is hun thuis. Bewoners worden burgers genoemd: ‘Borger’. ‘Home first’ is hier de slogan. Mensen krijgen zoveel mogelijk eigen regie in het wonen, gekoppeld aan voldoende veiligheid.

‘Mensen zijn hier geen patiënt.’

Een volgehouden therapeutische hardnekkigheid is voor een aantal mensen geen oplossing. Je houdt hen onnodig lang vast in een situatie waarin geen regie hebben over hun leven. Uiteindelijk worden ze volledig afhankelijk van zorg. Dat is niet wenselijk.

Voor Geert en vele andere mensen zijn nieuwe, aangepaste woonmodellen de oplossing. Zeker als ze ingebed zijn in de logica van herstel en kwartiermaken.

Op het terrein is er ook een gemeenschappelijk paviljoen. Hier kunnen bewoners overdag binnenlopen om een koffie te drinken of wat gezelschap op te zoeken. Een Deense jongen werkt rustig op een computer.

Ik denk aan Geert. Ik zie hoe hij in een van deze huisjes woont. Ik zie hem het paviljoen binnenkomen om een praatje te slaan met de verpleegkundigen over The Velvet Underground, The Doors en Nick Cave. Ik glimlach. Ik wens de ‘borger’ hier het allerbeste toe en kan alleen maar hopen dat we ook in Vlaanderen binnenkort een aantal van deze voorzieningen hebben.

Reacties

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.