Ik stuur een sms maar krijg geen antwoord

Angst, nabijheid en vertrouwen

opname
©Collective Nouns @flickr

Geen antwoord

Ik stuur hem een sms net voor ik vertrek, om te melden dat ik op komst ben. Als ik een half uur later voor zijn huis sta, heb ik nog geen antwoord. Dat ben ik van hem niet gewoon. Ik bel aan en krijg ook nu geen antwoord. Midden op de dag en de gordijnen zijn dicht.

“Ik bel zijn vader.”

Ik bel naar de afdeling waar hij was opgenomen. Daar bevestigen ze wat ik al wist. Hij nam daar twee dagen geleden zijn ontslag. Hij voelde zich niet tevreden over de manier waarop hij werd behandeld en ging weg.

Ik bel zijn vader. Ook hij heeft sinds twee dagen niets meer gehoord. Ik bel de huisbaas waar hij vaak contact mee neemt om te klagen over de toestand van het huis, maar ook hij heeft geen nieuws.

Ik klop op zijn deur

Via de andere deurbellen geraak ik in de hal. Ik klop op zijn deur. Het blijft akelig stil. Een gesprekje met de bovenbuur levert ook niets op. Twee dagen geleden heeft hij hem gesproken.

“Het blijft akelig stil.”

Twee dagen geleden. De terugkerende woorden klinken steeds meer onheilspellend. Hij moet toen zijn binnengegaan en is niet meer buitengekomen. Ik klop opnieuw, harder deze keer, maar krijg geen gehoor.

Beelden van een lichaam op de grond, zijn lichaam, duiken op in mijn geest. Is hij gevallen? In het verleden had hij het al vaker over zelfmoord. Ik besluit de politie te bellen.

Slotenmaker

Een half uur later maakt een slotenmaker zonder al te veel schade de deur open. Twee politieagenten, vier brandweermannen en -vrouwen gaan voor mij naar binnen.

Hij ligt in bed met het laken hoog tot onder zijn kin opgetrokken, de ogen van angst wijd open. Een vreemd schouwspel. Vooral door die halve kring van mensen in uniform aan het voeteinde van zijn bed. Maar ik voel blijheid. Hij leeft nog.

“Ik voel blijheid.”

Hij is blij iemand vertrouwd te zien. Hij had zijn telefoon afgelegd. “Ze zijn overal,” zegt hij, “overal, en ze bedreigen mij.” Hij kijkt naar een hoek van de kamer die leeg is. “Ze willen me aanvallen. Ze willen me kwaad doen.” Ik zeg hem dat het ok is nu en dat ik bij hem ben.

De omstaanders gaan weg, gerustgesteld door het contact tussen hem en mij.

Hij vraagt een opname

Ik praat zachtjes op hem in maar de angst keert terug. Hij vraagt een opname bij ons op de afdeling. Hij wil een bed dichtbij de verpleegpost. Dat geeft hem een veilig gevoel.

“Hij wil een bed bij de verpleegpost.”

Ik bel mijn collega op de afdeling. Ze zal iemand verhuizen naar een andere kamer waardoor de kamer bij de verpleegpost vrij komt. Hij wil met me meerijden naar de afdeling maar hij wil eerst zijn computer terugvinden. De wat gejaagde zoektocht levert geen resultaat op. Ik zeg hem dat ik straks zal meezoeken maar dat hij zich beter eerst aankleedt. Hij gaat naar de badkamer.

Als hij weer buitenkomt, zegt hij dat hij het niet vertrouwt. Hij heeft zich bedacht en wil niet meer meegaan. Als hij ziet dat een politieagent mijn verklaring neerschrijft, denkt hij dat er een gedwongen opname wordt geregeld. Hij wil het verslag zien. Hij wil dat ik teken, zo weet hij dat hij niet gedwongen zal worden opgenomen en dat alles ok is.

Rust

Hij vraagt me zijn bed te verplaatsen naar de living omdat hij zich daar meer op zijn gemak voelt. Maar ook het verplaatsen van het bed zorgt niet voor rust. Hij blijft aangeven dat hij niet mee wil naar de afdeling.

“Ik maak een afspraak bij het crisisteam.”

Ik vraag hem of het goed is dat ik naar het mobiele crisisteam bel. Ik maak een afspraak zodat ze de volgende dag bij hem op bezoek komen. Hij vindt het ok. Er is even weer wat rust. Ik bel naar mijn collega op de afdeling om aan te geven dat er geen opname komt.

Ik verlaat zijn woning drie uur nadat ik er ben binnen geraakt.

Maandag

Als ik op maandag terug op het werk kom, slaapt hij in de kamer die vrijdagavond voor hem was voorzien. Op zaterdag waren de mensen van het mobiel crisisteam bij hem langs gegaan. Hij had hen gevraagd om de opname te regelen.

Tijdens het weekend hebben mijn collega’s op de afdeling veel moeite gedaan om hem gerust te stellen. Door hun zorg en nabijheid hebben ze vermeden dat hij op de gesloten afdeling terecht kwam.

Dwang vermijden

We smeedden samen een ketting van zorg waarbij de patiënt de hele tijd de regie behield. Dat kon enkel dankzij de samenwerking tussen diensten die elkaar vertrouwen.

“Twee weken later keert hij terug naar huis.”

Twee weken later keert hij op zijn vraag terug naar huis. Ik kan de thuisbegeleiding weer verderzetten. We hebben het samen nog vaak over de oorzaak van de voorbije crisis waardoor we een nieuwe crisis beter kunnen voorkomen.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen