Gender à la carte

Ik wou dat we allemaal gewoon mensen waren

transgenders
Docu-reeks M/V/X op één volgt het leven van vijf Vlaamse transgenders. © ID/ Marc Gysens

Transgenders

Mijn geest dwaalt al een tijd af naar een issue dat op het eerste zicht het mijne niet is: de wet van 25 juni 2017 die de aanpassing van je geslachtsvermelding in de akten van de burgerlijke stand vergemakkelijkt. Die wet werd begin dit jaar van kracht. Er is geen medisch, noch psychologisch onderzoek nodig. Wie meent dat zijn innerlijke genderbeleving afwijkt van wat er op zijn identiteitskaart staat, kan dat voortaan op basis van zelfbeschikking aanpassen.

“De wet is een mooi gebaar naar transgenders.”

Administratie is in het leven geroepen om de maatschappij in vereenvoudigde versie in kaart te brengen. Is het dan een goed idee om via die weg de wassende complexiteit van een terrein als ‘gender’ te gaan bijsturen? Vooral als je weet dat die administratieve status ook een resem juridische gevolgen met zich meebrengt, wat de ongelijkheid tussen M, V en varianten alleen maar in stand houdt.

Uiteraard is de nieuwe wet een mooi maatschappelijk gebaar naar transgenders. Geen vernederende procedures meer bij ambtenaren die je mogelijk als freak zien. Deze wet is een nieuw instrument om mensen die een moeilijk innerlijk proces meemaken en hun ware identiteit echt willen vormgeven, closure te bieden. Om ook maatschappelijk te worden wie je altijd al was. Dat is heel erg belangrijk. Hoe kan je anders in administratie geloven, als je leugenachtig geboekstaafd staat?

Bastaard

Ik kan de nood aan erkenning en officialisering van hun ware ‘ik’ goed begrijpen. Zelf heb ik enorm veel tijd verloren door te worstelen met het feit dat ik als bastaard niet de naam van mijn biologische vader draag. Ik ben verbonden aan de verkeerde stamboom. Ik heb dat altijd als wreedaardig ervaren.

“Werd de clash met bestaande kaders bekeken?”

Ooit leek het alsof mijn leven pas kon beginnen als ik eindelijk de dochter van mijn vader kon zijn. Dat kan vandaag nog niet, en zeker niet op basis van zelfbeschikking. Dus daarom alleen al begrijp ik heel goed wat deze wet betekent voor transgenders. Maar ik weet ook dat administratie en identiteit zich tot elkaar verhouden als rechtspraak tot rechtvaardigheid.

Ik vraag me af of bij het uitvaardigen van deze wet, die dus voor alle burgers geldt, wel grondig naar de maatschappelijke implicaties werd gekeken. Of liever de mogelijke clash met bestaande wettelijke kaders. Als je ziet op hoeveel documenten en in hoeveel registers je uiteindelijk je geslacht moet wijzigen, dan weet je dat ons openbaar leven in de greep zit van de tweedeling M-V. Het zijn veelal documenten waarvan ik me niet eens realiseerde dat je geslacht ertoe deed.

Genderneutraal

Deze wet zou iedereen die overtuigend getuigt van een innerlijk genderconflict in de mogelijkheid moeten stellen te veranderen. Behalve wanneer je je genderneutraal voelt, want dan lost de wet niets op. En als er buiten integriteit bij de aanvraag toch geen voorwaarden zijn gesteld, waarom moet de procureur dan een positief of negatief advies uitbrengen?

“Je zal maar genderfluïd zijn.”

Volgens de toelichting zal de procureur nagaan of er geen identiteitsfraude mee gemoeid is en of de aanvraag niet in strijd is met de openbare orde. Hoe dan? Op verdenking? Een vermoeden bijvoorbeeld dat een vrouw man wil worden om aan de juiste kant van de loonkloof te belanden? Of om priester te kunnen worden? Of een man die vrouw wil worden om ondanks de quota toch nog aan de job te geraken die op een V ligt te wachten? Of om deel te nemen aan sportwedstrijden bij ‘de vrouwen’?

Bovendien, waarom noemt men het slechts een advies van de procureur als het door de ambtenaar toch klakkeloos wordt overgenomen?

Onherroepelijkheid

Waarom is een beslissing per definitie onherroepelijkheid? The proof of the pudding is in the eating. Je zal maar genderfluïd zijn. En waarom wordt je geboorteakte gewijzigd en niet het punt in de tijd gecreëerd waarop je ‘veranderde’?

“Kan het zijn dat deze wet niet ambitieus genoeg is?”

En dan nog wat praktische dingen. Wat gebeurt er wanneer iemand op basis van innerlijke overtuiging van geslacht verandert maar uiterlijk nog steeds alle kenmerken van zijn oude geslacht vertoont? Wat als je dan veroordeeld wordt tot een gevangenisstraf? Waar ga je dan naartoe, Vorst of Brugge? Ook het hele opzet over mee-moeder worden of juridische vader is een constructie die rammelt. Bovendien, hoe trots België ook is met deze pionierswet, zonder navolging elders in de wereld reis je niet bepaald zorgeloos naar het buitenland, zeker niet als je kiest voor je innerlijk beleefde gender zonder ze uiterlijk te beleven.

Kan het zijn dat deze wet niet ambitieus genoeg is? Hebben we geen kans laten liggen om echte gendergelijkheid in te voeren?

Identiteit

Eigenlijk zou gender er niet mogen toe doen! Maar het enigma van deze tijd is identiteit. Het zoeken naar en uitdrukken van identiteit blijkt de drijfveer achter het leeuwendeel van onze daden. Het zich profileren tegenover de ander, polarisatie en discriminatie nemen alleen maar toe. Terwijl we ons verder versplinteren in minderheden, subgroepen, uitzonderingen, wij’s en zij’s, gaan we in die hooiberg ook nog eens op zoek naar onszelf.

“Identiteit blijkt de drijfveer achter onze daden.”

Ik ben al lang de overtuiging toegedaan dat gender een veel complexer gegeven is dan de simpele tweespalt tussen M en V gebaseerd op primaire geslachtskenmerken. Nu blijkt dat de varianten op XX en XY oplopen tot 63 genderbepalende chromosoom combinaties, is gender een pak diverser dan afkomst ooit kan zijn.

Als we dan toch finetunen op de schaal tussen M en V, moeten we er rekening mee houden dat bovenop die dna-blauwdruk er ook nog varianten in de veruiterlijking en beleving te noteren vallen. En dan hebben we het niet over seksuele voorkeuren. Wat we aan mannelijkheid en vrouwelijkheid als eigenschappen toeschrijven, wordt ook cultureel bepaald en kent chronologisch en geografisch verschuivingen.

Er bestaan wellicht mannelijke en vrouwelijke denkpatronen en oplossingen, net als typisch mannelijk en vrouwelijk gedrag. Maar geen van beiden behoort exclusief toe aan ‘mensen’ die biologisch gezien als M of V worden gemarkeerd. Zo simpel is het niet. Kortom: de nieuwe wet laat vooral verandering toe, maar blijft achter in het erkennen van je precieze genderidentiteit. De wet versterkt zelfs nog het rigide vastzitten in de M/V-tango.

Vrouwelijk met mannelijke ondertoon

Wat nu volgt, mag ik van mijn huisgenoten niet schrijven. Maar ik doe het toch. Als ik mijn gender zou omschrijven is het vrouwelijk met mannelijke ondertoon. Om een niet onbelangrijk voorbeeld te geven. Ik ervaar mijn schrijfstem als mannelijk. Ik voel me een schrijver. Omdat schrijven (in het beste geval) denken op papier is, bekijk ik de wereld vaak vanuit een zogenaamd mannelijk perspectief. Ik kreeg niet zomaar de allereerste auwch-award van de Vrouwenraad voor een boek dat ik onder mannelijk pseudoniem schreef. Hoe cerebraler ik leef, hoe meer ik me genderneutraal tot mannelijk voel.

“Ik ervaar mijn schrijfstem als mannelijk.”

Mijn vrouw-zijn, waaraan ik evenzeer erg gehecht ben, vraagt bevestiging door anderen. Door zichtbare vrouwelijkheid, door een liefhebbende, fysieke relatie, door mannen om eerlijk te zijn. Wellicht is dat de kern van mijn volstrekt hetero zijn.

Na een significante relatiebreuk waarbij bevestiging van mijn vrouw-zijn ver zoek was, legde ik mijn ziel hieromtrent nogal grotesk bloot aan een psychiater. Ik probeerde mijn voorliefde voor dramatische make-up en soms wat theatrale kleren te verkopen als indicator dat ik vrouw speelde. De oorsprong van mijn opwellingen van vrouwenhaat verklaarde ik als verzet tegen het botweg ingelijfd worden bij de vrouwen.

Buitenstaander

Onder vrouwen voel ik me vaak een buitenstaander, er is niet zoiets als instant solidariteit. Iets wat me in een hachelijke situatie bracht in het hele #metoo verhaal. Mijn (overigens vrouwelijke) psychiater hield het destijds vrij Freudiaans op een gebrek aan goede vrouwelijke rolmodellen in mijn jeugd. Een nieuwe relatie bracht mij weer wat meer in balans.

“De man die ik in mij vermoedde, is vooral mens.”

Het is vandaag geen issue. Hoe meer ik het gevoel heb de vruchten te plukken van het ouder worden en er een zekere verdieping optreedt, hoe minder mijn persoonlijkheid afhankelijk is van het getouwtrek tussen M en V. De man die ik in mij vermoedde, blijkt vooral een mens te zijn. De vrouw ben ik voor mijn partner en als moeder van mijn dochter. En voor mezelf wanneer ik geniet van de creatieve vormgeving van mijn vrouw-zijn.

Uiteraard is het geen rigide split. Er is ongetwijfeld veel kruisbestuiving tussen mijn mannelijke en vrouwelijke kant. Het is alsof die hele gender-affaire zich in de privésfeer afspeelt en ik maatschappelijk geen enkele behoefte heb om me administratief als M of V te profileren. In een ideale wereld mag het geen rol spelen.

Innerlijke genderbeleving

Ik vraag me af of voorgaande valt onder wat de nieuwe wet omschrijft als innerlijke genderbeleving? En wat kan die wet dan voor mij doen? Niets. Wat mij wel zou helpen, en wellicht ons allemaal, is dat administratieve genderregistratie niet langer wordt toegepast. Net zoals geloofsovertuigingen ook niet op onze identiteitskaart staan.

“Deze goedbedoelde wet polariseert.”

Het zou alvast op administratief en juridisch vlak discriminatie op basis van gender uitsluiten. Het zou ook onze persoonlijke vrijheid vergroten. En dan heb ik het niet over het onnozele debat over hoe je mensen op de trein gaat aanspreken. Mevrouw, mijnheer hoeft geen taboe te worden, wie zich aangesproken voelt, luistert.

Hoe dan ook brengt deze vast goedbedoelde wet ons nog verder van genderneutraliteit in juridische zin. Hij polariseert bovendien het genderdebat. Net zoals quota voor vrouwen en de nieuwe zucht naar ‘women only’ sportieve events en zones uit veiligheidsoverwegingen. Maar terwijl uiteindelijk de relevantie van geslachtsvermelding alleen in de medische sfeer van nut is, blijken we nogal gehecht aan ons clichématig M/V-zijn. Genderneutraliteit staat niet op het prioriteitenlijstje.

Misschien doet het woord teveel aan unisex Mao-pakjes denken. Bovendien is het sneu die M of V aan het einde van de rit te ontzeggen aan mensen die menen in een verkeerd lichaam te huizen en die voor hen verloren tijd graag uitbundig compenseren.

Ik wou dat we allemaal gewoon mensen waren. Dat praat makkelijker, dat komt al wat dichter bij de kern van de zaak. Wellicht moeten we daarop wachten tot er aliens onder ons zijn, zodat we H(uman) of A(lien) achter onze naam krijgen. Een nieuwe tweespalt die de oude overschaduwt.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen