Column

Applaus voor onze kwetsbaarheid

Peter Dierinck

Peter Dierinck

Peter Dierinck is medewerker van TeGek? en psycholoog in het Psychiatrisch Centrum Gent-Sleidinge. Hij werkt momenteel binnen een pilootproject ‘Kwartiermaken’.

kwetsbaarheid

© Unsplash / Manuel Peris Tirado

Edward Hopper

Een van mijn favoriete schilders is Edward Hopper. Hij is één van die mensen die toont hoe we tussen andere mensen toch alleen zijn. Tegelijk laat hij in zijn schilderijen zien hoe we ons in eenzaamheid,  die we allemaal ervaren, toch kunnen verbinden met anderen.

‘De vrouw speelt het nummer als ode aan de zorgverleners die de levens van covidpatiënten proberen te redden.’

Hopper beeldt mensen vaak af in een interieur. Als kijker ben je letterlijk buiten-staander. Maar als je je inleeft in de geschilderde personages, zit je veilig en geborgen binnen.

Hij toont ons het spanningsveld dat we allemaal kennen. Hij houdt ons een spiegel voor waarin we onze kwetsbaarheid op een troostende manier onder ogen durven zien.

Klarinet op Klara

April 2020. Ik had een drukke dag en op weg naar huis hoor ik op de autoradio een interview op Klara.

We zijn in volle lockdown. Een vrouw vertelt over muziek die ze als troostend ervaart. Ze spreekt traag en bedachtzaam. Aan haar stem maak ik op dat ze al wat ouder is. Ze vertelt dat ze in Brussel woont, op de vierde verdieping van een appartementsgebouw.

Elke dag, stipt om acht uur ’s avonds, zet ze een geluidsbox in haar raam. Uit die speaker weerklinken telkens opnieuw de zwevende eerste klarinetnoten van ‘Rhapsody in Blue’.

George Gershwin componeerde het lied om de drukte van de stad uit te beelden. De vrouw speelt het nummer als ode aan de covidzorgverleners. Ze koos precies dit nummer omdat ze er samen met haar man, die enkele jaren geleden overleed, regelmatig naar luisterde.

Bij leven en welzijn

De vrouw zei dat ze tot voor kort haar buren enkel kende van ziens. Ze spraken niet met elkaar. En nu applaudisseren ze iedere avond samen, na de uitvoering van dit prachtig stuk muziek. Op straat knikken buren haar nu toe. Sommigen maken al eens een praatje. De vrouw vindt het fijn, maar meer moet het niet worden.

‘Op straat knikken buren haar nu toe. Sommigen maken al eens een praatje.’

Bij wellevendheid denken we vaak aan oppervlakkigheid en onoprechtheid. Maar zij ervaart het niet zo. Het hoeft voor haar niet echt dat ze haar buren kent of dat zij weten wat er in haar omgaat.

Het knikje met het hoofd is een voldoende vorm van erkenning. Ze lijkt het belangrijker te vinden dat mensen naar de muziek luisteren. Zonder diepgaander contact blijft ze ‘de mevrouw van de muziek’ en dat vindt ze meer dan oké.

Praten met haar man

Terwijl ik de vrouw op de radio hoor spreken, duiken in mijn hoofd beelden op. Ik zie de straat waarin ze woont, statige oude gebouwen aan een brede boulevard. Ik zie het interieur van haar veel te groot appartement. Tafels en stoelen ordentelijk bij elkaar. De zitplaats met wat tijdschriften op de salontafel en de zetel waarin haar man graag zat.

Ik zie foto’s van hen beiden, op de kast. Ze stoft ze elke dag af. Ik zie hoe ze zijn favoriete eten klaarmaakt en af en toe de tafel dekt voor hun twee. Ik zie hoe ze hem vertelt over de gebeurtenissen van die dag. Maar ze vindt het vooral fijn hem op de hoogte te houden van de nieuwe muziek die ze hoorde op de radio.

Helende lagen

Haar hoogtepunt van die dagen in april 2020 is het spelen van zijn lievelingsmuziek voor de buurt.  Die dagelijkse achttien minuten muziek zorgen voor meerdere helende lagen.

‘De erkenning van hun liefde geeft haar een warm gevoel.’

De buren toonden door hun applaus niet alleen hun dankbaarheid voor de hulpverleners maar ook voor de vrouw. Telkens ze luisteren, applaudisseren en knikken dan denkt de vrouw aan haar man.

De stad en de samenhorigheid die gevierd wordt in de muziek, zijn voor haar de erkenning van hun liefde, over de dood heen. Dat geeft haar een warm gevoel.

Leven van verbeelding

Als er iets is waar ik een hekel aan heb dan is het aan mensen die mij vertellen wat een schilderij betekent, wie de figuren in de schilderijen van Hopper echt zijn, wat ze nu precies denken en wat ze hebben meegemaakt.

Een deel van de charme van kunst is immers dat je open laat wat je ziet. Het gaat niet zozeer over de mensen die Hopper afbeeldt, maar over ons allemaal.

‘Ik wil niet weten hoe ze er echt uit ziet of hoe haar man eruit zag.’

Bij de vrouw is er geen schilderij. Er is vooral geluid. Dat van de muziek en dat van het applaus van de buiten-staander. Er is haar verhaal, heel summier geschetst waardoor de opgeroepen beelden in mijn hoofd verschuiven. Mijn verbeelding valt nooit volledig samen met één beeld. Ik wil ook liefst niet dat het heel concreet wordt. Het vage is net belangrijk. Ik heb trouwens geen idee hoe je muziek en applaus zou schilderen.

Ik wil niet weten hoe ze er echt uit ziet of hoe haar man eruit zag. Soms is ze oud, soms is ze jong. Soms is zij een man en degene op de foto een vrouw, soms gaat het over een man en een man of een vrouw en een vrouw. Soms gaat het om een kind en een ouder of over een broer en een zus.

Haar verhaal gaat niet enkel over haarzelf maar over ons allemaal. We zijn allemaal buiten-staanders en daardoor is dit een applaus van wie kwetsbaar is voor wie kwetsbaar is. Het applaus is er voor ons allen, voor onze kwetsbaarheid.  Ook nu nog, op het moment dat we elkaar weer in het echt ontmoeten.

Reacties [1]

  • bruno

    applaus voor de schrijver van dit fijne stukje!

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.