Tussen mensen

Tussen mensen

Contextueel denken over relaties, familie en samenleving

Annie Nuyts, Lieve Sels

Leuven, LannooCampus, 2017, 296 p

Dit boek bespreekt de theorie van Ivan Boszormenyi-Nagy, beter bekend als contextuele hulpverlening. Deze theorie is populair in België en Nederland.

Intergenerationele benadering

Contextuele hulpverlening wordt doorgaans gezien als een benadering die individueel-psychologische perspectieven aanvult met meer systeemtheoretische inspiraties. Al is er behoorlijk wat onenigheid over de precieze interpretatie. Ik heb bekeken wat dit boek voor de sociaal werker oplevert.

De auteurs vertrekken van de vaststelling dat het verbazingwekkend is hoe nauw we verbonden zijn met elkaar, zelfs met mensen die we van haar noch pluim kennen. In dat verband verwijzen ze bijvoorbeeld naar Karinthy’s six degrees of separation, of het ‘kleine-wereldfenomeen’.

“De auteurs geloven sterker in preventie dan in therapie.”

De contextuele therapie focust echter vooral op familiale relaties, op de kracht van familiebanden. Ze komt zo tot een intergenerationele benadering van hulpverlening. De auteurs zijn ervan overtuigd dat het contextuele gedachtegoed niet enkel bruikbaar is voor concrete therapie, maar ook voor de samenleving als geheel.

Ze geloven onder meer veel sterker in preventie dan in therapie. Met dit boek richten ze zich niet alleen tot hulpverleners, maar ook op de breder geïnteresseerde leek. Elk hoofdstuk van de studie belicht een ander contextueel thema.

Vijf dimensies

Belangrijke aspecten uit het werk van Boszormenyi-Nagy vormen de vijf dimensies van de relationele werkelijkheid: de feiten zelf, onze psychologische perceptie daarvan, interactionele aspecten, relationele ethiek en tot slot het ‘ontische ik’, een ik dat niet zonder de ander kan.

Kortom, deze mensvisie legt de nadruk op onderlinge afhankelijkheid van mensen: “Wederkerige uitwisseling is een basisconditie voor alle leven.”

“Deze mensvisie benadrukt onderlinge afhankelijkheid.”

Het boek diept die theorie verder uit. Volgende elementen komen aan bod: een psychologie van het zelf, met aspecten als zelfafbakening en zelfvalidatie, de oorsprong en aard van loyaliteit… Tevens besteden de auteurs veel aandacht aan de precieze aard van familiale relaties en aan sociale rollen zoals het ouderschap. Kort wordt onder meer ingezoomd op politieke of juridische implicaties.

De auteurs concluderen dat we nood hebben aan veel meer maatschappelijke dialoog. De grondhouding van de contextuele hulpverlener is is er één van meerzijdige partijdigheid.

Het laatste hoofdstuk focust op de ‘contextuele gereedschapskist’, namelijk concrete mogelijkheden voor therapie. Hoe kan de hulpverlener bijdragen aan het faciliteren van erkenning van mensen? Of het belang van tijdsdimensies: de sociale hulpverlener zal moeten erkennen dat sommige interventies tijd vragen. Tot slot wijzen ze ook op het belang van een verbindende taal.

Sociaal werk

Wat heeft dit boek de sociaal werker te bieden? Het werk vertoont een aantal kenmerken waar de sociaal werker mogelijk minder aan heeft. Zo klinkt het soms nog zeer theoretisch en met momenten bijna literair. Bovendien zijn sommige aspecten van deze theorie niet altijd door empirisch wetenschappelijk onderzoek ondersteund.

“Wat heeft dit boek de sociaal werker te bieden?”

Verder blijft de terminologie soms vaag. Hoe ver spring je in de praktijk van sociaal werk met het pleidooi voor waardering van ethiek? Wat kan je concreet aanvangen met het concept loyaliteit? De brug met het dagelijkse sociaal werk valt op basis van dit boek niet altijd even sterk te maken. Zelfs het hoofdstuk over de praktijk blijft redelijk theoretisch.

Focus op microniveau

Je zou kunnen opmerken dat de nadruk op ethiek en verbondenheid wat wollig overkomt. Misschien zelfs een tikkeltje vrijblijvend? Hoe ver kom je met waarden als verbondenheid wanneer je die niet plaatst in hun context van bredere maatschappelijke machtsverhoudingen?

Ik geef een voorbeeld. Zelfs de ouderrol kan soms sterker gestuurd worden door sociale of culturele omstandigheden dan hier gesuggereerd wordt. Anders gezegd: de auteurs presenteren hier een relationeel perspectief, terwijl de focus vooral ligt op het microniveau van het individu en veel minder op niveau van de maatschappij en de overheid. Dat is voor het perspectief van de sociaal werker een tekortkoming.

“Eerder een psychologische theorie dan handleiding sociaal werk.”

Maar misschien is dat allemaal wat streng geoordeeld. Immers, dit boek presenteert veeleer een psychologische theorie dan een handleiding sociaal werk.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen