Achtergrond

‘Vrederechters zijn juristen, geen sociaal werkers’

Lief Vanbael

Bewindvoerders helpen beslissingen nemen voor mensen die daar niet toe in staat zijn. Enkele jaren geleden werd een nieuwe wet geïnstalleerd. Het meldpunt bewindvoering brengt de effecten in beeld.

bewindvoering

© Unsplash / Carlos Doncel

Iedereen handelingsbekwaam

Vanaf onze achttiende verjaardag worden we burgerrechtelijk handelingsbekwaam, met alle bijhorende rechten en plichten. We moeten allemaal zelfstandig en zelfredzaam zijn. We moeten de regie over ons leven voeren en de draagwijdte van onze beslissingen juist inschatten.

‘We moeten de draagwijdte van onze beslissingen juist inschatten.’

Dit geldt voor iedereen, dus ook voor personen met bijvoorbeeld een verstandelijke handicap, voor mensen die psychisch ziek zijn, dement worden of in coma geraken. Iedereen is handelingsbekwaam tot iemand het initiatief neemt om een bewindvoering aan te vragen. Volgens de wet kan elke belanghebbende partij die vraag stellen.

Ingrijpende maatregel

Een bewindvoering aanvragen voor jezelf, je kind, je partner, je ouder, je vriend, je buur of je cliënt is ingrijpend. Het moet een weloverwogen beslissing zijn. De nodige omzichtigheid is aangeraden.

Want hoe je het draait of keert, wie onder bewind staat, verliest een aantal rechten. Tegelijk biedt bewindvoering een aantal mensen de nodige veiligheid om hun vleugels uit te slaan en in deze complexe samenleving zo zelfstandig mogelijk te functioneren.

Joris

Dat klinkt allemaal behoorlijk abstract. Het verhaal van Joris maakt de praktijk van bewindvoering concreet.

Joris is een jonge dertiger met een lichte verstandelijke handicap en autisme. Jarenlang droomde hij ervan om, net als zijn zussen, in een eigen appartement te wonen.

Maar Joris is gemakkelijk te beïnvloeden. Zijn ouders vreesden dat hij binnen de kortste keren schulden zou maken. Om goed te functioneren, heeft hij begeleiding en structuur nodig. Het leek erop dat hij niet in een eigen appartement maar in een gemeenschappelijke woonvorm terecht zou komen. Dat wilde hij niet.

Niet in zijn eentje

In alle openheid praatten Joris, zijn ouders en zussen met elkaar over hun dromen en bezorgdheden. Joris kan vrij zelfstandig functioneren. Maar er zijn toch een aantal handelingen die hij niet alleen of in alle omstandigheden aan kan.

Daarom werd besloten een bewindvoering aan te vragen. Hiervoor bespraken ze de lijst handelingen waarover Joris best niet in zijn eentje een beslissing neemt. En ze spraken af voor welke handelingen beter iemand in de plaats van Joris zou beslissen. Over die lijst moet een vrederechter zich uitspreken.

Hun beargumenteerd verzoekschrift werd door de vrederechter zo goed als helemaal gevolgd.

Nietig verklaard

Die beslissing heeft heel wat positieve effecten. De bewindvoering bood zowel Joris als zijn ouders de nodige geruststelling om verdere stappen te zetten richting zelfstandig wonen. Joris weet dat zijn ouders, die bewindvoerder zijn, ervoor zorgen dat alle rekeningen tijdig betaald worden.

‘De drempel naar de vrederechter blijft hoog.’

Hij kan niet zomaar geld van zijn spaarboekje afhalen als de nieuwe folder van Mediamarkt in de brievenbus valt. Want daarvoor heeft hij de handtekening van zijn vader of moeder nodig. En toen hij een contract voor een duur alarmsysteem ondertekende, werd dat op vraag van de ouders nietig verklaard.

Onbehaaglijk gevoel

Toch zadelt de bewindvoering de ouders van Joris op met een onbehaaglijk gevoel. Ze ontnemen hun zoon het recht om, zoals zijn zussen, door een impulsieve aankoop met de kop tegen de muur te lopen.

Die beperking geldt niet alleen voor aankopen. Stel dat hij een relatie aangaat, dan moeten zijn ouders instemmen met een mogelijk huwelijk of de vraag om wettelijk samen te wonen. Bij alle betrokken gezinsleden sluimert de vraag of dat wel een ideaal scenario is.

Bovendien valt het de ouders zwaar om elk jaar een verslag neer te leggen bij de vrederechter. Zij vinden het ook niet nodig dat Joris van zijn beperkt inkomen nog moet sparen. Toch vermeldde de vrederechter in zijn beslissing dat Joris elke maand 150 euro opzij moet zetten.

Niet naar de verkiezingen

Joris heeft het moeilijk met de beslissing dat hij onbekwaam is om zijn politieke rechten uit te oefenen. Net nu hij zich zo goed had voorbereid op de lokale verkiezingen, kreeg hij geen oproep meer om te stemmen.

De ouders en Joris weten dat zij op elk moment aan de vrederechter een verzoekschrift kunnen richten om de bewindvoering te herzien. Maar die drempel blijft hoog.

Meldpunt bewindvoering

Het verhaal van Joris illustreert dat de uitvoering van de wet bewindvoering nog verbeterpunten heeft. Want naast Joris zijn er nog andere verhalen en getuigenissen, verspreid over de zorg voor personen met een handicap, verslavingszorg, ouderenzorg en geestelijke gezondheidszorg.

‘Bewindvoering heeft nog verbeterpunten.’

Om die mogelijkheden en knelpunten beter in beeld te krijgen en aan te pakken, werd in het zog van de recente wetgeving rond bewindvoering het meldpunt bewindvoering opgericht. Dat is een initiatief van meer dan 50 Vlaamse welzijnsorganisaties. Bedoeling is om vanuit concrete ervaringen op een constructieve manier te overleggen met de korpschefs van de vrederechters.

Juridisch kader

Hoe is bewindvoering wettelijk geregeld? Want dat juridisch kader bepaalt de werkpraktijk.

Ruim tien jaar lang werd er met veel ups en downs en met betrokkenheid van velen aan een nieuwe wet gewerkt. Op 28 februari 2013 werd de ‘wet tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid’ goedgekeurd. Meer eenvormigheid en flexibiliteit staan centraal.

Deze wet is van toepassing voor ‘de meerderjarige die wegens zijn gezondheidstoestand geheel of gedeeltelijk, zij het tijdelijk, niet in staat is zonder bijstand of andere beschermingsmaatregel zijn belangen van vermogensrechtelijke aard of niet-vermogensrechtelijke aard zelf waar te nemen, kan onder bescherming worden geplaatst, indien en voor zover de bescherming van zijn belangen dit vereist.’ (art. 488/1)

Lees bovenstaande lange zin minstens twee keer, want elk woord is belangrijk.

Bewindvoering als enig beschermingsstatuut

Sinds de wet op 1 september 2014 in werking trad, is er één statuut: de bewindvoering. De oude statuten ‘verlengde minderjarigheid’, de ‘onbekwaamverklaring’ en de ‘bijstand van een gerechtelijk raadsman aan verkwisters’ verdwenen van het toneel.

Voor mensen met het statuut van verlengde minderjarigheid of voorlopige bewindvoering kwam er een overgangsperiode van vijf jaar. Veel vrederechters zijn momenteel actief bezig met de inkanteling van de voormalige beschermingsstatuten in de huidige regelgeving rond bewindvoering. Anderen wachten af.

Op 1 september 2019 gaan alle statuten verlengde minderjarigheid en voorlopige bewindvoering, waarvoor de inkanteling nog niet gebeurde, sowieso over naar bewindvoering. Automatisch. Alle rechten en plichten van de huidige wet zijn dan van toepassing.

De geest van de wet

Verschillende belangenorganisaties hebben bij de totstandkoming van de nieuwe wet bewindvoering, hard gelobbyd om eigentijdse visie op handicap, beperking of geestelijke gezondheid te implementeren in de wet. Met succes.

Zo vertrekt de wet vanuit de visie dat elke burger de kans moet krijgen om volop aan de samenleving deel te nemen. Dit betekent: zelf keuzes maken en zelf doen wat in hun mogelijkheden ligt. Dat is een kwestie van mensenrechten, zoals ook bevestigd door verschillende internationale verdragen en instituties.

Op maat

Bescherming bieden, moet dus enkel voor zover dit nodig is. Het is de taak van de vrederechter om een beslissing op maat van elk individu te nemen: ‘indien en voor zover de bescherming van zijn belangen dit vereist’ (art. 488/1).

‘Bescherming enkel voor zover dat nodig is.’

Voortaan moet de vrederechter zich uitdrukkelijk uitspreken over de handelingen waarvoor de beschermde persoon handelingsonbekwaam wordt geacht. Die handelingen kunnen gaan over geld en goederen, bijvoorbeeld: een lening aangaan of je wagen verkopen. Maar ze kunnen ook verband houden met de persoon, bijvoorbeeld: de keuze van verblijfplaats, uitoefening van patiëntenrechten of het sluiten van een huwelijkscontract.

Minst ingrijpende eerst

De wet stelt uitdrukkelijk dat de minst ingrijpende vorm van bescherming moet toegepast worden. Hier wordt gesproken van een ‘buitengerechtelijke bescherming’ en een ‘gerechtelijke bescherming’.

De buitengerechtelijke bescherming is beperkt tot het beheer van geld en goederen. Het gaat om een vorm van een lastgeving of zorgvolmacht die geregistreerd wordt in het centraal register dat wordt bijgehouden door de Koninklijke Federatie van het Belgische Notariaat.

Deze vorm van bescherming stimuleert om niet meer verantwoordelijkheden over te nemen dan strikt noodzakelijk. Iedereen kan op elk moment een buitengerechtelijke bescherming regelen.

Rechterlijke bescherming

Is er meer bescherming nodig, dan kan voor een meerderjarige persoon de rechterlijke bescherming aangevraagd worden. Dit kan enkel wanneer er sprake is van een problematische gezondheidstoestand. Voor iemand die louter ‘een gat in de hand heeft’ en schulden maakt, kan dit dus niet.

Ook bij een rechterlijke bescherming geldt: het minst ingrijpende eerst.

Bijstand of vertegenwoordiging

Als in dit geval van rechterlijke bescherming de vrederechter een persoon onbekwaam acht om bepaalde handelingen uit te oefenen, moet hij zich ook uitspreken over de beoogde oplossing: bijstand dan wel vertegenwoordiging.

‘Vroeger ging het altijd om een vergaande vorm van vertegenwoordiging.’

Bij bijstand mag de beschermde persoon zelf, maar niet zelfstandig, een bepaalde handeling stellen. De bewindvoerder treedt in dit geval op ‘ter vervolmaking van de rechtsgeldigheid van een handeling gesteld door de beschermde persoon’. Bij vertegenwoordiging treedt de bewindvoerder op ‘in naam en voor rekening van de beschermde persoon’.

In vergelijking met de oude wetgeving is dit onderscheid een stap voorwaarts. Want bij de vroegere verlengde minderjarigheid en de voorlopige bewindvoering ging het altijd over de vergaande vorm van vertegenwoordiging.

Voorkeur voor familiale bewindvoerder

Er wordt veel belang gehecht aan open communicatie en een zo groot mogelijke betrokkenheid van de persoon die onder bewind geplaatst wordt. Daarom staat uitdrukkelijk in de wet dat de vrederechter bij voorkeur een bewindvoerder uit de familie van de betrokkene moet aanstellen.

De bewindvoerder moet de beschermde persoon informeren en in de mate van het mogelijke een stem geven in het besluitvormingsproces.

De praktijk hapert

Sinds de nieuwe wet in werking trad, is er al een en ander positief geëvalueerd. Maar alles kan beter. De uitvoering van de wet bewindvoering strookt niet altijd met de geest van de wet.

‘Het veelbelovend maatwerk is een heikel punt.’ 

Zo is het veelbelovend maatwerk een heikel punt. De vrederechter moet voor elke persoon waarvoor een bewindvoering wordt aangevraagd alle nodige informatie verzamelen. Op basis van die informatie neemt hij een beslissing op maat. Hij spreekt zich uitdrukkelijk uit over de handelingen waarvoor de persoon onbekwaam geacht wordt.

Dit is een complex proces dat specifieke kennis en vaardigheden vergt. Sommige vrederechters zijn hierop nog onvoldoende voorbereid. Vrederechters zijn juristen, geen sociaal werkers. Bovendien is er geen enkele omkadering om bijvoorbeeld een sociaal onderzoek te voeren of achter bijkomende informatie aan te gaan.

Weinig lijn

En ook vrederechters heb je in alle maten en gewichten: van de meest communicatieve, warme, empathische en betrokken mensen tot de meest stroeve, juridische technocraten. Vrederechters bepalen zelf hoe groot die spreidstand is. Sommige vrederechters maken onderling afspraken voor een gemeenschappelijk beleid. Vooral Limburg en Oost-Vlaanderen staan hier al ver.

‘Vertrouwen is de wissel naar een betere praktijk. Vrederechters moeten altijd vertrekken vanuit het volste vertrouwen in de bewindvoerders die ze aanstellen.’

Toch zit er nog weinig lijn in de wijze waarop vrederechters de wet bewindvoering toepassen. Zo voorziet de ene vrederechter wel een vergoeding voor een alleenstaande ouder met een beperkt inkomen die de zorg opneemt, terwijl een andere vrederechter dit beschouwt als een ouderlijke plicht.

Of de ene vrederechter maakt gebruik van de wettelijke mogelijkheid om voor ouders de verslaggevingsverplichtingen te beperken. Een andere vrederechter doet dat niet. Hij vraagt van oudere ouders die al jaar en dag intensieve zorg voor hun kind opnemen een uitgebreide verslaggeving met bonnetjes en rekeningen.

En het kan nog erger. Soms vinden vrederechters de verslaggeving van familiale bewindvoerders stuntelig. Ze gebruiken dat argument om hen te vervangen door een professionele bewindvoerder, een advocaat. Of ze stellen meteen een professionele bewindvoerder aan met als boodschap aan ouders, broers of zussen: ‘Je gaat dit toch niet kunnen’.

Verschillend vertrouwen

Vertrouwen is de wissel naar een betere praktijk. Vrederechters moeten altijd vertrekken vanuit het volste vertrouwen in de bewindvoerders die ze aanstellen.

Nu hebben we soms het gevoel dat bij het aanstellen van professionele bewindvoerders er vertrouwen is, tot het tegendeel bewezen wordt. Terwijl er bij het aanstellen van familie vertrokken wordt van wantrouwen, tot het tegendeel bewezen wordt.

‘Bewindvoering moet mensen beschermen, niet beknotten.’

En ook ouders-bewindvoerders hebben nog een weg te gaan. Zij moeten leren hun eigen vermogen af te scheiden van het vermogen van hun kind. Als bewindvoerder handelen ze nu eenmaal met het geld van iemand anders, ook al gaat het om hun kind waarvoor ze zoveel zorgen opnemen en al zoveel opgegeven hebben.

Vergoeding

Ook rond de vergoeding van professionele bewindvoerders is verder debat nodig. Dat bedrag werd vastgelegd op drie procent van het inkomen van de cliënt. Maar het is niet duidelijk wat precies onder inkomen verstaan moet worden. Duidelijke tarieven voor specifieke prestaties ontbreken. Professionele bewindvoerders mogen een onbeperkt aantal cliënten hebben.

Al maakten sommige vredegerechten hierover wel goede afspraken, toch doet deze praktijk de wenkbrauwen fronsen. Het blijft wachten op een koninklijk besluit om daarmee af te rekenen. Naar verluidt staat de advocatuur hier op de rem.

Menselijke waardigheid

De groep van mensen die in aanmerking komt voor een bewindvoering is groot en divers. Bewindvoering moet mensen beschermen, niet beknotten. Beschermen alleen waar nodig en met het grootst mogelijk respect voor alle betrokkenen is de uitdaging.

De geest van de wet bewindvoering is duidelijk. Het is bedoeld als een beschermingsstatuut dat strookt met de menselijke waardigheid.

Enkel door een goede samenwerking tussen de betrokken partners zal de praktijk van bewindvoering steeds beter worden. Juristen en sociale professionals bij elkaar zetten, is altijd een uitdaging, in alle settings. Ze bij elkaar zetten,  zoals het meldpunt doet, kan de kwetsbare personen alleen maar ten goede komen.

Reacties [%]

  • jos theunis

    ik heb een bewindvoeder die heeft mij jaren dat ik geen geld heb en ik krijg maar 120 euro per week en dat is niet genoeg en als ik geld vraag dan krijg ik maar 50 bij en als ik ied wil doen dan zegt hij dat ik geen geld heb en ik heb geen bewindvoeder aan gevraagd dat heeft mij zuis en haar man gedaan en ze hebben ook 100000 frank gepiekd

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.