Achtergrond

Tijdsbesteding van ouderen

Tijd komt met de jaren

Ignace Glorieux, Kyra de Korte, Julie Verbeylen

Hoe brengen ouderen hun dagen door? Welke gevolgen hebben het wegvallen van betaalde arbeid en het uitzwermen van de kinderen? En hebben deze veranderingen dezelfde gevolgen voor mannen en vrouwen? De onderzoeksgroep TOR van de Vrije Universiteit Brussel zocht het uit.De onderzoekers maken hiervoor gebruik van de gegevens uit Vlaamse tijdsbestedingsonderzoek dat ze in 2013 uitvoerden (TOR’13). Voor dit onderzoek hielden 3.260 Vlamingen tussen 18 en 75 jaar gedurende één week nauwkeurig hun tijdsbesteding bij.

© Bas Bogers

© Bas Bogers

Tweeverdienersgezin

Vrouwen participeren nog altijd minder aan de arbeidsmarkt dan mannen. De beroeps- en gezinsrol hebben dan ook een andere betekenis voor vrouwen dan voor mannen. In het naoorlogse Europa was het dominante gezinstype voor lange tijd het kostwinnersmodel: de man ging voltijds buitenshuis werken, de vrouw bleef thuis en zorgde voor de kinderen en het huishouden. De laatste decennia boette het kostwinnerstype sterk aan belang in om plaats te maken voor een tweeverdienersgezin waarin beide echtgenoten buitenshuis werken.

 “Werkende vrouwen dreigen tussen twee stoelen te vallen.”

Deze fundamentele verandering leidde niet tot een ingrijpende herverdeling van het werk tussen mannen en vrouwen. Ook al spenderen vrouwen minder tijd dan vroeger aan huishoudelijk werk, verzorging en opvoedende taken, ze besteden hier nog altijd veel meer tijd aan dan mannen. De meeste vrouwen identificeren zich ook sterk met de moeder- en huishoudrol.

Mama heeft het druk

Vandaar dat het combineren van werk en gezin zo’n belangrijk maatschappelijk probleem geworden is. Werkende vrouwen dreigen tussen twee stoelen te vallen. Ze kunnen niet ten volle presteren op de arbeidsmarkt omwille van de gezinsverplichtingen. En ze hebben het gevoel thuis, als vrouw en moeder, tekort te schieten omdat hun job zoveel van hen eist.

Voor mannen is het leven een stuk eenvoudiger. Voor de meesten is de beroepsrol veruit de meest belangrijke. Zij ontlenen hun status, eigenwaarde en zelfbeeld in grote mate aan hun werk. En het werk is vaak een goed excuus om minder te participeren aan het huishoudelijke werk of de kinderzorg.

Op pensioen

We kunnen dan ook verwachten dat het wegvallen van de beroepsrol voor mannen een grotere aanpassing vergt dan voor vrouwen. Mannen verliezen bij pensionering de centrale rol die hun beroepsactieve leven structureerde en zin gaf.

Ouder wordende werkende vrouwen moeten niet alleen omgaan met een verminderd belang en het wegvallen van betaalde arbeid, ook de moederrol verandert. Kinderen worden onafhankelijker en vergen minder zorg. Uiteindelijk verlaten ze het ouderlijke gezin.

We kunnen verwachten dat dit uitzwermen meer invloed heeft op het tijdsbestedingspatroon van vrouwen dan van mannen. Bovendien kunnen vrouwen bij het verdwijnen van betaald werk makkelijker terugvallen op de moeder- of gezinsrol om hun dag te structureren en in te vullen.

Druk van de ketel

In tabel 1 wordt de gemiddelde wekelijkse tijdsbesteding van Vlamingen voor vijf leeftijdsgroepen weergegeven, opgedeeld in tien categorieën van activiteiten.

Als we de totale werklast definiëren als de tijd die besteed wordt aan betaald en onbetaald werk en opleidingen, dan stellen we vast dat deze totale werklast in de periode tussen 25 en 55 jaar voor mannen en vrouwen om en bij de 50 uren per week bedraagt. Bij mannen vormt betaalde arbeid de hoofdmoot van de totale werklast, bij vrouwen is de werklast in deze levensfase evenwichtiger verdeeld tussen betaalde arbeid én huishoudelijk werk en kinderzorg.

Tabel 1. Tijd per week besteed aan 10 hoofdcategorieën voor de Vlaamse bevolking van 18-75 jaar naar leeftijdscategorieën en geslacht voor 2013. Duur per respondent uitgedrukt in hh:mm (data: TOR’13, n=3.260).

Naarmate de kinderen ouder en zelfstandiger worden, neemt de drukte in de gezinnen meestal geleidelijk aan af. Het is tegelijkertijd de fase waarin het belang en de druk van de beroepsrol afneemt: vrouwen zijn dikwijls overgeschakeld naar deeltijds werk, mannen stellen zich min of meer tevreden met de verworven beroepspositie.

Kinderen zwermen uit

De meest radicale veranderingen treden op wanneer de kinderen het gezin verlaten en men op pensioen gaat. Het ouder en zelfstandig worden van de kinderen heeft een grotere impact op de tijdsbesteding van vrouwen dan van mannen, de gevolgen van de pensionering zijn daarentegen vaak drastischer voor mannen.

 “Voor mannen heeft het wegvallen van werk ingrijpende gevolgen.”

Vermits in het algemeen het vervullen van de moederrol veel belangrijker is voor vrouwen dan de vaderrol voor mannen, voelen vrouwen de afname en het wegvallen van de gezinsverantwoordelijkheden veel sterker aan als een verlies. Onder druk van dat ‘lege nestsyndroom’ moeten ze op zoek naar een nieuwe invulling.

Niet alleen het verlies van een tijdsintensieve bezigheid veroorzaakt problemen. Het is vooral het feit dat de verantwoordelijkheden verbonden met het moederschap ook zin en betekenis geven aan het drukke dagverloop. Werkende moeders ervaren het uit huis gaan van de kinderen wellicht als minder ingrijpend omdat zij naast het moederschap nog een alternatieve rol hebben die veel van hen eist, hun tijd structureert en een belangrijk deel van hun identiteit vormt.

Voor mannen heeft het wegvallen van werk meer ingrijpende gevolgen. Precies omdat de verantwoordelijkheden verbonden met de vaderrol minder centraal staan dan de beroepsrol in de organisatie van hun dagelijkse leven.

Hogere werklast bij vrouwen

Wie ouder wordt, herschikt zijn arbeidsactiviteiten. Naarmate het belang van betaalde arbeid afneemt bij mannen zien we dat ze meer huishoudelijk werk opnemen. Ook bij vrouwen zien we een toename van de tijd besteed aan huishoudelijk werk. Vooral de afname van de kinderzorg leidt ertoe dat vrouwen meer tijd vrijmaken voor huishoudelijk werk.

De zorg voor kinderen, wellicht de kleinkinderen, neemt bij vrouwen opnieuw toe boven de 55 jaar. Bij mannelijke 55-plussers neemt kinderzorg slechts weinig tijd in beslag. De totale werklast van vrouwen boven de 55 jaar ligt gevoelig hoger dan bij mannen. Het verschil in werklast tussen mannen en vrouwen is bij ouderen overigens groter dan in de actieve, volwassen levensfase. De totale werklast van vrouwen tussen 55 en 64 ligt ongeveer 3 uur per week hoger dan bij mannen, tussen 65 en 75 is het verschil ongeveer 6,5 uur.

Omgekeerd hebben mannen boven de 55 jaar meer vrije tijd dan vrouwen: tussen de 55 en 64 jaar is het verschil gemiddeld bijna 7 uren, tussen 65 en 75 loopt het op tot bijna 9 uren. Ook dat verschil is groter dan in de drukke levensfase.

Verschillen nemen toe

Met het wegvallen van de arbeids- en ouderrol, nemen de verschillen tussen de geslachten verder toe. Dat is vreemd vermits beide rollen nog altijd vrij sterk verdeeld zijn volgens het traditionele rollenpatroon.

Het belangrijkste verschil bij ouderen is dat vrouwen het wegvallen van betaalde arbeid in grote mate compenseren met een toename van huishoudelijk werk en zorg voor (klein)kinderen. Voor mannen doet deze alternatieve rolinvulling zich niet of in veel mindere mate voor.

Vrije tijd en sociale participatie

Naarmate het belang van betaalde arbeid afneemt, neemt de vrije tijd en de sociale participatie toe. Ook de invulling van de vrije tijd verandert met het ouder worden. In tabel 2 wordt de gemiddelde tijd die 55- tot 64-jarigen en 65- tot 75-jarigen per week besteden aan verschillende vrijetijdsactiviteiten vergeleken met de gemiddelde tijd die de Vlaamse bevolking tussen 18 en 75 jaar hieraan besteedt.

tor 2

Tabel 2. Tijd per week besteed aan verschillende vrijetijdsactiviteiten voor de Vlaamse bevolking van 18-75 jaar naar leeftijdscategorieën. Duur per respondent uitgedruk in hh:mm (data: TOR’13, n=3.260).

Ouderen tussen 55 en 64 hebben gemiddeld ruim 4 uur meer vrije tijd per week dan de totale Vlaamse bevolking tussen 18 en 75 jaar. Ongeveer 2,5 uur hiervan worden voor de televisie doorgebracht. Dat lijkt een sterke toename, maar in vergelijking met de gemiddelde bevolking besteedt deze leeftijdsgroep proportioneel ongeveer evenveel van hun vrije tijd aan televisie kijken, namelijk iets meer dan de helft.

“De invulling van de vrije tijd verandert met het ouder worden.”

Bij de 65-plussers wordt televisiekijken wel iets belangrijker. Zij besteden 54 procent van hun vrije tijd voor de televisie. Voorts wordt het lezen van boeken, tijdschriften of kranten belangrijker met het ouder worden.

Oma, opa, PC

Anno 2013 hebben de nieuwe media zoals internet, tekstverwerking en digitale fotografie hun weg gevonden naar senioren. Ze besteden er ongeveer evenveel tijd aan als de rest van de bevolking. Tien jaar geleden was dat nog niet het geval.

In het tijdsbestedingsonderzoek van 2004 was er nog een vrij grote kloof in het gebruik van nieuwe media. Vooral 65-plussers waren in 2004 nog niet vertrouwd met nieuwe media. Ze besteedden er nog niet de helft van de tijd aan die de gemiddelde Vlaming er toen aan spendeerde.

De tijd besteed aan recreatie zoals wandelen, fietsen of een pretpark bezoeken neemt gevoelig toe, vooral dan tussen 55 en 65.

De tijd voor cultuur en vermaak neemt niet substantieel toe met het ouder worden. Ouderen gaan gemiddeld iets minder het huis uit richting café, dancing, bowling of biljart. Hiervoor worden vaak verschillende redenen aangegeven: bepaalde interactiepartners vallen weg wegens overlijden, met het ouder worden verminderen de gezondheid en fysieke vermogens en mede hierdoor wordt men minder mobiel en de financiële middelen zijn beperkter na de pensionering.

Contactrijke ouderen

En hoe zit het met de sociale participatie van ouderen? Er is de formele participatie aan het verenigingsleven zoals vergaderingen, activiteiten van verenigingen of vrijwilligerswerk. Maar er zijn ook meer informele sociale contacten zoals praten, telefoneren, op bezoek gaan, bezoek ontvangen of onbetaalde hulp aan inwonende en niet-inwonende familie.

tor 3

Tabel 3. Tijd per week besteed aan sociale participatie voor de Vlaamse bevolking van 18-75 jaar naar leeftijdscategorieën. Duur per respondent uitgedrukt in hh:mm (data: TOR’13, n=3.260).

Uit de gegevens met betrekking tot sociale participatie in tabel 3 blijkt niet dat ouderen contactarm zijn. Gemiddeld hebben ze meer tijd voor sociale contacten dan de gemiddelde Vlaamse bevolking tussen 18 en 75 jaar.

Ouderen tussen 55 en 64 jaar besteden ruim één uur per week meer aan sociale contacten, 65-plussers bijna twee uur. Het is opvallend dat ouderen actiever participeren aan het verenigingsleven en dat deze participatie nog toeneemt bij 65-plussers. Dit is ongetwijfeld een gevolg van het fijnmazige netwerk van verenigingen voor senioren in Vlaanderen. De meer informele sociale contacten nemen wel af bij 65-plussers.

Met wie praten ze?

In het tijdsbestedingsonderzoek werd gedurende een hele week ook geregistreerd met wie men praat. Op die manier krijgen we een gedetailleerd beeld van hoe interactiepatronen veranderen met het ouder worden.

tor 4

Tabel 4. Tijd per week besteed aan sociale interactie tijdens de waaktijd (slaaptijd niet meegerekend) met verschillende interactiepartners voor de Vlaamse bevolking van 18-75 jaar naar leeftijdscategorieën. Duur per respondent uitgedrukt in hh:mm (data: TOR’13, n=3.260).

In tabel 4 wordt weergegeven hoeveel tijd gemiddeld besteed wordt aan activiteiten waarbij met verschillende types van interactiepartners gepraat wordt. Het is evident dat samen met het afnemend belang van betaald werk de sociale contacten verbonden met het betaalde werk afnemen.

Meer alleen

Terwijl de Vlaamse bevolking tussen 18 en 75 jaar gemiddeld meer dan 20 uur per week praat met collega’s, medestudenten, klanten of personen waaraan men diensten verleent, is dat bij de ouderen tussen 55 en 64 jaar gedaald tot 11 uur per week en bij de 65-plussers tot minder dan 2 uur.

Ouderen zijn meer alleen. 55-64 jarigen brengen in vergelijking met de Vlaamse bevolking per week gemiddeld ruim 3 uur meer van de tijd die ze niet slapen door zonder praten, bij 65-plussers is het verschil kleiner (ruim 1 uur).

“De tijd die ze doorbrengen met vrienden en kennissen neemt af.”

Het wegvallen van betaalde arbeid als bron van sociale contacten wordt in ruime mate gecompenseerd door een toename van de tijd die men doorbrengt met andere interactiepartners. Ouderen hebben meer tijd voor familie en buren. De tijd die ze doorbrengen met vrienden en kennissen neemt af. Vooral de tijd die ouderen doorbrengen met personen uit de nabije omgeving, neemt toe. Dit zou een gevolg kunnen zijn van de afnemende mobiliteit met het ouder worden.

We stellen overigens vast dat de interactietijd in de oudste leeftijdscategorie verder afneemt, wat eveneens een gevolg kan zijn van de afnemende mobiliteit van ouderen.

Minder mobiel

Ouderen brengen meer tijd thuis door dan de gemiddelde Vlaming tussen 18 en 75 jaar. Terwijl Vlamingen wekelijks gemiddeld 114 uren en 8 minuten of 68 procent van de week thuis doorbrengen, is dat voor de 55 tot 64-jarigen 123 uren en 55 minuten (74 procent) en voor de 65-plussers 136 uren en 21 minuten (81 procent).

Ouderen verplaatsen zich ook minder. De Vlamingen tussen 18 en 75 jaar verplaatsen zich gemiddeld 10 uren en 34 minuten per week. Bij ouderen tussen 55 en 64 jaar is de wekelijkse verplaatsingstijd ongeveer even hoog, bij 65-plussers daalt deze tot 8 uren en 6 minuten.

Ook de deelname aan mobiliteit ligt lager: 95,4 procent van de leeftijdsgroep tussen 55 en 64 noteerde minstens één verplaatsing per week, bij de 65-plussers is slechts 88,6 procent mobiel, bij de algemene bevolking verplaatst 96,7 procent zich minstens éénmaal per week. We stellen dus vast dat de mobiliteit vooral afneemt bij 65-plussers.

Inhaalbeweging

Het is niet zo verwonderlijk dat het afnemend belang en het uiteindelijk wegvallen van betaald werk de tijdsbestedingspatronen van ouderen grondig beïnvloeden. Betaald werk structureert de dagindeling, geeft aanleiding tot sociale contacten en verbindt het individu met de publieke sfeer. Bij pensionering verdwijnt dus veel meer dan enkel een tijdsintensieve bezigheid.

“Ouderen ontwikkelen een gevarieerd tijdsbestedingspatroon.”

Uit onze bevindingen blijkt echter niet dat daardoor het tijdsbestedingspatroon verschraalt, passiever of contactarmer wordt. Ouderen kunnen een gevarieerd, actief en sociaal tijdsbestedingspatroon ontwikkelen, los van het werk.

De samengebalde arbeidsloopbaan, geconcentreerd in de drukke leeftijd tussen 25 en 55 jaar, maakt dat er gedurende een hele periode van het leven relatief weinig tijd is voor actieve vrijetijdsbesteding en sociale participatie. Pas op latere leeftijd, als de kinderzorg minder belastend wordt en het werk minder centraal staat, zien we dat er meer tijd vrijkomt voor een gevarieerder tijdsbestedingspatroon.

Reacties [%]

  • Huib Hinnekint

    Hartelijk dank voor jullie werk.
    Heel nuttig voor wie betrokken is bij het adviseren van het beleid.
    Succes verder.

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.