Achtergrond

‘We moeten stoppen met goedkope praatjes over armoede’

Nico Bogaerts, Peter Goris

Armoede is een groot probleem. Alleen al in Vlaanderen zijn er honderdduizenden volwassenen, jongeren en kinderen die in armoede leven. Sociaal.Net sprak met Ive Marx, armoedespecialist aan de Universiteit Antwerpen.

© Sociaal.Net / Lisa Develtere

De Vlaamse regering beloofde de kinderarmoede te halveren. Dat is niet gelukt. De overheid faalt.

“Dat waren loze woorden van Liesbeth Homans. Als Vlaams minister van armoedebestrijding is ze er niet in geslaagd om de armoede aan te pakken. Haar beleid heeft gefaald. Maar dat is niet alleen haar fout.”

‘Politici nemen armoede niet ernstig.’

“Armoede is een complex probleem. Om armoede echt aan te pakken moet je aan de knoppen draaien van onze arbeidsmarkt, fiscaliteit en sociale zekerheid. De finale verantwoordelijkheid ligt dan bij de eerste minister en de regionale minister-presidenten. Toch gebeurt dat niet. Politici nemen armoede niet ernstig. Verantwoordelijkheden worden uitgesmeerd over staatssecretarissen en schaduwministers die nauwelijks budget hebben. Zij wegen onvoldoende om echt bakens te verzetten.”

Waar loopt het mis?

“België is een land met een complexe staatsstructuur. Het is als een lasagne, met veel bestuurlijke lagen. Op elk van die lagen zijn politici, partijen, vakbonden, middenveldorganisaties en administraties actief. Allemaal met een eigen visie. Vaak matchen die niet.”

“Willen we op vlak van armoede vooruit geraken, dan moeten we ingrijpen in de arbeidsmarkt en de sociale zekerheid. Maar de sociale partners bewegen niet. Niemand gaat aan de onderhandelingstafel zitten om de sociale zekerheid te hertekenen ten voordele van mensen die in armoede leven. Werkgevers en werknemers zijn vooral bezig met het bedienen van de eigen achterban. Ik zie het daar niet gebeuren.”

“In aanloop naar 26 mei is er een harde kiesstrijd. Alle partijen willen de grote maar twijfelende middenklasse voor zich winnen. En natuurlijk, ook politici worden getroffen door de schrijnende verhalen van mensen in armoede. Maar de arena van hun politieke strijd zit niet daar. Die zit in het debat over salariswagens, zonnepanelen en de verhoging van het minimumpensioen.”

Wat is er mis met een verhoging van de pensioenen?

“Het pleidooi voor een beter minimumpensioen is legitiem, maar dat is het debat over de betaalbaarheid van de welvaartstaat ook. Scherpe keuzes zijn noodzakelijk. De kosten van de vergrijzing stijgen, maar ook de kinderarmoede neemt toe. Wat krijgt prioriteit?”

‘De aanpak van armoede wordt weggedrukt naar de marge.’

“De electorale macht ligt bij de vijftigplussers, de aanpak van armoede wordt weggedrukt naar de marge. Ik heb het moeilijk met dat onevenwicht. Kinderarmoede is een cruciaal thema. Toch geraken we niet verder dan loze beloftes rond het optrekken van uitkeringen tot de armoedegrens.”

Dat optrekken van uitkeringen tot aan de armoedegrens is geen goed idee?

“Progressieve politieke partijen trekken te gemakkelijk die kaart. De armoedebeweging trapt ook in die val. Door uitkeringen op te trekken, zullen mensen het heel even iets minder moeilijk hebben. Maar uiteindelijk blijft hun situatie even perspectiefloos.”

“Ik roep op om ideologische dogma’s af te werpen. Dan kunnen we eindelijk eens kijken naar wat echt werkt.”

Wat gaat er echt werken?

“De sleutel om mensen uit armoede te halen, ligt bij onze arbeidsmarkt. Die moeten we hervormen. Er moeten meer mensen aan het werk. Dat betekent dat er ook meer arbeidsplaatsen moeten komen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Banen voor laaggeschoolden. Die zijn er nu te weinig.”

“De reguliere arbeidsmarkt is erg veeleisend. Wie daar aan de slag gaat, moet productief zijn en sterk presteren. Niet iedereen geraakt over die hoge lat. Een flexibele arbeidsmarkt kan dat oplossen. Daarin kunnen ook mensen breed instromen.”

Ive Marx

© Sociaal.Net / Lisa Develtere

 

Jij kijkt veel naar Nederland en Scandinavië als voorbeeld.

“Zij doen het aantoonbaar beter, zowel op vlak van armoedebestrijding als algemene levenstevredenheid. Dat is geen toeval: zij hebben zo’n flexibele arbeidsmarkt.”

‘Er moeten meer mensen aan het werk.’

“Tegelijk grepen deze landen grondig in op hun sociale uitgaven. Het bedrag dat daardoor in het laatje kwam, werd gericht geïnvesteerd in lagere belastingen en selectieve toeslagen voor werkende mensen met een laag inkomen. Voor hen is aan het einde van de maand het financiële verschil tussen werken of niet-werken erg groot.”

Dat verschil moet ook bij ons groter worden?

“Werken moet meer lonen. Neem de situatie van een alleenstaande werkende moeder in Nederland. Net als haar Belgische lotgenote heeft ze een brutoloon van 1.600 euro. Maar Nederland investeert gericht in een betere omkadering en stimulering van kwetsbare groepen. Daardoor houdt deze Nederlandse moeder per maand 600 euro meer over. Dat is een wereld van verschil.”

‘Werken moet meer lonen.’

“Dat kan hier ook als we zorgen voor selectieve inkomenssteun aan mensen met een laag inkomen. Investeer in huursubsidies, maak de regels eenvoudiger en zorg dat meer mensen er beroep op doen. Dat is een no-brainer. Zorg ook voor sterkere sociale toeslagen in de kinderbijslag, op voorwaarde dat je de toeslagen krijgt bij de mensen die het echt nodig hebben.Voor de groep die dan nog overblijft, kunnen de uitkeringen omhoog.”

“Zo’n omslag maak je niet van vandaag op morgen. Een langetermijnvisie is nodig die vertrekt vanuit een breed maatschappelijk draagvlak.”

Mogen we een aantal kanttekeningen zetten bij het bejubelen van Nederland? De afgelopen tien jaar werd daar enorm bezuinigd, ook in het sociaal domein.

“Nederland is zeker niet het walhalla. Ze zijn in de jaren na de financiële crisis enorm meegegaan in het Duits besparingsverhaal. Nederlanders zijn drammerig, de slinger slaat daar nogal snel door.”

“Qua genderongelijkheid scoren wij ook beter dan Nederland, toch voor de vrouwen die een baan hebben. Ik wil Nederland dus zeker niet idealiseren. Maar als we het hebben over tewerkstelling, betaalbaarheid van de welvaartstaat en armoede dan kan het ons wel inspireren.”

Meer mensen aan het werk binnen een flexibele arbeidsmarkt. Dat klinkt als meer hamburgerjobs. 

“Ik stoor me aan zo’n taalgebruik. Ik heb het niet over mensen die, zoals enkele jaren geleden in Duitsland, voor vier euro per uur hard labeur verrichten in slachthuizen.”

‘In België is het aanbod aan laagbetaalde jobs zeer beperkt.’

“Ik heb het over jobs met een brutoloon van 1.600 tot 2.100 euro: de winkelbediende van de supermarkt, de chauffeur van een koerierdienst, de verzorgende in het rusthuis of de administratief medewerker van een tuincentrum.”

“In België is het aanbod aan zo’n laagbetaalde jobs zeer beperkt: 4%. In Nederland en Duitsland zijn er veel meer van dergelijke jobs. Mensen die in zo’n jobs zitten, zijn helemaal geen werkende armen. Vaak gaat het over een tweede inkomen in een gezin. Bij alleenstaande werkenden komen daar best nog allerlei toeslagen bovenop. Zo wordt werken aantrekkelijk, ook voor wie een baan heeft met een laag loon.”

Werkende armen zijn wel een realiteit, ook in Vlaanderen.

“De ontslagnemende regering heeft sterk ingezet op de taxshift maar die zal werkende mensen niet uit de armoede helpen.”

“De taxshift moest ervoor zorgen dat er aan het einde van de maand meer geld zat in het loonzakje van de werkende mens. De belangrijkste component van de taxshift was vooral een mooi cadeau voor de werkgevers. Ook de hogere inkomens genoten mee omdat er minder afgehouden werd in de personenbelasting. Omdat lage inkomens al nauwelijks belastingen betalen, was het voor hen minder voordelig.”

“Die taxshift werd verder opgesmukt met ‘foliekes’ zoals de flexi-jobs. Mensen mogen bijverdienen zonder belastingen te betalen. Nu wil men dat systeem nog uitbreiden. Dat is niet hoe het moet.”

Je maakt vooral een financiële analyse van de armoedeproblematiek, terwijl armoede impact heeft op veel levensdomeinen.

“Armoede is in eerste instantie een gebrek aan geld. De oorzaken en gevolgen zijn vaak complex, maar een gebrek aan inkomen is een heel belangrijke factor. Vandaar dat ik die inkomensdimensie onderzoek. Maar een goed armoedebeleid gaat breder dan alleen inkomen.”

‘Armoede is in eerste instantie een gebrek aan geld.’

“We mogen armoede niet psychologiseren. Het is niet alleen een kwestie van goed opvoeden, passende vaardigheden en juiste prikkels. Daarmee leg je het probleem ook bij mensen in armoede: ze moeten maar beter hun best doen. Ik wil de schuld op de juiste plaats leggen. Als de armoedecijfers niet naar beneden gaan dan is dat bovenal het resultaat van slecht beleid.”

Er is wetenschappelijke evidentie over wat we wel en niet moeten doen om armoede aan te pakken. Maar op het politieke forum scoren mensen die precies het omgekeerde doen.

“Ik vind dat heel frustrerend. En ik moet opletten met wat ik zeg maar dat gevoel heb ik ook bij de armoedebeweging. Het is intellectuele gemakzucht. Men grijpt te gemakkelijk terug naar evergreens zoals het verhogen van de uitkeringen tot de armoedegrens, ook al weten we dat dit veel makkelijker gezegd is dan gedaan.”

‘Optrekken van uitkeringen is gemakkelijker gezegd dan gedaan.’

“De laatste echt grote transitie in België gebeurde door Jean-Luc Dehaene. We spreken dan over de jaren negentig. Zijn beleid heeft de overheidsschuld structureel doen dalen. Hij kon dat omdat de dominantie van CD&V erg groot was, zeker in combinatie met het katholieke middenveld. Nu is de N-VA dominant, maar zij hebben dat middenveld niet mee, integendeel. En we weten dat het in België niet werkt om beslissingen eenzijdig te forceren. Kijk naar de pensioenen. De verhoging van de pensioenleeftijd was een prachtige headline in alle media maar vervolgens zit alles muurvast.”

Politici moeten dus stoppen met grote beloftes over armoede?

 “Iedereen moet stoppen met goedkoope praatjes over armoede. Niet alleen politici. Zeggen dat elke verandering in de arbeidsmarkt gelijk staat aan sociale afbraak is onzin. Dat is niet behulpzaam. Armoede is complex. Daar is niet één pasklare oplossing voor.”

‘Investeren in huursubsidies kan relatief snel.’

“Ik begrijp dat mensen in armoede een oplossing willen die onmiddellijk vooruitgang biedt. Vandaar mijn pleidooi om op korte termijn te investeren in meer sociale huisvesting, betere huursubsidies en sterkere sociale toeslagen in de kinderbijslag. Dat kan relatief snel.”

Is daar voldoende draagvlak voor? Je gaat geld van de middenklasse herverdelen richting mensen met een laag of geen inkomen uit arbeid. 

“De shift naar het subsidiëren van lage inkomens is belangrijk, omdat daar zowel de mensen inzetten die aan de slag zijn als zij die niet aan de slag zijn. We moeten zo herverdelen dat de mensen die betalen de perceptie hebben dat dit een goede en legitieme investering is.”

‘We moeten zo herverdelen dat de mensen die betalen de perceptie hebben dat dit een legitieme investering is.’

“Ik denk dat er een draagvlak is voor sterkere sociale toeslagen in de kinderbijslag. Zeker als die toeslagen niet alleen gaan naar leefloontrekkers of werkzoekenden, maar ook naar mensen met een laag inkomen. We moeten ook zorgen dat mensen eens ze werken niet al hun sociale voordelen kwijt zijn. Die afbouw moet stap voor stap gebeuren.“

“We moeten vooral stimuleren dat meer mensen aan de slag gaan. Als mensen werken dan creëer je ook een breder draagvlak voor de welvaartstaat. En dat kan dan weer resulteren in een meer algemene lastenverlaging die voor iedereen goed is.”

Ive Marx

© Sociaal.Net / Lisa Develtere

 

In plaats van te rekenen op de middenklasse kan je ook kijken naar vermogens om de sociale zekerheid te financieren.

“Ik ben geen specialist op vlak van fiscaliteit. Als wetenschapper moet ik dus opletten. Maar kijk naar de rapporten van de OESO, en dat is geen linkse denktank. Zij schrijven klaar en duidelijk dat België werk moet maken van een meerwaardebelasting.”

‘Arbeid in België wordt zwaar belast.’

“Arbeid in België wordt zwaar belast. Ik denk dat we moeten evolueren naar meer belasting op vervuiling, sommige vormen van consumptie en kapitaal. Er is specifieke expertise nodig om die evolutie technisch te implementeren.“

Je bent als professor en onderzoeker erg aanwezig in het publieke debat over armoede.

“Ik werk nu 27 jaar op het Centrum voor Sociaal Beleid van de Universiteit Antwerpen. Ik ken het thema. Ik vind dat ik me kan en moet mengen. Als academicus is dat niet evident. Wij worden afgerekend op academische publicaties, niet op maatschappelijke impact.”

‘Ik praat vanuit wetenschappelijke evidentie.’

“Toch is onze positie uniek. Aan de universiteit word je betaald om onafhankelijk en vrij te denken. Ik praat vanuit wetenschappelijke evidentie en heb geen belangen te verdedigen. Er zijn heel weinig mensen die zich vrij kunnen uitspreken. Hoeveel interessante mensen ik ook tegenkom, altijd moeten ze rekening houden met belangen en hun achterban.”

“Vandaar dat ik mijn nek uitsteek. Dat is niet alleen een intellectuele maar ook een persoonlijke keuze. Armoede gaat over het leven en de samenleving. Dat boeit me en daagt me uit.”

Reacties [5]

  • Tanguy

    Armoede aanpakken is sleutelen op verschillende domeinen, wonen, werken en zelfs vrije tijd. Daar ben ik van overtuigd. Nergens in dit interview zie ik deze man wijzen naar zij die niet zouden willen werken. Dat verhaal over armen lijkt eerder deel van het probleem.

    Als het gaat over stimulansen om aan de slag te gaan, dan lijkt het me redelijk ook armen het recht te laten een kosten-batenanalyse te maken : werken moet lonen! De nodige goodwill om ook minder gewaardeerde jobs te doen is er gauw, met deftig flankerend beleid.

  • Annemie Verschraege

    Het is inderdaad veel ruimer. Het gaat niet alleen over minder inkomen maar ook over minder kansen die daarmee samen gaan. Directe maatregelen voor mensen met een laag inkomen met kinderen en doordachte lange termijn maatregelen voor generatie-kansarmen.

  • Paul Bogaerts

    Belangrijk onderwerp. Aanpakken die armoede maar niet zo vanzelfsprekend hoe. Werken moet zeker lonen en een groter verschil met niet (willen) werken is zeker mee te nemen in de overweging.
    Is het niet zo dat ‘wonen’ een te sterke hap uit het persoonlijke budget haalt. Daar toch ook werk van maken … politici!

    • Katrijn Ruts

      Absoluut, wonen is veel en veel te duur, een van de belangrijkste aandachtspunten voor enorm veel mensen… nu, dat weet men al lang en er zijn ook al heel lang voorstellen om dit aan te pakken. Het probleem is dat de stappen die moeten gezet worden, niet gezet worden. Systeemfout ergens in deze ‘democratie’ van aujourd’hui :-( Hoe daar verandering in brengen?

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.