Achtergrond

Sociaal werkers hebben meer macht dan ze denken

Marjolijn De Wilde

Sociaal werkers nemen belangrijke beslissingen over het leven van mensen. Wel of geen leefloon. Wel of geen sociale woning. Wel of geen sanctie. Maar niet elke beslissing is even gegrond. Onderzoeker Marjolijn De Wilde wil begrijpen waar het soms misloopt. Haar hypothese: sociaal werkers gebruiken te weinig de handelingsruimte die ze hebben. 

Sociaal werk

© Paulina Januszewska

Yassin uit huis gezet

Yassin is uit zijn krotwoning gezet. Volgens de verhuurmaatschappij omwille van achterstallige huur.

Kort nadien krijgt Yassin een oproep om zich te verdedigen voor het Bijzonder Comité Sociale Dienst, dat is het orgaan van het OCMW dat beslist over individuele dossiers. Het is onduidelijk wat hij moet komen verdedigen. Dezelfde dag heeft Yassin een andere afspraak voor de aanvraag van een inkomensvervangende uitkering omwille van een handicap.

‘De procedures nemen het over van de sociaal werker.’

Hoewel beide afspraken niet samenvallen, krijgt Yassin ze niet gecombineerd in zijn hoofd. Hij laat het Bijzonder Comité passeren.

De volgende dag belt zijn sociaal werker. Yassin zal een jaar lang geen leefloon krijgen, noch terugbetaling van zijn levensnoodzakelijke medicatie. Op de koop toe moet hij 27.000 euro terugbetalen aan het OCMW. Dat is drie jaar leefloon en terugbetaling medicatie.

Yassin begrijpt er niets van. Is het omdat de verhuurmaatschappij beweert dat hij geen huur betaalde? Nee, het OCMW denkt dat Yassin twee bankrekeningen heeft, eentje waarop hij zijn leefloon ontvangt en eentje waarmee hij zijn huur betaalt. Bewijzen voor dit vermoeden zijn niet opgenomen in de beslissing. Er staat enkel: “U verklaarde dat u een nieuwe rekening had geopend en dat uw oude niet meer actief was. Dit is niet waar.”

Van de sociaal werker verneem ik dat ze het vermoeden baseren op wat de verhuurmaatschappij heeft gezegd.

Geen sorry

Als ik Yassin zie en hem uitleg dat de reden voor de sanctie het bestaan van een tweede bankrekening is, beweert hij bij hoog en bij laag dat hij maar één rekening heeft.

Ik vraag de rekeningnummers op bij het OCMW en wandel met de opgejaagde en quasi hyperventilerende Yassin een Belfius-kantoor binnen. Die tweede bankrekening blijkt al sinds 2016 niet meer te bestaan. Ik meld dit blij aan Yassins sociaal werker. Haar reactie: “Goed dat hij bewijs binnenbrengt, maar de beslissing is wel genomen. Ik weet niet of we die nog kunnen terugdraaien.”

Geen sorry. Geen ‘Oh My God, dit moet onmiddellijk opnieuw op het comité komen’. Neen, de procedures nemen het onmiddellijk over van de sociaal werker.

De herziening van de sanctie komt er uiteindelijk wel, een kleine maand later. De verwerkingstijd voor deze herziening is ruim twee weken langer dan het op de agenda plaatsen van de aanvankelijke sanctie.

Referentieadres

Ondertussen heeft Yassin een referentieadres aangevraagd, want hij is nu dakloos en geschrapt uit het bevolkingsregister. De aanvraag wordt geweigerd.

Het OCMW oordeelt dat het verblijf in de eigen gemeente te kort is om het referentieadres toe te kennen. De redenering gaat als volgt: In de periode tussen de aanvraag van het referentieadres en de weigering, verbleef Yassin anderhalve week in het buitenland omdat zijn oom overleden is, vier dagen in het ziekenhuis in een andere gemeente en twee dagen in de winteropvang. Dat Yassin de twee voorafgaande jaren quasi onafgebroken in de betrokken gemeente verbleef, lijkt niet ter zake te doen.

‘Een referentieadres weigeren, heeft grote gevolgen.’

Deze beslissing heeft grote gevolgen. Yassin kan geen recht doen gelden op een inkomensvervangende tegemoetkoming voor gehandicapten, en hij kan zijn bankrekening verliezen. Het toeval wil dat hij twee weken na de weigering een appartement van een sociaal verhuurkantoor kan bezoeken. Helaas is hij ambtshalve geschrapt waardoor hij als dakloze zijn voorrang verliest.

Had de sociaal werker twee weken eerder meer aan de mens en minder aan de letter van de wet gedacht, dan had Yassin op dit moment een dak boven zijn hoofd.

Sanctie herzien

Op het Bijzonder Comité waar de herziening van zijn sanctie en de nieuwe aanvraag voor een referentieadres voorliggen is hij aanwezig. Dertien raadsleden en twee sociaal werkers luisteren.

Yassin brengt zijn verhaal. Hij introduceert zichzelf en mij. De anderen doen dat niet. Ik zie Yassin de hele tijd trillen, maar zijn verhaal is rustig. Alleen al dat ik hem achteraf kan zeggen “Je hebt het goed gedaan, Yassin”, maakt het belangrijk dat er een vertrouwenspersoon bij dit soort verhoren aanwezig is. Zijn sociaal werker had nochtans afgeraden dat ik mee zou komen.

‘Slechts drie raadsleden nemen het woord.’

Slechts drie raadsleden nemen het woord. Ze willen extra informatie. Ze zijn vriendelijk en stellen geen strikvragen waar Yassin van in de war raakt. Geen idee wat de anderen denken. Het is geen heen en weer gesprek waarin Yassin zich kan verdedigen. Wel zijn er handgebaren en al dan niet knikkende hoofden.

Twee dagen later krijgt Yassin telefoon. De sanctie is teruggeschroefd naar een maand en hij krijgt een referentieadres bij het OCMW. Opluchting, feest voor Yassin. Maar dit had nooit zo ver mogen komen.

Moeilijke klant

Ik heb nog één ding niet verteld over Yassin. Hij is luid, panikeert snel en geeft dan iedereen de schuld van wat ook door hem misloopt. Hij is meestal niet op de hoogte van wat van hem verwacht wordt.

Als je met hem praat, heb je heel snel de indruk dat hij aan het liegen is, ook al blijkt later het tegenovergestelde. Ik verwens mezelf dat ik eigenlijk ook geloofde dat er twee bankrekeningen waren…

‘Frustraties nemen het snel over van geduld en begrip.’

Hij gaat niet naar afspraken waar hij de zin niet van inziet. Zo gelooft hij niet dat een privépersoon ooit aan hem zal verhuren, dus gaat hij slechts sporadisch naar de afspraken met het CAW voor het zoeken van een appartement.

Dit alles ligt ongetwijfeld aan de grondslag van het snelle en meedogenloze handelen van het OCMW. De drie OCMW-werkers die hij al gehad heeft, kennen niet de dankbare, joviale en gemakkelijk te kalmeren Yassin. Frustraties nemen het dan snel over van geduld en begrip.

Verharding

Als lezer denk je vast dat dit niet hoort. Toch wil ik de verklaring van deze opeenvolging van voorvallen elders zoeken dan in het individuele falen van sociaal werkers. Daarvoor zie ik te vaak dezelfde patronen terugkeren in hun denken en handelen.

Zo blijkt een verharding van het handelen van sociaal werkers in OCMW’s te sporen met een verharding van opinies in de samenleving.

‘Jonge sociaal werkers willen meer controle.’

Een onderzoek bij bijna 600 sociaal werkers in 89 OCMW’s toont aan dat algemene opinies over de welvaartsstaat het handelen van sociaal werkers verregaand bepalen. Wie vindt dat de overheid meer controlerend moet optreden of dat uitkeringen te vaak gaan naar mensen die ze niet verdienen, is sneller geneigd om als sociaal werker een cliënt te sanctioneren.De Wilde, M. and Marchal, S. (2019), ‘Weighing up work willingness in social assistance: a balancing act on multiple levels’, European Sociological Review, 18(08).

Verder blijkt dat de houding tegenover de welvaartstaat bij jongere sociaal werkers meer uitgaat van controle en wantrouwen dan deze van oudere collega’s.De Wilde, M., Meuleman, B. and Abts, K. (2019), Social workers: in a category of their own? A multi-group SEM comparison of the welfare state attitudes of social assistance workers and the general public, Antwerpen, CSP Working Papers.

Geloof

Toch blijft er een groot verschil tussen de opinies van sociaal werkers en de algemene publieke opinie. Sociaal werkers in OCMW’s geloven meer in de heilzaamheid van de welvaartsstaat en in het te goeder trouw zijn van haar gebruikers, dan burgers die geen ervaring hebben met mensen in armoede.De Wilde, M., Meuleman, B. and Abts, K. (2019), Social workers: in a category of their own? A multi-group SEM comparison of the welfare state attitudes of social assistance workers and the general public, Antwerpen, CSP Working Papers.

Bovendien blijkt uit een lopend onderzoek van het Centrum voor Sociaal Beleid dat OCMW-medewerkers het als hun voornaamste taak zien om mensen te helpen in alle facetten van hun problematiek.De betrokken onderzoekers zijn Sarah Marchal, Julie Janssens en Marjolijn De Wilde. Het veldwerk bij iets meer dan honderd OCMW’s werd voornamelijk uitgevoerd door studenten 3e bachelor sociologie, in het kader van een leeronderzoek. Meer informatie krijg je bij auteur Marjolijn De Wilde.Slechts 45 van de 157 deelnemers vermelden “de wisselwerking tussen ondersteunen en controleren” als één van hun drie kerntaken.

OCMW-medewerkers kijken dus niet meteen met de bril ‘fraude opsporen’ naar cliënten. Ze blijven geloven dat constructieve hulpverlening vruchten afwerpt, ondanks het toenemend wantrouwen tegenover mensen met een leefloon in de samenleving en bij politici.

Discretionaire ruimte

Er speelt nog iets anders. Veel sociaal werkers zijn zich weinig bewust van de discretionaire ruimte die ze hebben. Dat is de ruimte om vrij te handelen en begeleidingskeuzes te maken binnen de grenzen van de wet, de concrete situatie en de lokale omstandigheden.

‘Sociaal werkers denken vaak dat ze weinig ruimte hebben.’

Niet dat sociaal werkers ze niet gebruiken, integendeel. Een aantal van hen gebruikt ze echter niet bewust. Sociaal werkers denken vaak dat ze weinig begeleidingsruimte hebben, maar variëren in hun begeleiding toch sterk van hun collega’s.

Aan de hand van hypothetische cliëntbeschrijvingen bevroeg ik 584 sociaal werkers van 89 Vlaamse OCMW’s.De Wilde, M. (2018), Between legislation and realisation comes implementation: the effect of the multi-layered implementation process on social policy outcomes, Antwerpen, Universiteit Antwerpen, Faculteit Sociale Wetenschappen (doctoraatsproefschrift).Ik vroeg hen hoe groot de kans is dat een cliënt het leefloon verliest als hij een werkaanbod weigert. Werkbereidheid is één van de voorwaarden om een leefloon te ontvangen, dus een sanctie voor een cliënt die een aanbod niet aanneemt, is reëel.

De eigenschappen van de cliënt varieerden van situatie tot situatie waardoor de beslissing niet altijd straightforward was. De ene cliënt heeft kinderen, de andere psychische problemen of kampt met een verslaving. Sommigen hebben eerder al werk geweigerd, anderen nog nooit.

Sociaal werk

© Paulina Januszewska

Brede marges

Resultaat? De inschattingen van de sociaal werkers waren zeer verscheiden.

Een cliënt zonder inkomen of spaargeld die zich werkbereid opstelt, geen kinderen of psychische problemen heeft, maar een keer een werkaanbod weigert, heeft 24 tot 71 procent kans om het leefloon te verliezen. Het verschil tussen de aanpak van OCMW-werkers vergroot nog als de cliënt voor de weigering al tekenen van werkonbereidheid vertoonde.

Sociaal werkers zijn het onderling nog minder eens over hoe ze dit gedrag zullen aanpakken. Alleen voor cliënten in moeilijke levensomstandigheden is er minder kans op een sanctie.

Sociaal werkers hebben dus best wat marge om te reageren op een werkweigering. Merkwaardig is dat de variatie binnen één OCMW groter is dan tussen OCMW’s onderling. Ook al ligt de formele beslissing bij het Bijzonder Comité, het is een sociaal werker die het gedrag van een cliënt signaleert en een sanctie voorstelt.

Letter van de wet

OCMW-werkers zijn vaak verwonderd over deze vaststellingen. Vaak hoor ik: “Daar kunnen wij niets aan doen. Dat is de procedure hier. De raad zal dit nooit goedkeuren. Wij worden gecontroleerd.”

Ik ga terug naar het vehaal van Yassin. Er zijn een aantal momenten waarop procedures en het gevoel ‘niet anders te kunnen’ de bovenhand namen, terwijl de sociaal werker wel degelijk marge had.

‘Dat is de procedure hier. De raad zal dit nooit goedkeuren.’

Toen de sociaal werker vermoedde dat er een tweede bankrekening was, nam zij geen contact op met Yassin. Zij ging meteen in proceduremodus en stelde een sanctie voor. Ze had echter anders kunnen handelen: Yassin op haar kantoor uitnodigen, hem vragen een bewijs binnen te brengen dat de bankrekening was afgesloten of ‘zelfs’ samen met hem naar de bank gaan.

Proceduremodus

De voorgestelde sanctie was meteen de hoogst mogelijke sanctie die een OCMW kan vorderen wanneer een cliënt niet eerder gesanctioneerd werd.

‘Goed sociaal werk gaat in tegen onmenselijkheid.’

Volgens de wetgeving zijn er verschillende mogelijkheden. Als Yassin bepaalde bestaansmiddelen niet had opgegeven, omdat hij er niet van afwist, is er geen sanctie mogelijk. Als hij ze wel kende, is de maximale sanctie zes maanden of twaalf maanden bij bedrieglijk opzet.

De beslissingsruimte was breed. Het OCMW heeft echter de letter van de wet gevolgd en koos bij Yassin voor verdenking van bedrog.

Wanneer blijkt dat Yassin slechts één bankrekening heeft, zegt de sociaal werker dat een herziening van de sanctie niet gaat. Procedures zijn nu eenmaal wat ze zijn. Ze drukt hierover zelfs geen spijt of verwondering uit.

De weigering om een referentieadres toe te kennen was wellicht geen teken van slechte wil, maar wel een vermoeden dat het niet anders kan. Als ik de sociaal werker hierover spreek, lijkt ze te beseffen hoe groot de gevolgen zijn voor Yassin. Toch stoot ik op een muur. Echter, veel argumenten tegen de toekenning zijn er niet, behalve die van het absurde tellen van dagen en dus van letters van de wet. Het lijkt bovendien goed sociaal werk om tegen zoveel onmenselijkheid in te gaan.

Het kan anders

Het verhaal van Yassin is slechts één ervaring. Er zijn ook veel situaties waar het anders loopt.

De sociaal werker die argumenteert dat psychologische ondersteuning op een gegeven moment belangrijker is dan activering naar werk. De sociaal werker die een huisbezoek uitstelt en alvast leefloon toekent, op basis van haar inschatting van de kwetsbaarheid van de cliënt. De sociaal werker die achter een cliënt aanloopt die kort op het OCMW langskomt, gewoon omdat ze hem al zo lang niet zag.

‘Ik wil sterk pleiten voor het verminderen van procedures.’

De sociaal werker die de buren van een cliënt aanspreekt die in het ziekenhuis ligt. De sociaal werker die vraagt aan het Comité of ze haar bevoegdheid te buiten mag gaan om een cliënt te ondersteunen. De sociaal weker die de inkomsten van een ouder niet opvraagt om de ontwikkelingskansen van de kinderen te garanderen…

Het zijn verhalen die tonen hoe groot de handelingsruimte van sociaal werkers eigenlijk is. Enkele van die verhalen vind je terug op www.ocmw-verhalen.be.

Januskop

Uiteraard is er meer nodig dan verhalen.

Ik wil sterk pleiten voor het verminderen van procedures.Marchal, S. en De Wilde, M. (2019), ‘De bijstand: Wat als het maatwerk achter de feiten aanholt?’ in Somers, M. (red.), Fundamenten. Sociale zekerheid in onzekere tijden, Sint-Gillis, Minerva. Progressieve denktank, 278-301.Procedures komen er meestal vanuit zeer goede bedoelingen, bijvoorbeeld om te voorkomen wat er gebeurd is met Yassin. Het zijn echter net dit soort procedures die sociaal werkers klem zetten.

Procedures die meer eenvormigheid beogen tussen OCMW’s of tussen sociaal werkers in één OCMW, zorgen niet noodzakelijk voor meer gelijkheid. Kwalitatief onderzoek leert dat nieuwe regelgeving of nieuwe procedures op verscheidene manieren geïnterpreteerd worden door verschillende medewerkers.Evans, T. (2011), Professionals, managers and discretion: critiquing street-level bureaucracy, British Journal of Social Work, 41(2), 368–386.Procedures beletten ook vaak dat sociaal werkers hun creativiteit gebruiken. Het is een vreselijke gedachte te weten dat veel sociaal werkers wel willen, maar denken dat ze niet kunnen.

‘Het is een vreselijke gedachte te weten dat veel sociaal werkers wel willen, maar denken dat ze niet kunnen.’

Toch is creatief denken belangrijk. Hypothetische casussen bespreken in teams kan sociaal werkers versterken in hun creatieve gebruik van de discretionaire ruimte. De basisvraag is: “Wat zou jij doen als deze cliënt bij jou langskomt?”

Een voordeel van te vertrekken van een hypothetische casus is dat geen enkele van de sociaal werkers zich rechtstreeks verantwoordelijk voelt. Collega’s zijn vrijer om te spreken, omdat ze niemand zijn afgelegde traject in vraag stellen of corrigeren. Er is ook geen verplichting om tot een conclusie te komen. Sociaal werkers moeten niet streven naar consensus. Het feit dat er zo veel mogelijk is in een begeleiding, maakt dat consensus eigenlijk onmogelijk is. Het besef dat er geen ‘beste oplossing’ is, zet aan tot creativiteit.

Reacties [8]

  • Rita Van Aerde

    Film kijken van I daniel blake……hoe ver ze een mens kunnen drijven……

    • Marjolijn De Wilde

      Ja, inderdaad. Gezien. Weerzinwekkend.

  • Marleen Duprez

    Het is deugddoend om dit artikel te lezen! Het aankaarten van deze problematiek zonder te oordelen. Een probleem in al zijn facetten bekijken, zonder teveel wantrouwen, een mens te zien achter bepaalde gedragingen die misschien negatief overkomen, maar soms zoveel verborgen leed verbergen. Dit nadenken over hoe we met clienten ‘echt’ helpend kunnen omgaan is zo belangrijk, een dikke merci hiervoor! De maatschappij mag terug wat zachter en empathischer worden!

  • Lieve Lecluyse

    Goed artikel. Opleidingen sociaal werk moeten zich aangesproken voelen om studenten op te leiden die verder kijken dat de procedures!

  • B.

    Los van de inhoud, die uitstekend is, is het bijzonder fijn een goed opgebouwd artikel te lezen die duidelijk, eerlijk én constructief is opgesteld. Dank je wel voor dit knappe werk.

  • Sara Waelbers

    Knap onderzoek !
    De raadsleden op het bijzonder comité voor de sociale dienst halen al hun informatie uit het sociaal verslag van de maatschappelijk werker. Hoe dat is opgesteld beïnvloedt meer dan wat ook de uiteindelijke beslissing.
    Veel raadsleden appreciëren creatieve voorstellen en echt helpende oplossingen heel erg. Door dat ook duidelijk te communiceren aan de maatschappelijk werkers kunnen zij het signaal geven om in die richting verder te werken.

    • Julien Van Geertsom

      Schitterend artikel, Marjolein !
      Je raakt de kern van het probleem.
      Het systeem van sociale bijstand wil maatwerk, maar op lokaal niveau maken beleid en maatschappelijk klimaat via allerlei regels en procedures dat maatwerk onmogelijk. De mens zou centraal moeten staan in een echte mensenrechtenbenadering. De federale overheid ontbeert echter instrumenten om deze mensenrechtenbenadering af te dwingen (zie mijn boekje Ten strijde tegen armoede, uitgegeven bij VandenBroele)

    • Marjolijn De Wilde

      Merci, Sara en Julien!

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.