Achtergrond

Ouderenmis(be)handeling: ‘De mantel der liefde houdt veel miserie buiten beeld’

Thomas Detombe

Ouderenmis(be)handeling blijft te vaak onder de radar. Ouderen zijn bang om te spreken, gehaaste hulpverleners missen signalen of twijfelen over de beste aanpak. “Criminaliseren is contraproductief.”

Ouderenmis(be)handeling

© ID / Jonas Lampens

Geweld tegen ouderen is een onderschat probleem

Lily De Clercq werkt voor het Vlaams Ondersteuningscentrum Ouderenmis(be)handeling (VLOCO). Ze adviseert sociale professionals bij vermoedelijke cases van ouderenmis(be)handeling en probeert het thema hoger op de agenda te krijgen.

‘Cijfers vormen slechts het topje van de ijsberg.’

“Sensibilisering is broodnodig”, vertelt ze. “Geweld tegen ouderen is een onderschat probleem. En met de vergrijzing zal het alleen maar toenemen. 15 juni is de Internationale dag tegen Ouderenmis(be)handeling. Ik hoop dat deze dag niet onopgemerkt voorbij gaat.”

VLOCO omschrijft ouderenmis(be)handeling als alle handelingen, of het gebrek daaraan, die leiden tot lichamelijke, psychische of materiële schade bij een oudere. Het slachtoffer is altijd (gedeeltelijk) afhankelijk van de pleger of heeft er een vertrouwensrelatie mee. De pleger handelt opzettelijk of onbewust. Vandaar het onderscheid tussen mishandeling en misbehandeling.

Een op drie vrouwen

Cijfers zijn schaars.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) schat dat 15,7 procent van de 60-plussers wereldwijd mis(be)handeld wordt.

De laatste (Europese) studie over mis(be)handeling in de thuiscontext dateert al uit 2011. Daaruit blijkt dat zo’n 6,4 procent van de ouderen vrouwen in België herhaaldelijk en op meerdere manieren te maken krijgen met mis(be)handeling. In diezelfde studie gaf 32 procent van die vrouwen aan dat ze het afgelopen jaar minstens één keer mis(be)handeld werd.

De Clercq: “Vorig jaar contacteerden 90 hulpverleners ons ondersteuningscentrum voor advies. Als je de meldingen van burgers meetelt via hulplijn 1712 en de Centra Algemeen Welzijnswerk komen we opgeteld aan 799 meldingen. Flink vertegenwoordigd in die meldingen zijn psychisch geweld, gevolgd door fysieke mis(be)handeling, financieel misbruik en verwaarlozing.”

Hoe vaak ouderenmis(be)andeling voorkomt in Belgische woonzorgcentra weet men niet.

Terugkerende risicofactoren

Opvallend: VLOCO ziet elk jaar dezelfde risicofactoren terugkomen. In 2019 kampte 53 procent van de slachtoffers met lichamelijke of psychische problemen, 32 procent had psychosociale of financiële problemen. De Clercq: “Die kwetsbaarheden verhogen aanzienlijk het risico op misbehandeling.”

‘Ouderen voelen schaamte om toe te geven dat iemand hen onheus behandelt.’

Ze benadrukt dat die cijfers slechts het topje van de ijsberg vormen. “799 meldingen per jaar is bijzonder weinig als je ze naast de schattingen van de Wereldgezondheidsorganisatie legt. De grote meerderheid van alle incidenten, eenmalig of structureel, blijft onder de radar.”

“In tegenstelling tot kindermishandeling of partnergeweld is ouderenmis(be)handeling nog weinig gekend. Niet bij burgers, maar ook niet bij hulpverleners. Daardoor pikken betrokkenen onrustwekkende signalen vaak niet of te laat op. Als je niet weet dat ouderenmis(be)handeling regelmatig voorkomt, zal je een blauwe plek of afwezig gedrag niet zo snel linken aan fysiek of psychisch geweld.”

Enorm taboe

“Ook het immense taboe dat aan ouderenmis(be)handeling kleeft, werkt een efficiënte detectie tegen”, weet De Clercq.

“Ouderen voelen schaamte om toe te geven dat iemand hen onheus behandelt. Bovendien is de pleger vaak iemand uit hun nabije omgeving. Uit de meldingen die bij ons binnenlopen blijkt dat 67% van de ouderen samenwoont met de pleger. 90% van de plegers is een (dicht) familielid. Dat maakt het emotioneel complex.”

‘Eenzaamheid houdt ouderen tegen om te spreken.’

“De mantel der liefde houdt veel miserie buiten beeld: ‘Mijn zoon heeft het ook niet gemakkelijk. Hij heeft net een scheiding achter de rug en zit krap bij kas.’ Zo redeneren veel ouderen. Mensen blijven zich verantwoordelijk voelen voor hun kinderen. Ze wijzen hun zoon of dochter niet zomaar de deur, zelfs als de situatie onhoudbaar wordt.”

“Er is ook angst om het schaarse contact met kleinkinderen of andere familieleden te verliezen. Ouderen met weinig sociale contacten zijn extra kwetsbaar voor mis(be)handeling. Er is minder sociale controle en ze vrezen een nog groter isolement als ze spreken. Eenzaamheid houdt ouderen enorm tegen.”

Hulpverleners botsen dikwijls op een muur

Los van die emotionele drempels, zitten ouderen vaak gevangen in een afhankelijkheidspositie. De Clercq: “Als de mantelzorger die tegen je schreeuwt de enige hulp is in het huishouden, durf je een externe hulpverlener niet zo snel aan te spreken. Bovendien benoemen ouderen wat hen overkomt niet altijd als geweld. Soms beseffen ze zelf niet hoe erg het is, omdat de mis(be)handeling maar heel geleidelijk hun leven binnensloop.”

‘Als hulpverlener kan je de oudere actief bevragen: Schreeuwt je partner altijd zo tegen je? Vind je het oké dat je vaak opgesloten zit in je kamer?’

Zo botsen hulpverleners dikwijls op een muur. “Zolang de oudere niet erkent dat er een probleem is, kan je weinig doen. Wat je wel kan doen is je vermoeden trachten te objectiveren door de oudere actief te bevragen: ‘Schreeuwt je partner altijd zo tegen je?’ ‘Vind je het oké dat je zo vaak opgesloten zit in je kamer?’ ‘Hoe voelt het voor jou dat je zoon alles voor jou beslist?’”

Hulp bij detectie

Een hulpmiddel bij detectie is de RITI. Het is een eenvoudig risicotaxatie-instrument, speciaal ontwikkeld voor hulpverleners in de thuiszorg. De schaal invullen vraagt hoogstens tien minuten werk en maakt het risico op ouderenmis(be)handeling inzichtelijk via kleurencodes. Groen betekent weinig risico, geel en oranje gemiddeld risico en rood staat voor een hoog risico.

‘Het is nodig om breed te kijken. Mis(be)handeling kent vele gedaantes.’

Professor Agogische wetenschappen Liesbeth De Donder (VUB) ontwikkelde het instrument, op vraag van thuiszorgorganisatie Familiehulp. “Medewerkers voelden de nood aan extra houvast bij ouderenmis(be)handeling. We wilden hen tegemoetkomen met een kant-en-klaar instrument.”

De Donder: “De schaal brengt enkele belangrijke risicofactoren in kaart. Leeft de oudere in een isolement? Is hij afhankelijk van één zorgfiguur? Kampt de oudere met fysieke of psychische problemen? Daarnaast bekijken we de context van de vermoedelijke pleger: welke relatie heeft die met de oudere? Overstijgt de zorg de draagkracht van de mantelzorger? Kent de vermoedelijke pleger financiële, sociale of psychische problemen?”

RITI moedigt hulpverleners aan om ouderen direct te bevragen. De Donder: “Daarbij is het nodig om breed te kijken. Mis(be)handeling kent vele gedaantes. Het beperkt zich niet tot de oudere pijn doen, vastbinden of psychisch terroriseren. Er zijn ook subtielere vormen zoals persoonlijke brieven lezen of financieel misbruik.”

Belang van bewustwording

“RITI maakt hulpverleners alerter voor mogelijke alarmsignalen”, vervolgt De Donder. “Het instrument maakt je bewust van het feit dat geweld tegen ouderen bestaat. Medewerkers van Familiehulp vertelden ons dat ze nu zaken opmerken die ze anders zouden missen. Het deed hen anders kijken naar de situatie van ouderen.”

‘In Wallonië werken ze met multidisciplinaire meldpunten per provincie. Waarom kan dat niet in Vlaanderen?’

Hoewel RITI een goede ondersteuning kan zijn, kennen veel professionals het instrument niet. Volgens VLOCO werd de schaal in 2019 slechts 19 keer online ingevuld. De Clercq: “Dat is erg weinig. Er is duidelijk een inhaalbeweging nodig.”

De Donder: “Als de overheid het meent met ouderenmis(be)handeling, moet ze voldoende investeren in bewustwording, vroegdetectie en een integrale aanpak. In Wallonië werken ze met multidisciplinaire meldpunten per provincie. Waarom kan dat niet in Vlaanderen?”

Ontspoorde zorg?

Volgens De Donder moeten we ook ons zorgsysteem in vraag stellen. “Wat we van mantelzorgers verwachten, is niet min. Ze dragen vaak zorg voor ouders en kleinkinderen, terwijl ze zelf langer moeten werken. Op die manier voed je het risico op ‘ontspoorde’ zorg. In dat geval overstijgen de zorgtaken de draagkracht van de zorgverlener.”

‘Voor een deel zit misbehandeling ingebakken in onze zorgstructuren.’

Diezelfde logica geldt bij professionele hulpverleners. “Kijk bijvoorbeeld naar de werkplanning van thuisverpleegkundigen. Hoe zorgvuldig kunnen professionals hun taken uitvoeren als ze in een voormiddag 30 ouderen moeten ‘afwerken’? Sensibilisering van zorgverleners of meer meldpunten lossen niet alles op. Voor een deel zit de misbehandeling ingebakken in onze zorgstructuren en maatschappelijke organisatie.”

“Ik pleit er niet voor om mis(be)handeling systematisch te reduceren tot ontspoorde zorg”, nuanceert De Donder. “Onze samenleving behandelt ouderen vaak als kleine kinderen. We nemen hen veel uit handen en beperken hun beslissingsruimte in belangrijke levensdomeinen. Die betuttelende houding wortelt deels in een gebrek aan respect.”

“Maar je kan niet om de toenemende druk heen. Soms is er gewoon een scherpe mismatch tussen wat een mantelzorger of professional kan bieden en wat een oudere nodig heeft.”

De Donder: “Zonder een integrale systeemaanpak dreigt ouderenmis(be)handeling te vervellen tot een hardnekkig structureel probleem. Onze overheid moet zorgorganisaties aanmoedigen om er een beleid rond te bouwen. Sociale professionals moeten zich geruggesteund voelen en voldoende tijd hebben voor hun cliënten.”

Pleger, geen dader

Zowel De Clercq als De Donder spreken consequent over pleger, en niet dader. Veel mis(be)handeling is volgens hen niet intentioneel. De buitenwereld ziet dit vaak anders. Toch staat een verhaal met een ‘goede’ en ‘slechte’ partij meestal ver af van de realiteit.”

De Clercq: “Soms blijkt de pleger van vandaag het slachtoffer van gisteren te zijn. Ik herinner me een thuiswonende zoon die boodschappen deed voor zijn moeder. Hij bracht echter nooit mee wat ze wilde. Een duidelijke schending van haar rechten. Thuisgekomen gooide hij de boodschappen in de gang, schold haar uit.”

‘Criminaliseren werkt contraproductief.’

“Bij verder onderzoek bleek er een familiegeschiedenis van geweld mee te spelen. De intussen overleden vader in het gezin stelde zich in het verleden zeer agressief op. Zijn moeder heeft nooit durven ingrijpen. Blijkbaar nam de zoon dat zijn moeder nog steeds kwalijk. Het ging om een onverwerkt trauma. Die geschiedenis telt.”

“Criminaliseren werkt contraproductief”, vatten De Clercq en De Donder samen. De Clercq: “Het brengt een werkbare oplossing geen millimeter dichterbij. Ik adviseer hulpverleners altijd om ook de drijfveren en achtergrond van de pleger grondig te exploreren. Zijn er psychische, sociale of financiële problemen? Ontbreekt het de pleger aan kennis en vaardigheden om de zorg goed uit te voeren?”

Handelingsverlegenheid

De Donder: “Soms volstaat het al om de pleger even te vragen hoe de zorg loopt. Mensen beseffen niet altijd dat ze iemand slecht behandelen. Hen daarvan bewustmaken is belangrijk. Net zoals de boodschap dat er ook andere zorgoplossingen mogelijk zijn.”

‘Mensen beseffen niet altijd dat ze iemand slecht behandelen.’

De Clercq: “Ik merk dat veel hulpverleners niet goed weten hoe ze zo’n gesprek kunnen aanknopen. Die handelingsverlegenheid sterkt me in de overtuiging dat ouderenmis(be)handeling een vaste plaats verdient in zorgopleidingen. Dat is nu lang niet overal het geval. Nochtans hebben hulpverleners echt nood aan concrete handvatten.”

“Het allerbelangrijkste is het tempo van de oudere volgen”, vertelt De Clercq. “Overhaast ingrijpen is nefast. Je moet allereerst proberen achterhalen wat de oudere precies wil. Dat vraagt soms veel tijd. De oudere kan bang zijn, of emotioneel verbonden met de pleger. Het gezin huldigt soms andere waarden en normen dan degene die je als hulpverlener gewoon bent.”

De Donder: “In België bestaat er geen meldingsplicht zoals in Nederland. Toch vind ik dat hulpverleners een zekere verantwoordelijkheid dragen. De vraag is hoe je die verantwoordelijkheid doortastend invult. Wat als je de oudere wil helpen maar terzelfdertijd de vertrouwensrelatie met het gezin wil bewaren?”

Spanningsveld

Thuisverpleegkundige Karen Lemmens (Wit- Gele Kruis Limburg) ervaart dat spanningsveld heel scherp.

Zij komt in een groot gezin en verzorgt er de dementerende grootmoeder. “Er zijn duidelijke tekenen van mis(be)handeling”, vertelt Lemmens. “Inwonende familieleden sluiten het slachtoffer voor langere periodes op in haar kamer. We zien ook signalen van uitdroging en merkten dat de kwaliteit van haar voeding ondermaats is.”

‘De familie lijkt de moeder vooral te zien als lastpost.’

“De familie lijkt de moeder vooral te zien als lastpost. Vermoedelijk begrijpen ze haar aandoening (Alzheimer) niet. Ze nemen het haar bijvoorbeeld kwalijk dat ze niet meer tijdig aangeeft wanneer ze naar het toilet moet. Dat leidt tot onbegrip en geschreeuw.”

“Er zou ook een wraakmotief kunnen meespelen. Vroeger werkte de schoondochter, die nu veel zorg opneemt, in het huishouden voor haar schoonmoeder. We kennen de exacte situatie niet, maar er lijken veel factoren mee te spelen.”

Lemmens: “Ik heb deze case al meermaals met collega’s besproken. We gaven familieleden zorgtips en probeerden uit te leggen wat Alzheimer betekent. Dat leidde nooit tot een blijvende verbetering. De familie staat bovendien niet open voor een opname in het woonzorgcentrum, dat blijkt niet gebruikelijk in hun cultuur. Ook hun huisarts krijgt geen grip op de situatie.”

Nederige blik: als hulpverlener kan je niet alles oplossen

“Eigenlijk zou ik een bewindvoerder willen aanstellen. Die staat in voor het welzijn van de cliënt en kan bijvoorbeeld beslissen om haar toch naar een woonzorgcentrum over te brengen. Maar wat als ik die procedure opstart? Wij zijn vrijwel de enigen die toegang hebben tot het gezin. Ik ben bang dat we de moeizaam opgebouwde vertrouwensband op het spel zetten. De situatie van de moeder zal niet verbeteren als we morgen plots niet meer welkom zijn.”

“We hebben al tranen gelaten, omdat we niet weten wat te doen. Taal- en cultuurbarrières bemoeilijken een effectieve aanpak. De vrouw spreekt geen Nederlands en kan dus niet aangeven wat ze zelf wil.”

“Wat overeind blijft is het besef dat we hiernaar moeten kijken met een open, maar ook nederige blik. Misschien moeten we erkennen dat we als hulpverlener niet alles kunnen oplossen. De tijd die we voor onze cliënten hebben, is hoe dan ook beperkt”, besluit Lemmens.

Reacties [2]

  • Christine

    Zoals in de casus aangegeven komt een onverwerkt verleden van kindermishandeling aan het licht.
    De pleger bestraffen zou deze dubbel straffen.
    Het aandeel van het slachtoffer wordt best niet onderschat.
    Het gebeurt wel meer dat ouderen hun zoon/dochter onterechte verwijten maakt.
    Indien de situatie onhoudbaar wordt zou ik een verplichte opname in een wzc voorstellen zodat de ‘ooit mishandelende ouder’ en het oorspronkelijke slachtoffer (nu pleger) toch nog rust hebben.

  • Lucas Vandendriessche

    Veel respect voor mensen op het terrein die met deze problematiek moeten omgaan. Problematiek is zeer complex. En ik lees het toch vooral als een vooral van onmogelijkheden, waarbij doortastende aanpak toch vooral ligt op het vlak van damage control en zelfzorg. Een verschil met kindermishandeling zou kunnen zijn dat de oudere (net als bij partnergeweld) toch nog enige vrije keuze heeft. Maar de praktijk leert blijkbaar dat die keuzevrijheid toch zeer beperkt is. Wat mij in dit verhaal dan weer sterk verbaasd is dat onze samenleving in dit soort situaties niet in staat is om toch een steviger instrumentarium te ontwikkelen (zoals bij kindermishandeling wel bestaat: daar kan ingegrepen worden). Blijkbaar is er niet eens meldingsplicht… vanwege dat beroepsgeheim zeker? Zolang we die concepten van ‘volwassen, dus vrije keuze’ en ‘dit is privésfeer, dus beroepsgeheim’ structureel verabsoluteren zijn er geen wegen of gaten om tot structurele oplossingen te komen, denk ik dan.

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Ouderenmis(be)handeling, praat erover!

Handvatten om OMB te (h)erkennen en ermee aan de slag te gaan

Sabine Temmerman

Uitgeverij Politeia | 2019Meer info