Achtergrond

Ook in België heeft niet iedereen toegang tot water: ‘Een bad nemen? Veel te duur’

Veerle Stroobants, Henk Van Hootegem

De moeilijke toegang tot water mag vooral een probleem lijken in het Zuiden, ook in ons land worden er mensen mee geconfronteerd. Dat blijkt uit het tweejaarlijks Verslag van het interfederaal Steunpunt tot bestrijding van armoede.

© Unsplash / Nathan Dumlao

Duurzaamheid en armoede

Het interfederale Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting maakt elke twee jaar een verslag op na een overlegproces met mensen in armoede, hun verenigingen en andere betrokken actoren. Ze wijzen rond een bepaald thema pijnpunten aan en formuleren aanbevelingen.

Het thema van het laatste verslag was duurzaamheid en armoede. Een onderwerp dat daarbij meteen op tafel kwam was water en sanitatie.Sanitatie is volgens Van Dale “het geheel aan sanitaire voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van iemands persoonlijke hygiëne”.De moeilijke toegang tot water en sanitatie mag vooral een probleem lijken in het Zuiden, ook in België worden er mensen mee geconfronteerd.

Beperkte toegang tot water

Iedereen is het erover eens dat water levensnoodzakelijk is: zonder drinkwater overleef je niet. Maar ook voor sanitaire behoeften en om te koken is water nodig. Nochtans zijn er ook in ons land mensen met geen of slechts beperkte toegang tot water.

‘Elk jaar worden mensen van water afgesloten.’

Elk jaar worden mensen van water afgesloten door de watermaatschappijen wegens betalingsmoeilijkheden. In 2018 gebeurde dat 682 keer in Vlaanderen, 339 keer in Wallonië en 1.014 keer in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Een deelneemster aan ons overleg vertelde hoe ze een tijdje in een schuurtje op het platteland woonde zonder voorzieningen. Voor drinkwater was ze afhankelijk van mensen met een auto om kilometers verder water te gaan halen. Ze kreeg geen toegang tot de sanitaire voorzieningen op de nabijgelegen camping, dus waste ze zich in de rivier.

Waterdebietbegrenzer

Naast afsluiting, voorzien de Waalse en Vlaamse overheden ook de mogelijkheid om bij betalingsmoeilijkheden een waterdebietbegrenzer te installeren. Daardoor wordt de levering van water begrensd op 50 liter per uur. Dit met het argument dat zo een afsluiting wordt vermeden. Door de debietvermindering wordt er immers minder water verbruikt en zal de waterfactuur lager zijn.

De invoering van de waterdebietbegrenzer kreeg zowel in Wallonië als Vlaanderen veel kritiek. Ook tijdens onze overlegbijeenkomsten werd de debietbegrenzer aangeduid als bijzonder problematisch.

Deelnemers benadrukten dat deze debietbegrenzer ervaren wordt als een afsluiting. Huishoudens ondervinden vooral problemen in hun dagelijkse voorzieningen. “De waterdebietbegrenzer vermindert de druk op het water zo erg dat het tien minuten duurt om een fles te vullen met water”, klonk het. Een wasmachine laten draaien, kan helemaal niet.

‘Het duurt tien minuten om een fles te vullen.’

Een deelneemster probeerde met het minimumdebiet te leven, maar hield dat niet vol: “Je moet voortdurend plannen, met een grote stress als gevolg”. Het minimumdebiet houdt ook geen rekening met de grootte van het gezin.

Betalingsmoeilijkheden moeten aangepakt worden via schuldbemiddeling en begeleiding, niet met een debietbegrenzer. Het OCMW heeft hier een belangrijke begeleidingsrol, maar moet daar voldoende middelen voor krijgen.

Dak- en thuislozen

Voor mensen die dak- en thuisloos zijn, is de toegang tot water en sanitair ook allerminst evident. Voor hen moet er specifieke aandacht zijn. Enkele steden hebben drinkfonteinen en openbare toiletten. De vzw Straatverplegers maakte in samenwerking met de Stad Brussel een kaart waarop al deze plekken aangeduid zijn.

In functie van een universele toegang tot water en sanitatie, vragen we om drinkfonteinen en sanitair te voorzien die dag en nacht bereikbaar zijn, zowel in de stad als op het platteland.

Waterkwaliteit

Wegens het grote gebrek aan betaalbare en kwalitatieve woningen, komen veel mensen met een laag inkomen terecht in woningen van slechte kwaliteit. De waterleidingen zijn er vaak ook erg aan toe. Er kunnen lekken zijn, met een hoge waterfactuur als gevolg. Vlaanderen werkte een beleid uit rond minnelijke schikkingen bij abnormaal verbruik.

‘Mensen maken zich zorgen over de kwaliteit van het leidingwater.’

In oudere woningen zijn er soms nog loden waterleidingen aanwezig. Heel wat mensen maken zich zorgen over de kwaliteit van het leidingwater. Verschillende mensen gaan daarom over tot de aankoop van flessenwater. Dit is echter veel duurder dan leidingwater en is moeilijker te transporteren.

Het is dus nodig om campagnes rond de goede kwaliteit van ons leidingwater te blijven herhalen, met specifieke inspanningen om mensen in armoede te bereiken met toegankelijke en duidelijke informatie. Daarnaast is het belangrijk om in die situaties waar er wel een probleem rond waterkwaliteit is, te voorzien in een gratis waterkwaliteitstest en technische hulp.

Hogere waterfacturen

Het voorbije decennium is de waterfactuur merkelijk gestegen in alle gewesten. Uit onderzoek van de Koning Boudewijnstichting bleek dat de gemiddelde waterfactuur tussen 2005 en 2017 in Vlaanderen met 103 procent steeg. In Wallonië gaat het om een stijging van 83 procent en in Brussel steeg de factuur met 56 procent.

Het gaat wel degelijk om een reële stijging. In dezelfde periode steeg de gezondheidsindex – de basis voor de aanpassingen van lonen en sociale uitkeringen – slechts met 24 procent.

grafiek waterfactuur

Evolutie van de gemiddelde waterfactuur.

Bron: Van Vooren, D. (2019) 'Water voor iedereen!', KBS.

De waterfactuur weegt het zwaarst door in het huishoudbudget van de armste gezinnen: de 25 procent huishoudens met de laagste inkomens besteden gemiddeld 1,4 procent van hun totale budget aan water, tegenover 0,8 procent bij de 25 procent huishoudens met de hoogste inkomens. De laagste inkomensgroepen zagen het aandeel van de waterfactuur de voorbije jaren het sterkst stijgen.

Afbetalingsplannen

Een te laag inkomen maakt dat de betrokken huishoudens moeten kiezen welke facturen ze zullen betalen. Dit kan leiden tot betalingsmoeilijkheden bij de waterfactuur. Een indicatie van betalingsmoeilijkheden is het aantal betalingsplannen.

In Vlaanderen werden in 2018 62.646 afbetalingsplannen aangevraagd, en 13.015 betalingsplannen door de Lokale adviescommissies opgelegd. In Wallonië werden in datzelfde jaar 92.493 betalingsplannen toegekend en in Brussel 28.420.

‘Sociale correctie slaagt erin om waterfactuur betaalbaar te maken.’

Vlaanderen werkte in de vorige legislatuur een sociaal tarief uit. Daarbij krijgen een aantal groepen een automatische korting van 80 procent op hun waterfactuur. Onderzoek toont aan dat deze sociale correctie erin slaagt om de waterfactuur betaalbaar te maken voor de doelgroep.

Wel stellen de onderzoekers voor om een kleiner en gradueel voordeel aan een grotere groep toe te kennen. Bijvoorbeeld aan personen met een bijstandsuitkering (grootste korting) en personen met een verhoogde tegemoetkoming maar zonder bijstandsuitkering (kleinere korting).

In Wallonië en Brussel beschikken de OCMW’s over een fonds om tussen te komen in waterfacturen en om kleine herstellingen aan de installatie te laten uitvoeren. Het zou interessant zijn om een sociaal tarief en zo’n fonds voor tussenkomsten te combineren. Bovendien zou het sociaal tarief gradueel en progressief berekend moeten worden. Nu kunnen mensen immers een groot voordeel verliezen omdat hun inkomen enkele euro’s boven een bepaalde inkomensgrens ligt.

Weinig mogelijkheden tot waterbesparing

Om het leefmilieu te beschermen en de klimaatdoelstellingen te behalen, stimuleert de overheid minder watergebruik heel sterk. Maar de mogelijkheden om minder te gebruiken zijn bijzonder ongelijk verdeeld.

‘Voor mensen met een laag inkomen is het quasi onmogelijk om een regenwaterinstallatie te betalen.’

Zo kan je met de installatie van een regenwaterput heel wat water besparen. Huishoudens met een regenwaterinstallatie zien hun waterbudget dalen met ruim een kwart verminderen voor een alleenstaande of met 45 procent voor een koppel met drie kinderen.

Voor mensen met een laag inkomen is het quasi onmogelijk om een regenwaterinstallatie te betalen. Als huurder is de kans bovendien klein dat de eigenaar of sociale huisvestingsmaatschappij investeert in zo’n installatie.

Spaardouchekop

Ook andere waterbesparende ingrepen en toestellen, zoals een waterzuinige wasmachine, spaardouchekop of toilet met spaarknop, hebben een duidelijke impact op de waterfactuur. De kostprijs van het waterverbruik daalt hiermee met 44 procent of 96 euro op jaarbasis voor een alleenstaande. Een koppel met drie kinderen bespaart 77 procent of 372 euro.

Waterzuinige toestellen zijn echter vaak duurder. Het project Papillon van Samenlevingsopbouw West-Vlaanderen biedt een alternatief: energie- en waterzuinige toestellen worden aan mensen met een laag inkomen verhuurd aan een lage huurprijs en met een garantie voor reparaties door de fabrikant. Dit aanbod wordt gecombineerd met begeleiding vanuit een Samenlevingsopbouw.

Het is belangrijk om de plaatsing van een regenwaterinstallatie en de aanschaf van besparende huishoudtoestellen verder te ondersteunen, vooral voor private en sociale huurders. De sociale huisvestingsmaatschappijen hebben hierbij een belangrijke rol om duurzaam watergebruik mogelijk te maken voor hun huurders.

Waterscan

Een interessant instrument is de waterscan in Vlaanderen. Die licht het waterverbruik door en geeft advies over waterbesparing. De waterscan is gratis voor beschermde klanten, en wanneer het OCMW, een CAW of een andere instelling voor schuldbemiddeling de waterscan voor het huishouden aanvraagt.

‘De waterscan licht het waterverbruik door.’

De waterscan wordt echter weinig ingezet. In 2018 werden slechts 257 waterscans uitgevoerd. Uit een enquête bleek dat het instrument nog te weinig bekend is bij de OCMW’s: slechts een kwart van de respondenten kende de waterscan.

De waterscan moet dus veel breder bekend gemaakt worden bij de hulpverleners en de doelgroep. Bovendien wordt hij best zo veel mogelijk afgestemd op de energiescan. Wanneer een adviseur in een woning langskomt, kan die zowel het energie- als het waterverbruik onder de loep nemen.

Collectieve meters

Een andere hindernis bij het verminderen van het waterverbruik en de bijhorende factuur, is het bestaan van de collectieve meters: één meter voor verschillende woningen. Daardoor heb je geen zicht op je eigen verbruik.

Vooral in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en in steden in Vlaanderen en Wallonië zijn deze nog in heel veel gebouwen aanwezig. Een deelneemster aan het overleg vertelde dat de sociale woningblok waarin ze woont nog steeds geen individuele meters heeft, maar één collectieve meter voor 144 wooneenheden.

‘Wanneer je buren veel verbruiken, kan je waterfactuur stijgen.’

Dit maakt dat inspanningen om minder water te gebruiken niet automatisch tot een lagere waterfactuur leiden. Hoe zuinig je ook bent, wanneer je buren veel verbruiken, stijgt je waterfactuur. Bij nieuwbouw en grondige renovatie is de plaatsing van individuele meters verplicht, maar ondertussen blijven de huidige huisvestingssituaties zonder individuele meter problematisch.

Besparen uit noodzaak

Wat wel eens vergeten wordt, is dat mensen in armoede al sterk bezig zijn met water te besparen uit noodzaak. Een deelnemer aan het overleg: “Mensen in armoede zijn constant bezig om zelf uit te rekenen wat ze kunnen verbruiken. Want ze beseffen dat hoe meer geld aan water en energie besteed wordt, hoe minder er overblijft voor voeding.”

Tijdens het overleg klonken verschillende voorbeelden: iemand poetst haar woning met water dat ze opvangt in een ton onder de dakgoot, een andere persoon wast af in twee kuipjes en gebruikt nadien het afwaswater om het toilet door te spoelen en een andere deelnemer gaat soms bij zijn buren douchen om water te besparen.

‘Voor veel mensen in armoede is het niet ontspannend maar stresserend om een bad te nemen. Ze beseffen hoe duur dat is.’

Mensen in armoede zijn zich meer dan anderen bewust van de waarde en de prijs van water: “Voor veel mensen in armoede is het niet ontspannend maar stresserend om een bad te nemen. Ze beseffen hoe duur dat is. Hoe kunnen ook zij genieten van de weldaden van water?”

Onderverbruik

De neiging om te besparen, leidt soms zelfs tot onderverbruik. Verschillende huishoudens gebruiken zodanig weinig water omwille van hun laag budget, dat de menselijke waardigheid onder druk komt te staan.

Een deelnemer aan het overleg omschreef dit als volgt: “Bij onbetaalde waterfacturen ligt de kost bij de watermaatschappijen. Maar wanneer mensen ziek worden door gebrek aan toegang tot water, dan is de kost voor de hele samenleving”.

De toegang tot water is voor vele mensen in armoede niet gegarandeerd. Oproepen en maatregelen om zuinig met water om te springen vanuit een bekommernis voor een duurzame toekomst, leggen de ongelijkheden in de toegang tot en het duurzaam gebruik van water bloot.

Het is daarom belangrijk het zesde Duurzaam Ontwikkelingsdoel van de Verenigde Naties rond ‘schoon water en sanitair’ ook in België ernstig te nemen. Het recht op water en sanitatie moet voor iedereen gerealiseerd worden. Het Steunpunt pleit er dan ook voor om het recht op water en sanitatie op te nemen in de Grondwet.

Reacties [1]

  • José Coolsaet

    De waterrekening:1/3 of minder is de echte waterrekening, de rest zijn grotendeelds forfetaire belastingen en volgens mijn weten niet in alle gemeenten dezelfde! Latem????

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.