Achtergrond

Kinderen en gezinstransities

Hoe ‘thuis’ komen binnen nieuwe gezinsvormen?

Claire Wiewauters

Bijna één op vijf Vlaamse kinderen en jongeren heeft gescheiden ouders. Vanuit het onderzoek ‘Scheiding in Vlaanderen’ hebben we meer zicht gekregen op de verschillende transities die kinderen ook nadien doormaken.Scheiding in Vlaanderen is een onderzoek dat tussen 2006 en 2010 werd uitgevoerd door de universiteiten van Antwerpen, Gent, Leuven en Brussel en de studiedienst van de Vlaamse Regering.

© Bas Bogers

© Bas Bogers

Partnerrelaties zijn opzegbaar

Het eerste jaar na de feitelijke scheiding gaat 49% van de mannen die een nieuwe relatie aangaan, samenwonen met de nieuwe partner. Bij vrouwen is dit cijfer 39%. Na een periode van vijf jaar stijgt dit naar respectievelijk 59% en 47%.Pasteels, I. en Mortelmans. D. (2013), ‘Gescheiden en dan? Herpartneren in Vlaanderen anno 2010’, in Pasteels, I. en Mortelmans, D. (Red), Scheiden in Meervoud. Over Partners, kinderen en grootouders, Leuven, Acco, 42-43.Voor heel wat kinderen wordt het uiteenvallen van het gezin – eerste transitie – op korte tijd gevolgd door een tweede transitie, de vorming van een nieuw samengesteld gezin.

‘Duurzaamheid is niet langer de norm.’

Deze cijfers geven duidelijk een trend weer. In onze postmoderne Westerse samenleving worden relaties tussen partners opzegbaar. Relaties worden beëindigd en nieuwe relaties worden aangegaan. Volwassenen nemen beslissingen over het parcours van hun leven en kiezen daarbij voor verandering. Duurzaamheid is niet langer de norm. Een relatie duurt zolang  de liefde tussen de partners duurt.

Toch tonen deze cijfers ook een andere trend. Mensen gaan na scheiding opnieuw op zoek naar geluk binnen een relatie. Dit is te begrijpen. Onderzoek toont immers dat mannen en vrouwen gelukkiger en gezonder zijn binnen een relatie.Emmery, K. (2014), ‘Partnerrelaties ondersteunen is ook een zaak van de overheid’, Tijdschrift voor Welzijnswerk, 38 (342),33-41Daarenboven stellen ze het financieel en economisch beter.

Verontrustend is dat 40% van de nieuwe relaties na scheiding terug op de klippen loopt.Pasteels, I. en Mortelmans. D. (2013), ‘Gescheiden en dan? Herpartneren in Vlaanderen anno 2010’, in Pasteels, I. en Mortelmans, D. (Red), Scheiden in Meervoud. Over Partners, kinderen en grootouders, Leuven, Acco, 66-67.Volgende oneliner vat dit ietwat ongenuanceerd samen. Mensen zijn op zoek naar relaties, maar ze slagen er niet in deze te laten voortduren.

Het kindperspectief

Wat betekent het voor kinderen om geconfronteerd te worden met de scheiding van hun ouders en nadien op te groeien met opeenvolgende gezinstransities?

Ongeveer één op twee kinderen krijgt te maken met minstens twee gezinstransities bij de ouder(s) waar zij verblijven. Meestal wordt de overgang naar een eenoudergezin gevolgd door de overgang naar een nieuw samengesteld gezin. Minstens 15% van de kinderen maakte drie transities door bij één van de residentiële ouder(s).Sodermans, A.K., Vanassche, S. en Matthijs. K. (2011), ‘Gedeelde kinderen en plusouders: de verblijfsregeling en de gezinssituatie na scheiding’, in Mortelmans, D. en Pasteels, I. (red.), Scheiding in Vlaanderen, Leuven, Acco.

‘Kinderen en jongeren hebben nood aan een thuis.’

Kinderen zijn volop in ontwikkeling. Vanuit de psychologie weten we dat de ontwikkeling van kinderen beter gedijt in een voorspelbare en veilige context. Kinderen hebben nood aan structuur en stabiliteit, aan zaken die hetzelfde blijven. Dit verschilt naargelang de ontwikkelingsfase waarin het kind zich bevindt.

Veiligheid en vertrouwen is bij jonge kinderen de basis om de stap naar de buitenwereld te zetten. Een goede verbinding en gehechtheid gaat vooraf en is voorwaarde voor het autonoom en zelfstandig handelen later. Verbinding en autonomie blijven gedurende de verdere ontwikkeling hand in hand gaan.

Ook oudere kinderen en jongeren hebben nood aan een veilige plek om op terug te vallen. De vanzelfsprekende aanwezigheid van het gezin functioneert voor kinderen als die plek. Kinderen spreken dan over hun ‘thuis’.

‘Als ouders uit elkaar gaan, is dat een heftige gebeurtenis.’

Als ouders uit elkaar gaan, is dat voor kinderen, ongeacht hun leeftijd, een heftige gebeurtenis. Het zet hun veilige en vertrouwde wereld op zijn kop. Hierdoor komt hun veerkracht onder druk te staan.

Aanpassingsreacties

Bij scheiding, het verlies van de heelheid van het gezin, wordt voor kinderen tijdelijk een periode van aanpassing ingezet. Aanpassingsreacties zijn een normaal antwoord op een moeilijke situatie. Onderzoek en klinische praktijk leren ons dat het kan gaan om gedrags- en emotionele moeilijkheden, leer- en concentratieproblemen, een stilstand of terugval in de ontwikkeling.

Nationaal en internationaal onderzoek geeft aan dat kinderen gedurende een periode van twee à drie jaar op zoek zijn naar een nieuw evenwicht.Amato, P. R. en Keith, B. (1991), ‘Parental divorce and the well-being of children: a meta-analysis’, Journal of Marriage and the Family, 61(3).Dit proces vergt energie die niet beschikbaar is voor de gewone ontwikkelingsopdrachten. Hierdoor komt de ontwikkeling onder druk te staan. Alle scheidingskinderen kunnen gedurende deze periode ‘beschermjassen’ gebruiken, waardoor herstel bevorderd wordt.

Beschermjassen

De eerste beschermjas is ongetwijfeld de wijze waarop ouders erin slagen om het kind ook na de scheiding te laten voelen dat het ‘ertoe doet’.www.scheidingsonderzoek.ugent.beDit ervaren kinderen door wat ouders hen vertellen, maar ook en vooral door hoe ze erin slagen hun ouderschap te reorganiseren.

Uit het onderzoek ‘Scheiding in Vlaanderen’ blijkt dat de verblijfsregeling niet doorslaggevend is voor de zelfwaardering en de levenstevredenheid van kinderen na scheiding. Wel belangrijk is de mate waarin zowel vader als moeder erin slagen om naast controle ook voldoende steun te bieden, en dit ongeacht de verblijfsregeling.

‘De verblijfsregeling is niet doorslaggevend.’

Het aanbieden van beschermjassen is geen opdracht van ouders alleen. Kinderen moeten kunnen rekenen op de steun van de school, jeugdbeweging, grootouders en het bredere netwerk van familie en vrienden.Wiewauters, C. en Van Eyken, M. (2014), Een week mama, een week papa? Wat kinderen bij een scheiding echt nodig hebben, Lannoo, Tielt, 173-190.Ouders slagen er in deze periode van relationele crisis niet altijd in om kinderen te bieden wat ze nodig hebben.

Moeilijke aanpassing

Naast de gewone en noodzakelijke aanpassingsperiode is er een groep kinderen die een moeilijke aanpassing doormaakt. Dit heeft te maken met de manier waarop de scheiding verloopt.

Onderzoek wijst uit dat blootgesteld worden aan conflicten tussen ouders het herstel bemoeilijkt en zelfs onmogelijk maakt.Amato, P.R. (2001), ‘Children of divorce in the 1990’s: An update of the Amato and Keith (1991) meta-analysis’, Journal of Family Psychology, 15, 355-370; Van Lawick, J. (2012), ‘Vechtscheidende ouders en hun kinderen’, Systeemtherapie, 24, 129-150Deze kinderen komen terecht in een relationeel veld dat een blijvende aanslag doet op hun energie. Zij trachten overeind te blijven en ontwikkelen signaalgedrag als antwoord op een situatie die teveel van hen vraagt.

‘Het komt erop aan dat de strijd niet verhardt.’

Het komt erop aan deze groep kinderen en hun ouders zo snel mogelijk te bereiken zodat de strijd niet verhardt. Het vermijden van conflicten of het hanteerbaar en controleerbaar houden is een belangrijke focus wanneer we herstel van kinderen willen bevorderen.

Conflictueuze scheidingen

Volgens een raming van ‘Scheiding in Vlaanderen’ zijn één op vijf van alle scheidingen (hoog) conflictueuze scheidingen. Het zijn scheidingen waar kinderen gekneld zitten tussen de ouders.Bastaits, K., Van Peer, C. en Mortelmans, D. (2011), ‘Hoe beleven partners en kinderen een echtscheiding?’ in Mortelmans, D. en Pasteels, I. (red.), Scheiding in Vlaanderen, Acco, Leuven, 120-122.

De positie van deze kinderen is alarmerend. Ze groeien op in een omgeving waar de ouders, en vaak ook anderen uit het onmiddellijk netwerk, in strijd zijn. Een wereld waarin men polariseert en zwart-wit denkt. Waar ambivalente gevoelens niet toegelaten zijn. Het kan leiden tot ernstige emotionele en gedragsproblemen.

‘Eén op vijf van alle scheidingen zijn conflictueus.’

Sommige van deze kinderen en jongeren kiezen als overlevingsstrategie om het contact met één van de ouders stop te zetten. Dit lijkt voor hen de enige manier om overeind te blijven. We spreken dan over het Pariental Alienation Syndrom (PAS) waarbij een kind een ouder als goed en de andere als slecht percipieert.

In haar boek ‘Kinderen uit de Knel’ stelt Justine van Lawick dat het kind onrechtmatig een label krijgt. Zij merkt op: “Men kan niet van kinderen verwachten om autonoom te blijven denken en in twee ‘waarheden’ te wonen, terwijl dat de volwassenen rondom het kind niet lukt.”Van Lawick, J. en Visser, M. (2014), Kinderen uit de Knel. Een interventie voor gezinnen verwikkeld in een vechtscheiding, SWP, Amsterdam.Het label komt aan de ouders toe en het zwaartepunt van de behandeling moet ook bij de ouders liggen.

Beschermende factoren

Hoe kunnen ouders bij een weloverwogen beslissing tot scheiding of het starten van een samengesteld gezin het kindperspectief laten doorwegen? Hoe kunnen zij het ouderschap reorganiseren en apart betrokken blijven rondom het kind? Welke rollen kunnen nieuwe ouders opnemen bij nieuwe gezinsvormen? En welk beleid kan ondersteunend en beschermend zijn naar de verschillende actoren die betrokken zijn bij gezinstransities?

Het is in dit verband belangrijk na te gaan wat de positie is van de kinderen bij scheiding. Gaat het om normale aanpassing, moeilijke aanpassing bij conflict of om een hoog-conflictueuze scheiding of vechtscheiding?

Kinderrechten als kader

Aandacht vragen voor het kindperspectief bij scheiding en binnen nieuwe gezinsvormen maakt het noodzakelijk dat we onze visie op kinderen en jongeren expliciteren. Het kinderrechtenverdrag biedt hiervoor een goed kader.

De noden en behoeften van kinderen en jongeren brengen we in kaart door te verwijzen naar de drie P’s die richtinggevend waren bij het opstellen van het verdrag.Verhellen, E. (2008), ‘Een inleiding tot het verdrag inzake de rechten van het kind’, in Vandenhole, W. (red.), Kinderrechten in België, Antwerpen, Intersentia. Antwerpen.Die P’s verwijzen naar het recht op bescherming (protection), de toegang tot diensten en voorzieningen (provision) en het recht op participatie (participation).

Deze rechten hangen samen en zijn onderling afhankelijk. Geen beschermingsrechten zonder de nodige voorzieningen en zonder de betrokkenheid van kinderen. Geen participatie zonder bescherming en zonder de nodige voorzieningen.

Wat betekenen deze rechten wanneer kinderen te maken krijgen met scheiding en daarop volgende gezinstransities?

Bescherming

Allereerst is er het recht op bescherming. Kinderen zijn volop in ontwikkeling en hebben specifieke noden en behoeften. Het is de opdracht van volwassenen om hierop een passend antwoord te bieden.

Hoe jonger de leeftijd, hoe groter de afhankelijkheidsrelatie en hoe groter de kwetsbaarheid van kinderen. Het is dan ook verontrustend dat steeds vaker jonge(re) kinderen bij scheiding betrokken zijn.Mortelmans, D. en Pasteels, I. (2011), Scheiding in Vlaanderen, Leuven, Acco, 14.

‘Het verontrust dat jonge kinderen vaker bij scheiding betrokken zijn.’

Sinds 2006 moet de rechter voorrang geven aan verblijfsco-ouderschap wanneer één van de ouders dat vraagt. Voor de groep erg jonge kinderen is dit geen goede zaak. De ontwikkelingsopdracht om een veilige gehechtheid uit te bouwen komt hierdoor onder druk te staan.

Jonge kinderen beschikken niet over de spankracht om gedurende een week gescheiden te zijn van één van de belangrijke gehechtheidsfiguren. Jonge kinderen worden dus onvoldoende beschermd door deze structurele regeling.Sevens, S. en De Corte, J. (2007), ‘Kritische bedenkingen vanuit de hechtingstheorie bij verblijfsco-ouderschap (bilocatiewet) voor kinderen tussen 0 en 3 jaar’, Tijdschrift voor Orthopedagogiek, Kinderpsychiatrie en Klinische Kinderpsychologie, 32, 127-138.

Informatie

Het recht op ‘provision’ gaat over de toegang die kinderen en jongeren hebben tot informatie, diensten en voorzieningen. Scheiding is een beslissing van volwassenen waarin kinderen geen aandeel en ook geen zeg hebben. De beslissing van hun ouders confronteert kinderen met controleverlies. Zij staan voor een voldongen feit.

Herstel van controle en veerkracht begint voor kinderen bij het recht om geïnformeerd te worden. Op deze wijze ervaren kinderen opnieuw dat ze ‘ertoe doen’. Kinderen informeren is hen ‘zien’, hun moeilijke positie herkennen en erkennen. Kinderen verzekeren dat er in de toekomst met hen rekening wordt gehouden, ook al voelt dit in eerste instantie niet zo. [voetnoot]Wiewauters, C. en Van Eyken, M. (2014), Een week mama, een week papa? Wat kinderen bij een scheiding echt nodig hebben, Lannoo, Tielt, 105-120.

‘Herstel begint bij het recht om geïnformeerd te worden.’

Deze informatie moet in de eerste plaats van de ouders komen, maar ook andere volwassenen zijn hierin belangrijk. Nog steeds worden kinderen ‘door de gang der zaken’ op de hoogte gebracht en krijgen ze geen begrijpbare uitleg waarom de ouders apart gaan wonen.

‘Scheiding in Vlaanderen’ laat zien dat slechts de helft van de kinderen op de hoogte wordt gebracht. De andere helft krijgt geen uitleg.Bastaits, K., Van Peer, C. en Mortelmans, D. (2011), ‘Hoe beleven partners en kinderen een echtscheiding?’, in Mortelmans, D. en Pasteels, I. (red.), Scheiding in Vlaanderen, Leuven, Acco,125-127. Zonder uitleg komen kinderen gemakkelijk bij zichzelf uit. Ze gaan piekeren over hun aandeel in het hele gebeuren.

Kinderen worden nog al te vaak in het ongewisse gelaten over de praktische regelingen. Niet zelden omdat ouders hierin geen akkoord bereiken. Dit maakt kinderen angstig en onzeker. Het zorgt dat ze terugplooien op zichzelf.

Ouders verplichten om afspraken te maken over hoe ze het ouderschap vormgeven na scheiding vooraleer de scheiding juridisch uitgesproken wordt, kan een uitkomst bieden. In Nederland is dit sinds 2009 geregeld via het verplicht ouderschapsplan. Recent onderzoek toont aan dat het ouderschapsplan er niet in slaagt om de conflicten tussen ouders te verminderen. Toch lijken er voldoende positieve effecten om hierop verder in te zetten.Bastaits, K. en Mortelmans, D. (2015), ‘Verplicht ouderschapsplan bij echtscheiding. Onzinnig?’, Sociaal.Net, 29 mei 2015.

Diensten en voorzieningen

‘Provision’ verwijst ook naar diensten en voorzieningen waar kinderen rechtstreeks en autonoom terecht kunnen. Het is belangrijk dat kinderen en jongeren weten wat hun rechten zijn. Hoe en bij wie ze hun stem kunnen laten horen wanneer ouders niet of onvoldoende tegemoet komen aan deze rechten. Er zijn organisaties die kinderen de kans geven om hun verhaal te doen.

‘Het is belangrijk dat kinderen weten wat hun rechten zijn.’

Zowel bij de klachtenlijn van het Kinderrechtencommissariaat als bij Awel, de vroeger kinder- en jongerentelefoon kunnen kinderen terecht. Beide organisaties trekken al jaren aan de alarmbel. Problemen met ouders die het na scheiding niet eens geraken is één van de toppers waarvoor kinderen contact opnemen.

Deze organisaties bieden weliswaar een klankbord, maar zijn niet bij machte om hulp te bieden aan het kind binnen zijn particuliere situatie. Waar kunnen kinderen daarvoor wel terecht?

Participatie

De laatste P uit het kinderrechtenverdrag verwijst naar de behoefte en het recht op participatie van kinderen en jongeren.

Kinderen hebben geen inspraak in de beslissing tot scheiding of het aangaan van een nieuwe relatie van hun ouders. Het verdient aanbeveling om hen te betrekken bij de reorganisatie van het gezinsleven na scheiding. De eindbeslissing is echter voor de volwassenen: bij de ouders of bij de rechter als ouders het niet eens geraken.

Sinds de oprichting van de familierechtbank in september 2014 werd het hoorrecht voor kinderen uitgebreid. Alle kinderen vanaf twaalf jaar ontvangen een uitnodiging om hun stem te laten horen. Dat is een stap in de goede richting. Hiermee wordt ingegaan op de vraag van het Kinderrechtencommissariaat om het spreekrecht van kinderen uit te breiden.

Het is jammer dat ouders het verslag nadien kunnen inkijken. Dit maakt het voor kinderen niet eenvoudig om in vertrouwen te spreken. Zij vrezen dat hun verhaal de conflicten doet escaleren, of één van de ouders benadeelt en kwetst. Het recht op participatie moet tegen het licht gehouden worden van het recht op bescherming van de zijnsloyaliteit van kinderen.

Werk aan de winkel

Het is duidelijk dat kinderen en jongeren bij scheiding en daarop volgende gezinstransities een moeilijke periode doormaken waarin hun veerkracht in mindere of meerdere mate onder druk staat.

Het is absoluut noodzakelijk dat beleidsmatig vroegtijdig wordt ingezet op beschermende én op risicofactoren. We doen alvast enkele suggesties.

Aangezien scheiding zowel voor kinderen, als voor de betrokken volwassenen, een aanslag is op het welzijn en de gezondheid is het aangewezen om in te zetten op een laagdrempelig en vroegtijdig aanbod van relatie- en ouderschapsondersteuning.Emmery, K. (2014), ‘Partnerrelaties ondersteunen is ook een zaak van de overheid’, Tijdschrift voor Welzijnswerk, 38 (342), 33-41.Dit kan ervoor zorgen dat het positief potentieel in relaties wordt aangesproken zodat koppels niet onnodig of vroegtijdig tot scheiding overgaan.

Ouderschapsplan?

Wanneer scheiding een weloverwogen keuze is, zal men erover waken dat de veerkracht van kinderen optimale kansen krijgt om zich te herstellen. Kinderen worstelen in deze periode immers met vragen en onduidelijkheden. Daarom moeten ouders kinderen actief betrekken bij de praktische regelingen die hen aanbelangen.

‘Het beleid kan een ouderschapsplan verplichten.’

Het beleid kan ouders hierbij ondersteunen door hen goed te informeren en hen ertoe aan te zetten of juridisch te verplichten een ‘ouderschapsplan’ te maken. Hierbij worden ouders actief ondersteund en deze ondersteuning moet gratis zijn. Dit kan bijvoorbeeld wanneer ouders zich voor het eerst melden bij de familierechtbank.

Ouders die er niet in slagen om tot een akkoord te komen, kan men verwijzen naar de alternatieve geschillenbeslechting of bemiddeling. Doorheen het scheidingstraject moet een soepele aanpassing van het plan mogelijk zijn.

School en hulpverlening

Voor kinderen en jongeren is het belangrijk dat het netwerk rondom hen geïnformeerd is. Reik het netwerk tools aan om kinderen optimaal te ondersteunen. Leer mensen spreken met kinderen zonder hen deloyaal te maken naar hun ouders, ook in moeilijke scheidingstrajecten. De school is hierbij een belangrijke speler. Maar het geldt net zo goed voor iedereen die binnen het juridisch kader met kinderen spreekt en de belangen van kinderen behartigt.

‘De school is een belangrijke speler.’

Een samenwerking tussen hulpverlening en justitie kan nieuwe mogelijkheden bieden. Zo kan in Nederland de rechter een procedure opschorten en gezinnen in een vechtscheiding verplichten om een interventieprogramma te volgen. Een alternatief voor het verplicht verwijzen naar de bezoekruimte, waarbij het kind niet zelden gekneld blijft zitten tussen ouders die het niet eens geraken.Wiewauters, C. (2005), ‘Het gevende kind en parentificatie: de positie van kinderen bij scheiding en binnen nieuwe gezinsvormen’, in Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen, De waanzin van het gezin, Tielt, Lannoo.

Al deze initiatieven hebben tot doel het welzijn van kinderen te bevorderen en het percentage vechtscheidingen te reduceren. Toch zullen er altijd ouders zijn die het niet eens raken. Voor hun kinderen kan een rechtstreekse rechtstoegang een oplossing bieden, samen met een goed uitgebouwde en gratis ondersteuning door jeugdadvocaten.

Jongeren van deze tijd zijn online. Daarom is het interessant om ondersteuning ook digitaal aan te bieden via fora en chatsessies. Het initiatief van Villa Pinedo, de plek voor kinderen van gescheiden ouders, kan inspireren. Dit team van ervaringsdeskundigen stelt zich ter beschikking van kinderen en jongeren. Ze behartigen hun belangen via het geven van workshops aan professionals die bij scheiding betrokken zijn.

Voorrang voor het kind

Onze voorstellen bieden geen pasklaar antwoord of garantie op succes. Maar ze kunnen er misschien voor zorgen dat kinderen opnieuw een ‘thuis’ vinden na scheiding en binnen nieuwe gezinsvormen.

‘Het kindperspectief daagt ons uit tot een mentaliteitswijziging.’

We parafraseren tot slot een uitspraak van de Kinderrechtencommissaris: “Door vanuit een ander perspectief te kijken, zien we misschien nieuwe openingen die ons uit de impasse kunnen halen. Kinderen en jongeren beschouwen als volwaardige deelnemers aan de samenleving enerzijds, en de kwetsbaarheid van volwassenen erkennen anderzijds, zijn interessante pistes om de manier waarop we vandaag samenleven in vraag te stellen, bij te sturen en te verbeteren.”Vanobbergen, B. (2014), Het kind van onze dromen, Leuven, LannooCampus, 217.

Het kindperspectief daagt ons uit om te komen tot een mentaliteitswijziging en andere regelgeving. Regelgeving die voorrang verleent aan het herstel van veerkracht van kinderen bij scheiding, zodat kinderen kunnen thuiskomen in nieuwe gezinsvormen.

Reacties

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.